HOE VAAK REEDS? HOE VAAK NOG?

1990045aUW

Et in arcadia ego?
Faun en nimf, of sater en eros, en noem maar op, de beelden die opwellen als de wereld in hoogdagen wordt beleefd.

De omgeving van André Gide merkt niet dadelijk die passie op.
De liefdevolle verbinding tussen de Allegrets en Gide is genoegzaam bekend.
En zoals Billard zo mooi schrijft in zijn boek ‘Le roman secret’:

‘Ne s’ agit-t-il pas plutôt d’ un coup de chaleur dans les rélations quasi familiales entre un adolescent et un homosexuel troublé par l’ épanouissement de son jeune “neveu”?’

De eerste sporen ervan vinden we terug in Gide’ s Journal, en dan zijn we al in oktober (1917):

1er octobre 1917 – “Aujourd’hui, temps glorieux. Mon ciel intérieur est plus splendide encore, une immense joie m’attendrit et m’exalte.”

23 novembre 1917 – “En wagon-going to Paris. Que faire? Je puis me tuer plus facilement qu’ arrêter ma vie- je veux dire que la limiter-la réduire.”

dyn003_original_462_346_jpeg_20344_cd3567525d2ad1ea5580e62c06e59f20

30 novembre 1917– “Immense étourdissement du bonheur. Ma joie a quelque chose d’ indompté, de farouche, en rupture avec toute décence, toute convenance, toute loi. {…} Tout en moi s’ épanouit, s’ étonne; mon cœur bat; une surabondance de vie monte comme un sanglot. Je ne sais plus rien; c’ est une véhémence, sans souvenir et sans rides.”

15 décembre 1917– Je ne sens plus ni mon âge, ni l’ horreur du temps, ni la saison, ou c’ est pour y puisser une exaltation nouvelle; soldat, avec une pareil cœur, je me ferais tuer joyeusement.’

Billard schrijft dat je de tijd moet nemen om deze zinnetjes te herlezen en dan te bedenken wie ze heeft geschreven.

Geen adolescent tijdens zijn eerste liefdeskoortsen, pas un sentimental éperdu de romanesque et de romantisme. Pas un excité du verbe qui s’ abandonne aux vertiges des mots.

Neen, neen, het tegenovergestelde van dat alles.Een man, weldra vijftiger, modèle d’ equilibre et de lucidité, écrivain de vocation et de profession, maitre de son discours qui proclame sa joi “en rupture avec toute décence, toute convenance, toute loi, en die zelfs de obscene metafoor van een soldaat die zich laat doden gebruikt om daarmee zijn geluk te vergelijken, terwijl er op dat ogenblik duizenden soldaten werkelijk sneuvelen aan het front.

En in de briefwisseling tussen Marc en Gide vinden we een andere toon, daar is hij weer meester van zijn woord, en wisselen ze informatie uit, geeft hij goede raad, hebben ze het over de morele voorschriften, over het doen en laten van de grote “allegro-gidienne”-familie, schrijft hij over het vorderen van zijn schrijfwerk, maar vinden we overal sporen van zijn tederheid en zijn liefde.

“Mon petit Marc, Je t’ écris sans avoir plus rien à te dire, n’ étant plus qu’ attente, désir et imaptience de désir.
Ta dernière lettre achève de me consumer. Je flambe tout entier, et s’ il fallait, par catastrophe, renoncer à présent au départ avec toi, il me semble qu’ il ne resterait de moi que des cendres.

dyn003_original_462_251_jpeg_20344_8a06db22ea1bace5135ec2f65e457fba

Je suis si tendre que je ne peux même plus être joyeux.
je vis plus intensément grâce à toi, que je n’ ai jamais vécu jusqu’ alors. Mon Cadio que j’ attendais depuis toujours. {…} Ah! je me sens assez divers pour êtres tous tes oncles à la fois.
Qu’il fait beau! On s’embarquerait même sans le vouloir. La vie peut être plus belle que ne le consentent les hommes.’

En aan deze gevoelens zal Gide trouw blijven tot aan zijn dood.
‘A 20 ans, j’ étais moins content de la vie {…} je n’ avais pas encore compris la supérieure beauté du bonheur.’

Er is natuurlijk de tijd die voorbijsnelt, en dat beseft hij des te beter als hij op 22 november 1917 zijn 48ste verjaardag viert.
Marc is er dan zestien, juist één derde van Gide’s leeftijd.
Er is een afgrond van 31 jaar die hen voor altijd zal scheiden.

En zo wordt ‘M’ Marc in zijn journal en vervangt deze letter de M van Madeleine.

“Me passer de M. ne me paraît déjà plus possible. Toute ma jeunesse, c’ est lui.”


OP DE KRUISING DER WEGEN: SARA EN ANTOINETTE

78978794.BmhlmlAm

Scenario’s zijn nooit zo echt als de werkelijkheid.
De villa Rosemont in Carouge bij Genève is de verblijfplaats van de familie Breitenstein.
Jules Breitenstein is pastor (en prof theologie aan de universiteit van de stad) net zoals Elie Allégret, en de families zijn sinds lang met elkaar bevriend.

De Breitensteins hebben twee kinderen (geboren in 1898 en 1899) Henri en Sara, leeftijdgenoten van André (1899) en Marc (1900).

Tijdens de paasvakantie van 1916, één jaar voor de ons verhaal begint, verblijft Marc bij de Breitensteins en beleeft hij een idylle met Sarah, een jaar jonger,maar naar Billard zegt, plus mûre.

Ze spreken elkaar met ‘je’ aan, maar Sarah wil een eindje verder en Marc vertelt hoe Sarah terwijl ze melkpot draagt… ““sa blouse lâche descendait et découvrait son épaule ronde” terwijl Sarah: “Tiens, je deviens aérée. Marc relève mon truc!”

Ze schrijven elkaar maar bij zijn terugkeer naar Parijs wordt Marc verliefd op Antoinette (Tati genaamd) Lederlin, zus van zijn beste vriend op het lyceum, Mime Lederlin.

‘Nous nous aimions beaucoup à Paris; j’ étais très heureux; au lycée, ça marchait aussi très bien. J’ étais troisième en version, et deuxième en français. Un jour, en souvenir, elle m’ avait donné une petite bague en aluminium.”

En Billard commentarieert:

‘Sur le terrain romanesque, Marc semble plus proche de la comtesse de Ségur que de Choderlos de Laclos…’

Maar als hij na de paasvakantie 1917 terugkeert vindt hij zijn Tati in de armen van een jonge man.
Larmes et desespoir.

b¨cklin01

young-lovers-4774-38

 

 

 

 

 

 

 

 

Als hij dus in juli 1917 naar Zwitserland vertrekt dan zijn het niet de afspraken met l’ oncle André die zijn hart sneller doen kloppen, maar zijn haast om Sara terug te zien.

In villa Rosemont zijn de eerste dagen idyllisch.
“Les premiers jours ont été très bons, trop beaux.’

Nog voor iedereen wakker is, zien ze elkaar en ’s avonds als iedereen al lang slaapt, zit Marc nog op de rand van Sara’s bed.
Ze omarmen elkaar, en wandelen in de tuin terwijl ze appelen eten. (paradijselijk!)

Maar het is broer André die zachtjes maar zeker de plaats inneemt in Sara’ s hart.

En Marc laat begaan, want als je echt van iemand houdt, respecteer je ook haar vrijheid.
Hij wil haar gelukkig zien.

En als ze weggaan schenkt André een foto aan Sara met het bijschrift: ‘A ma fiancée’.

‘Tandis que Gide s’ épanouissait dans la joie précocement triomphante de son amour pour Marc, celui-ci remâchait l’ amertume de son échec.’

En Marc’ s conclusie:

‘Voilà, et depuis je n’ ai plus voulu aimer les jeunes filles mauvaises.’

