


















Een eerste stap:
Een gedachte die ik onthou uit de film, hieronder met een simpel klikje te bereiken, is dat het niet-tekenen belangrijker kan zijn dan wat je met inkt (Sumi = inkt) aanbrengt, het respect voor de leegte. Het wit.
Marjon de Jong ontdekte Sumi-e, een oorspronkelijk Chinese, traditionele schilderkunst die rond 1200 naar Japan was overgewaaid. Sumi-e betekent letterlijk: met zwarte inkt schilderen. In deze traditie worden voorstellingen als landschappen met enkele penseelstreken tot de essentie teruggebracht. Bij het aanbrengen van de streek moet je nergens naar streven. De streek zelf is de essentie, de weg naar het uiteindelijke werk. We spreken haar over haar leven. Hoe haar jeugd haar leven heeft bepaald en hoe het schilderen haar helpt om met haar verleden om te gaan. En dat zie je in deze mooie, ontroerende documentaire (33:00) waarin kunst en het niet zo rooskleurige leven elkaar raken. Bekijk hem op een stil moment waarin je niet gestoord kunt worden. Hij, de documentaire en zij, de kunstenares zullen je lang bijblijven. Kijk hier:
https://www.npostart.nl/de-boeddhistische-blik/24-10-2021/KN_1727631

In de documentaire ervaar je het ongemakkelijke, pijnlijke leven van de kunstenares en hoe haar werk, haar kunst haar hielp, bijna als therapie. Het wondere, maar vooral het reële. De leegte als een voortdurend zoeken naar de essentie.
Haar website:
https://www.marjondejong.eu/nl/

Vervolgens:
Probeer wat je gezien hebt te toetsen aan jezelf, aan je omgeving. Dus wandel je, fototoestel in de hand, op deze woensdagnamiddag door het huis, net voor het feest van hemelvaart, en je kijkt naar onbedoelde combinaties die je iets van dezelfde tegenstelling ‘verlies en essentie’ meegeven.

Niet gerangschikt, gewoon een hoekje uit een werkkamer. Gevuld met foto’s en herinneringen aan geliefde wezens waarvan de meesten helaas voor altijd lijfelijk afwezig, met uitzondering van mijn twee beminde vrouwen. Een klein hemeltje, een ‘blijf bij ons want het wordt het al donker buiten.’

De zelf gekweekte Kaapse viooltjes, kwetsbaar en kortstondig. Niet te veel in de zon, zeker niet in de regen. De rug van de dame uit de Jugendstil-tijd. De veranda spiegelt in het glas van de eetkamer. Niet van marmer helaas voelen we ons ook verbonden met de viooltjes. Niet te veel van dit maar ook niet te weinig van dat. Je herkent het gezochte evenwicht. Essences en essenties in handbereik.

De gedroogde granaatappelen. Punica Granatum. Deze vruchten hebben talloze referenties in de literatuur en de kunst geïnspireerd, en de vrucht van de granaatappel wordt al lang beschouwd als een symbool van schoonheid en vruchtbaarheid. Alleen de pitten van de vrucht zijn eetbaar en bevinden zich in kamertjes in het vruchtvlees. De pitten zijn sappig en zitten boordevol vitaminen. Als een rijpe vrucht op de grond valt en opengaat springen de zaden alle kanten op, vandaar de naam granaatappel.
De kleur van granaatappels: Sobere, symbolische film over de legendarische dichter-musicus Sayat Nova (1712-1795) uit Armenië. Kort na het uitbrengen ervan in 1969 werd de film door de Russische autoriteiten in beslag genomen. Paradjanov kwam na jaren van gedwongen werkloosheid uiteindelijk in een werkkamp terecht. Sinds 1981 is de film vrijgegeven, hoewel het naar alle waarschijnlijkheid om een bewerkte versie gaat. Scenario van de regisseur. Camerawerk van Suren Schachbasjan.
Gerrit Achterberg - Merel De morgenmerel gorgelt bekers bittere wijn: droom, die tot pijn verkorrelt In vogelkelen omdat het dag moet zijn; omdat het grote hele donker niet langer dicht kan zijn. (Uit: Verzamelde gedichten (1979)

Het lieve grote hele donker, als het heimwee van een merel, of hoe de vormeloosheid van de nacht ons naar de scherpte van de dag dwingt. Maar dan is er zijn troostend gezang. Wij zorgen ervoor dat hij zijn dagelijkse appel krijgt die hij vaak met ekster en kauwen moet delen. Maar zijn prachtig gezang versiert de tuinen tot het donker wordt en bij het eerste licht hoor je hem al. (tot begin juli als de rui begint). Voor degenen die ver van de open natuur wonen hebben we nog tien minuten lang lang merelzang en bosgeluiden in het allermooiste van wat natuur heet, nu overal te kijk. Een prachtige video als troost voor wie moet thuisblijven.
Nog later ontdekt, een mooi gedicht over de granaatappel van Kahlil Gibran. (1883-1931) Het mocht hier nog graag een schuilplaats vinden.

Eens, toen ik in het hart van een granaatappel woonde, hoorde ik een zaadje zeggen: "Op een dag zal ik een boom worden, en de wind zal zingen in mijn takken, en de zon zal dansen op mijn bladeren, en ik zal sterk en mooi zijn door alle seizoenen heen." Toen sprak een ander zaadje en zei: "Toen ik zo jong was als jij dacht ik dat ook, maar nu ik de dingen kan wegen en meten, zie ik dat mijn hoop ijdel was." En een derde zaadje sprak ook: "Ik zie in ons niets dat zo'n grote toekomst belooft." En een vierde zei: "Maar wat een aanfluiting zou ons leven zijn, zonder een grotere toekomst!" Een vijfde zei: "Waarom zouden we twisten over wat we zullen worden, als we niet eens weten wat we zijn." Maar een zesde antwoordde: "Wat we ook zijn, dat zullen we blijven zijn." En een zevende zei: "Ik heb zo'n duidelijk idee hoe alles zal zijn, maar ik kan het niet onder woorden brengen." Toen sprak een achtste, en een negende, en een tiende, en toen vele, totdat allen spraken, en ik de vele stemmen niet uit elkaar kon houden. En zo verhuisde ik nog diezelfde dag naar het hart van een kweepeer, waar de zaden schaars zijn en bijna altijd stil.

Daar zit je dan vol jaloezie in die kweepeer terwijl de 'zagers' het toch maar voor elkaar hebben gekregen bij Botticelli. Abonneren kan ook hier, geheel gratis en naar eigen 'goesting' wat de duur betreft.

We publiceerden eerder gedichten van deze bekende Oekraïense dichter (1974) die ook al bij de eerste oorlogen in zijn land van zich liet horen. Tijdens de Oranje-revolutie van 2004 organiseerde hij een tentenstad in Kharkiv waar demonstranten twee maanden verbleven. Zhadan, die zichzelf beschouwt als een vreedzame anarchist, is trots op de Oekraïense anarchistische traditie, die zich uitstrekt van de Oekraïense Kozakken uit de zestiende en zeventiende eeuw tot Makhnovia, een semi-officiële anarchistische republiek die van 1918 tot 1921 bestond in een regio net ten noorden van de Krim. (Een van Zhadans reisverslagen, “Anarchie in de UKR”, documenteert een reis van Kharkiv naar Makhnovia).
“Donbass Mushrooms,” describes the regrets of a macho pump-factory worker (“We were the élite of the proletariat”) about his post-Communist career growing hallucinogenic mushrooms. “He sees himself as a voice of the underprivileged,” said Chernetsky.

