BETALEN VOOR JE OVERTUIGING, TOT DE LAATSTE CENT

3401164FOE

Toch schrijft Gide in 1917 aan Schlumberger:

‘Il m’ est à peu près intolerable d’ accepter que {les choses d’ esprit} soient soumises à la raison d’ Etat comme le reste, mais acceptant que certaines vérités soient inoppurtunes, c’ est aussi ce qui me fait traiter d’ œuvres posthumes tout ce que je me sens en humeur d’ écrire aujourd’hui’

Je voelt de noodzaak, entegelijkertijd de aarzeling.

Ik moet in feite een probleem reactualiseren waarvoor ik, wat mezelf betreft, al lang een oplossing heb gevonden, in die zin dan dat het probleem me niet meer tormenteert.

We weten dat voor hem een werk zich moet manifesteren, en Sartre ziet het helder:

‘Ecrit par un étourdi, Corydon se fût réduit à une affaire de mœurs; mais si l’ auteur en est rusé Chinois qui pèse tout, le livre devient un manifeste, un témoignage, dont la portée dépasse de loin le scandale qu’il provoque.
Cette audace précautionneuse devrait être une “Règle pour loa direction de l’ esprit”: retenir son jugement jusqu’ à l’ évidence et, losque la conviction est acquise, accepter de payer pour elle jusqu’ au dernier sou.’

Zo ontstaat de tweede uitgave, 21 exemplaren -pas un de plus- op 15 maart 1920, in feite bijna vijftien maanden nadat hij Verbeke in Brugge de opdracht had gegeven.
(de naoorlogse restrictie op het papier en de moeilijkheden om bankzaken te regelen tussen België en Frankrijk zijn daar mee de oorzaak van)

Het zal dan nog vier jaar duren eer Corydon een publieke uitgave realiseert.
In augustus 1923 stuurt hij de definitieve versie naar de drukkerij en het zal Gaston Gallimard zijn die het onder auspicieën van de NRF (Nouvelle Revue Française) zal laten verschijnen.

dyn002_original_470_641_jpeg_20344_15dab69ae1ec683c56ba7aee71bf4cca.2

Zo schrijft hij op 25 juni 1924 aan zijn vriendin Dorothy Bussy:

Corydon est sorti de sa cage vendredi dernier.’

Hij verwacht zich aan het ergste, en het ergste gebeurt ook, namelijk…niets.

Verwachtte hij een soort “sort Wildien”?
Dacht hij dat de massa onder zijn raam zou samentroepen en hij tot een gevangenisstraf zou veroordeeld worden?

dyn002_original_347_456_jpeg_20344_0bfeea61e5781a60bd9b437084a90f85.2

Aan Marc Allegret schreef hij in 1918:

‘Wilde prétendait qu’ en France avant Verlaine, il n’y avait eu que deux grands poètes: Baudelaire et Villon (Remarques-tu que tous ceux-ci ont été condamnés!) et condamné Flaubert et condanmné Dostoïevsky. Condamnés tous ceux que j’ admire.
Certains jours leur prison me fait envie.”

‘Er komen brieven binnen met gelukwensen, zelfs van erg onverwachte kant (met uitzondering van Mauriac), maar ik ben gewaarschuwd dat de Dadas (Breton en Soupault) op oorlogspad zijn.”

Ook valse hoop want in het openbaar doen ze niets.

Het blijft stil.
Ja er zijn brieven met erkentelijke boodschappen, en er is een Anti-Corydon, maar de aanvallen zijn zo armzalig dat hij naar eigen zeggen er beschaamd van wordt.

Er is een artikel van Léon Bazalgette, de vertaler van Whitman, waarin hij vooral zijn gelijk denkt te halen bij de vertaling van Whitmans verzen, en ook in het najaar gebeurt er niets opmerkelijks.
Er komt zelfs een aanvraag voor een Amerikaanse vertaling, maar die zal uitblijven tot…1949.

Van 1907 tot 1927 heeft Corydon gewacht tot wat Martin du Gard ironisch “une bombe” noemt.

De weinige reacties minimaliseren het werk, doen het af als onbelangrijk, en in feite voelt Gide al aan dat zwijgen wellicht het ergste is waarmee je je vijand kunt treffen, iemand dood-zwijgen.

André Germain formuleert het alzo:

‘Avouerai-je que c’ est avec une certaine mauvaise humeur que j’ aborde ce Corydon, apparu en un moment où les bouleversements politiques, financiers, économiques de notre globe nous préoccupent plus que ses tremblements de terre sexuels?{…}
La crise du facisme, la situation de franc nous angoissent tellment que nous n’ avons plus qu’ un regard négligent vers les problèmes psychologiques, éthiques et zoologiques que M. Gide tente de soulever.”

Een uitspraak die inderdaad bewijst dat er met het ‘facisme’ in Frankrijk grote problemen zijn!
We laten Gide nu niet in de steek, volgende week meer.


VOETJE VOOR VOETJE KOM IK IN HET OERWOUD VOORUIT

102903RGM

We zijn in 1911 als Gide in eigen beheer een zeer beperkte oplage uitgeeft van Corydon, een onvolledige uitgave nog, zoals de titel C.R.D.N. aanduidt.

Natuurlijk roept de naam Corydon onmiddellijk het Corydon ardebat Alexim op van Vergilius en zou het al dadelijk het onderwerp van het werk duiden.

Wat er zeker toe bijgedragen heeft het boek te publiceren is het proces Renard in 1909.
Was deze Pierre Renard de moordenaar van de financier Auguste Remi bij wie hij als butler in dienst was en met wie hij een homoseksuele relatie had?