Als hij zich dus de volgende maand in de armen van oom André smijt dan is het duidelijk een reactie op ‘les jeunes filles mauvaises’ die hem ten zeerste interesseren.

En Billard besluit:

‘Décidément, les indices concernant l’ avenir amoureux de Marc Allégret demeurent passablement contradictoires.’


OP DE KRUISING DER WEGEN (1)

dyn002_original_462_308_jpeg_20344_1bb73ff7dace772dab6fa4ee622b7215

20 april 1918

Ik vraag me soms af of ik er niet verkeerd aan doe Marc te willen opvoeden, of ik zelf niet meer kan leren van zijn gebreken dan hij er voordeel aan heeft de eigenschappen te verwerven die ik graag bij hem zou willen aankweken.

Die onhebbelijkheid om degenen van wie ik houd altijd maar te willen verbeteren heb ik van mijn moeder.

Wat me in Marc aantrekt zijn net zo goed wat ik zijn gebreken noem- en wat misschien poëtische kwaliteiten zijn: zorgeloosheid, onstuimigheid, geen besef van tijd, totale overgave aan het ogenblik…

En hoe zou dat overmoedige zelfvertrouwen dat ik zo aardig aan hem vind, kunnen bestaan zonder een beetje egoïsme?

(André Gide, Het innerlijk blauw, een keuze uit zijn dagboek 1918-1939, vertaling Mirjam De Veth, De Arbeiderspers, Antwerpen, A’dam 1996-97)

dyn002_original_467_584_jpeg_20344_892d7c0918346312d03f5a87c7fe27b5

En zo sloot ik aan bij die drang om je geliefde te vormen naar het ‘ideale beeld en gelijkenis’, een drang die hij helder analyseert en zonder schroom ombuigt naar het zelf leren van wat wij ‘gebreken’ noemen.

Want de dertig dagen met zijn ‘onagres’ zijn maar een fragment uit de vakantie, en terwijl Gide wachtte op die trip naar Zwitserland bleef Marc ook niet braafjes ter plekke.

Keren we met Pierre Billard terug naar ‘La Sapinière’ verblijfplaats van de Allégrets, een huis met een groot landbouwdomein van 75 hectaren, op nauwelijks 50 kilometer van de Duitse linies.

De streek dient vooral als rustplaats voor de militairen aan het front.

In juli 1917 is er een zekere onderluitenant Verdier die dadelijk door Marc wordt bekoord.
Er ontstaat een zekere relatie en als de broers uit Zwitserland terugkeren neemt Marc opnieuw die vriendschap op, deze keer vergezeld door Gide ‘qui veille et surveille, mais ne tarde pas à partir, laissant la place libre.’

vlccap-5678840

 

 

 

 

 

 

 

Wat er tussen hen is gebeurd weten we niet, Gide maakt er enkele wazige opmerkingen over in zijn dagboek.
Wel hebben we een copie van een brief die hij aan Verdier stuurde, als antwoord blijkbaar op zijn schrijven over Marc.

‘Je reçois votre lettre aujourd’hui et je sens mon cœur tout baigné de vos larmes. Combien je vous sais gré de ne pas me haïr!
Quoi? Lorsque vous deviez partir, c’ est vous qui me pressiez de rester! de rester près de lui! pour lui!
Après cela, comment ne serais-je pas votre ami?’

Billard weet ook nog dat Marc tijdens het volgende schooljaar zelf over de brieven van Verdier vertelt, dat hij van Verdier het verwijt krijgt niet te antwoorden op zijn schrijven.
Hij schrijft aan l’ oncle André dat hij de opdringerigheid van de onderluitenant onverdragelijk vond.
Maar de auteur voegt er dit zinnetje wijselijk aan toe:

‘Mais eût-il dit la vérité au cher Oncle s’ il avait cédé à ces embassades?

En vervolgt hij: ‘Car l’ un des mystères de la relation Gide-Marc, c ‘est d’ en apprécier la portée sexuelle.’

En wordt door die relaties niet de homoseksuele geaardheid van Marc duidelijk?
Dan moeten we terug naar Genève 1916, want daar wordt nog een andere passie van Marc duidelijk.


TELKENS WEER OPNIEUW KUNNEN VERTREKKEN

 

dyn009_original_375_500_jpeg_20344_9210f01b633d3eb37a54d9eb7b6949db

Welk lied moet Orfeus spelen om niet alleen de mooie jongen maar ook de omgeving van zijn geliefde te bekoren?

Gide’s plannen voor de zomer van 1917: een ontmoeting met Stravinski in Zwitserland, daar ook zijn medewerker en vriend (mede-oprichter van het NRF waaruit later de uitgeverij Gallimard zal ontstaan) Jacques Rivière ontmoeten die in Zwitserland als Duits krijgsgevangene is geïnterneerd wegens gezondheidsproblemen en de gemiste ontmoeting met Jean Schlumberger.

De plannen van de Allégrets: vakantie in La Sapinière te Charmes, daarna bij vrienden in Zwitserland logeren (Genève) en bij de grootouders in Bazel, gevolgd door een week camping, terugkeer naar La Sapinière in afwachting van de rentreé des classes.

Er moet dus heel wat gejongleerd worden met plaatsen en data, en uiteindelijk zullen de broers André en Marc samen met hem op stap gaan tussen de camping en de terugkeer naar La Sapinière.

Het is vooral maman die overtuigd moet worden want Elie vertrekt naar Kameroen om als expert aldaar Franse scholen op te richten in de de kolonie die op de Duitsers is veroverd.
Maar ook die ‘verovering’ verloopt zonder al te veel moeite.

In zijn dagboek verandert Gide zijn eigen naam in ‘Fabrice’.Een Fabrice ‘qui sent a 48 ans plus jeune qu’ il ne l’ était à 20′ et arpente triomphalement les couloirs de son wagon de première ‘dans de nouveaux habits, d’ une coupe insolite et sous un chapeau qui lui va prodigieusement bien’ en zo zichzelf in de spiegel bekijkt ‘et se séduit’.

Hij geniet zoals ‘Fabrice “jouit de cette faculté de repartir à neuf à chaque tournant de sa vie”.

dyn009_original_471_384_jpeg_20344_f7c6ff03758c315f2866a9c4eb645099

Marc wordt in het Journal ‘Michel’, en zo vinden we Fabrice en Michel terug bij Stravinski (12 augustus) die de schrijver en zijn twee “neveux” uitnodigt op een etentje.

Terecht noemt Pierre Billard deze ontmoeting met de componist ‘la première manifestation de cette attitude “educatrice” propre à Gide.

‘Pas question pour lui de raser les murs en cherchant à garder secrète la liaison qui s’ annonce avec Marc.
A part un petit groupe dont sa femme est le cœur, qui doit ignorer de cette situation, Gide entend bien poursuivre ses entraves, ni réserve contraignante, sa vie publique, faire profiter son compagnon de toutes les rencontres et oppurtunités de sa propre vie et exhiber le bonheur et la nouvelle jeunesse qu’ il doit au bel éphèbe qui l’ a séduit. Et qu’ il a séduit?’

Ja, en dat laatste is de vraag wie heeft wie verleid?
We weten er nog niets van.

dyn009_original_567_279_jpeg_20344_b366910ae86b62d65dd306549bf0d804

Marc zal vanaf die dag in zijn agenda adressen en afspraken inschrijven met de voornaamste literiaire en artistieke Europese persoonlijkheden, zoals bijvoorbeeld met Stravinski die dan 34 is.

Ze blijven een week in Saas-Fée in Wallis na een week in Diablerets.
Bergwandelingen, woudtochten, Gide is een uitstekend wandelaar.
Ze hebben tijd om veel met elkaar te praten, hij is een vlotte causeur en…luisteraar.
Zijn humor, zijn gekke invallen maken hem tot een soort bendeleider.
Hij geeft de jongens de nodige vrijheid en verantwoordelijkheid om hun eigen zin te doen.

