SECRETS DE FAMILLE (3)

hirzmontag

In Mulhouse bestond er een ‘Hirzmontag’, dat was de maandag van carnaval.
Dan werden de ‘geldende’ regels omgedraaid: de vrouwen deelden de lakens uit.
Deze kaart uit 1900 is daar een sprekend voorbeeld van.

Ik zet dus de toon, want het gaat om ‘lakens uitdelen’, macht.
We hebben het in onze correspondentie vaak over deze term gehad en haar onderzocht bij diverse denkers en kunstenaars(essen)

Maar deze toonzetting was in het geheel niet aanwezig bij Gide en zijn (vrouwelijke) omgeving.

Laten we nuanceren, want de liefde voor nuances duidt op beschaving.

‘Si, un pourtant: les écrits de Gide sont très souvent misogynes. Sa vie ne l’ est pas.
Et qu’ on ne dise pas que son intérêt à l’égard de ces femmes n’est mû que par le sien: pour une docile et muette servitude, les prétendantes ne manquaient pas.’

En via Monique Nemer en la Petite Dame komen we te weten dat hij ten zeerste gecharmeerd was door de eeuwigdurige aanbidding van een arme onderwijzeres die zijn appartement vol bloemen liet zetten en hem al vijftien jaar verliefd onder brieven en bloemen bedolf.

‘C’ est effrayant d’être ainsi le culte unique éperdu d’une créature qui semble n’avoir rien d’autre dans la vie.’

…schrijft hij anderzijds aan La Petite Dame.

Maria, Aline, Dorothy, Elisabeth, het waren zijn meest nabije vriendinnen, tout en demeurant pour lui des femmes.

Martin du Gard zag dat anders.
Hij schrijft over La Petite Dame:

‘Je m’entends vraiment bien avec elle, et elle a maintenant sa place parmi mes amitiés viriles. Car ce n’est heureusement pas la femme qui, en elle, est mon amie. C’est un camerade de mon âge.’

dyn006_original_347_506_jpeg_20344_259483ba8ca5ea1cb860e2b4f32c549f.2

Billard heeft het over de verliefdheid die in vriendschap overgaat bij de Engelse Dorothy Bussy die zijn vertaalster naar het Engels zal worden.
De eerste keer dat ze Gide ontmoet is Marc bij hem, de jonge Marc, comme amant ou plutôt compagnon prioritaire de Gide.

dyn006_original_462_376_jpeg_20344_9fa857dbf1aa23963791c76beb7e4072.2

‘Elle n’ a pas à accepter une révolution, mais un état de fait, donné au départ, qui la trouble d’autant moins que ce type de situation est fréquent dans son entourage et correspond par exemple au mode de vie de son frère.
Elle n’a aucune raison de considérer Marc comme un obstacle aux ambitions de séduction qui vont développer chez elle, car, dans ce milieu Bloomsbury, on ne classe pas les gens par catégories sexuelles étanches: la bisexualité est fréquente et naturelle.’

Het ligt dus niet in onze bedoeling van een soort ‘roman familial’ te beschrijven.
We willen de nieuwe leefruimte verkennen waarin André Gide zich bewoog nadat in 1918 Madeleine hem niet meer wil aanhoren: ‘Ne dis rien, ne dis plus jamais rien.’

dyn006_original_362_482_jpeg_20344_caa0cdfc21836d0b0bea4d593b5f675d.2

Zwijgen in Cuverville.
‘Se taire avec les complices de jadis-éloignés, assagis, convertis.’

In 1919 zegt hij aan Maria en Aline:

‘Il n’y a guère qu’à vous deux que je puisse encore raconter mes aventures; mes amis renient leur jeunesse.’

Er is dis de nood an het klankbord, maar ook aan de eiking van zijn leven.
Ouder wordend (hij is dan 50) zoekt hij steeds opnieuw naar een herdefiniëring van zijn doen en laten, net als van zijn literair werk.

dyn006_original_491_326_jpeg_20344_7ae961d8f8da483aae66ca0107b53ca9.2.

De tijd die ons scheidt, valt weg.
Ook dat mag liefde heten.


SECRETS DE FAMILLE (1)

dyn002_original_376_373_jpeg_20344_78d6791bc7c4078dff6c5a6128920f12.2

Al is Gides uitroep dat hij families haatte vaak bekender dan zijn leven en werk, zijn leven lang is hij op zoek geweest om zelf een familie rondom zich te verzamelen, familie die niet op bloedbanden (vreselijk woord) berustte, maar zich eerder naar geestelijke verwantschap vormde.

Hier komen de twee boeken die ik als leidraad gebruik samen, ja ze verwijzen zelfs in elkaar.
En laat me het citaat van La Petite Dame gebruiken waarmee het hoofdstuk in de Roman Secret opent:

‘Les complications de notre cas, le côte douteux, comme suspendu, de nos rapports, la beauté de notre sincérité, nos vérités, sont differentes.’

Schaart de familie zich als één man of vrouw vaak achter dezelfde waarheid, hier worden ‘les liens, les rapports’ juist als waardevol onderschreven door hun verschillen.

Tot nu toe noemde we vaak namen, enkel om de persoon in zijn functie van het moment aan te duiden.

‘Ces noms, jusqu’ alors, désignent des sources d’ informations, ou des comparses restés dans les coulisses de l’ action.’

Tijd dus om even achter die ‘coulisses’ te gaan kijken. Een tijdverdrijf waar we gek op zijn als ik de talrijke krantenartikels zie die proberen achter de intieme sferen te ‘gluren’, en als die sferen er niet zijn, ze dan maar te maken.

Zo citeert Monique Nemer in haar hoofdstuk ‘Femmes, je vous aime’ een brief van Madeleine Gide uit april 1902 waarin ze nieuwsjes uit Cuverville aan Ghéon beschrijft.
Ze besluit de brief met “Bonnes amitiés de vos- André Gide’, zij dus en haar man .
Maar in april 1922 informeert Martin du Gard zijn vrouw Hélène over zijn dagelijkse Parijse bezigheden:

‘Ce matin déjeune chez Jouvet, j’ ai un thé avec les Genoz et je vais avec “les” Gide à Pittoëf’

En dan zijn de Gide niet André en Madeleine maar Marc Allégret, Maria Van Rysselberghe (la Petite Dame) en Aline Mayrisch die ‘La Mouette’ zullen gaan bekijken.
De haakjes die “les” vergezellen zijn trouwens niet van mij maar van Martin du Gard.

dyn002_original_476_349_jpeg_20344_2086f4e424c0835003894c50f8f4873c.2

Maar wie en vooral wat zijn dan ‘les Gide’? vraagt Nemer zich af.

‘Un clan? Une communauté? Ou une famille?
Un peu tout cela à la fois, avec des dominantes qui évolueront, au cours des années, sélon un itinéraire où l’accident, l’imprévu, aurond autant de place que le mûrement déliberé.’ (p209)

Met andere woorden, het antwoord op die vragen hangt vooral af van de omstandigheden waarin me ze stelt.

Laten we even orde op zaken stellen en terugkeren naar Billard die naam en toenaam geeft:

We zijn in 1918: Gide (bijgenaamd Bipède of Bypeed) en Maria Van Rysselberghe (la Petite Dame), haar dochtertje Elisabeth (Beth in de wandeling), Aline Mayrisch (afgekort tot Loup).

