CORYDON CITOYEN, DE ARCHEOLOGIE VAN EEN COMING OUT

IN DEZE VAKANTIETIJD PUBLICEER IK GRAAG MIJN SERIE OVER ANDRE GIDE OPNIEUW.
WAAR MOGELIJK ZAL IK ZE AANVULLEN MET NIEUWE ELEMENTEN.


dyn003_original_555_397_jpeg_20344_1619da831ae2af9fc585a572d2a5f57e.2

Whatever happened to André Gide?’ interroge Paul de Man dès 1965 dans la New York Review of Books.

En met deze vraag opent het boek van Monique Nemer, prof literatuur aan de unif van Caen, boek uitgegeven bij Gallimard en verschenen in oktober 2006:

CORYDON CITOYEN, Essai sur André Gide et l’homosexualité.

Naar aanleiding van mijn serie over The Turn of the Screw en naar andere aanleidingen die uit het leven van alledag zijn gegrepen, kreeg ik het toegestuurd van een vriend, zoals ‘The Master’ mij werd toegestuurd door een lieve vriendin die nu in India deze woorden leest, en ik mag zeker een Berlijns-Belgische vriendin niet vergeten die me tussendoor signalen uit de literatuur en toneelwereld geeft.

dyn003_original_362_362_jpeg_20344_c769abe37a9c47de290ddaa7562a3d88.2

Ware vrienden tonen je de wereld, en dat zal André Gide geweten hebben die als vrijwel enige de arme Oscar Wilde bezocht in 1897 in Berneval-sur-Mère nabij Dieppe na zijn verschrikkelijke twee jaar in de gevangenis.

dyn003_original_500_501_jpeg_20344_4d0faa4651a699f45696cf3884e61f0a.2

Ik vroeg me af of Henri James niet alleen de Engelse invloeden van zijn tijd had ondergaan, maar gezien zijn goede kontakten in Frankrijk, weet had van wat er daar gebeurde en op gebied van literatuur en geesteleven verscheen.

En dat was het spoor dat Wilde en Gide verbond, dat me bij het boek van Monique Nemer bracht.
De inhoud van het boek?
Voilà:

Bien que centré sur André Gide, cet essai n’est pas un essai littéraire – il n’étudie pas les textes – ni même d’histoire littéraire. Plutôt l’histoire des mentalités. Il part d’un constat – oublié : Gide est le premier écrivain européen, surtout de sa stature, à faire ce qu’on n’appelle pas encore un ‘coming-out’ avec la publication en 1924 de ‘Corydon’, des ‘dialogues’ sur la pédérastie, et ‘Si le grain ne meurt’, ses mémoires – y compris sexuelles. Ce que n’ont fait ni Wilde, Proust, Cocoteau ou Montherlant.

Le livre suit deux lignes principales. La première interroge ce qu’est, dans les années 1920, se dire homosexuel, écrire sur l’homosexualité en disant je. Il en ressort un panorama de ce qui s’écrit alors sur le sujet, des risques encourus, du quotidien homosexuel. Ce contexte définit les conditions de la prise de parole de Gide. La deuxième ligne s’intéresse à celui qu’on appelle alors le ‘contemporain capital’ et qui décide de mettre cette notoriété au service d’une cause : le ‘droit de cité’ pour l’homosexualité et de citoyenneté pour l’homosexuel.

Het kost je 21 euro, en zoals het wel eens meer stil blijft in de media over het verschijnen van bepaalde boeken, kun je met het boek zelf op tocht gaan door de woestijnen van lafheid en schrik, op zoek naar een iets meer beloofd land waar we ‘samen’ burgers mogen zijn.

Maar nu terug naar de Franse kant van de zaak.
Want terwijl Symonds zijn bevindingen mee publiceerde verscheen er ook in Frankrijk een boek daaromtrent.

Ene dokter Laupts schreef Tares et poisons, Perversion et perversité sexuelles, une enquête médicale sur l’ inversion, notes et documents, le roman d’un onverti-né, le proces Wilde, la guérison et la prophylaxie de l’ inversion, préface Emile Zola, Paris, G. Carré, 1896

Je leert er Zola kennen als homo-hater, en je merkt al dadelijk de medicalisering van het onderwerp, of wat daarvoor moet doorgaan.

Stof genoeg dus, want dit is nog maar een begin, want de poëzie van de Fransen neigt wel eens meer naar de scheldende kant, iets wat hun volkstribuun Sarkozy nog maar eens bewees met zijn dwaze uitspraken over chemische castratie.

Weldra meer.