In een brief aan Jean Schlumberger noemt hij hen zijn twee ‘muilezels’, en Jean betitelt ze als ‘les deux Télémaques suisses de notre Mentor éperdu.’

Vrijheid en onafhankelijkheid, ‘sont pour André et Marc Allégret les premières et précieuses conquêtes de leur excursion suisse’.

dyn009_original_304_529_jpeg_20344_97e460a5adc756002e8776acb5ec2fed


MERVEILLEUSE PLENITUDE DE LA JOI (2)

1194771678_0dbbcd5be8

 

Het is volop oorlog.
De 7de april schrijft André Gide aan zijn vriend Schlumberger dat hij dringend naar Parijs moet, en dat is meteen de eerste aanduiding van de relatie met Marc Allegret.

In feite had hij een afspraak met Schlumberger die als militair op verlof kwam, dat vierde jaar van de grote oorlog.

‘Plus tard je te raconterai les raisons de ma dérobade- car tu te doutes bien que les obstacles matériels n’ ont pas été les seuls et qu’ ils n’ eussent pas prévalu sur le désir de te revoir.’

Van in het begin van de oorlog zijn de verhoudingen van Gide met de familie Allegret gewijzigd.
Bij het begin van de vijandelijkheden zijn de oudste zonen, Jean Paul en Eric gemobiliseerd en de dominé zelf is als militair aalmoezenier werkzaam.
De druk op Suzanne Allegret is groot: drie mannen onder de wapens, en de zorg voor het huishouden van de thuisblijvers.

Met André gaat Gide naar zijn villa om er uit zijn voorraad etenswaren te halen voor de Allegrets.
Een gelegenheid om hem en Marc kennis te laten maken met de villa die een belangrijke rol zal spelen in het verhaal.

Hij liet ze in 1906 bouwen door de vooruitstrevende architect Bonnier.Ze ligt in een domein dat ‘Villa de Montmorency’ wordt genoemd te Auteuil, een groot luxueus park waar de ultramoderne villa 8, rue de Sycomores, als adres heeft.

Omdat Madeleine meestal in Cuverville verblijft en hij overal ter wereld is de villa niet dadelijk een woonplaats, eerder een hoofdkwartier, een uitvalsbasis.
Ze wordt kortweg “la Villa” genoemd, naar de naam van het park.

dyn002_original_508_800_jpeg_20344_aa5a537abca9f5e3ddca319a1db8f83e

Nu de oudste zonen weg zijn heeft Gide makkelijker toegang tot de andere zonen, l’ accès à l’ adolescence et à la puberté, zoals Billard schrijft.

En nog mooier is deze benadering:

‘Maintenant chez les Allegrets , le voici prêt à jouer avec quelle jubilation, le Diable et le bon Dieu. Bon Dieu auprès de Suzanne, la mère à qui il apporte bonnes paroles, confort moral et assistance matérielle.
Diable auprès des jeunes gens dont discrètement, il encourage- et -et facilite- les premières revoltes.’ (p24)

In februari 1917 komt een katastrofe hem te hulp: hij wordt vanuit Cuverville dringend naar Parijs geroepen want de forse kou deed de waterleidingen in de villa barsten.
Hij bekijkt de schade en zal een week in Parijs blijven.
Zo komt hij ook een avond in de avenue Mozart terecht bij de Allegrets waar hij overnacht in de kamer van de afwezige Jean-Paul.

Waarschijnlijk is op zo’n avond de komende Paasvakantie besproken waar de Allegrets naar oude gewoonte naar hun buitenverblijf ‘La Sapinière’ gingen, gelegen in de Haute-Marne.

Gide onthoudt de data en helpt hen vertrekken en aankomen.
En zo zijn we 5 mei van dat jaar.
Die nacht schrijft Gide in zijn Journal:

‘Une pareil calme, je ne l’ avais plus connu depuis des mois, des années. Il faut un véritable raisonnement pour ne pas appeler cela du bonheur. {…} Merveilleuse plenitude de la joi.’

En de 19de mei:

‘Je me retiens de parler de l’ unique préoccupation de mon esprit et de ma chair.’

En dan blijft het dagboek stom tot de 6de augustus:

‘Que me sert de reprendre ce journalsi je n’ ose y être sincère et si j’ y dissimule la secrète occupation de mon cœur?’

En al blijft hij in zijn dagboek zwijgen, wij weten dat hij die dagen wijdde aan Marc en zijn broertjes, dat hij er de donderdagen en zondagen was en vele avonden die uitlipen in het blijven logeren of bij de Allegrets, of in de Villa.

Van 5 mei tot 10 juli 1917 blijft Gide in parijs, ’très bousculé’ maar met de handen vol want bij de Allegrets verblijven op dat moment zes kinderen: André en Marc en de jongste jongen Yves, toen 12, hun kleine zusje Valentine geboren in 1909, een geadopteerde jongen en een klein meisje op pension.

Men noemde het huis wel eens ‘la pension Allegret’, en Gide was er die tijd een trouwe klant.
Hij begint er zijn samenzijn met Marc te regelen.

De grote vakantie kom eraan!


MERVEILLEUSE PLENITUDE DE LA JOI

 

dyn008_original_333_446_jpeg_20344_0dbc5fd69501ea306b24ff22a7a7ffa8

‘Je respirai leur affection comme un parfum.’

Met dit citaat uit Gides Journal opent Pierre Billard zijn boek ‘Le roman secret’, André Gide & Marc Allegret uitgegeven in het voorjaar 2006 bij Plon, Paris.

Heel anders dan Monique Nemer schetst hij een kroniek waarbij feiten en bedenkingen nogal vrijelijk door elkaar lopen in goede Franse traditie, un peu bavardant, mais bien dit. (en in grote leesbare letter)

Mooi is het openingstafereel, het had uit een film naar het werk van Pagnol kunnen komen, van wie Marc later ‘Fanny’ zal verfilmen.

Het is de 16de april 1906, Paasmaandag van dat jaar dus, een grote menigte is op de rand van het bois de Boulogne samengetroept om naar het opstijgen van een montgolfière te komen kijken.
Tussen al dat volk un homme grand, beau, élégant, sous son chapeau à large bord et sa cape noire, koopt hij kaartjes bij de Jardin d’ Acclimatation.
Hij wordt nog niet herkend, zijn werk Les Nourritures terrestres in 1898 gepubliceerd zal pas in 1915 een oplage van 1650 exemplaren bereiken.

Hij is vergezeld door vijf jonge jongens die hem ‘Oncle André’ noemen ook al is hij slechts van eentje, de achtjarige Dominique Drouin, de ware oom. (kind van Marcel Drouin en Jeanne Rondeaux, zus van Gides vrouw Madeleine)

dyn008_original_532_600_jpeg_20344_73e4a5e4a1cb44b803daa2c2b9bf7a46

De vier andere jongens zijn Jean-Paul, twaalf, Eric, tien, André, zeven, en Marc, zes jaar.
Het zijn de kinderen van de dominee Ellie Allegret, ooit mentor van Gide die vooral missionariswerk in Afrika doet.
Hij heeft vijf zonen gekregen, en bij zijn talrijke afwzigheden is Gide de graag geziene gast en helper zodat zelfs één van de kinderen zijn voornaam krijgt, als eerbetoon.

Auteur Pierre Billard haast zich om te zeggen dat het nonkel-gedoe absoluut niet als ‘couverture’ moest dienen, ‘un écran destiné à sauver les apparences et justifier l’ intimité des rapports de Gide avec Marc’.

Suzanne Allégret staat er immers vaak alleen voor, en vijf jongens grootbrengen is geen sinecure.

‘Voor Gide is het een devoir en een plezier:

‘il a -il aura toute sa vie- une attirance naturelle pour les enfants, ces phénomènes étranges chez qui il observe l’ homme en train de s’ inventer.’