Door de verhouding met Marc komt er ook een andere verhouding van Gide tegenover Elisabeth, en het einde van de oorlog opent nieuwe fronten (?) voor de hernieuwde relatie met ‘les Mayrisch’ in Luxembourg.
De relatie met Dorothy Bussy zal dan weer vlug uitdoven. (elle habite en France)

Waren de jongens in Gides leven zeer belangrijk, vaak als vrienden of zelfs als vijanden, als seksuele partners, ‘…les femmes y sont assez présentes pour dégonfler le procès en machisme qui lui est parfois intenté.
Outre la part décisive prise par sa mère et sa femme dans sa vie affective, et la longue configuration de sa sensibilité, bien des femmes eurent avec lui une rélation d’une grande densité.’

En dan vooral de vier vrouwen die we hier reeds aanhaalden en die via hun Journal, correspondenties, hun boeken, hun levens bekend maken, met uitzondering van Elisabeth want daarvan blijven de archieven onbereikbaar.
‘Dommage: elle avait vocation à tenir le premier rôle’, zegt Billard.

Deze markante persoonlijkheden zullen we de volgende dagen proberen te volgen in hun ‘samenleven’ met André Gide.

‘Familles, je vous hais!’ roept hij uit in zijn Nourritures terrestres’ en Billard:

‘Comment ne pas aimer la famille que l’ on s’est choisie?’

dyn002_original_319_731_jpeg_20344_ac46eac229654f51dc71a8d11acf60a5.2


(de beeldjes hierboven zijn van Fredie Kok, kijk maar even bij: http://www.fkskeramiek.nl)


‘

HET BELOOFDE LAND EN HET VERLOREN PARADIJS (5)

 

dyn004_original_476_333_jpeg_20344_cd9efaa861bce81c05dabf2eb4827090.2

Misschien had ik ook kunnen schrijven: verlies en verloren zijn, en dat langs beide kanten.

Wij zijn in onze ethiek gewoon steeds over schuldig en onschuldig te spreken waar het in veel gevallen gaat om wederzijds verlies of verloren zijn.

Marc zal van dit verlies en verloren zijn niet veel voelen.
De correspondentie tussen Gide en Marc was nooit zo warm, een vader en een zoon, een meester en zijn leerling, en…wederzijds, dat mooie woord: ‘réciproquement’

Hun relatie evolueert, ‘elle demeure cardinale’.

Nog maar net is Gide uit Cambridge vertrokken of Marc voelt zich nog vrijer dan tevoren.
Maar al vlug blijken ook de ideeën en de plannen stil te vallen nu de ‘regisseur’ naar huis is.
En daarbij komt het einde van de vakantie, iedereen keert naar huis terug en de Perse School wacht.
Elke morgen om 9 u.
Uit Marcs dagboek van 31 september: ‘enrhumé, reste à la maison, lis L’Idiot‘, en de 1ste oktober: ‘Pas a la school. Lis ‘L’Idiot.

dyn004_original_476_634_jpeg_20344_60c2da03b6e8a422c382dd3af267f5dd.2

Die ‘verkoudheid’ is echter geen schoolziekte want ze slaat om in een ware longontsteking en tot einde december zal zijn gezondheidstoestand op en neer gaan zodat het vertrek naar Engeland, gepland rond 1 november, wordt uitgesteld tot in januari.
Marc en Gide vieren dus gescheiden hun 18de en 49ste verjaardag.

In Marc brieven lezen we afwisselend ‘supplication’ en ‘provocation’.
Enige ironie is hen beiden niet vreemd.

“Cher” is zo’n beetje het sleutelwoord van de ‘clan Gidienne’, of ‘mon vieux cher’, en dat wordt beantwoord met ‘Pour Gide, mon ami’, ‘Mon bon suroncle’, ‘mon cher bipède’, uitdrukking die daarna de koosnaam voor Gide wordt in de Gide-stam.

Nu hij ziek in zijn bed moet blijven en ook de feesten rond de wapenstilstand heeft gemist, schrijft hij:

dyn004_original_476_604_jpeg_20344_44d6260d5869ab86ac2a331f631e9e02.2

‘Tu peux imaginer ma tristesse et ma rage effroyable d’ être dans mon lit quand tout le monde dansait, criait, chantait. De ne pouvoir aller, courir, hurler, ça m’ a mis dans un état de folie, voisin du désespoir.’

cocteauWat de provocatie betreft heeft Marc zijn voorbeeld in Jean Cocteau gevonden.

Cocteau is dan 29, erkend als jonge dichter, volop bezig met zijn territorium en reputatie uit te breiden.
Hij heeft een zekere bewondering voor Gide en hij kent Gides invloed in de wereld van de uitgeverijen.
Van zijn kant heeft Gide een afkeer van het modernistisch maniërisme van Cocteau, van zijn grenzeloze ambitie en van wat Billard zo mooi ‘ses fanfares médiatiques’ noemt, maar hij heeft zeker sympathie en achting voor zijn talenten en zijn vitaliteit.
En natuurlijk is Cocteau niet blind voor de schoonheid van Gides ‘neveu’.

Op zijn beurt is Marc geboeid ‘par les acrobaties avant-gardistes’ van de jonge schrijver, meer dan door ‘la rhétorique humaniste’ van de oudere soortgenoot.

Gide heeft zijn jonge vriend meegenomen naar de jonge kunstenaar en nu krijgt Marc in Cambridge een brief aan van Cocteau.

‘C’ est un Dieu’ schrijft Cocteau daarna aan Gide.

De volgende vier jaar zal het drietal in een vreemde verhouding tot elkaar ‘un drôle de jeu’ spelen, ‘en habillant leurs relations finalement assez paisibles (sauf sur le plan littéraire) des atours d’ une comédie de boulevard (een soap zouden we nu zeggen), sans véritable consistance.’

Een andere manier om te provoceren is het beschrijven zijn ontmoetingen met de vrouwelijke kant van de samenleving.
Eens de hevige koortsen voorbij zijn, schrijft hij in november aan Gide omtrent Margret “qui adore se faire peloter ce qui me va aussi.”
Meer over deze speelse verkenningen, morgen, bij hetzefde leven en welzijn uiteraard.


GELUK TEGEN EEN ACHTERGROND VAN OORLOG

soldatenschilderij

En zo komt de maand juni 1918 dichterbij, en daarmee ook de reis naar Cambridge.
Toch duiken er nog allerlei hindernissen op: Gide krijgt in mei zijn visum, maar dat van Marc wordt geweigerd.
Alleen als hij kan bewijzen dat hun beider aanwezigheid nodig is voor zijn werk zou hij een visum voor zijn jonge reisgenoot kunnen krijgen.

‘Il faut donc mais c ‘est bien tard, lancer une nouvelle rafale de SOS à travers le réseau des relations gidiennes dans les ministères, les ambassades, schrijft Billard.

 

Maar na enkele dagen is ook die klus geklaard.

Er is door een vriend voor logement gezorgd in Cambridge en in Londen, en Marc werd in een lyceum ingeschreven.