THE MUSHROOMS OF DONBAS In spring Donbas disappears in the fog, and the sun hides behind heaps of earth. So you need to know where you’re going, you need to know the man who can make the arrangements. This man was a worker in the former pumping station worn down by alcohol. When we met, he said, “We, the workers of the pumping station, were always considered the elite of the proletariat, yeah, the elite. When everything fell the f___ apart, many just put their hands down. But not the workers of the pumping station, not us. We organized an independent mining union, we took over three buildings of the former plant and started to grow mushrooms there.” “Mushrooms?” I couldn’t believe it. “Yes. Mushrooms. We wanted to grow cactus with mescaline, but cactus won’t grow here in Donbas. You know what’s important when you grow mushrooms? It’s important to get high, that’s right, friend – it’s important to get high. We get high, believe me, even now we have to get high, maybe it’s because we are the elite of the proletariat. And so – we take over three buildings and start our mushrooms. Well, there’s – the joy of work, elbow grease, you know – the heady feeling of work and accomplishment. And what’s more important – everyone gets high! Everyone’s high even without mushrooms! The problems began a few months later. This is gangland territory, you know, recently a gas station was burnt down, they were so eager to burn it down, they didn’t even manage to fill up, so of course the police caught them. And so, one gang decides to take us on, decides to take away our mushrooms, can you believe it? I think in our place anyone else would have bent over, that’s the way it is – everyone bends over here, according to the social hierarchy. But we get together and think – well, mushrooms – this is a good thing, it’s not a matter of mushrooms, or elbow grease, or even the pumping station, although this was one of the arguments. We just thought – they are coming up, they will grow our mushrooms will grow, you could say they’ll ripen to harvest and what are we going to tell our children, how are we going to look them in the eye? There are just things you have to answer for, things you can’t just let go. You are responsible for your penicillin, and I am responsible for mine. In a word, we just fought for our mushroom plantations. There we beat them. And when they fell on the warm hearts of the mushrooms we thought: Everything that you make with your hands, works for you. Everything that reaches your conscience beats in rhythm with your heart. We stayed on this land, so that it wouldn’t be far for our children to visit our graves. This is our island of freedom our expanded village consciousness. Penicillin and Kalashnikovs – two symbols of struggle, the Castro of Donbas leads the partisans through the fog-covered mushroom plantations to the Azov Sea. “You know,” he told me, “at night, when everyone falls asleep and the dark land sucks up the fog, I feel how the earth moves around the sun, even in my dreams I listen, listen to how they grow – the mushrooms of Donbas, silent chimeras of the night, emerging out of the emptiness, growing out of hard coal, till hearts stand still, like elevators in buildings at night, the mushrooms of Donbas grow and grow, never letting the discouraged and condemned die of grief, because, man, as long as we’re together, there’s someone to dig up this earth, and find in its warm innards the black stuff of death the black stuff of life. © Translation: 2011, Virlana Tkacz and Wanda Phipps Publisher: First published on PIW, , 2011

De paddenstoelen van Donbas In de lente verdwijnt Donbas in de mist, en de zon verbergt zich achter hopen aarde. Dus je moet weten waarheen je gaat, je moet de man kennen die alles kan arrangeren. Deze man was een arbeider in het voormalig pompstation versleten door alcohol. Toen we elkaar ontmoetten, zei hij: "Wij, de arbeiders van het pompstation, werden altijd beschouwd als de elite van het proletariaat, ja, de elite. Toen alles in duigen viel... gewoon hun handen naar beneden. Maar niet de arbeiders... van het pompstation, wij niet. We organiseerden een onafhankelijke mijnwerkersvakbond, we namen drie gebouwen van de voormalige fabriek over en begonnen daar champignons te kweken." "Paddenstoelen?" Ik kon het niet geloven. "Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar hier in Donbas groeien cactussen niet. Weet je wat belangrijk is als je paddo's kweekt? Het is belangrijk om high te worden, dat klopt, vriend - het is belangrijk om high te worden. We worden high, geloof me, zelfs nu moeten we high worden, misschien is het omdat we de elite zijn van het proletariaat. En dus - we nemen drie gebouwen over en beginnen met onze paddenstoelen. Nou, er is - de vreugde van het werk, elleboogvet, weet je - het bedwelmende gevoel van werk en prestatie. En wat nog belangrijker is, iedereen wordt high! Iedereen high, zelfs zonder paddo's! De problemen begonnen een paar maanden later. Dit is gangland-gebied weet je, onlangs is er een benzinestation afgebrand, ze wilden het zo graag platbranden dat ze niet eens konden tanken, dus natuurlijk heeft de politie ze gepakt. En dus besluit een bende om ons aan te pakken, besluit ze onze paddenstoelen af te pakken, kun je dat geloven? Ik denk dat in onze plaats ieder ander zou gebogen hebben, zo is het nu eenmaal - iedereen buigt hier, volgens de sociale hiërarchie. Maar we komen samen en denken, nou, champignons, dit is een goede zaak, het is geen kwestie van champignons, of elleboog vet, of zelfs van het pompstation, hoewel dat een van de argumenten was. We dachten gewoon - ze komen op, ze zullen groeien, onze champignons zullen groeien, je zou kunnen zeggen dat ze zullen rijpen om te geoogst te worden en wat gaan we onze kinderen vertellen, hoe gaan we ze in de ogen kijken? Er zijn gewoon dingen die je moet verantwoorden, dingen die je niet zomaar kunt laten gaan. Jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline, en ik ben verantwoordelijk voor de mijne. In één woord, we hebben net gevochten voor onze champignonplantages. Daar nekken we hen. En toen ze op de warme harten van de champignons vielen dachten we: Alles wat je met je handen maakt, werkt voor jou. Alles wat je geweten bereikt, slaat op het ritme van je hart. We bleven in dit land, zodat het niet ver zou zijn voor onze kinderen om onze graven te bezoeken. Dit is ons eiland van vrijheid ons uitgebreide dorpsbewustzijn. Penicilline en Kalashnikovs - twee symbolen van strijd, de Castro van Donbas leidt de partizanen door de met mist bedekte champignonplantages naar de Azov Zee. "Weet je," vertelde hij me, "'s nachts, als iedereen in slaap valt en het donkere land de mist opzuigt, voel ik hoe de aarde rond de zon beweegt, zelfs in mijn dromen Ik luister, luister naar hoe ze groeien - de paddenstoelen van Donbas, stille hersenschimmen van de nacht, oprijzend uit de leegte, groeiend uit harde steenkool, tot harten stilstaan, zoals liften in gebouwen 's nachts, de paddenstoelen van Donbas groeien en groeien, laten nooit de ontmoedigden en veroordeelden sterven van verdriet, want, man, zolang we samen zijn, is er iemand om deze aarde op te graven, en in zijn warme ingewanden het zwarte spul te vinden van de dood het zwarte spul van het leven.

Serhiy Zhadan’s poem ‘The Mushrooms of Donbas’ sounds so contemporary that it could have been written just yesterday. It tells the story of a worker at a former mining pumping station in Donbas (the coal-rich region in eastern Ukraine, which is now the center of armed hostilities), who starts to grow psychedelic mushrooms after the collapse of the Ukrainian economy post-1991. A local gang (Donbas was and still is notorious for its criminal networks) wants to take the protagonist’s new business away, but he fights back, because ‘There are just things you have to answer for, things / you can’t just let go’. This little mushroom enterprise, this little ‘island of freedom’, becomes the true homeland: not some theoretical nationalist idea of a country or an imagined community, but a specific plot of land that one owns and works daily. It is, to paraphrase John Locke, property that becomes private through one’s own investment of labor into it. And this property, this personal plot of land, is the only land worth fighting for.


