
Drieëndertig En zegt zij, -met de stem van de jonge onderwijzeres- ‘Je moet zo ver niet zoeken.’ Ik herken haar lachje uit de laatste dagen waarin verwarring maar ook rust van het uiteindelijke. Uit het eindelijke. En papa, beetje plagerig, zijn manier haar woorden van hun zwaarmoedigheid te ontdoen. ‘Je moet zo ver niet zoeken. Hier is het altijd nu.' Drieëndertig jaar een weeskind maar steeds dichterbij. Woordeloos weldra.

Tijd om te luisteren?