Bild+9

Ook financieel heeft Gide voor de nodige fondsen gezorgd: de voorschotten op Si le grain ne meurt en Corydon vullen de reisbeurs:

‘La bourse de voyage s’ est trouvée brusquement remplie…Mon amour pour toi me donne du genie.’

 

Ook van het huisfront komt er alleen maar goed nieuws.
Vanuit Afrika, Douala schrijft Marcs vader:

‘Que te dire de tout ce qui me remplit le cœur? Simplement Merci. Tu es l’ oncle, le vice-père et il m’ est très doux que tu veilles sur eux.
En tout, tu juges et agis comme j’ aurais aimé pouvoir le faire pour eux.’

 

Maar er is een andere bedreiging: het grote Duitse offensief tussen l’ Aisne en de Marne.

dyn010_original_500_356_jpeg_20344_b4c0922607da8da6611dc4a183e1f424.2

Op 27 mei lanceren de Duitsers een groot offensief op l’ Aisne en de Marne.
Ze veroveren heel vlug terrein en weldra is Parijs bedreigd.
Het is duidelijk dat dit offensief over de afloop van de oorlog zal beslissen.

En daarmee komt hun reis naar Cambridge in het gedrang.

‘Sur quel horrible fond de guerre, nous édifions notre bonheur!’ schrijft Gide aan Marc.

De reeds eerder ten toneel gebrachte tante Leonie vraagt hem de reis te annuleren, (want Marcs baccalauréat komt in gevaar!) en moeder Suzanne zegt dat ze Marc alleen maar laat vertrekken als Gide het akkoord krijgt van de directrice van het lyceum Victor-Duruy.

Maar Marc bewerkt zijn moeder en zegt dat hij dadelijk bij het leger gaat als hij niet weg mag.
En Gide informeert zich via zijn vriend Jean Schlumberger over de militaire stand van zaken.

De Duitsers rukken op tot Château-Thierry, en dat is dus op minder dan 100km van Parijs.
Maar daar stuikt het offensief in elkaar.
De Duitsers zijn aan het einde van hun krachten en trekken terug.
We zijn dan de 18de juli, het begin van het einde van de oorlog.

‘Cela fait un mois déjà que nos deux aventuriers de la liberté ont remporté leur victoire et quitté la France.’

Maar of daarmee geen andere (koude) oorlog is begonnen?


IK BEN SLECHTS EEN WACHTZAAL

015

In april 1918 beschrijft Marc in een brief van vijftien velletjes zijn avonturen met Tati en Sara.

Gide reageert met een ‘plaisir croissant’:

‘Comment peux-tu croire un instant que ta fantaisie puisse m’ ennuyer ou me déplaire?
Je dirais bien qu’ elle est est ce que je préfère en toi, si je savais en toi préférer quelque chose et si je ne t’ aimais pas tout entier. Je halète à l’ idée de te revoir.’

En het is inderdaad in zijn jeugdige excessen en zijn net zo jeugdige gebreken dat Marc zijn meest effectieve ver leiding ontdekt.

Gide analyseert dat fenomeen:

‘”s’ il n’ a pas plus à apprendre de ses défauts qu’il n’ aurait profit, lui, à acquerir les qualités que je voudrais lui enseigner.
Ce qui m’ attire en Marc, c’ est aussi ce que j’ appelle ses défauts – qui ne sont peut-être que des qualités poëtique: insouciance, turbulence, l’ oubli de l’heure, abondon total à l’ instant…
Et comment cette audacieuse affirmation de soi qui me plaît tant en lui irait-elle sans quelque égoïsme?”

Er is dus naast zijn pedaogische bekommernis ‘une large marge d’ initiative au jeune homme’ zoals Billard terecht opmerkt.

wachtzaal bos

‘Je ne suis qu’ un hall d’ attente.’ schrijft Marc aan Gide.

En Gide:

‘Je voudrais que tu n’ admettes en toi rien de ce qui enlaidait. Rien de ce qui est interessé n ‘est beau.
Si, dès à présent, tu ne te montres pas très strict vis-à-vis de toi-même, très exigeant à te rendre à toi même des comptes (Oh, je parle symboliquement) alors, il faut que jer te dise adieu – car il m’ est insupportable de ne pas pouvoir t’ accorder ma pleine confiance, et comment le pourrais-je si…”

 

Deze moraal beantwoordt aan een soort levenshygiëne die hij aan Marc zal uitleggen:

‘Etre de moins en moins exigeant des autres et de plus en plus exigeant de toi, tel doit être ton programme et c ‘est là le secret de la vraie liberté.
L’ art ne s’ obtient que par contrainte et jamais par laisser-aller.’

Natuurlijk wil hij met deze levenslijnen ook zichzelf beschermen.
Hij legt aan Marc uit dat hij geen misbruik kan maken van het krediet dat hij als ‘oom’ krijgt, en dat anders de deuren zich voor altijd voor hen beiden zullen sluiten.

Sommige literaire en politiek kringen zullen maar al te graag het woord ‘pervertisseur de la jeunesse’ in de mond nemen, dus:

‘…Favoriser l’ épanouissement de quelqu’ un qu’ il aime, désarmer les faux-monnayeurs qui falsifient son œuvre: ces deux missions convergent vers une même nécessité d’ enseignement moral et de réussite pédagogique auprès de son “petit Marc”.

dyn010_original_390_474_jpeg_20344_983b398f7b19f053d2e0c8ce8c7ad425.2

En natuurlijk is de moraal niet het enige open venster, Gides raadgevingen bestrijken allerlei terreinen, terwijl Marc niet aarzelt om hem allerlei vragen over zijn leerstof te stellen, zeker over problemen die hij niet dadelijk zelf kan oplossen.

Maar ook de gedichten die Marc (uit plezier?) van buiten leert, komen ter sprake en het is verbazend hoe goed en juist hij Rimbaud en Verlaine kan citeren in zijn brieven.

En nu het vertrek naar Engeland nadert, roept Marc Mallarmé te hulp:

‘Fuir, là-bas, fuir! Je sens que des oiseaux sont ivres
d’ êtres parmi l’ écume inconnue et les cieux.’

En bij het ontdekken van Gides boeken identificeert hij zich vaak met een van de personages.

En Marc blijft ook Marc, met veel humor, met citaten en platte uitdrukkingen, maar ook met veel verve zodat zelfs Jean Schlumberger zijn literair talent herkent.

En al herkent Gide niet dadelijk een toekomstige Nobelprijs in hem, zijn geschriften betoveren hem en hij schrijft hem zelfs een vers:

Tes lettres me mettent la tête à l’envers
et les sens en ébullition.
Je ne sais si je dors ou veille
Je ris. Je bous. Je m’ émerveille
Des petits tétons de Mireille
Et de tes airs si polissons.

Die ‘Mireille’ is een meisje dat Marc in Limoges leerde kennen (qui est assez crevante, assez bien tournée, avec une petite poitrine qui me fait gondoler chaque fois que j’ y pense, très rigolo…)

Een jongen van bijna achttien dus. In 1918 wel te verstaan.

dyn010_original_390_292_jpeg_20344_465fbb156377375b9b12a21176d54ba5.2


MIJN HART LACHTE TOEN IK JE GESCHRIFT HERKENDE

0_1671_74d3fb9d_L

De intense correspondentie tussen Marc en Gide waarvan er zestig brieven zijn uitgegeven in het boek Correspondance André Gide – Marc Allégret, maken de verschillende perspectieven waarmee we gisteren eindigden, duidelijk.