Het is naar aanleiding van deze uitstap dat Gide in zijn journal de mooie zin opschrijft waarmee we deze bijdrage en het boek van Billard openden.

Natuurlijk hebben we een schat aan observators die over Marc en Gide kunnen berichten, want de hele Gidiaanse familie was er getuige van en zal dus telkens vanuit verschillende hoeken en tijden hun relatie documenteren.

Van die kleine schildering in 1906 waar Marc nog een joch is van zes, geboren dus in 1900 springen we naar 11 februari 1951, enkele dagen voor Gide’s dood.
In de rue Vaneau hebben journalisten zich verzameld, André Gide, 81, Nobelprijs 1947, ligt op sterven omgeven door enkele van zijn trouwe vrienden.
En daar vinden we ook enkele mannen terug die kind waren in de jardin d’ Acclimatation: Dominique Drouin en marc Allegret, beiden werkzaam in de filmwereld.

En al duurde de passionele kant van de geschiedenis tussen Gide en Marc slechts enkele jaren, hun vriendschap was er levenslang, en ook na die stormachtige passionele tijd bleef Gide voor hem zorgen, bracht hij Marc in kontakt met denkers, muzikanten en andere kunstenaars.

Enkele dagen na de begrafenis komen de vrienden samen om naar Marc’s film te kijken: ‘Avec André Gide

Tussen het bezoek aan de tuin en de laatste tuin speelde zich een leven af van twee mannen die door woord en beeld nauw met elkaar verbonden waren.

Het begon in 1916-17. Marc is er dus zestien, zeventien jaar, en Gide wordt 48.

Volg me maar, ik probeer de volgende dagen enkele beelden van hun liefde, leven en werk te projecteren op het zwarte scherm van deze donkere dagen.


BEZWAARD EN BEZWOREN (4)

 

Het beroemde, of zeg ik beter het ‘beruchte’ jaar 1895:

Mei: Juliette Gide, moeder van André en tante van Madeleine sterft.
Juni: Verloving van André en Madeleine.
Oktober: Huwelijk in Cuverville.

Deze ‘vreemde’ combinatie heeft Gide zelf ook voor het huwelijk voorvoelt:

‘Nos actes les plus sincères sont aussi les moins calculés; l’ explication qu’ on cherche après coup serait vaine. Une fatalité me menait.’

Nemer schrijft dat we tegenwoordig een ander woord dan ‘fatalité’ zouden gebruiken, een woord uit het rijke register van de psycho-analyse.

‘Dans tes bras toujours …être ta fille’

…heeft Madeleine in haar intiem dagboek geschreven.

‘Que de fois, Madeleine étant dans la chambre voisine, je l’ ai confondue avec ma mère.’ vertrouwt Gide ons toe.

En ik laat Monique Nemer de synthese maken:

‘Frère et sœur, père, mère, fils, fille – mais pas mari et femme. Et sexualisées, les realtions dans lequelles ils se reconnaissent sont également marquées du sceau de l’ inceste.’

En daarbij is de homoseksualiteit van Gide niet dadelijk de determinerende factor, zoals Jean Delay onderlijnt:

‘Nombreux sont, surtout à cette époque, les homosexuels mariés, et père de famille -Oscar Wilde le premier.’

En het is zijn zielsgenoot Jean Schlumberger die zich irriteert over de zogezegde ‘impuissance’ van André Gide in het voorwoord op Armance van Stendahl.

Noch met de jongens, noch met de meisjes bleek die ‘impuissance’, integendeel, maar wel met Madeleine.

En een gespecialiseerde dokter had hem voor het huwelijk verzekerd dat hij zijn homoseksuele verlangens maar had ingebeeld en dat die met het huwelijk zouden verdwijnen.

Madeleine had een norm omtrent het huwelijk waarvan ‘les rapports physiques’ deel uitmaakten.
Voor haar dus was de situatie ‘anormale’ bron van onrust en van…vernederingen.

dyn010_original_491_368_jpeg_20344_6147931cfe0a81a659151dd87c9ea3f9

Ze praatten er nooit over.
‘Les mots ne sont pas sortis’, schrijft Jean Schlumberger, en ook uit die stilte kwamen ze niet als het over seksualiteit ging.

In haar journal intime weigerde Madeleine steeds de naam van haar moeder te schrijven, ze verving die naam telkens door enkele puntjes.

Wat, naar mijn mening, ook meetelt is de dwingende houding van moeder Juliette tegenover haar enige zoon.
Ze regisseerde zijn leven tot in de puntjes, en pas na haar dood voelde Gide zich bevrijd, verlost van die dwang, en tegelijkertijd angstig om het verlies.

Natuurlijk moet Madeleine al vlug geweten hebben waar André’s belangstelling lag, zeker als ze hem in 1899 in de trein bezig zag met een stelletje scholieren, en ik citeer haar woorden waarmee ze naar het tafereeeltje keek:

‘..avec une espece d’ horreur.’

Of zoals Gide het in 1920 tegen zijn vriend Martin de Gard zegt:

‘..plus de tristesse que de blâme’.

dyn010_original_500_357_jpeg_20344_7b6fa152ce8cbac92b7eec6e9ddca0f9

En in een brief schrijft Madeleine aan Ghéon, dokter en man van de literatuur en..mede-avonturier op het jongenspad:

‘Mais je ne pouvais plus ne pas vous faire savoir combien il (Gide) est fatigué {…} afin que vous reteniez vous-même André si, pussé par ce goût, cette curiosité passionnée de la vie qui est une des causes de sa valeur, mais qui contient en soi tant de péril, André en fait peut-être plus encore que vous ne l’ en priez.’

En dan is er het jaar 1917, het jaar dat Gide Marc Allegret ontdekt.
Maar ook het jaar waarin hij schrijft: ‘J’ aime Madeleine de toute mon âme. l’ amour que j’ ai pour Marc ne lui a rien volé.’

En Monique Nemer citeert door de loop der jaren verschillende zinnetjes uit zijn Journal waarin hij telkens weer zijn liefde voor Madeleine duidelijk maakt.

Het was tenslotte met ‘André Walter’, de hoofdfiguur uit zijn eerste werk waarmee ze huwde, een figuur voor wie de seksuele kant van de zaak “epouvant” was, en zeker omdat ‘la chair est un obstacle à “l’ essor de l’ ange”.’

In feite kwam het erop neer dat er een onderscheid was tussen de pleziertjes, sans amour, en dat ‘l’ amour’ aan haar was voorbehouden.

‘Aux Adolphe, Jules, Paul et autres petit Lazare les rapides et oublieuses jouissances du corps:

“L’ autre nuit, auprès de Lazare Coulon, ce matin avec Spenser, mon corps tantôt, puis tantôt mon esprit, étaient heureux autant que l’ un et l’ autre peuvent être. Et que m’ importe s’ ils ne l’ étaient pas “à la fois” puisque l’ un ne parvient à la félicité que pendant le sommeil de l’ autre.” zoals we dat in zijn journal uit 1912 kunnen lezen.

‘Que le plaisir est beau sans l’ amour; sans le désir, que l’ amour est noble.’

Maar in 1917, het jaar van Marc Allegret, is het jaar van een ware ‘aardbeving’.
André Gide is er 48, Madeleine Gide, 50, en de stilte tussen hen ontploft.

Vooral omdat deze keer Gide werkelijk verliefd is, en Madeleine moet dat wel zien, of zoals Nemer het zegt: ‘…ne peut plus ne pas voir.’

Over die (levenslange) liefde, vriendschap zullen we proberen volgende week te schrijven, bij leven en welzijn.