Onder het lawaai van sirenes en gedreun van vliegtuigeskaders heb ik onbewust de eerste jaren op deze planeet doorgebracht. Mijn jonge ouders hadden een kist klaarstaan die in het dagelijkse leven voor schoolboeken was bestemd, en daarin werd de baby kelderwaarts een verdieping lager in vermeende veiligheid gebracht. Eens de jaren van het biografisch geheugen begonnen, was die oorlog al even voorbij en alleen waarneembaar in de schaarse verhalen van volwassenen, vooral bij gezeur wanneer de jochies een duidelijke afkeer voor een bepaald gerecht lieten horen.
In de zogenoemde laatste levensfase (wie bepaalt waar die begint?) beleef ik die taferelen in de dagelijkse berichten helemaal niet onbewust en zie ik mezelf aan de hand van mijn moeder op de vlucht gaan. Dagelijks.

Opgroeiend dacht je dat zo’n oorlog nooit meer zou plaatsvinden. Op schoolreis naar Aken stonden we als knaapjes te gapen naar de anti-tank-bouwsels, de laatste ruïnes, en de begeleidende onderwijzende zei ons: ‘…alsof zo’n dingen de oorlog konden tegenhouden.’ Dat er weinig was dat een oorlog kon tegenhouden kon ik dagelijks bij mijn grootvader observeren. Waren de forten rond Namen bedoeld om de vijand op enige afstand te houden, een stevige obus van dezelfde makers als de wapens waarmee die forten waren uitgerust liet de boel ontploffen. Zijn zwarte bril verborg zijn voor altijd beschadigde ogen en zijn kromme hand met stramme vingers was voor mij een warme vertrouwde hand als we samen naar het stadspark wandelden waar een helikopter van Sabena de post kwam ophalen. Maar als we thuiskwamen waren onze huizen er nog. Binnen brandde een gezellig licht.

Toch duurde het lang eer de voorbije tweede wereldoorlog tot de werkelijkheid van het dagelijks leven, begon door te dringen. Eerst na de Frankfürter Auschwitz-processen tussen 1963-1965 begonnen de ware verschikkingen zichtbaar te worden. De processtukken die Peter Weiss in zijn toneelstuk ‘Die Ermittlung’ gebruikte waren duidelijk. Ze zijn mij levenslang bijgebleven. Dit zou nooit meer gebeuren!

Het verhaal vertelt zichzelf deze dagen. Wij zien ze voor onze eigen ogen gebeuren of horen hun verhaal vertellen. Ik verzamelde foto’s van grote internationale nieuwsagentschappen en de foto’s die eerder in dit blog verschenen, foto’s van Nadia Sablin en Lida Suchy, fotografen geboren in Rusland en Oekraine en later uitgeweken naar de Verenigde Staten. Daar woont en werkt ook fotografe Sarah Blesener die Russisch leerde om foto’s te maken in jeugdkampen in Rusland en Oekraine en ook in eigen land, USA waar het patriotisme een leidraad was. Te herlezen en te bekijken in dit blog. Met die foto’s, aangevuld met landschappen uit Oekraine, heb ik een week gewerkt, ze geschikt en herschikt om ze als collage te gebruiken op de bezwerende muziek en tekst van David Lang (USA) naar de Song of Songs, het Hooglied, te vinden in het Oude Testament waarin op een erg zinnelijke wijze de liefde tussen een man een vrouw wordt beschreven.

De Hebreeuwse naam שִׁיר הַשִּׁירִים, Sjir ha-Sjirim betekent letterlijk "lied der liederen". De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt: 'het mooiste van alle liederen'. Deze betekenis zette zich voort in de Griekse Septuaginta Ἄσμα Ἀσμάτων, ásma asmátōn en in de Latijnse Vulgaat Canticum canticorum, wat beide ook "lied der liederen" betekent. Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam "Hooglied".
Met die tekst ging Lang aan het werk. Zijn compositie duurt ongeveer 12″, ik heb er de eerste acht minuten en enkele seconden van gebruikt. De betekenis echter van de woorden ‘beloved one’ en andere tedere benamingen verandert duidelijk door ze te mengen met de beelden waarover ik hierboven sprak. De woorden krijgen iets bezwerend, ze roepen herinneringen op, zoeken naar het duiden van verlangens, naar onzegbaar spijt, pijn en verlangen.Verlatenheid. Op YouTube is de beeldkwaliteit natuurlijk een stuk minder dan de hoge resolutie van de computermontage, maar die was praktisch in een blog niet te gebruiken om niet in één klap al mijn geheugen-reserves te verliezen. Ik hoop dat ze nog even blijft staan en zichtbaar is. Hier vind je ze, ook via kijken op You Tube zelf in iets groter formaat nog kwalitatief te bekijken.
"Just (After Song of Songs)" is a 2014 song written by composer David Lang. The song was performed by the Norwegian vocal group Trio Mediaeval, violist Garth Knox, cellist Agnes Vèsterman, percussionist Sylvain Lemêtre. In 2015, it was adapted for use in the soundtrack for the comedy-drama film Youth, directed by Paolo Sorrentino. The song is based on language from the Song of Songs in the Old Testament. It has received widespread acclaim from various news sources and music review websites, including The New York Times, The Guardian, and New York Public Radio.

Bij Apple music te koop voor…1,49 euro!

In tijden van oorlog is dromen moeilijk maar begrijpbaar. De ‘Surreal Photography’ van Erik Johansson inspireerde mij tot enkele teksten om even aan die oorlog te ontkomen. De Engelse vertalingen zijn voorlopige pogingen om deelname aan de inhoud te bevorderen.

Je vader, de schapenwolken-scheerder -cirrocumuli- schoor het gekrulde schapenwit de hoge hemel in. 'Het wordt kouder, kind.' Zwart broertje 'Donder' heeft zijn tijd gehad. Voor het donker moet de kudde de luchten leeg eten. Je moeders manen willen in heldere hemelnachten. schitteren.

Your father, the sheep-shearer -cirrocumuli- sheared the curly white sheep into the high heavens. 'It is getting colder, child.' Black brother 'Thunder' has had his time. Before dark the herd must eat the skies dry. Your mother's moons want sparkle in bright sky nights.

Reset. Nog net voor hij zal drukken vraagt hij haar of het terug naar vroeger moet: het rennen tegen het rukken van de tijd. Of spijt: dat grijs normale dat alle dromen splijt. Eerst betalen voor enkele scherven gespiegelde eeuwigheid.

Reset. Just before he will press he asks her if it has to go back to the old days: the running against the tug of time. Or regret: that grey normal that splits all dreams First pay for a few shards of mirrored eternity.

Toch is er boven de zolder nog een tweede zoals in het hoofd het denken een trapje hoger zingen wordt en nog een zolder daarboven met onzegbare dromen is gestapeld. Door dat laatste zolderraam ontsnap je, vleugels overbodig. Een beetje schrik voor het donker vertraagt het vallen.

Yet above the attic another one as in the head thinking a step higher becomes singing and another attic above with unspeakable dreams is piled up. Through that last attic window you escape, wings superfluous. A little fear of the dark slows down the fall.