Natuurlijk zijn er meer brieven, maar die zijn aan de archieven ontsnapt, vernietigd, of “reservées”.

Ze geven al wel de intensiteit aan waarmee beiden hun relatie beleefden.
Je vindt die intensiteit ook in de tekst zelf.

Marc beklaagt zich over het tekort aan vrijheid, een perspectief dat naarmate hij ouder wordt minder besproken moet worden.
Hij schrijft met veel humor, en naarmate hun relatie zich verdiept schuwt hij ook de emotie niet, iets waarvoor Gide -die intussen de bijnaam “Sur-Oncle” kreeg- ten zeerste gevoelig is.

De vertrouwelijkheid die tussen hen beiden groeit, maakt het mogelijk dat ze vrij over hun gevoelens durven schrijven.
Er zijn natuurlijk verschillen tussen hen beiden, daarvoor zorgt hun status en hun leeftijd, maar Billard zegt daarover:

‘Quelles que soient ces différences, il est essentiel pour eux de préserver la confidentialité de ces sentiments et du complot en cours.’

Ze vertrouwen elkaar ideeën toe die in familiekring niet kunnen geuit worden.
Marc stopt een van zijn brieven in een stevige omslag zodat Gide niet dadelijk de afzender herkent, maar eens hij het geschrift heeft gezien schrijft hij:

‘J’ ai hurlé de joie, et tout mon cœur riait et bondissait en te lisant.
O, mon plus jeune ami! que tout ce que tu me racontes de toi me touche.
Mon compagnon chéri, que je te dois déjà de bonheur!’

dyn005_original_537_357_jpeg_20344_3504e7e2b9f798eb8c7d6b4b000a2c5e.2

Soms moet Gide lang op antwoord wachten, en hij staat doodsangsten uit als brieven te lang wegblijven.
Aan zijn vriend Jean Schlumberger schrijft hij:

‘Je vis dans les transes au sujet d’ une lettre que je me suis laissé aller à écrire au jeune{…} J’ imagine des catastrophes!’

Maar even later schrijft Marc drie opeenvolgende brieven zodat hij zich moet haasten om ze allemaal te beantwoorden.

Ze nemen maatregelen om aan de mogelijke familiale indiscretie te ontsnappen.
Marc suggereert aan Gide om twee brieven in dezelfde envelop te steken, in de ene gaat het over de studie, de gezondheid, de “toutes ches choses à présenter à toute réquisition des agents de la compagnie”.
In de andere brief “tu me répondrais aux questions et aux choses que je te dis “entre nous deux” et qui seraient pour moi tout seul.”

Zo kan bij ontvangst de ene brief vrij circuleren en kan Marc de andere bij zich houden.
‘L’ association Gide-Marc s’ organise’

In de brief van 31 oktober schrijft Gide voor de eerste keer over zijn pedagogische funtie en over de morele zin die hij aan zijn relatie wil geven:

”Chaque effort que tu donnes aujourd’hui est une promesse d’ aisance, de délivrance, de joie, de noblesse, et de liberté: crois- en ton vieux oncle qui voudrait te parfaire et t’ orner de tout ce qu’ il y de meilleur dans la vie.
Il faut que tu sentes que je t’ aime beaucoup- que j’ aime celui que tu es, et plus encore celui que tu dois être, que tu vas être, et que je veux t’ aider à découvrir.’

Hij zal levenslang die woorden waar maken.


DE ONTSNAPPING

dyn005_original_462_363_jpeg_20344_f2fde5682d8df0af216da701a3d21a87.2

Laten we eens met Mallarmé beginnen:

‘Fuir! là-bas fuir!
Je sens que des oiseaux sont ivres
d’ être parmi l’ écume inconnue et les cieux’

Voilà, en zowel l’écume als les oiseaux in de vorm van engeltjes in het zwerk zijn aanwezig om dat ‘ontsnappingsgevoel’ weer te geven.

In een brief van september 1917 schrijft Gide Marc dat “La Tante Léonie Iere’ ‘a manifesté son désir de me voir’.

Die tante Léonie Allégret, zus van Elie, vader van Marc ter memorie, is het bastion van l’ école publique laïque et obligatoire.

Celibataire gebleven was ze een van de eerste vrouwelijke leerkrachten geschoold door de Normaalschool te Sévres.

dyn005_original_462_558_jpeg_20344_bd87763bb9e1da399863449348941136.2

Ze is daarna een van de eerste directrices van een Parijs lyceum geworden, ze is dus voor Suzanne Allégret een vanzelfsprekende consulent voor schoolproblemen.

Het komt er dus op aan om tijdens dat bezoek met Marc in contact te kunnen blijven, van zijn gezelschap te genieten, de se ménager avec lui des heures d’ intimité, om het met Billard te zeggen.

Voor een groot gedeelte is Gide opgehouden in Cuverville, dat was een afspraak met Madeleine, en zeker ook omdat haar gezelschap, haar tederheid hem dierbaar is.

Daar ook vindt hij de stilte om aan zijn veelvuldige projecten te werken.
Toch kan hij van tijd tot tijd, tot driemaal toe tijdens dat laatste trimester van 1917 ontsnappen.
Hij vertrekt voor twee dagen maar blijft een week in de hoofdstad.

Het is natuurlijk een schrale troost, en er worden andere plannen gesmeed om Marc aan zijn schooltaken en familie ’te ontrukken’.

Natuurlijk zijn er de lange vakanties, maar ook dan eist de familie haar rechten ook op.

Zo ontstaat bij Gide het plan om drie maanden naar Engeland te reizen, naar Cambridge, intellectuele haard voor Britse intellectuelen.

Gide zal voor de praktische zaken zorgen, visas, transport, geld, contacten en een plaats voor enkele maanden aan de universiteit.

Maar…hoe moet hij de toelating van de Allégrets krijgen?
Hij zal er zeven maanden voor moeten onderhandelen.

Bij tante Leonie wordt Marcs schooltoekomst besproken, en papa Allegret wil terugkomen uit Kameroen omdat hij naar eigen zeggen:

‘Pour Marc, je reste consterné de le voir grandir si vite.
Hier, c’était encore un enfant. Il devient fort…énorme…c’est désolant. Il était si charmant
Oh, je sais bien qu’ il l’est encore et je me persuade qu’il ne perd aucune de ses qualités mais j’aurais aimé pouvoir le suivre mieux et pas à âs assister à son développement.
Mais que de fois j’ ai pu souhaiter pour lui un changement total d’atmosphère- un dépaysement.’

Die ‘verhuisplannen’ zijn dus geen goed nieuws voor Gide en terwijl Marc in Limoges verblijft omdat de Franse scholen elk moment kunnen sluiten uit vrees voor Duitse bombardementen, probeert Gide zijn Engelse plannen verder uit te werken.

Gide zorgt ervoor dat Marc in Engeland een snelcursus Engels kan volgen om er daarna aan een Engels instituut zijn baccalauréat voor te bereiden dat hij in oktober 1918 in Frankrijk moet afleggen.