ENTR’ ACTE: KLEINE BIJDRAGE OVER HET PERSPECTIEF

1119871774_2fa1fc939a_o

Het verdronken land van het verleden.
In de literatuur is het vaak een symbool voor een paralelle wereld, maar het feit dat je het verdronkene op het droge van het heden moet bekijken, maakt het perspectief moeilijk en onduidelijk.

Er is niet alleen het beeld van de gebroken rechte lijn uit de fysica, maar de onveranderlijkheid die het afsterven met zich meebrengt, zet ons meer dan eens op een verkeerd been, omdat wij denken dat er een onzichtbare muur tussen het nu en het vroegere staat waarvan alleen de doorkijk (wie is van glas?) de isolatie aanbrengt.

Laten we dus vol deemoed (nog zo’n mooi ouderwets woord) moeite doen om aan de andere kant van dat glas te willen staan, en al zullen wij vanuit het verleden met dezelfde onzekerheid naar de onbekende toekomst moeten leren kijken (ook al zijn we er nu maar al te goed van op de hoogte) we zullen met de optelsom van die twee onzekerheden dichter bij de kern komen omdat wij geprobeerd hebben die ijzige wanden te doorbreken zonder ze te ontkennen.

Met dat voorbehoud zie ik me op deze mooie afbeelding zitten, de verbinding tussen boeken en werkelijkheid en mijn eigen verleden maken me iets minder bang om over de personages van die voorbij tijd te schrijven.

As_We_Age_by_EvilxElf

De status van ons eigen (wel)zijn ontwikkelt zich in diezelfde dynamiek: een balans vinden waarin wij het verleden (als dat al zou bestaan in zijn geïsoleerde vorm) proberen te verbinden met het nu en onze verwachtingen.

De documenten uit onze kindertijd zoals foto’s en mondelinge verhalen van onze ouders, verwarren ons omdat we er niet steeds in slagen de linken te leggen met het wezen op het prentje of in de vertelling, vaak bij tekort aan verbeelding of door ons bewustzijn te weinig ademruimte te geven en ons leven te focussen op de behoeften van het onmiddellijke zodat de verbinding met het voorbije afsterft.

Dat daardoor valse perspectieven ontstaan, spreekt voor zichzelf.
We zijn geneigd het verleden als pasmunt te gebruiken om het tekort dat we nu ervaren, daarmee te kunnen aflossen, een vergissing die ons door verkeerde analyses is aangepraat waardoor we zowel in dat verleden en in het heden van schuld worden vrijgepleit. (denken we)

Historische training bestaat dus niet in het verzamelen van feiten en gebeurtenissen uit het verleden, maar wel in het ontdekken van verbanden en breuken in het grote – als in ons eigen verleden.

En anders dan sommigen menen en zullen poneren dient het verleden niet om het heden te veroordelen of goed te praten, ook die visie getuigt van diepvries historiciteit, maar wel om met de verbanden en breuken lijnen door te trekken, te corrigeren, of in volumes om te zetten zodat we niet telkens het warm water opnieuw moeten uitvinden, een eigenschap waarin we met zijn allen uitblinken.

Morgen keren we terug naar de Gides.


BEZWAARD EN BEZWOREN (3)

DAVID

 

Je kunt je inderdaad afvragen waarom Gide dit huwelijk dat hijzelf zijn “deboire conjugal” noemt, heeft gewild.

Hij kende haar van in zijn kinderjaren, hij kende zowel haar kwaliteiten maar ook wat Nemer haar “raideurs paniques” noemt, “fort peu compatibles avec sa (Gides) complexe ductilité”.

Je zou kunnen zeggen dat hun huwelijk een wederzijdse opsluiting in de stilte was-

‘Elle a su s’ envelopper de silence; mon silence autant que du sien.’

Je kunt het leeftijdsverschil aanhalen, André was twee jaar jonger, of hun familie-verwantschap, hij was haar volle neef, of het fortuin, zij kwam uit een grote familie, hij was enig kind.

Je zou kunnen zeggen dat de buitenechtelijke avonturen van haar moeder Mathilde haar een trauma hebben meegegeven.
Er is de vroege dood van haar vader die van tante Juliette Gide een strenge vervangster van de vaderlijke macht maakte.

Een zekere psychologische afhankelijkheid ook “docile aux interdictions’, en het huwelijk met André dat onder dit gesternte moest dienen:

‘Il faut vous hâter: mariage et vie à la campagne. Si votre nièce l’ aime tendrement, elle se devouera à lui.’

Het vervelende was dat noch de ene noch de andere partij hun kindertijd-cocon wilde verlaten.

In 1891, na de eerste afwijzing van André schreef Madeleine:

Que j’ aime André d’ amour? Non – en toute sincérité devant moi-même. Amour implique, me semble-t-il, désir – quelque chose de brûlant, de passionné qui n ‘ existe pas (ni en lui, ni en moi).’

En in zijn André Walter beschreef hij Emanuelle als tweelingzus van Madeleine, en wenste:

‘Aussi bien je ne te désire pas. Ton corps me gêne et les possessions charnelles m’ epouvantent.’

dyn008_original_419_409_jpeg_20344_c2bd9e3b7716afdba9199e84f3c933c1

En Monique Nemer vult dit idee aan:

‘A-t-elle noté combien, dans l’ angélisme général du texte, cette phrase-là dit moins le libre choix d’ un amour mystique qu’ une répulsion instinctive face au “mystère féminin”?’

Ja, zou je zeggen als je in 1895, naar aanleding van Voyage d’ Urien’ haar commentaar leest:

‘Comment, ayant eu cette vie si intacte, si pure, as-tu écrit certaines pages du Voyage d’ Urien qui m’ont fait, l’ autre jour, fermer le livre?’

Maar kan een jonge bourgoise uit de provincie op het einde van de 19de eeuw, opgevoed in een rigoureus protestantisme , kan zij uit enkele pagina’s de link maken met een seksualiteit waarvan zij door haar opvoeding totaal onwetendend is?

Wat kan op de vooravond van hun huwelijk Madeleine weten van Gides zeden en gewoonten, laat staan van de homoseksualiteit in het algemeen?

Maar toch kon Gides moeder wel ’t een en ander vermoeden nog voor Oscar Wilde in de kranten kwam, als haar zoon haar vanuit Algerije schreef naar aanleiding van zijn ontmoeting met Wilde en lord Alfred:

‘Si Wilde ne jouait pas à Londres à trois cent représentations et si le prince de Galles n’ assistait pas aux premières, il serait en prison et lord Douglas aussi.’

Anderzijds was tante Juliette niet helemaal onwetend over ‘homoseksualiteit’.

dyn008_original_475_380_jpeg_20344_d8f47359f57bbfd32960f26fe812035d

Nog voor het proces Wilde knipte ze allerlei procesnieuws in die trant uit de krant en ze was het volmondig eens met de uitspraak van rechter Wills die Wilde van jeugdbederf beschuldigde en het spijtig vond dat hij volgens de wet hem maar twee jaar in de gevangenis kon opbergen.

Toch, ondanks haar puriteinse opvoeding, heeft Madeleine met de veroordeelde te doen.
Ze stuurt Gide krantenknipsels:

‘As-tu vu la condamnation des deux (Wilde en Taylor) accusés anglais? Je t’ envoie ce fragment de journal à ce sujet. Si ces détails sont exacts, la peine du hard labour serait digne d’ être ajoutée, en chapitre supplementaire, à celles de la sinistre Maison des morts- ou bien à été oubliée par Dante. C’ est affreux, n’ est- ce pas?’

Was het nu omdat er een vriendschapsband bestond tussen Wilde en Gide dat ze deze veroordeling “affreuse” vond, vraagt Nemer zich af, of had ze toch een vermoeden dat André op een of andere manier bij zo’n schandaal kon betrokken zijn, of erger nog dat zij als zijn vrouw daar ook bij vernoemd zou worden?

