procession‘His short figure had become corpulent – his face . was unusually red, and a little inclined to blotches, . He generally wore what is called a black dress-coat, which would have been the better for brushing – the sleeves were mostly too long, coming down over his fat and not over-clean hands.’

Aldus de heer Richard Redgrave in de dertiger jaren van de 19de eeuw.

Geen man van de wereld dus, althans zoals wij dat begrijpen, want misschien zijn mannen van de wereld juist niet zo uitzonderlijk clean en afgeborsteld.
Dit maar om aan te duiden dat ondanks het commercieel succes William Turner niet bij iedereen een geliefde en gekoesterde volksheld was.

‘A Typhoon bursting in a simoon over the Whirlpool of the Maelstrom, Norway, with a Ship on fire, an Eclipse, and the Effect of a Lunar Rainbow,”
aldus het satirische tijdschrift Punch in de beschrijving van één van Turners werken.

In een populaire Londense theaterpantomime uit 1841 laat een bakkersjongen jamtaartjes vallen in een gallerie waar Turner zogezegd tentoonstelde.
The galeriehouder veegde de brokstukken taart samen, deed er een kader rond en bood ze dan voor duizend pond aan als een werk van de meester.

Een grapje trouwens dat in de 20ste eeuw in allerlei toonaarden opnieuw werd gezongen over de ‘moderne kunst’, waarmee we niet alleen het niets nieuws onder de zon willen vereren maar ook het tekort aan onderscheid voor het luie oog van de massa nog maar eens beklemtonen.

sun-settingMaar vergis je niet, hier is iemand die het licht bemint aan het werk.
Niet het vluchtige licht van de latere impressionisten, niet de abstraherende tonen van alle mogelijke abstraherende richtingen, maar het romantische, het bijna pijnlijke licht dat in zijn witte en gele toonaarden voor de dag naar groene en lichtgele schaduwen verschuift voor de avond en de nacht.

Turner werkte meestal op witte achtergronden en niet op zwarte zoals de meeste schilders gewend waren.
Hij laat het wit wit zijn, want het kan vaak niet wit genoeg zijn alsof hij naar het wezen van het licht, de sfumato die het licht veroorzaakt, op zoek is.

In zijn vroege werken vind je topografische gelijkenis en architectonische nauwkeurigheid als opperste goed, maar naarmate hij ouder wordt verschuift de belangstelling van de dingen naar het licht.

Kijk naar ‘de processie’, het bovenste werk.
Ik herinner me uit mijn jongenstijd ‘de kruisdagen’, de dagen voor Hemelvaart waarop wij langs de velden gingen, ’s morgens vroeg, en er een litanie van alle heiligen werd gezongen.
Een heerlijk heidens vruchtbaarheidsritueel.

De mensen zijn opgegaan in het licht.
Wie goed kijkt merkt nog enkele menselijke sporen, maar het overweldigende van de lichtkleuren heeft hun nietigheid uitgeveegd.

In het onderste werk komt de avond aangedreven.
Ook hier is elke menselijke aanwezigheid overbodig.
Het dak van een huisje als enige concrete verwijzing.
Dat doet hij vaak. Met de punt van de achterkant van zijn penseel, duidt hij een detail aan met plakkaatverf, of met een schabloontje.

Maar de voorbije dag sterft in alle schoonheid, en al zal zelden sterven mooi zijn, William Turner weet dat de nacht ook niet de kleurloze is, want het nachtelijke licht vervult hem met dezelfde passie.Kijk dus, want nooit zal zijn zon ondergaan.