Voor Marc zelf zijn de plannen nog vaag maar als er meer duidelijkheid komt is hij gehaast om te vertrekken, want het avontuur lokt hem meer dan de préoccupations et du magistère de l’ Oncle André.

dyn005_original_462_401_jpeg_20344_be56ceb1a4c22e040b60adfc41cfd503.2


BETALEN VOOR JE OVERTUIGING, TOT DE LAATSTE CENT

3401164FOE

Toch schrijft Gide in 1917 aan Schlumberger:

‘Il m’ est à peu près intolerable d’ accepter que {les choses d’ esprit} soient soumises à la raison d’ Etat comme le reste, mais acceptant que certaines vérités soient inoppurtunes, c’ est aussi ce qui me fait traiter d’ œuvres posthumes tout ce que je me sens en humeur d’ écrire aujourd’hui’

Je voelt de noodzaak, entegelijkertijd de aarzeling.

Ik moet in feite een probleem reactualiseren waarvoor ik, wat mezelf betreft, al lang een oplossing heb gevonden, in die zin dan dat het probleem me niet meer tormenteert.

We weten dat voor hem een werk zich moet manifesteren, en Sartre ziet het helder:

‘Ecrit par un étourdi, Corydon se fût réduit à une affaire de mœurs; mais si l’ auteur en est rusé Chinois qui pèse tout, le livre devient un manifeste, un témoignage, dont la portée dépasse de loin le scandale qu’il provoque.
Cette audace précautionneuse devrait être une “Règle pour loa direction de l’ esprit”: retenir son jugement jusqu’ à l’ évidence et, losque la conviction est acquise, accepter de payer pour elle jusqu’ au dernier sou.’

Zo ontstaat de tweede uitgave, 21 exemplaren -pas un de plus- op 15 maart 1920, in feite bijna vijftien maanden nadat hij Verbeke in Brugge de opdracht had gegeven.
(de naoorlogse restrictie op het papier en de moeilijkheden om bankzaken te regelen tussen België en Frankrijk zijn daar mee de oorzaak van)

Het zal dan nog vier jaar duren eer Corydon een publieke uitgave realiseert.
In augustus 1923 stuurt hij de definitieve versie naar de drukkerij en het zal Gaston Gallimard zijn die het onder auspicieën van de NRF (Nouvelle Revue Française) zal laten verschijnen.

dyn002_original_470_641_jpeg_20344_15dab69ae1ec683c56ba7aee71bf4cca.2

Zo schrijft hij op 25 juni 1924 aan zijn vriendin Dorothy Bussy:

‘Corydon est sorti de sa cage vendredi dernier.’

Hij verwacht zich aan het ergste, en het ergste gebeurt ook, namelijk…niets.

Verwachtte hij een soort “sort Wildien”?
Dacht hij dat de massa onder zijn raam zou samentroepen en hij tot een gevangenisstraf zou veroordeeld worden?

dyn002_original_347_456_jpeg_20344_0bfeea61e5781a60bd9b437084a90f85.2

Aan Marc Allegret schreef hij in 1918:

‘Wilde prétendait qu’ en France avant Verlaine, il n’y avait eu que deux grands poètes: Baudelaire et Villon (Remarques-tu que tous ceux-ci ont été condamnés!) et condamné Flaubert et condanmné Dostoïevsky. Condamnés tous ceux que j’ admire.
Certains jours leur prison me fait envie.”

‘Er komen brieven binnen met gelukwensen, zelfs van erg onverwachte kant (met uitzondering van Mauriac), maar ik ben gewaarschuwd dat de Dadas (Breton en Soupault) op oorlogspad zijn.”

Ook valse hoop want in het openbaar doen ze niets.

Het blijft stil.
Ja er zijn brieven met erkentelijke boodschappen, en er is een Anti-Corydon, maar de aanvallen zijn zo armzalig dat hij naar eigen zeggen er beschaamd van wordt.

Er is een artikel van Léon Bazalgette, de vertaler van Whitman, waarin hij vooral zijn gelijk denkt te halen bij de vertaling van Whitmans verzen, en ook in het najaar gebeurt er niets opmerkelijks.
Er komt zelfs een aanvraag voor een Amerikaanse vertaling, maar die zal uitblijven tot…1949.

Van 1907 tot 1927 heeft Corydon gewacht tot wat Martin du Gard ironisch “une bombe” noemt.

De weinige reacties minimaliseren het werk, doen het af als onbelangrijk, en in feite voelt Gide al aan dat zwijgen wellicht het ergste is waarmee je je vijand kunt treffen, iemand dood-zwijgen.

André Germain formuleert het alzo:

‘Avouerai-je que c’ est avec une certaine mauvaise humeur que j’ aborde ce Corydon, apparu en un moment où les bouleversements politiques, financiers, économiques de notre globe nous préoccupent plus que ses tremblements de terre sexuels?{…}
La crise du facisme, la situation de franc nous angoissent tellment que nous n’ avons plus qu’ un regard négligent vers les problèmes psychologiques, éthiques et zoologiques que M. Gide tente de soulever.”

Een uitspraak die inderdaad bewijst dat er met het ‘facisme’ in Frankrijk grote problemen zijn!
We laten Gide nu niet in de steek, volgende week meer.


ZOTTEN EN ZIEKEN (2)

 

dyn010_original_333_367_jpeg_20344_b1527a703a459eee5f2c2ee18cca24ab.2

Tussen de mythologie en de werkelijkheid, Ganymedes en het mooie tweetal uit You are not allone, ligt de geschiedenis der mentaliteiten zoals Monique Nemer die beschrijft aan de hand van Corydon, citoyen.

dyn010_original_362_456_jpeg_20344_14bbfda3f94a4fd2e75045eda9b8b1e8.2

Het verhaal dat dr. Laupts vertelt omtrent Oscar Wilde heet nog ‘paradoxomanie’ en je moet maar één rapportje van “deskundigen” lezen over je eigen zieletoestand om te beseffen dat dit gooien met medische termen vaak veel onmacht verbergt om de mens in zijn zielenleven te benaderen, dus zeker niet te begrijpen.

Want al die ‘rare’ ideeën, dat geïnverteerde gedrag, het moet ergens van komen, en het is mooi hoe de heterofiele massa (als die zou bestaan) zich onmiddellijk naar de ‘buitenkanten’ van het bestaan richt om aldaar de nodige afwijkingen te ontdekken.

Quand on prétend, par principe, vivre à contre-pied des autres, on commence par adopter des idées diamétralement opposées aux idées reçues; puis on parle autrement, on cherche les mets bizarres, les vêtements absurdes, les fleurs peintes…

Dans la domaine des mœurs, c ‘est le commencenment des professions de foi perverses, des curiosités malsaines, des récherches suspectes.
Quoi de plus naturel que l ‘acte anti-naturel!
A force de le proclamer, le poseur finit par le croire.
Il se laisse prendre à ses propres filets et s ‘invertit.

Aldus dr. Laupt in zijn eerder geciteerde boek.

Als goede raad om het te voorkomen: niet te veel vlees eten, en zeker niet te veel met het intellect bezig zijn, laat staan kunstige belangstelling tonen.

dyn010_original_362_483_jpeg_20344_d300725527d5037bc44ac0f26766cb68.2

Met de binaire indeling homme-femme en femme-homme, onderverdeeld in “inverti(e)s-né(e)s” en “inverti(e)s occasionel(le)s kon je natuurlijkniet veel kanten uit.