Ik denk dat deze elementen al schakeringen hebben aangebracht bij Madeleines uiteindelijke ja-woord.
Nuances en schakeringen, en stilte als we toch moeten oordelen, laat staan ver-oordelen.
Een stilte waarin mededogen, dat oude woord, ons eerder verbindt dan het gemakkelijke misprijzen.

dyn008_original_600_419_jpeg_20344_555d2d87e0509bfcf2daa6e6564715b8


BEZWAARD EN BEZWOREN (2)

c073

Madeleine Gide wilde dat haar naam nergens en nooit werd uitgesproken, als zijnde de ‘épouse’ van André.
Aleen enkele intimi en de arme boeren noemden haar ‘Madame Gille’, ‘…proximité onomastique suffisante pour avérer sa légitimité d’ épouse dans le havre de Cuverville, et mettre à distance tout ce que ce nom de Gide pouvait, ailleurs provoquer.’, zoals Monique Nemer dat zo welluidend zegt.

We weten veel over de lange aanloop van dit huwelijk, ze bleef van 1891 tot 1895 weigeren, maar weinig over het dagelijks verloop tot aan haar dood in 1938.

In 1956 liet Jean Schlumberger ‘Madeleine et André Gide’ verschijnen, het resultaat van een vriendschappelijke samenwerking tussen Roger Martin du Gard, Maria Van Rysselberghe en hemzelf.

Ze wilden vermijden dat men van het koppel een ’tragisch’ koppel zou maken, en dat men Madeleine niet zou gaan rangschikken ‘parmi les insignes victimes de l’ amour trahi.’

‘De fait tout ne fut pas pathétique dans leur union: les échanges intellectuels, les lectures à haute voix, qu’ ils affectionnaient, les rencontres amicales autour du “grand cèdre” chanté par Valéry: ces moments tissèrent un quotidien que les amis jugent avec raison aimable.
Et quelles qu’ aient été les fréquentes incartades sexuelles de Gide, l’ un et l’ autre, sur ce point, s’ accommodèrent du secret, du moins pendant les vingt-trois premiéres années de leur vie commune – ce qui n’ est pas rien.’ (P124)

dyn005_original_301_600_jpeg_20344_7657f47ebd96120ed7248d7d114a28e9

De stilte lag aan de basis van hun huwelijk, nooit een verwijt, ook al bleek van dit huwelijk ‘l’ échec de son accomplissement physique’.

Ook niet in 1918, bij het verschijnen van Marc Allegret, toen zeventien.

Gide zelf zegt daarover:

‘Il n’ y a jamais eu entre nous ni explication ni discussion.’

Tot aan ‘Faux-Monnayeurs’ heb ik er alles aan gedaan om haar te overtuigen, om haar mijn leven te verduidelijken.
Al mijn vorig werk was een lang pleidooi.’

Nemer noemt het huwelijk wel de drager van een mogelijk ‘désastre intime’ maar ook een samenbrengen niet van een beul en een slachtoffer, maar van ‘deux volontés de puissance qui s’ étaient à la fois reconnues et méconnues.

Maar sinds 1892 al heeft Madeleine de scherpzinnigheid van André gewaardeerd:

‘Bien juste, comme notation de psychologie ta phrase; “Tu es plus forte que moi de tout ton silence.”

Neen, het is niet eenvoudig om een plausibel beeld op te hangen van Madeleine Rondeaux omdat er zovele incompatibele of contradictoire elementen (zeker met de hedendaagse maatstaven gemeten) in haar wezen aanwezig zijn.

Zeer intelligent. Deelgenoot aan een grote literaire cultuur waarvan haar brieven aan haar neef (André Gide) getuigen.
En niet van humor gespeend zoals we kunnen lezen in haar brieven van gelijke naar gelijke, zoals ze schrijft naar Francis Jammes en Paul Valery.

‘Mais dogmatique et cadenassée (met een hangslot afgesloten!) dès qu’ il est question de morale ou de religion:

“Sur les événements comme sur les gens, ses verdicts étaient définitifs et ne comportaient pas d’ appel; de ce qu’ elle avait jugé mauvais, elle décidait une fois pour toutes: “Rien de bon ne peut sortir de là”, et jugeait d’ après l’ acte ses consequences, quoi qu’ il advînt.
Rien ne la faisait revenir.”

(André Gide: Et nunc Manet in Te)

Geklonken aan de normen van haar milieu, bang dus van hetgene ‘different’ is.

De vragen stormen op ons af, we laten ze even aan de deur staan nu het mooie herfstlicht de rood geverfde tuinen vult.

dyn005_original_368_550_jpeg_20344_9d64affe80780825cb30beb8cfdb2bc2


BEZWAARD EN BEZWOREN

foot

Ik gebruik de foto van dit mooie beeld in de omgeving van Washington om de machteloosheid te illustreren, ‘les sequestrations’ zoals Monique Nemer haar volgende hoofdstuk betiteld.

Niet dat ze alleen eigen is aan personen met dergelijke Gidiaanse levenswandel, ik denk dat we allen de onmacht herkennen waarin we ons dagelijks proberen staande te houden tegenover wat men zo mooi ‘levensverwachtingen’ noemt, en die met het weglaten van de ‘w’ vlug omslaan in ‘levens-verachtingen’.

De loodzware aarde, en of dat nu de tijdelijkheid is, of de omgevingsdruk, of het beluisteren van radio-1, het opspringen uit de verplettering, het loskomen van deze dagelijkse zwaarte is ons zelden gegeven.

De figuur van Madeleine Gide mag ook daar een voorbeeld van zijn.
‘Si le grain ne meurt’ eindigt met deze zin:

En Emannanuèle, c’ était le ciel que mon insatiable enfer épousait. {…} A quelque temps de là, nous nous fiançames.’

 

En de tweede editie van Corydon eindigt met deze zinnen:

‘Après quoi seulement le garçon {…} songe à la femme – c ‘est à dire à se marier.’

 

De definitieve editie doet er slechts zes lijntjes bij die eindigen met:

‘ Sans rien ajouter qu’ un adieu, je pris mon chapeau et sortis, bien assuré qu’ à de certaines affirmations un bon silence répond mieux que tout ce qu’ on peut trouver à dire.’

popjes

00-004462

 

 

 

 

‘Se fiancer, se marier, se taire.
L’ identité des silences qui suivent l’ évocation de l’ engagement conjugal relie au moins autant ces deux textes que leur contenue explicite.
Silence imposé, sur la question homosexuelle, par la société.
Silence reconduit au cœur de l’ intime, avec une violence implacable, par Madeleine Gide.’

Het woord ‘violence’ verbaast ons, dat woord bij een vrouw bij wie we eerder ‘medelijden’ zouden betuigen…

‘…l’ épouse vierge cloîtrée à Cuverville, victime non seulement des aberrations sexuelles d’ un mari avec elle impuissant mais aussi, et surtout, de sa folle détermination à plaider publiquement pour son “anomalie”, entraînant le nom qu’ elle porte dans l’ opprobre.’

 

Het drama dat ze de ‘joies de foyer (forcement harmonieux) en eigen kinderen (forcement angéliques) moet missen maakt haar par excellence een slachtoffer, beeld waaraan Gide, verteerd door schuldgevoelens, heeft meegewerkt, wat hij bij vrienden “son drame secret’ noemde.

Erg gevat vraagt Nemer zich af of Gides drama het drama van Madeleine was?

Er zijn slechts enkele brieven van haar bewaard, maar geen enkel ‘document intime’.

‘Inutile de pousser en ces termes une investigation par trop soumise à la subjectivité – et à l’ anachronisme.
En revanche, l’ envahissement par le silence de ce couple d’ abord fondé sur le partage exalté des émotions esthétiques et religieuses, le rétrécissement de l’ espace de parole consenti à Gide par Madeleine puis l’ asphyxiant mutisme qu’ elle lui impose sur l’ homosexualité, valent d’ être considérés, tant ils ont à voir avec les stratégies d’ écriture, privée et publique, comme les mode de vie, qu’ il adoptera.’

