“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (2)

Wil je graag aansluiten bij onze eerste aflevering?  Dat kan.  Klik hier onder om de eerste aflevering nog even door te nemen voor je aan de tweede begint.

Stel je voor dat ze bestaan, dat is ongeveer de teneur van het geloof in kabouters. In Nederland was er in de zestig-zeventiger jaren een politieke verzameling met die naam; kinderen kun je blijkbaar stilhouden met allerlei vertellingen daaromtrent, terwijl het in werkelijkheid wel eens nare mannetjes (vrouwtjes) zouden zijn. Het feit dat ze miniatuurtjes van de alledaagse mens zijn maakt hen tegelijkertijd aantrekkelijk en roept wantrouwen op. Wij in het klein? Waarom vergroten we dan vooral onze eigen lastige kanten in een vertederende verkleining?

Vroeger liet de boer een pan spek op het veld, naast paard en ploeg. ’s Morgens was de pan leeg en het veld geploegd. Menselijk al te menselijk?
(tenzij je in paarden gelooft die het voor een pan spek doen natuurlijk.)
In sprookjes doen ze hand- en spandiensten, maar ze schrikken ook niet terug voor allerlei plagerijen. Als ‘aardmannetjes’ staan ze dicht bij de natuur, maar gezien onze bestemming in dezelfde materie te vinden is en zij makkelijk twee-driehonderd jaar zouden worden, ligt onze verbinding eerder bij tegelijkertijd warm- en koud blazen dan in een broederlijke hartelijkheid. Of is de kabouter er vooral om in hem te geloven, schreef Paul Biegel.
Het meisje Madelief in het verhaal ‘Het wolkenschip’ zegt het nog eens glashelder: ‘Echte toverdingen gebeuren alleen maar als niemand het ziet. Daarom gelooft niemand dat ze bestaan.’

“Misschien is hij de tegenpool van alles wat je met je verstand kunt beredeneren, van wat je leert op school, waar de schrijver evenmin een gelukkig mens geweest is.” (Bregje Boonstra over Paul Biegel)
Nisse (gnome)’. Un gnome, tel que je l’ai vu dans mon jardin. Il m’a laissé quelques secondes pour le dessiner (vous me croyez ?).

Godfried Bomans schreef een prachtig verhaal over de dood van de sprookjesverteller. Diep treurig realiseert deze zich op zijn sterfbed dat de kruidenier toch gelijk had met zijn bewering dat kabouters niet bestaan. Wanneer de Dood hem aan Gods voeten legt, vraagt God wat de laatste gedachte van de sprookjesverteller was. De Dood antwoordt verlegen dat de man zo graag één keer een kabouter had willen zien. Waarop Bomans aldus eindigt: ‘God glimlachte. Dat is een zeer goede gedachte, zeide hij, laat hem derhalve binnen.’ (ibidem)

John Bauer – Illustration to Alfred Smedberg’s The trolls and the gnome boy in the childrens’ stories collection Among pixies and trolls, 1909
Kabouters worden vaak verward met dwergen. Toch hebben ze veel minder met elkaar te maken dan men op grond van hun lengte zou vermoeden. Dwergen zijn nagenoeg universeel en staan in de mythologie als tegenstelling voor iets groots. Daarmee passen ze in de polariteit van het menselijk denken: wij tegenover de anderen, het grote tegenover het kleine. De kabouter in verhalen is eerder een stijlfiguur van bijgeloof dan een uiting van werkelijkheidsbegrip of waarheidsopvatting.
Het is opvallend dat de kabouter juist in Noord-West Europa wortel heeft geschoten in de volksverhalen. In dat continent vond namelijk ook het protestantisme voedingsbodem. Hierin werd serieus nagedacht over de opvatting dat de mens werd geschapen naar het evenbeeld van God. Als de mens eruit ziet als God, dan kunnen ‘de anderen’ alleen maar klein zijn en steeds kleiner worden. Sommigen beweren dat de kabouter dan wel eens het spiegelbeeld van onze eigen hoogmoed zou kunnen zijn.
(Sandra van Bruinisse. febr. 2002)
Beeld van kabouter in Wroclaw, Polen
En dan vermeld ik ook graag “Gun iedere kabouter zijn eigen muts”, levenslessen waarvan je niet wist dat je ze nodig had.  Auteur:  Aaf Brandt Corstius,  Meulenhoff 
Wil je iets over 'de Kabouterbeweging' weten of alles over het begrip 'kabouter', dan kun je hier terecht

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouterbeweging

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouter

In een volgende aflevering gaan we verder met het verhaal; weten we tenminste al een klein beetje over de achtergronden van deze wonderlijke wezens. Maar…