Zo schrijft Laure Murat:

‘Comment concilier dans un même famillie nosologique le prostitué des faubourgs et Michel-Ange, la tante proxénète et Louis II de Bavière, la tribade des prisons et Christine de Suède, les dégoûtations de la fange et l’ éclat des couronnes.”

dyn010_original_362_543_jpeg_20344_c879e588ac159d37f4bf3326ad157e6b.2

En opnieuw stotteren de begrippen.
Wat te denken van “fou lucide”, de “dégéneré supérieur”?

En je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat, want dan duikt er ene Camille Spiess (!!) op en die wordt “apôtre d’une ‘androgynosophie (waw) masculinisante’genoemd, en lees jezinnen als:

“péderastie sensuelle” qui n’ est que “le sexe inférieur du Juif préliminaire et du métis passager, impuissants à montrer vers la cime, leur sève…{…} incapables de se hisser au sublime sommet où resplendit l’ épistème:

‘En faisant l’ apologie de la pédérastie unique et platonique, je fais l’ éloge de l’ homme, du génie, du troisième sexe fort, unique et platonique. …
En résumé, la régénération, la bisexualité asexuelle, poétique, pédérastique ou parthénogénétique, la génialité, l’ amour unique et platonique del’ Origine ou de l’ Androgyne, de l’homme normal, tout entier, dont le cœur est dans la tête, de l’homme qui ne sort jamais de son milieu, n’ est pas la génération, l’hétérosexualité des déséquilibrés obsédés, -des cocons, des cocus et des dégénérés.

Aldus Camille Spiess in ‘Pédérastie et Homosexualité, Paris 1917

Die Spiess had enorm veel invloed op zijn tijdgenoten.
dyn010_original_290_505_jpeg_20344_9e46f7464a4db721c92a22e94c63b023.2

Le Mercure de France van 16 september 1917 wijdt een lang artikel aan zijn werk: Impérialismes; La Conception gobinienne de la race. sa Valeur au point de vue bio-psychologique.

dyn010_original_433_314_jpeg_20344_bbb977d5485aba4f7b0ced948f25164c.2

Daarin verkondigt hij de theorie van drie seksualiteiten.
1. la bisexualité spirituelle of androgynat psychique (être humain psychiquement complet, surhomme)
2. l’ hétérosexualité (génération charnelle)
3. l’ homosexualité (dégénération)

En deze zijn gelieerd aan de rassen waarvan er twee bestaan:
-rasse adamique (Sem, Cham, Japhet), race inférieure
-rasse aryane, race supérieure

Want deze twee rassen zijn verbonden met twee culturen, aldus Spiess, une culture adamique, sémitique, chrétienne, domestique, féministe, démocratique et mystique, et une culture aryane, nietzscéenne et gobinienne, surchrétienne et athée, aristocratique et virile.

Uiteraard is die laatste cultuur degene die we moeten bereiken, dat is ons ideaal.
Nu kun je dit als romantisch of symbolistisch beschouwen, een soort inellectueel avontuur, maar je weet waar deze ideeën naar toe zullen leiden!

Toch probeert Laupt anderzijds al stappen te zetten naar een menselijke benadering.
Zagen onze voorgangers deze lieden als schuldigen, wij zien ze als zieken.

En Octave Mirbeau :

Il ne leur suffisait pas d’ être pédérastes, comme tout le monde, ils ont inventé l’ homosexualité..
Où la science va-t-elle se nicher, mon Dieu? Ils font de la pédérastie comme ils font de l’ épigraphie {…
Pédérastes avec emphase, sodomites avec érudition! Et au lieu de faire l’ amour entre hommes par vice, tout simplement, ils sont homosexuels, avec pédanterie.

Telkens ik dit fragment lees, moet ik luidop lachen, ik hoop van u hetzelfde.


SECRETED DESIRES

black ceiling wall
SECRETED

Een interessante bijdrage bij de studie van de Victoriaanse tijd:

Michael Matthew Kaylor
Secreted Desires: The Major Uranians: Hopkins, Pater and Wilde

This volume demarcates the distinctly paederastic elements within a series of highly nuanced, Uranian texts.
In the face of stringent opposition, these Uranians and their literary and aesthetic works established an eccentric positionality worthy of consideration — to further our understanding of Victorian sexuality and culture.

Chapter one considers recent engagements of Gerard Manley Hopkins’s eroticism; chapter two considers Hopkins’s unique problematics; chapter three is a close reading of Hopkins’s ‘Epithalamion’; chapter four considers the paederastic pedagogy advocated by Walter Pater in Marius the Epicurean; chapter five considers the breach between Pater and Oscar Wilde facilitated by Pater’s review of The Picture of Dorian Gray.

The conclusion considers the Uranian continuum stretching from William Johnson to Guy Davenport.

Brno, CZ: Masaryk University Press, 2006, 497 pages. ISBN-10: 80-210-4126-9.
ISBN-13: 9788021041264

Ook via Google te raadplegen.



THE GARDEN GOD

images

Als aanvulling:

Een heruitgave van een publicatie uit 1905:
Wend U tot Amazon.com, Of dichterbij: Proxis.be

The Garden God: A Tale of Two Boys (1905)
Forrest Reid
Edited by Michael Matthew Kaylor

“This new edition from the American small press Valancourt Books is scholarly, meticulous and comprehensive, with an introduction by its editor Michael Matthew Kaylor, in which the case for Reid’s literary rehabilitation and canonicity is energetically rehearsed.

Nonetheless…The Garden God still feels dangerously overheated, its prose filled with the quality of overripe fruit – sensual and sweet, but with the promise of corruption underneath.” — Times Literary Supplement, September 14, 2007

“Lifted from obscurity, this text is delightfully revisited by Kaylor, whose admiration for this author is evident throughout his introduction.
We all have writers who are dear to us for one reason or another, and Kaylor espouses his love for Reid’s works with such honest familiarity:

‘Reid has ever been my “secret playmate,” a playmate whose texts–nearly sacred, at least to me–have always been read for pleasure, without a clutched pencil.’ Although one might joke about reading introductions last, this is an exception, since so much is added to the reading of the original text, made more poignant by Kaylor’s intricate description of Reid’s life, not to mention his thorough explanatory notes.” — English Literature in Transition, January 2, 2008

Fifteen year old Graham Iddesleigh dreams of a past life, where he frolicked in a garden with a young Greek god.
However, his dreams threaten to come to an abrupt end when his father decides to send him away to school.
But what is Graham’s surprise when he meets a fellow schoolboy, Harold Brocklehurst, who is the very image of the Greek god of his dreams!

Graham falls deeply in love with his new friend, and the two boys spend an unforgettable summer together — until a heartbreaking tragedy occurs, a tragedy that will change Graham’s life forever.

The Garden God was first published in 1905, in the wake of the Oscar Wilde trial and other scandals, and risked controversy with its undercurrents of pederastic desire.
Forrest Reid dedicated the novel to his idol, Henry James, who was outraged and never spoke to Reid again.