Erik Johansson (born 1985) is a photographer and visual artist from Sweden based in Prague, Czech Republic. His work can be described as surreal world created by combining photographs. Erik mainly works on personal projects and doing exhibitions around the world. In contrast to traditional photography he doesn’t capture moments, he captures ideas with the help of his camera and imagination. The goal is to capture a story in a single frame and to make it look as realistic as possible even if the scene itself contains impossible elements. In the end it all comes down to problem solving, finding a way to capture the impossible. (website)
Website:


We publiceerden deze bijdrage (nu verder uitgewerkt) begin januari 2020. Ze is nu volop actueel en kan ons helpen het verschijnsel 'oorlog' te kaderen in het begrip 'opvoeding'. Opvoeden tot vaderlandsliefde en vredelievendheid, een moeilijke combinatie? Heeft het vaderland te weinig met 'moederlijke kwaliteiten' te maken of zou een dergelijke visie de begrippen 'moed en volharding' aantasten? Is er in opvoeding plaats nodig voor het militaire zoals vaak door vooral ouderen met heimwee naar hun legerdienst wordt gevraagd, of kan het specifieke ervan door bekwame goed opgeleide beroepstechnici vervuld worden?

Meer nog dan letters zijn beelden onderhevig aan eenzijdige, of zeggen we beter ‘enkelvoudige’ interpretaties. Zo zou je met enkele beelden van deze vrij jonge documentaire-fotografe Sarah Blesener, geboren in 1991, Minneapolis Minnesota USA, kunnen denken aan een activiste die het over de kwalijke gevolgen van ‘nationalisme’ zou kunnen hebben, terwijl zij met haar werk meer geïnteresseerd is in het ontstaan van wat mensen geloven en hoe ze via hun families, jongerenjaren en toekomstmogelijkheden met allerlei geloofsvormen en overtuigingen in contact komen, gebonden aan het tijdperk waarin zij (wij) leven.

Sarah Blesener is a documentary photographer based in New York City. Born in Minneapolis, Minnesota, she studied Linguistics and Youth Development. While in University, she worked as a photographer for the organization Healing Haiti based in Port au Prince, Haiti, covering events surrounding the 2010 earthquake. Upon graduation, she studied at Bookvar Russian Academy in Minneapolis, concentrating on the Russian language. She is a graduate of the Visual Journalism and Documentary Practice program at the International Center of Photography in New York. Her latest work revolves around ideologies amongst youth in Russia, Eastern Europe, and the United States. She was recipient of the Alexia Foundation grant for her 2017 work in the United States, and was also a 2017 fellow with Catchlight, working with Reveal from The Center for Investigative Reporting. In 2018, she was a recipient of the Eugene Smith Fellowship. In 2019, her personal project, Beckon Us From Home, received a first place prize in the Long-Term Project category of World Press Photo.

‘I am interested in how beliefs are formed at a young age, how young people identify in their political atmosphere, and how it shapes them as individuals. On a different note, this also has to do with militarization of youth and the thin line between patriotism and nationalism. While issues affecting youth and youth culture are underreported, I find the same to be true with women and warfare. The reason I decided to photograph women soldiers in Ukraine had to do with the same themes I mentioned: identity, belief, and tradition. However, I also wanted to see a perspective of the story I had not witnessed before – how women were fighting not only in the war, but also for equal treatment as soldiers and for the right to fight on the front line of combat.’

‘Ik ben geïnteresseerd in hoe overtuigingen worden gevormd op jonge leeftijd, hoe jongeren zich identificeren in hun politieke sfeer, en hoe dit hen vormt als individuen. Op een ander vlak heeft dit ook te maken met de militarisering van de jeugd en de dunne lijn tussen patriottisme en nationalisme. Terwijl kwesties die de jeugd en de jeugdcultuur betreffen onderbelicht blijven, vind ik dat hetzelfde geldt voor vrouwen en oorlogvoering. De reden waarom ik besloot om vrouwelijke soldaten in Oekraïne te fotograferen had te maken met dezelfde thema’s die ik noemde: identiteit, geloof en traditie. Ik wilde echter ook een perspectief van het verhaal zien dat ik nog niet eerder had gezien – hoe vrouwen niet alleen in de oorlog vochten, maar ook voor gelijke behandeling als soldaten en voor het recht om in de frontlinie van de strijd te vechten.’

‘My interest in “nationalism” as an ideology rather than “Russian nationalism” in particular is what led me to work on this project. I had spent a few years studying the Russian language, and a few years living in Eastern Europe and Russia. At the time when I was studying at the ICP, in the United States we were going through what I would call an historical election year. Rhetoric of patriotism, border protection, xenophobia, and immigration filled the news not only in the United States but also across the globe. I saw a lot of similarities in Russia, and decided to try to photograph, or at least understand, patriotism amongst youth in Russia.‘

‘Mijn belangstelling voor “nationalisme” als ideologie, en niet zozeer voor “Russisch nationalisme” in het bijzonder, is de reden waarom ik aan dit project ben gaan werken. Ik had een paar jaar Russisch gestudeerd en een paar jaar in Oost-Europa en Rusland gewoond. In de tijd dat ik aan het ICP studeerde, beleefden we in de Verenigde Staten wat ik een historisch verkiezingsjaar zou willen noemen. Retoriek over patriottisme, grensbewaking, vreemdelingenhaat en immigratie vulde het nieuws, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook over de hele wereld. Ik zag veel gelijkenissen in Rusland, en besloot te proberen het patriottisme onder jongeren in Rusland te fotograferen, of op zijn minst te begrijpen.’

‘A few of my Russian friends were very active in politics, and mentioned to me that they had a large number of young friends who were growing increasingly interested in patriotism and the military. In April of 2016, I happened to witness a cadet class that taught students to dismantle AK47s and to quickly dress and undress in biohazard suits. This became the first photograph I took for what would become a long-term project about patriotic education.‘

‘There is nothing inherently wrong with patriotism. However, these two terms (nationalism and patriotism) easily blur, and patriotic rhetoric can lead to nationalistic thinking. This is why I decided to focus on patriotic education, starting with patriotic clubs, patriotic classes and patriotic camps throughout the year. Access was difficult, but I had the advantage of speaking Russian, of having prior experience living in the country, and also I was a student at the time. Being young and a student in New York opened many doors for me. The individuals I met were curious about my life, why I spoke their language, and how I ended up in the middle of patriotic and historical war camps.‘

‘Er is niets inherent mis met patriottisme. Deze twee termen (nationalisme en patriottisme) lopen echter gemakkelijk in elkaar over, en patriottische retoriek kan leiden tot nationalistisch denken. Daarom besloot ik mij te concentreren op patriottisch onderwijs, te beginnen met patriottische clubs, patriottische klassen en patriottische kampen gedurende het hele jaar. De toegang was moeilijk, maar ik had het voordeel dat ik Russisch sprak, dat ik al eerder in het land had gewoond, en bovendien was ik toen nog student. Jong zijn en student in New York opende vele deuren voor mij. De mensen die ik ontmoette waren nieuwsgierig naar mijn leven, waarom ik hun taal sprak, en hoe ik midden in patriottische en historische oorlogskampen terecht was gekomen.’