 

Het eerste werk van Gide, ‘Les Cahier d’ André Walter’ waarin hij zijn nichtje Madeleine zijn liefde betuigt doet Jean Delay besluiten:

Madeleine n’ a jamais été la femme d’ André Gide, mais elle est demeurée l’ eternelle fiancée d’ André Walter.’

We zullen morgen proberen iets dichterbij deze raadselachtige vrouw te komen.


WET EN VERLANGEN (3)

AMOUR

 

Tenslotte was het op Corydon dat vriend en vijand reageerde en niet op de avontuurlijke seksualiteit van de auteur.

Monique Nemer onderscheidt twee groepen rond de auteur, met uitzondering van Madeleine Gide, die duidelijk te kennen gaf ‘n’ en rien vouloir connaître”.

Je had de groep die zijn seksuele voorkeuren deelde (Ghéon, Schlumberger) en die elkaar ontmoetten in de baden van Rue Oberkampf of rue Pierre-Levée, of die langs het onderste deel van de Champs Elysées zwierven, ‘hautes lieux de drague homosexuelle au début du XX siècle’.

En dan was er daarnaast een soort Gidiaanse familie die zich vooral vanaf 1918 rond de auteur had gevormd: Maria Van Rysselberghe, haar dochter Elisabeth, haar vriendin Aline Mayrisch, de aanbiddelijke Dorothy Bussy, en de zeer beminde Marc Allegret en vriend en auteur Roger Martin du Gard.

Vanuit Berlijn schrijft Martin du Gard aan Maria:

‘Excellente et calme causerie avec lui aujourd’hui après une très penible promenade ensemble hhier, où il avait cet œil enflammé et cette langue pendante que vous savez (je n’ avais pas d’ autre idée que de la’ abdonner à ses chasses…) Dans l’ ensemble il est “bien désaxé”.

dyn008_original_333_467_jpeg_20344_c7529666654eed4c4ffb71d69dcce2e7

Nemer laat aan Martin du Gard de verantwoordelijkheid voor het woord ‘désaxé’ maar ze kan niet naast een soort verslaving kijken.
Zo schrijft Gide zelf in 1916 in zijn Journal:

‘La verre d’ absinthe’ de l’ ivrogne n’ est pas plus attrayant que, pour moi, certains visages de rencontre- et j’ abandonnerais tout pour les suivre… Que dis je? Il y a une propulsion si impérieuse, un conseil si insidieux, si secret, une habitude si invéterée, que souvent je doute si j’en puis ‘echapper sans un secours venu d’ ailleurs.’

En zegt Monique Nemer, je kunt ook niet naast de vraag kijken of André Gide nu een ‘pédéraste’ of een ‘pédophile’ moet genoemd worden.

dyn008_original_333_471_jpeg_20344_86257021202da92c237d8f167819b579

En zeer wijs begint ze met de veel gehoorde vaststelling: ‘N’ empêche, Gide, de nos jours…’

Ik geef haar woorden weer:

‘Sur un sujet aussi sensible et, aujourd’hui, engendrant tant de confusion, le recours au droit, et à son évolution, n’ est pas superflu.
Première remarque: les termes “pédophilie” ou “pédophile” n’ apparaissent nulle part dans le code pénal, et leur utilisation fait appel à des références étrangères à la législation.
Les catégories retenues par la loi sont celles de “majorité” et de “minorité” sexuelles, différentes de la majorité civile.

In een tweede opmerking zegt ze dat de (Franse) wetgever zich pas in het begin van de 19de eeuw begon te interesseren voor de seksualiteit ten overstaan van kinderen.

De wet van 28 april 1832 bracht de leeftijd voor majorité sexuelle op elf jaar.
Die drempel werd opgetrokken in 1863 tot dertien jaar en bleef in voege tot in 1942 waar hij tot 21 jaar werd aangepast ‘en cas de débauche’.

Die leeftijdsgrens bleef ongewijzigd tot in 1975 waar hij weer daalde tot 18 jaar, althans voor hetero-relaties en bleef 21 voor homoseksuele relaties.

Dat verschil werd in 1982 ongedaan gemaakt.De huidige wetgeving in Frankrijk steunt op een wet uit 1997 en brengt de leeftijdsgrens voor beide groepen op vijftien jaar.

Gide leefde dus met een ‘drempel’ van dertien jaar, ‘age à partir duquel “une personne est considerée comme pouvant entretenir une raltion sexuelle avec un partenaire sans metre ce dernier dans l’ illégalité.’

Een vader die de auteur ‘Un malfaiteur, Andre Gide’ noemt heeft dan niet op zijn seksuele voorkeuren maar wel op de inhoud van Les Nourritures Terrestres die zijn zoon zou hebben vergiftigd.

Het begrip ‘paidohilie’ wordt alleen gehanteerd door de reeds eerder geciteerde dr. Laupt die het klasseert bij de “Cérébral paidophile” en er zelfs met een zekere ‘bienveillance’ over schrijft:

‘S’ il n’ a point aimé ou n’ aime point les femmes, aime du moins les hommes qui leur ressemblent. {…} Voisin de l’ occasionnel. Si l’ homme, pronostic assez favoralbe. Pourra souvent guérir, s’il n’ a point contracté d’ habitudes antinormales trop longues.
La paidophilie est au début, à peine une déviation, c’ est presque encore une appétence vers le sexe opposé. {…}

Il y a dans l’ amour pour l’ éphèbe, comme encore une recherchde de la femme.
L’ éphèbe ressemble à la femme en bien des points.
Au théatre les rôles des pages sont tenus par des femmes. Cela ne nous chocque point.’

Monique Nemer schrijft:

Mais le plus remarquable est sans doute le caractère “anodin” (goedaardig), pour reprendre le mot de Maria, de cette sexualité:

‘Je crois qu’ on ne saurait trop insister sur la singularité de son temperament {…: une sensualité si profonde, si exigante, si irrésistible, qui gouverne une part de sa vie et qui semble parfois comblée si aisément, si légèrement. {…}

Ceci est trop particulier pour être croyable, et il est naturel qu’ en général on juge sa dépravation égale à la duplicité où l’ entraîne son desir.
Et autre part, on voit très bien quelle excuses fallacieuses il doit trouver à ses lanières insinuantes et hypocrites quand on pense au côté si invraisemblablement anodin des agissements auxquels ells aboutissent.
Ces dispositions sexuelles particulières me semblent un clef importante pour comprendre Gide.’

Volgende week zetten we onze reis verder, bij leven en welzijn uiteraard.

dyn008_original_350_504_jpeg_20344_aa4cb71a83e5ad2003684ca7eae6ca5f


WET EN VERLANGEN (2)

ruimtereizigers

Engels volksvertegenwoordiger Noël Pemberton beweerde dat de geheime diensten van de Duitsers een lijst van zo’n 47.000 namen van homoseksuelen hadden, klaar om ze te chanteren.

De journalist Arnold White preekte een kruistocht tegen het homoseksuele Duitsland waar Sodomma en Gommorra het haalden op het heilige Jerusalem, en weldra zouden zij geheel ‘gezond’ Europa besmetten met wat Nemer zo mooi vertaalt als …l’ érotomanie boche.

Daardoor was de vijand al intra muros, want elke ‘sodomiet’ is een ‘boche’, en deze onzichtbare vijand zoals ook al Raffalovitch hem noemde in 1895, is een gevaar.

Mijn geliefd woord ‘onzichtbaar’ duikt weer op.
Men geloofde immers in een soort “franc-maçonnerie du vice” die elkaar overal herkenden, de beroemde netwerken dus uit de Doutroux-jaren.