This first ever scholarly edition of the novel includes a new introduction and notes by Michael Matthew Kaylor, who dismisses the traditional view of Reid as merely a provincial novelist and argues for his inclusion among the major Uranian writers such as Pater, Wilde, and Frederick Rolfe.

ISBN 1-934555-04-5, $14.95 US

DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (3)

En dat het vaak allemaal treurigheid was, mag ons dus ook nu niet verbazen, daarom om te beginnen dit mooie filmpje.

Vidrar Vel Til Loftarasa music video by Sigur Ros, IJsland.

dyn006_original_500_430_jpeg_20344_5c6558428d5fe29e7d2ede3d86f1b123.2

En daarmee verbind ik de publicaties in de vroege jaren negentienhonderd van bijvoorbeeld Luc (1902) geschreven door Achille Essebac (in feite een nom de plume voor de Belgische auteur Achille Becasse), van Louis Daudet die in 1908 Lorenzaccio publiceerde en in 1923 Un amour hors la loi van Henry-Marx, met als treffende aankondiging:
“De la douleur avant toute chose…’

Blijkbaar was er ook een markt voor want in Frankrijk verschenen tussen 1880 en 1935 zo’n 300 titels met als thema ‘l’homosexualité’.

Sommigen maakter ervan gebruik om hun thema te duiden zoals Pierre Sabatier deed in zijn voorwoord van Vices

‘Au sein d’ une société indifferente, blasée et lasse, comme au temps de la décadence greque, les réprouvés se sont multipliés, constituant un véritable danger social.
C ‘est ce danger que je me suis éfforcé de signaler dans ce livre, comme je me suis efforcé de flétrir, en les montrant sous leur véritable jour, ces vices injustement tolérés et qui portent en eux un germe de mort.’

Het klassieke hypocriete truukje, laten we ons wentelen in de ondeugd om ons bewust te worden van haar verwerpelijkheid, een these gehanteerd door talloze boulevardblaadjes die altijd als eerste de (blote) vinger in aanslag houden om hem met dat oergevoel op te steken en de aandachtige lezer te waarschuwen.

En nu staan ze weer bij elkaar, Wilde en Gide, 1897 in Berneval-sur-Mer près de Dieppe.
Ik citeer Monique Nemer uit Corydon Citoyen:

‘Un Wilde “affaibli, défait”, traqué par les créanciers, n’ ayant plus rien à voir avec l’homme à l’ aisance souveraine, au rire “non tant joyeux que triomphant” qui, seulement deux ans auparavant, avait été l’ entremetteur de sa première nuit de plaisir avec un jeune garçon- une expérience qui lui fait écrire dans Si le grain ne meurt: “Depuis, chaque fois que j’ ai cherché le plaisir, ce fut courir après le souvenir de cette nuit”.

Lors de cette rencontre normande, Wilde avait décrit à Gide la terrible épreuve qu’ avait été la prison, et voulu le mettre en garde:
“Ecoutez, dear, il faut maintenant que vous me fassiez une promesse. Les Nourritures terrestres, c’ est bien… C’ est très bien… Mais, dear, promettez-moi: maintenant n’ écrivez plus jamais Je.”

dyn006_original_424_693_jpeg_20344_80a0504bc81965052172bb4c93c58fb7.2

Niettegenstaande hij van Proust dezelfde raad kreeg, schrijft hij in zijn Journal:

J’ apelle pederaste celui qui, comme le mot l’ indique, s ‘ éprend des jeunes garçons. J’ apelle sodomite (…) celui dont le désir s’ adresse aux hommes faits. J’ apelle inverti celui qui, dans la comédie de l’ amour, assume le rôle d’ une femme et désire éetre possédé. (…)
Les pédérastes, dont je suis (pourquoi ne puis-je dire cela tout simplement, sans aussitôt vous pretendiez voir dans mon aveu forfanterie?), sont beucoup plus rares, les sodomites beaucoup plus nombreux, que je ne pouvais croire d’ abord.

dyn006_original_600_403_jpeg_20344_769e21bb7d2bb974383ae841115e6e3b.2

Feuillets 1918, dans Journal, Gide.

Ook al staat deze uitspraak nog maar in zijn Journal, het betekent een definitieve breuk met de wijze waarop homoseksuelen over zichzelf het woord namen (of zwegen)

‘Ce “les pédérastes, dont je suis” est un formidable coup de boutoir dans des conventions langagières dont, on l’ a vuà propos du proces Wilde, les enjeux vont bien plus loin qu’ une réserve de bon ton.

Dans son article “Discretion” du Dictionnaire de l’ homophobie, Philippe Mangeot analyse très justement l’ effet de ce “Je”, cette “nécessité de produire un discours en première personne dont la seule tenue contribue d’ une part à interoroger la norme den tant que telle, et entame d’ autre part le privilège des experts habitlités à s’ exprimer- et à trancher- sur les cas des minorités: les medicins, les psychiatres, les psychanalystes, etc.”

..aldus Monique Nemer.

We zullen hen blijven volgen.


DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (1)

 

dyn010_original_419_277_jpeg_20344_b775c0a4e7388911177dd0a62ee710d8.2

Als confrontatie met de teksten uit de vorige eeuwen, koos ik beelden van hedendaagse kunstenaars, fotografen, video-animatiekunstenaars en schilders, naast foto’s uit het begin van de 20ste eeuw zodat deze mix ook zijn eigen wereld gaat vormen waarin de teksten omtrent Wilde en Gide afstanden en nabijheid verhelderen zonder ze te moeten verklaren.

dyn010_original_448_310_jpeg_20344_e5185dbe788423673db8fa6fdcc6a47b.2

Ik sprak gisteren over het boek van die dokter Taupe, en uit dat boek met die lange naam wil ik graag een fragment laten horen, fragment dat Monique Nemer citeert in haar Citoyen Corydon.

Het fragment gaat over het dragen van een anjer als aanduiding van een ‘bepaalde’ seksuele voorkeur

dyn010_original_317_450_jpeg_20344_7dcdae4f65b915dc0b035685e642f049.2

‘Oscar Wilde adopta cette “fleur des poètes”, et ses disciples, dont beaucoup étaient fardés ou en avaient l’ air (il y a un façon de se coiffer et de se dandiner qui va avec le bistre artificiel, le rose des lèvres, etc), se crurent obligés de l’ imiter.

Les journaux publièrent des articles d’ une violence inouïe: on accusait les chevaliers de l’ oeillet vert de faire partie d’ une bande des péderastes.
C’ était le signe de ralliement. Après des menaces de procès contre des journalistes, on cessa de porter des oeillets verts et d’en parler jusqu’ a l’ année dernière (en 1894) quand un roman L’ OEillet vert parodia Oscar Wilde et Alfred Douglas.’

Het boek verscheen in 1894 anoniem met als titel ‘The Green Carnation’bij Walter Heinneman, London en de aandachtige lezer zal zijn/haar geachte wenkbrauwen fronsen want dat was inderdaad de uitgever bij wie later James zijn The Turn of the Screw zou publiceren.
(Het boek zou in 1949 en in 2006 opnieuw verschijnen met de naam van de auteur, Robert Hichens)

In datzelfde jaar spreekt de auteur Mark André Raffalovich, schrijver van L’ Affaire Oscar Wilde (1895) over ‘ imprudences’, onvoorzichtigheden.