‘My aim is to continue along the same theme of my prior project in Russia, but here in the United States, focusing on patriotism among youth. While I was photographing and working in Russia, I saw many parallels to my own country. I think the phenomenon I see happening in Russia is not unique to itself, but it is global and widespread, and something that Americans can relate to. While we do not have the same style of patriotic camps or club, on an ideological level, the rhetoric is very similar, which is why I am dedicating this year and next to work on these themes and topics.‘

‘Mijn doel is door te gaan met hetzelfde thema als mijn vorige project in Rusland, maar dan hier in de Verenigde Staten, met de nadruk op patriottisme onder jongeren. Toen ik in Rusland aan het fotograferen en werken was, zag ik veel parallellen met mijn eigen land. Ik denk dat het fenomeen dat ik in Rusland zie gebeuren niet uniek is voor zichzelf, maar dat het wereldwijd en wijdverspreid is, en iets waar Amerikanen zich mee kunnen identificeren. Hoewel we niet dezelfde stijl van patriottische kampen of clubs hebben, is de retoriek op ideologisch niveau zeer vergelijkbaar, en daarom wijd ik dit jaar en volgend jaar aan het werken rond deze thema’s en onderwerpen.’

I want to continue to explore motivations and issues surrounding nationalism and patriotic fervor. I want to focus on how youth are taught these ideologies. Personally, I think this year in particular is an incredibly interesting to time to have a conversation about what it means to be patriotic, and how young people are responding to their political atmosphere.

I also believe that in order to create significant media and photographs that create change, it is necessary to engage in long-term research and commitment to a region and topic, and this is my goal in photography – to commit myself to long-term projects and work. This fellowship with Reveal allows for the freedom to do just that.

‘I grew up fascinated by communication – linguistics and music in particular. Incredibly introverted, I was always interested in listening to those around me, and I think I realized early on in life how easily verbal communication fails. I found what I was looking for immediately with music and literature. As a teenager, I had a friend give me a camera and introduce me to photography. And photography became a different form of listening to those around me, a more private form. Unlike my experience with instruments, my camera became something I used in solitude as more of an escape. I began to experiment with photographing those closest to me, starting with my siblings. My older sister had been struggling with an eating disorder for a few years, and had begun to open up to me about her experiences. I decided to photograph her while she shared her feelings with me, something I was incredibly nervous to do. I was unsure how she would respond, how it would affect our relationship, and how the images would feel. However, the experience of seeing my sister through my camera, the vulnerability on both ends, was monumental for me. It was an experience that allowed me to hear her in a different volume. I could expand on this for a long time – but this, really, is how I became truly fascinated with photography.‘
‘The dual messages of “America first” and “Americanism” can be found not only at the forefront of current political movements, but in the pages of literature and education taught at camps and clubs across the United States. Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and simultaneous stripping of individuality. In these settings, around 400,000 American youth are taught annually, often with military subtext, what it means to be an American. Photographed in twelve different states across a divided country, Beckon Us From Home is an ongoing photography project investigating the ideology of patriotism.‘

‘This work examines themes surrounding the interplay of statehood and adolescent identity, looking at topics such as the anxiety surrounding high school shootings, the role of social media and empathy, and the impact of coming of age in a polarized nation. The aim is to open dialogue around the nuanced and complicated ideas instilled in future generations of Americans. How are young people responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems?‘
http://www.sarah-blesener.com/
Haar geloof in ‘long term research’ houdt ons van gemakkelijke krantenkreten en social-media-getwieter verwijderd. Ze is nu volop Duits aan ’t studeren dus mogen we zeker nieuw werk van haar in die richting verwachten. Ook in dit kleine landje hebben wij het voortdurend over deze termen en beschieten we elkaar al dan niet met de nodige en vooral onnodige culturele canons terwijl er waarschijnlijk meer verbindingen bestaan dan wij vermoeden. Maar ook dat is long term werk waard. Misschien wordt het tijd om oudere lijnen die ons verwijderen in meer gemeenschappelijke speel- en werkvelden op te lossen en elkaar beter te leren kennen in allerlei projecten waarvan dit blog hoopt een miniem onderdeel te mogen zijn.

We came here to be isolated. I wanted to build a home that looks like an old prairie school house … We dream of the past like some people dream of the future,’ says Rebekah Engebretson
Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and the simultaneous stripping of individuality.

Het ‘gebruiken’ van de typische eigenschappen eigen aan de adolescentenjaren is niet nieuw. We zouden kunnen verwijzen naar een studie over ‘soldaten’ van 13-17 jaar in de Eerste Wereldoorlog, een bijzondere studie die nauw bij dit onderzoek aansluit. ‘L’ appel de la guerre, des adolescent au combat, 1914-1918, Manon Pignot, editions Anamosa, 2019. Het boek opent met een citaat van Victor Hugo uit ‘Les Orientales’:
‘Veux tu, pour me sourire, un bel oiseau des bois,
Qui chante avec un chant plus doux que le hautbois,
Plus éclatants que les cymbales?
Que veux-tu? Fleur, beau fruit, ou l’ oiseau merveilleux?
-Ami, dit l’ enfant grec, dit l’ enfant aux yeux bleus,
Je veux de la poudre et des balles.’

‘At the beginning of this project, I was looking for a standard definition of patriotism and nationalism to measure against. In the end, I found a myriad of contradicting perspectives and definitions that greatly differed from one another. I learned that these contradicting viewpoints contribute to a uniquely American perspective on patriotism, and also shows our divide, but at the same time allows room for the many counter-narratives across the country. These counter-narratives directly contradict and complicate the classic binary that is presented in the media. The classic binary of left vs. right /good vs. bad has been further elevated by the use of click-bait and easily digestible social media platforms, as well as the media organizations that have to adjust to ideas of likes, shares, and social redistribution. All of this has, in my opinion, reduced rather than expanded our content creation. This younger generation is incredibly mistrustful of media, questions every source, and is more fluid in their perceptions of politics. In general, they are far less polarized as the adults, and I hope it remains this way.‘

‘I learned the kinds of questions I am interested in asking, and the kinds of questions I believe are important to be asking, rather than these strictly left vs. right dichotomies that we are often presenting: are we as societies fracturing? Where are we at in terms of empathy? How are youth responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems? The purpose is not to provide answers or to lay out a narrative that can be easily digested. I hope the images and stories are complex enough for my audience to struggle with them. I hope these stories will bridge black and white thinking around these issues, and to bring nuanced to many subjects that remain cloaked in stereotype and presuppositions. I want to encourage dialogue about larger issues at hand and to push back against trends of nationalism and xenophobia. And I want these images to encourage critical self-reflection. I want these images to pose tough questions to our own identities, our own ideas of nationhood, our own childhood and experiences of coming of age, and our own struggles with all of these themes.‘



Wang Fuchun, the award-winning photographer best known for his candid shots of Chinese people riding the train, has died at the age of 79, according to a statement released by the China Photographers Association March 13 2021. Born in the city of Suihua in China’s northeastern Heilongjiang province in 1943, Wang rose from a blue-collar background to become one of the leading figures in Chinese photography, winning the prestigious Golden Statue Award for China Photography in 1996.' (Sixth Tone Shi Yangkun)

Ben je met de trein in enkele uren door dit kleine landje, door China reizen per trein is een ander verhaal. De fotograaf Wang-Fuchung kon er van meespreken. Hij noemde zijn foto’s ‘story-stealers’, verhalen die in een foto het dagelijks leven van de alledaagse mens samenvatten en in de verbeelding van de kijker weer tot leven komen, aansluitend bij de grote Amerikaans-Europese traditie waarin het dagelijks leven de kern van hun werk vormt.