Voor deze vermeende misdaad werd hij tot levenslange dwangarbeid veroordeeld.
Le Matin van 7 augustus 1909:

‘…parce que qu’ il a été prouvé que Renard, même en admettant qu’ il n’ eût pas tué, était un monstre odieux et répugnant.
Parce qu’ il y avait dans la foule cette impression que Renard, même innocent du meurtre de M. Remi, ne déparait pas la collection d’ individus que la société rejette de son sein pour les envoyer croupir en Gyane.”

dyn006_original_333_460_jpeg_20344_b6bedfccf8528e579eaed3088c256320.2

Gide schrijft aan zijn vriend Jean Schlumberger: “Le procès Renard me rend malade!’

Corydon moet aan al die vooroordelen een einde maken, een verdediging zijn van ces mœurs dites innommables.

De tekst kreeg de vorm van een platonische dialoog tussen twee oud leerlingen.
Corydon, dokter geworden en zijn vriend die hem niet meer opzocht wegens zijn “déplorable réputation”, maar die toch wil weten wat er nu in feite aan de hand was, dus wil ‘voorgelicht’ worden.

In juli 1910 schrijft Gide aan Ghéon:
‘Je me dois à Corydon {…} J’ ai repris depuis le premier mot mon terrible livre. Et je me sens de plus en plus décidé à le faire paraître’.

Zo worden er in Brugge in 1911 twaalf exemplaren gedrukt op de Presses Sainte-Cathérine.
Deze C.R.D.N. bevat slechts de twee eerste dialogen en het begin van de derde.

dyn006_original_419_420_jpeg_20344_045288776a979fccae23a211004045a0.2

Op 22 mei 1911, Gide is dan in Brugge om toezicht te houden bij het drukken, is het werk klaar, zonder vermelding van uitgeverij of auteur.

Monique Nemer noemt deze beperkte oplage een zeer beredeneerde strategie.

Het ging er hem niet om zijn reputatie te beschermen, ‘il s’ agit au contraire de fixer le statut public du texte, et d’ en empêcher d’ éventuelles manipulations posthumes.

Met zijn uitgever Verbeke, man die ervan hield zich voortdurend met de drukproeven te bemoeien, houdt Gide ook daarna kontakt.
Hij mag er niet aan denken dat het manuscript in verkeerde handen zou vallen (des mains inamicales!) want hij is ervan overtuigd dat hij hiervoor zou veroordeeld worden, ja zelfs de gevangenis zou indraaien.

Zo laat hij het manuscript niet per post opsturen maar aan la petite dame (Maria Van Rijselberghe) overhandingen, en de proeven worden onder stevig gesloten omslagen aangetekend bezorgd.

Nog maar pas heeft hij de eerste exemplaren van deze onvoltooide Corydon in handen, of hij schiet aan het werk.

‘Corydon me donne beaucoup de mal; le problème est terriblement broussailleux; j’ avance dans la forêt-vierge, mais pas-a-pas”

dyn006_original_462_346_jpeg_20344_b3ffec000f191054d7acc15017920e87.2

Hij is een beetje radeloos, wil niet dat die vertragingen als tekort aan durf worden uitgelegd, al lees ik later (augustus 1922) in zijn Journal (vertaling van Mirjam de Veth):

‘Wat men soms misschien heeft aangezien voor een zekere halfhartigheid in mijn denken was dikwijls niets anders dan de vrees iemand die me lief is verdriet te doen.
Wie zal zeggen voor hoeveel stilstand, vertraging en aarzeling genegenheid verantwoordelijk is?’

Ik heb geen spijt van die traagheid, want ik ben van mening dat de kunstenaars uit onze tijd zich dikwijls schuldig maken aan een groot gebrek aan geduld.’

dyn006_original_390_511_jpeg_20344_ae0f704f2b7faf2fdcf9b6cc5306dc6b.2

En Alibert schrijft hem dat hij slechts met één persoon ter wereld moet rekening houden, en dan bedoelt hij Gides vrouw Madeleine.

Zijn bewonderaar en vriend Roger Martin du Gard:

‘Le sentiment de sa mission est plus fort que son amour.’

Madeleine zal nog enkele hoofdstukken apart verdienen, maar er is zeker ook de vertaling van de gedichten van Walt Whitman, deze raadselachtige figuur in de homoseksuele wereld van toen.

Corydon heeft een portret van Whitman op zijn bureau , en in het boek hebben de twee vrienden het over de vertaling van Whitmans’ verzen, een gebeurtenis die ook echt heeft plaats gevonden want Gide was verontwaardigd over de vertaling van Leon Bazalgette in 1914, een vertaling die alle homoseksuele allusies uitwiste.

Schlumberger vond het de moeite waard dat Gide een nieuwe vertaling zou maken, en schrijft in 1916 aan zijn vriend:

‘Pour Whitman, il me semble que ce qui me chocque dans cette publication, c ‘est l’ idee qu’ en de tels temps nous pourrions prendre attitude de manifestants en faveur d’ une cause qui nous semble vitale à nous personellement mais qui ne peut être en ce moment-ci qu’ une raison de désarroi pour le pays.’

En daar had Gide oren naar, de oorlog maaide die mooie jongens weg op de slagvelden en al vaak heb ik zelf geschreven dat de oudere garde met deze oorlog langs beide kanten zijn jongens de dood heeft ingejaagd uit een soort vaderlandsliefde die elk ware menselijke liefde, zeker onder mannen, ontkende, ja ze zelfs misprees.

Mannen dienden om dood te gaan voor het vaderland.