Tonen wel, ermee uitpakken ook, maar spreken, dat niet.
“L’ Amour qui n’ ose dire son nom.” om Wilde te citeren.

Met Monique Nemer vragen we ons af wat de oorzaken van die ‘stilte’ waren.

Als je in de minuten van Wilde’ s proces merkt dat de termen ‘péderaste’ of ‘sodomite’ vermeden worden en de advocaat van de aanklager zelfs weigert al de stukken te lezen, ‘uit respect’ voor de justitie dan wordt je als iets duidelijk van het heersend klimaat dat toelaat dat The Lancet deze tekst publiceert:

‘Il est particulierement important que de tels sujets ne soient pas discutés par l’ homme de la rue, encore moins par le jeune garçon ou la jeune fille.’

dyn010_original_304_411_jpeg_20344_6d0dcb2727fb294b4eec5a81078d6503.2

Deze angst voor ‘besmetting’ zie je zeker ook in het verbod op het publiceren van verslagen van processen met homoseksualiteit als onderwerp.
( Publication of Indecent Evidence Bill 1896)

Uit Corydon Citoyen:

Silence: l’ homosexualité c’ est ce crime “inter christianos non nominandum” – le crime que “les chrétiens ne sauraient nommer”.
Banni d’ expression au point qu’ il faut user d ‘un masque, le latin, pour évoquer jusqu’ à cette interdiction.

Et en 1926, lorsque la revue Les marges lance son enquête sur l’ homosexualité en littérature, la reponse d’ Ambroise Vollard au rédacteur de chef tient en une phrase:
“Monsieur, j’ ai l’ honneur de vous répondre que j ‘ ai été élevé dans la religion catholique, apostolique et romaine, et que Saint Paul a dit: “Que ce mot ne soit jamais prononcé parmi vous” ‘

dyn010_original_300_379_jpeg_20344_df320ec1d0282d1bcd4273c793fb5fb1.2

In 1862 gebruikt prof. Ambroise Tardieu, titulaire de la chaire de médicine légale, latijn en Frans door elkaar om “le tableau repoussant de la péderastie” te borstelen: (latijn als voorzorgsmaatregel tegen “besmetting”

Qui manusturpo dediti sunt, casse-poitrine appelantur. Cognomine pompeurs de dard sive de noeud (id est turpissima penis significatio) designantur qui labia et oscula fellatricibus blanditiis praebent”.

En Monique Nemer voegt daar aan toe:

‘Curieuse méthode pour qui veut purger l ‘ ensemble de la société de cette “triste et honteuse folie”, que de parler en sorte de ne pas être compris, ou l ‘ être du plus petit nombre possible…’

Haar verbazing is de onze, dus volgen we haar graag de volgende dagen in dit boeiende labyrint.

dyn010_original_456_300_jpeg_20344_c9ebc22fcb7e74983baec5a6e5d76902.2


INTERMEZZO

moonlightHet maanlicht.

Nu de kleine prinses uit de bergen terug is, wijd ik me enkele dagen aan haar verblijf in ons huis.

Ik ben haar leerling.
Ik ben haar broertje.
Ik ben haar speelkameraad.

Ik ben haar opi.

Laten we dus naar Narnia gaan kijken, eten in de Mc Donnalds, in de trein naar de triestige zomer kijken en verhalen vertellen.

Ik laat William even terzijde, lees in de geschriften om zijn beeld te verfijnen, en hoor hoe ze terwijl liedjes zingt, naar Puk van de Petteflet kijkt en vier het leven zoals het is.

Als ze met haar vader naar zee vertrekt, kom ik terug.
In de maanlichte nacht van dit vreemde bestaan.


LICHT ALS PASSIE (2)

procession‘His short figure had become corpulent – his face . was unusually red, and a little inclined to blotches, . He generally wore what is called a black dress-coat, which would have been the better for brushing – the sleeves were mostly too long, coming down over his fat and not over-clean hands.’

Aldus de heer Richard Redgrave in de dertiger jaren van de 19de eeuw.

Geen man van de wereld dus, althans zoals wij dat begrijpen, want misschien zijn mannen van de wereld juist niet zo uitzonderlijk clean en afgeborsteld.
Dit maar om aan te duiden dat ondanks het commercieel succes William Turner niet bij iedereen een geliefde en gekoesterde volksheld was.

‘A Typhoon bursting in a simoon over the Whirlpool of the Maelstrom, Norway, with a Ship on fire, an Eclipse, and the Effect of a Lunar Rainbow,”
aldus het satirische tijdschrift Punch in de beschrijving van één van Turners werken.

In een populaire Londense theaterpantomime uit 1841 laat een bakkersjongen jamtaartjes vallen in een gallerie waar Turner zogezegd tentoonstelde.
The galeriehouder veegde de brokstukken taart samen, deed er een kader rond en bood ze dan voor duizend pond aan als een werk van de meester.

Een grapje trouwens dat in de 20ste eeuw in allerlei toonaarden opnieuw werd gezongen over de ‘moderne kunst’, waarmee we niet alleen het niets nieuws onder de zon willen vereren maar ook het tekort aan onderscheid voor het luie oog van de massa nog maar eens beklemtonen.

sun-settingMaar vergis je niet, hier is iemand die het licht bemint aan het werk.
Niet het vluchtige licht van de latere impressionisten, niet de abstraherende tonen van alle mogelijke abstraherende richtingen, maar het romantische, het bijna pijnlijke licht dat in zijn witte en gele toonaarden voor de dag naar groene en lichtgele schaduwen verschuift voor de avond en de nacht.

Turner werkte meestal op witte achtergronden en niet op zwarte zoals de meeste schilders gewend waren.
Hij laat het wit wit zijn, want het kan vaak niet wit genoeg zijn alsof hij naar het wezen van het licht, de sfumato die het licht veroorzaakt, op zoek is.

In zijn vroege werken vind je topografische gelijkenis en architectonische nauwkeurigheid als opperste goed, maar naarmate hij ouder wordt verschuift de belangstelling van de dingen naar het licht.

Kijk naar ‘de processie’, het bovenste werk.
Ik herinner me uit mijn jongenstijd ‘de kruisdagen’, de dagen voor Hemelvaart waarop wij langs de velden gingen, ’s morgens vroeg, en er een litanie van alle heiligen werd gezongen.
Een heerlijk heidens vruchtbaarheidsritueel.

De mensen zijn opgegaan in het licht.
Wie goed kijkt merkt nog enkele menselijke sporen, maar het overweldigende van de lichtkleuren heeft hun nietigheid uitgeveegd.

In het onderste werk komt de avond aangedreven.
Ook hier is elke menselijke aanwezigheid overbodig.
Het dak van een huisje als enige concrete verwijzing.
Dat doet hij vaak. Met de punt van de achterkant van zijn penseel, duidt hij een detail aan met plakkaatverf, of met een schabloontje.

Maar de voorbije dag sterft in alle schoonheid, en al zal zelden sterven mooi zijn, William Turner weet dat de nacht ook niet de kleurloze is, want het nachtelijke licht vervult hem met dezelfde passie.Kijk dus, want nooit zal zijn zon ondergaan.