"I became an orphan at an early age. So my elder brother and his wife took me under their wings. Around that time, my brother worked for the railway administration. So our house was near the rail line. Every day, I watched trains go by and listened to their shrieking. We were pretty poor back then. So in order to support the family, I collected cinders along the tracks. During the harvest season, to collect grains that have not been harvested, I would hop onto trains to nearby farmlands. It's kinda like the old movie 'Railroad Guerrilla'. My love for trains has grown in me since my early childhood."


In the year 1963, persuaded by his brother, Wang decided to transform his love for trains into a career. The then twenty-year-old got admitted into a vocational railroad training school where he trained as an engineman. "I applied for that school because I wanted to drive the train. But after graduation, I was assigned the role of car inspector. As you can imagine, I was slightly disappointed. But this episode didn't affect my feelings towards trains. In the 70s, I became a graphic designer for the labour union of the Sankeshu Railway Administration. Then in 1977, each work unit was asked to elect exemplary employees. For the sake of publicity, the head of the labour union asked me to take some pictures. That's how I started my photography career."


Hij ontdekt zijn roeping in de fotografie: “I remember it was 1980, when Japanese photographer Hiroji Kubota exhibited his photos on China in the city of Harbin. His photos were so big that each one of them occupied nearly an entire wall. It was mind-boggling! Kubota specializes in documentary photography. His works changed my mind and how I took pictures.”
Hij begon te werken met een ‘seagull’-camera met twee lenzen met negatieven van 6 x 6cm. Hij maakte willekeurige foto’s zonder dat iemand hem een onderwerp oplegde. Zijn bijzonder discrete manier van werken zorgde vaak voor intieme momenten: ouders kijken liefdevol naar een pasgeboren baby, de twee verliefden samen onder een deken, een monnik die terwijl hij zijn gebedskralen door zijn vingers laat gaan, indommelt. Alles in zwart-wit.



"How Chinese trains have evolved! First, it was steam train, and then it was replaced by diesel locomotive. Coming up, we got electric trains. Now, bullet train has become the norm. As the transportation has improved, people inside the carriages have changed as well. These transformations mirror the tremendous changes of China after opening up to the outside world (since the late 1970s). The transformation was silent and subtle. I am glad that as a photographer, I document these changes and people like my pictures." Nowadays, the high-speed railway network in the Middle Kingdom measures a staggering 22 thousand kilometres, more than the rest of the world's combined. As China's railway revolution continues to pick up steam, it is expected that by 2020, this sprawling network will cover 80% of the big cities. Of dit een vrome wens was heb ik nog niet kunnen nagaan, maar de stelling is wel geloofwaardig.

"Now, walking inside the high-speed rail, no matter how hard I try, I cannot find a good subject to capture. There is no story any more. People either lie down, or stare at their mobile phones. They stop chatting to people sitting next to them. There is no conversation throughout the entire journey. The indifference has become the most significant trait of this day and age."

De ‘onverschilligheid’. Een resultaat van de functionele samenleving? Een nieuw onderwerp voor hedendaagse fotografen? De documentatie van de evoluerende tijd mag in zijn werk al een merkwaardige bijdrage vormen, zijn liefde voor de reizende mens, voor korte of langere tijd op elkaar aangewezen, straalt uit zijn foto’s. Ze zijn een dankbare schat om de weg tussen gisteren en morgen zonder woorden duidelijk te maken. Meer dan vierduizend treinritten en ongeveer 200.000 foto’s heeft hij gemaakt; zijn razendsnel – evoluerend land is nog altijd een thuis voor de mensen wiens verhalen hij graag stal, om zijn eigen uitdrukking te gebruiken. Hopen we maar dat politici en al dan niet zelf verkozen leiders deze foto’s voor ogen houden als ze het hebben over het begrip dat ’toekomst’ heet.




Er zijn de grote woorden, de grote verwijten, de politieke dromen, de wederzijdse vermeende of echte bedreigingen, maar in beide landsgedeelten, Rusland en Oekraïne leven net zo’n gewone mensen als wij hier ter plekke. Ik zocht dus twee vrouwelijke fotografen die hun moeder-vaderland van hun kindertijd in beeld brachten en laat je graag meekijken naar hun observaties van het dagelijkse leven in hun thuisland.

Nadia Sablin: I left Russia on the cusp of my adolescence—a move which divided my life into two very distinct parts. When I left Russia, everything changed overnight. I swapped the palaces of Saint Petersburg for the perfect lawns of Middle America, and obsessive reading of the Russian classics for episodes of Full House. I went from being an over-pampered child to suddenly understanding more than my parents. Everything I knew was left behind and I became a new person, even changing my name to a more Westernized version.

When I go back to the former Soviet Union, much of my childhood comes to life again: the smells, the sounds, the angle of light, the way a train car rocks you to sleep on a long trip north. It’s as if I’m traveling not just to a different location but to a different time, and to a version of myself I only vaguely remember. The vastness of the region is a draw as well. Threads of family connections, fairy tales and rumors pull me further and further in. I think I could spend my life focused just on this region and never get tired.
NS: I became addicted to reading when I used to visit my grandfather’s house at the age of seven. At the time, spending summers away from the city felt like being forced into exile. I missed my mom’s bedtime stories, all my friends, and the constant attention of my grandmothers.

‘Years like Water is a decade-long look at a small Russian village, its habitants, ramschackle institutions, nature and mythologie. The series loosely follows the lives of four interconnected families, showing children grow up unsupervised in a magical wilderness and adults strugle for survival in the same. For over ten years of visits, I attented birthdays and funerals, drank tea with the grandmothers, and listened to stories of the villagers’ loniless and love for one another. ‘

‘My photographs from Alekhovshchina explore and describe a world that doen’t fit into the neat narrative of “Putin’ s Russia” put forth by both Eastern and Western media. It is more beautiful and complicated than either side would have us believe, more tragic and hopeful.’ (Nadia Sablin)

Lida Suchy uit Oekraïne brengt haar foto’s samen en maakt er samen met Miso een wonderlijk mooie film van gesteund door authentieke klankopnames. ‘Pictograph.’ Het dagelijks leven in Krvorivnya, Oekraïne. Maak er even tijd voor want het is een bijzondere belevenis een twintigtal minuten deelgenoot te mogen worden van hun dagelijks bestaan. Het kan niet rechtstreeks maar klik op‘Learn More” en je bent er. Geniet.
Vignettes of life in the village Kryvorivnya in the Carpathian Mountains of Ukraine, where once the novel "Shadows of Forgotten Ancestors" was written and later filmed and where, to this day, the passage of time has its own pace.