François Porche heeft het in 1927 over een homoseksualiteit die…

‘..qui sera une vue du monde, laquelle comprendera une philosophie, une éthique, une esthetique, voire une politique, avec franc-maçonnerie, fiches, journeaux et revues, salons affiliés, expositions, campagnes de presse, lancements, intrigues, ententes secrètes, appuis et fraternités.’

Zelfs in 1938 sprak Michel Du Coglay nog van een “franc-maçonnerie pédérastique internationale”.

Daarmee is het sinistere drietal aangeduid: de homoseksueel, de jood, de vrijmetselaar.

En uiteraard waren deze samen met de ‘malfaiteur André Gide’ mee verantwoordelijk voor het Franse verval, samen met ‘Marcel Braunschvig, Jood, die de ‘intellectuele vrijheid’ voorstonden waarvan de vrijmetselaar een Belgisch minister was, Hymans.

Deze ‘drievuldigheid van het kwaad’ deed in 1931 Ramon Fernandez besluiten:

‘L’attitude de l’homme moyen à l’ égard du pédéraste est exactement semblable à son antisemitisme.’

dyn003_original_333_444_jpeg_20344_f26cb2551b6f46fe70acbba96d107879

 

En het is vanzelfsprekend dat dergelijke ideeën chantage en afpersing in de hand werkten zoals we kunnen lezen in het Journal van Jacques Copeau:

“Visite inopinée de Gh.
Avec une charmante verve, il me fait le récit de sa dernière aventure: supris avec Sch en flagrant délit par trois maîtres chanteurs, pillés tous deux de quatre cent cinquante francs, de leur montres et de tous les objets qu’ ils portaient sur eux et ne recouvreront aujourd’hui que contre un nouveau versement de quatre cent francs.’

Ja, zegt Nemer, achthonderd frank in die tijd, dat was niet niets.

En een verslag aan de procureur van 5 juli 1906 heeft het over een surveillantie in en rond de publieke zwembaden rue Oberkampf, plaats die Gide ook wel eens bezocht.

‘Au cours d’ une surveillance excercée aux bains précités, il a été remarqué que dans l’ après-midi, une douzaine de jeunes gens âgés de 11 à 18 ans, aux allures équivoques, s’ amusent autour de la piscine.’

Weinig resultaat alhoewel het verslag noteert dat

‘…la présence de jeunes gens efféminés et de voieux pédérastes, mais tous sont très méfiants.’

…waarmee verder niets kon bewezen worden.

Dat de Belgische politie ook actief was, bewijst een gebeurtenis uit 1921 waarbij Gides jonge vriend René Michelet met arrestatie wordt bedreigd en de auteur schrik heeft dat deze jongen net een exemplaar van Corydon bij zich zou hebben.

En al zegt Gide dat het woord dat Montherlant het meest gebruikt het woord ‘peur’ is, hijzelf beleefde ook angstige uren in Brussel, angst die hij later in zijn dagboeken beschrijft.

Brussel, een bruisende stad?

dyn006_original_376_550_jpeg_20344_45b0ae087c5176407f797f43778f7806


WET EN VERLANGEN

 

dyn006_original_376_567_jpeg_20344_797713976902536479c47c9f6b04bf6e

‘J’ ai peur qu’ une sorte de soif de martyre, si j’ ose employer ce mot pour une mauvaise cause, te pousse à cela.’

Aan het woord Madeleine Gide, vrouw van de auteur.
Hij kent de geschiedenis van de “slachtoffers”, want al lange tijd houdt hij een map bij waarin hij kranten- en tijdschriftknipsels verzamelt ‘des affaires homosexuels” met hun ‘parfois leur sinistre conclusion’ om Nemer te citeren.

In Frankrijk is homoseksualiteit gedecriminaliseerd sedert de wet van 25 september 1791 en daarna ook door de code Napoleon.
Dat is niet het geval in Engeland waar tot 1861 de doodstraf gold en daarna het reeds door ons beschreven amendement werd ingevoerd waardoor Wilde twee jaar in de gevangenis belandde.
In Duitsland, sedert de uitroeping van het keizerrijk, telt paragraaf 175 sedert 1871 die opnieuw de oude Pruisische strafwet opneemt ‘punissant la “debauche contre nature”.

We zagen al dat zelfs in Frankrijk met de zaak Renard de wet allerlei uitwegen gebruikte om deze geaardheid toch te straffen.
Homoseksualiteit bleef een misdaad: ‘en dehoirs des lieux privés, la notion d’ “outrage public à la pudeur”, matinée d’ “incitation à la débauche” permet une répression que facilite le flou des définitions.

dyn006_original_488_700_jpeg_20344_c0d9b431cd60939734974efd5f480bbc

En tijdens de oorlog maakte het verbod op alcoholverkoop het de zedenbrigades makkelijk om buiten toegelaten uren (vaak na verklikking) binnen te vallen ‘dans les maisons closes et autres “hôtels” spécialisés.

Zelfs Proust had er een aanvaring met de ‘wet’.
In januari 1918 werd dans un salon du rez-de-chausséé buvant de champagne avec trois individus aux allures pédérastes Proust, Marcel, 46 ans, rentier, 102, boulevard Haussmann’ er aangetroffen.

Bij die ‘invallen’ hadden de renteniers minder te vrezen dan de proletariërs, dat ligt voor de hand.

Naast het juridisch arsenaal waren het vooral de reputaties dioe eraan moesten geloven.
In 1902 wordt Alfred Fritz Krupp (de rijkste man ter wereld naar men zei) tot zelfmoord gedwongen nadat bekend werd dat hij op zijn villa in Capri jonge mannen zou onderhouden.

En in 1903 pleegt de Britse generaal Mac Donald zelfmoord nadat hij betrapt werd in een compromiterende situatie met Singalese soldaten.

Nog altijd in 1903 weigert Jacques d’ Adelsward-Fersen in te gaan op een chantage van een van zijn dienstboden en wordt hij aangegeven bij de politie en zoals we reeds vermeldden veroordeeld.

Er is het schandaal van de Alma die jonge telegramjongens en maîtres d’hotel van “personnalités Parisiennes des plus connues” in opsraak brengen.
Er is een protestbetoging van de vakbond van het huispersoneel en een goed woordje van Henri Ghéon ‘evoquant, pour Gide, cette affaire de “télégraphie sans filles”…

dyn006_original_290_410_jpeg_20344_994f97b238bd1d707a9d61bb5889d7c3

Grotere konsekwenties had het Eulenburg-schandaal dat in 1907 in Duitsland uitbreekt.

Een journalist brengt aan het licht dat in de onmiddellijke omgeving van Willem II één van zijn raadgevers en naaste vriend, de prins Philipp zu Eulenburg, en de militaire bevelhebber van Berlijn, graaf Kuno von Molkte verdacht werden vertrouwelijke gegevens te hebben doorgespeeld aan de eerste secretaris van de Franse delegatie in Berlijn, Raymond Lecomte, net zoals de twee Duitse heren een homoseksueel.

En zo werd de geaardheid steeds weer gebruikt om ‘lastige’ mensen uit te schakelen, een techniek die ook heden ten dage niet geschuwd wordt.

Op het proces dat twee jaar zou duren komt Magnus Hirschfeld als ‘expert’ getuigen en stelt hij bij Moltke een ‘onbewuste homoseksuele oriëntatie’ vast.

het is duidelijk dat mensen uit de hoogste kringen eerder werden gespaard dan de talrijke anonieme opgepakten.

Zo kreeg het publiek de indruk ingelepeld dat in dit geval landverrraders vaak bij homoseksuelen en…joden te vinden waren. (Hirschfeld was Jood en homosexueel)

De Eerste Wereldoorlog bracht geen verbetering.

‘Tout homosexuel est un traître potentiel, soit parce qu’ il adhérait à une Internationale de la débauche qui se rit bien du patriotisme, soit parce son vice, forcément caché, en ferait une proie facile à manipuler.’