Growing up, Lida Suchy listened to her parents’ tales of the Ukrainian homeland, which they fled because of Soviet persecution during World War II. At night, her father, Zenon, told her bedtime stories about Baba Yaga, the Ukrainian witch, but also tales from his summers spent among the Hutsul culture, deep in the Carpathian Mountains of western Ukraine. There was even a touch of romance to her parents’ first moments in exile: Zenon met his wife-to-be, Irene, when he pulled her through the window of the last train leaving the station. Together, they watched the sunset.(The NY Times Jonathan Blaustein 2016)


“Most of the news coming from Ukraine focuses on the war, the violence, the destruction and extreme problems that are stereotyped. I wanted to show the everyday life of ordinary people,” she said. “I really feel a kinship with them. I would like to transfer, if possible, that sense of touch, that sense of closeness, that I feel with the people.” (ibidem)


I think it’s important to tell personal narratives so that the individual doesn’t become lost in a sea of generalities and stereotypes. Seeing life from the point of view of someone else creates a more empathetic, richer understanding of the world. What we are shown in the news tends to reduce global movements to digestible size. I’m interested in doing the opposite: reaching for the universal through the personal; telling the truth through fiction. (Nadia Sablin as told to Abigail Smithson)

https://www.lidasuchy.com/about

Heren aan 't bewind: Zoals in 1934 verschenen nu in 't vrijwel lege stadion van een stad de heersers van 't moment net voor de spelen hun spelletjes zouden camoufleren en sterven voor de aankomst vaderlandsliefde werd genoemd. Tijd om scheve schaatsen in te ruilen voor een tochtje in de bergen. Vergezichten gratis. Tot aan de horizon die voorlopig nog van niemand is. Even slapen kan tussen de bloemen Wakker worden met de morgen in de lucht.


Dit ‘zinkende huis’ is deze dagen te bekijken in de Engelse stad ‘Bath’, in het midden van de Avon-rivier, dichtbij de Pultney Bridge. Het is een installatie van de ‘Stride Treglown’ architectuur-studio.
Sinking House is a small wooden house painted red that seems to sink into the river. Sitting on the roof is a human figure who is trying to save the house from almost certain destruction by tugging on a rope tied to the bridge. On this rope we can see an unmistakable white writing on red signs: COP26. (Collater.al Guido Giulia)

Het is een duidelijke boodschap van de architectengroep van Stride Treglown aan het adres van de klimaatverandering en toont met een beeld de inclusieve gevaren voor ons allen ervan enkele dagen voor COP26, the United Climate Change Conference. In eigen land hebben we duidelijke voorbeelden gehad van ‘zinkende’ huizen. De rode kleur was niet toevallig want ze stelt daarmee alle huizen en hotels van Monopoly voor. The Stride Treglown studio wilde hiermee onderlijnen dat staten vaak beslissingen nemen die vooral of alleen rondom de economische aspecten van het gebeuren draaien.

In datzelfde tijdschrift ‘Collatter.al toont de Israëlische fotograaf Alexander Bronfer zijn foto’s over ”The dead Sea’, de Dode zee. Een vreemde en inderdaad mysterieuze plaats waar je dichtbij de bijbelse teksten en gebeurtenissen (met o.a. de vervloekte steden Sodoma en Gomorrah) juist NIET kunt zinken door het hoog zoutgehalte in het water.
In addition to being an important archaeological site, where, for example, the remains of a cosmetic and therapeutic mud factory dating back to the time of Herod have been found, Ein Bokek today represents a destination frequented mainly by tourists from different countries. It is precisely in this place, located on the western shore of the lower basin of the Dead Sea and where the water depth never exceeds 2 meters, that photographer Alexander Bronfer has returned almost every week for about two years, capturing its truest and deepest soul. (Collater.al Guido Giuilia)


Recente studies tonen aan dat ’the lower basin of the Dead sea’ gedoemd is om verdampend te verdwijnen.
Alexander Bronfer was born in Ukraine and studied in Russia, in St. Petersburg. Once he finished his studies he moved to Israel, first in Tel Aviv and then lived in several Kibutz in the south of the country.

Het is een beetje surreëel maar toevallig had ik enkele conceptuele illustraties van kunstenares Chiara Ghigliazza bij de hand. We blijven beleefd en voorkomend, ook in noodsituaties.

Bezoek alvast haar website: https://chiaraghigliazza.com/
Can ‘women’s work’ be a feminist act? I want my daughter to love whatever she wants to love. I want my daughter to fully own her own desires and joys, and I hope her generation is far less consumed with questioning the validity of whatever makes them happy than mine is. (Chiara Ghigliazza)


Het zijn maar enkele voorbeelden van ‘beeldend’ denken omtrent ‘de toekomst’, een kleine aanvulling van onze vorige bijdrage.

enzovoorts
De hedendaagse kunstenaar kan o.a. met treffende beelden wel degelijk een verhelderende aanzet tot dagelijkse participatie geven. Dat kunst zich bekommert om de planeet en haar (toekomstige) bewoners zou vanzelfsprekend mogen zijn. De manier waarop is een kwestie van kunde, mensenkennis en samenwerking. Beeldentaal kan zich tot een breed publiek richten.


Het blijft niet lang, dat kladje oktoberlicht in de vroege namiddag. Door het badkamerraam tot op het rekje met ‘mannengereedschap’, nog onder het stof van voorbije werken. Klad zon aan de linkerkant, streepje op de tegels, puur licht in het pillendoosje op zijn blauwe foedraal. Nu inzoemen op de strakke nagelknipper op het mandje gestoken.


Stof over het weefwerk en een verre weerkaatsing van de fotograaf in het spiegelend vlak van de knipper. Tegen de zacht belichte tegels het blauwgetinte van Davidoff’s Cool Water terwijl wattenstaafjes zich uitrekken om nog mee in beeld te komen.

Ook de nieuwe nog ingepakte tandenborstel wil bij de donker geworden Davidoff horen. Het oktoberlicht weerspiegelt het blauw van Cool Water op de tegels. Lang zal het niet duren.

Het bijna lege pillendoosje van die dag vangt alleen licht. Is er een mooier geneesmiddel? Innemen langs de ogen, of het bewaren in het digitale geheim achter het oog van de lens, deze liefelijke cycloop.


Tenslotte is er het moment van het stilleven zoals ik het wil bewaren: Licht, schaduw en reflectie in de gewone alledaagse dingen, een oktober-namiddag. Alles valt op zijn plaats.

In de traphal tekent het licht gordijnbloemen op de muur net voor het vertrekt. Tien minuten later verdonkeren wolken het binnenhuis. Je moet aan vroege avonden leren wennen.

Natuurlijk komen de foto’s beter tot hun recht als je ze extra kunt vergroten, maar hier zijn het gewoon onderdelen van een verhaal waarin het strijklicht van oktober even binnenkomt, hoopt dat iemand zijn toverkunsten opmerkt voor het oplost in het naderende regendonker, uitloper van kortende dagen. Stilleven.



Het fotografisch beeld in een synthese met industriële materialen zoals cortenstaal, aluminium en vinyl. Dat is het onderzoeksterrein van de Amerikaanse kunstenares Letha Wilson (b.1976), nu o.a. te zien in de Grimm-gallerie in Amsterdam, voordien ook in New York.
Letha Wilson’s practice is rooted in material experimentation. She is known for her synthesis of mediums, expanding the visual and physical dimensions of photography and sculpture. By combining industrial materials such as Corten steel, aluminum, and vinyl with photography, Wilson has developed unique fabrication processes. She prints images depicting the beauty of natural landscapes onto her sculptures, embeds them in the surface of her works, and manipulates them in various unexpected compostions. The sweeping expanse of a desert sunset, grooved rock formations, and verdant palm trees are among images Wilson has taken while travelling in Hawaii, the American West, and Iceland. The natural world is both the subject and content of her work; a metaphor for the role of the landscape in myths of renewal, and possibility. (Grimm Gallery)


Een synthese van media. Zat de fotografie vastgeklonken in de twee-dimensionele ruimte, hier probeert de kunstenares haar als belangrijk onderdeel te integreren, niet alleen in haar oorspronkelijke vorm maar vaak ook bewerkt, geknipt, gescheurd, of afgedrukt op ongewone materialen zodat ze helemaal in het kunstwerk kan geïntegreerd worden.

Door industriële materialen zoals cortenstaal, aluminium en vinyl te combineren met fotografie, heeft Wilson unieke fabricageprocessen ontwikkeld. Ze drukt beelden van de schoonheid van natuurlijke landschappen af op haar sculpturen, verwerkt ze in het oppervlak van haar werken en manipuleert ze in verschillende onverwachte composities. De uitgestrektheid van een woestijnzonsondergang, gegroefde rotsformaties en groene palmbomen behoren tot de beelden die Wilson heeft genomen tijdens reizen in Hawaii, het Amerikaanse Westen en IJsland. De natuurlijke wereld is zowel het onderwerp als de inhoud van haar werk; een metafoor voor de rol van het landschap in mythen van vernieuwing en mogelijkheden. (Grimm)

Wilson snijdt, scheurt en vormt haar foto's, duwt en trekt de afdrukken op hun plaats en omhult vervolgens delen van de compositie in cement. In haar werk ze onderzoekt de magnetische aantrekkingskracht van het Amerikaanse Westen en wijst daarbij op de rol die het landschap speelt in onze eigen mythen over heruitvinding, eindeloze mogelijkheden en grote beloftes. Met architectuur en driedimensionaliteit als frame en armatuur onderzoekt Wilson de mogelijkheden en onmogelijkheden van het fotografische beeld. Zoals het onvermogen van een foto om de plek die wordt afgebeeld volledig te omvatten. “I believe the concern for the environment and nature comes from the heart of my experience spending time outdoors. It’s not something that I address overtly; but I allow the viewer to bring with them what they may and, perhaps, or ideally, they re-consider their own relationship or assumptions about nature.”

'I never understood why photography was sort of sectioned out in terms of this art conversation. What do photographers think they’re doing that separates them from artists? There is such convention surrounding photography, how it’s framed, how it’s hung, how it’s presented. I amazed that people assume that once the image is captured nothing happens after that. To me, that’s just the beginning of the conversation. The image is not the end point but a starting point. And even going back to someone like Anna Atkins, I find it really interesting thinking about the first camera, the first photograph, the camera obscura. It’s all really based on science, a spirit of experimentation and figuring out what works. I get excited about that.' (William Jess Laird, Upstate Diary)


'I was really interested if something could be sculpture, painting, and photography simultaneously. I was making work, but I was also taking all these other classes learning a lot of processes, so I could understand what I could create using mold-making or layering images onto fabric. My peers were always painters and sculptors. I never took a photography class and I feel like an outsider as far as photography goes. But the thing is that, eventually, I realized these pieces I was making, these extrusions using digital prints and sculptural forms were kind of cumbersome. So in order to break down my practice into something more immediate, I started printing in the dark room, which has been a huge part of my process. I’ve been printing for 12 years, but, still, I go to the dark room and they’re like, “Which enlarger lens do you need?” And I’m like, “I don’t know.” I don’t know the technical lingo of photography, but I know how to do what I need to do. My goals are just different. I shoot with this old box camera, a Yashica-Mat, so there’s a certain amount of not seeing and not knowing what I’m doing. And then, when I’m in the dark room, I just want to see images as quickly as possible. I know that I’m going to subject these prints to extreme duress, so I print quickly and really large — and the colors can shift. But it isn’t perfect color that I’m looking for.' (Ibidem)


Website:
http://www.lethaprojects.com/index.html

Nature and the landscape, particularly in the Western United States, but even hiking in the woods out East gives me ideas. The sense of timelessness and the overwhelming magnitude of the spaces in the American West continually blow me away. Besides the large vistas, are so many details and moments, the rocks, geology and formations, it is a continual source of amazement.

https://grimmgallery.com/artists/25-letha-wilson/

Een foto van een jongetje in een klasje. We zijn in haar vroegere lagere school in Hazleton, Pennsylvania, eens een kolenmijn-stad waar ze is geboren en opgegroeide: Judith Roy Ross, fotografe met op dit ogenblik een grote overzichtstentoonstelling in Madrid. Uit een uitstekend artikel in De Witte Raaf van Steven Humblet, docent fotogeschiedenis en fototheorie, citeren we graag:
'De eerste portretten van Judith Joy Ross dateren van 1982 (voordien beoefende ze vooral landschapsfotografie). Ze tonen kinderen en jonge adolescenten in het Eurana Park, Virginia, een stadspark dat de fotografe in haar jeugd zelf frequenteerde. Ze maakte de opnames één jaar na het overlijden van haar vader met wie ze een innige band had. De keuze om op dat moment, op die plaats, portretten te gaan maken, laat zich ook lezen als een poging om de geborgenheid die ze in de relatie met haar vader ervoer terug te vinden: in de zoekende, tastende, maar tegelijkertijd ook fiere en zelfbewuste lichamen van de hier verzamelde jeugd ziet zij dezelfde dromen, angsten, verlangens opduiken die zij als kind reeds had. Via het portret – en dan vooral door de intense dialoog die het veronderstelt tussen maker en onderwerp – hoopt de fotografe het gebroken contact met de wereld te herstellen.' (Steven Humblet In De Witte Raaf december 2011)



'Met deze eerste reeks ligt meteen ook haar werkmethode vast: de opname wordt gemaakt met een grote, logge camera die het gebruik van een statief noodzakelijk maakt. Het opstellen van de camera, het klaarmaken van het negatief, het afstellen van het toestel, vragen heel wat tijd, aandacht en voorbereiding. Dat berooft de opname van een zekere spontaneïteit, maar toch is er nergens enige verkramping te bespeuren. Het model neemt weliswaar een pose aan, maar alles blijft luchtig en (vaak aandoenlijk) eerlijk. Niemand verkruimelt hier onder de genadeloze blik van de camera, niemand verbergt zijn kwetsbaarheid achter een gezochte houding. De geportretteerde behoudt zijn waardigheid, zijn sterkte, zijn onafhankelijkheid. De fotografe gebruikt de camera niet als een voyeuristisch instrument om de geportretteerde allerhande ongewilde confidenties te ontlokken. Haar portretten zijn altijd lovend, nooit bestraffend of ontluisterend.' (ibidem)


'De verkregen negatieven print de fotografe vervolgens uit in open lucht, op zogeheten ‘printing out paper’. Deze werkwijze geeft de prints hun specifieke, warme, bruine of grijsachtige tint en leidt daarenboven ook tot een relatief klein formaat. Het gebruik van een vergroter is hierbij immers uitgesloten. Daarom hebben de beelden ongeveer hetzelfde formaat als het grootbeeldnegatief – toch nog altijd 20 bij 25 cm. Terwijl het kleine formaat de toeschouwer tot heel dicht bij het beeld lokt (en hem dus heel dicht bij het model brengt), ontzegt de verkleuring hem alsnog een al te gemakkelijke toegang. De nostalgisch aandoende tint verplaatst de geportretteerde in een andere tijd en ruimte, zichtbaar aanwezig en tegelijkertijd onbereikbaar elders. Hoe dicht we het model ook benaderen, nooit raken we aan zijn intimiteit: de soevereine kern waaruit het afgebeelde leven bestaat blijft voor onze nieuwsgierige blik ontoegankelijk. De nabijheid mondt niet uit in vertrouwelijkheid.(ibidem)'

‘When I shoot, I am photographing because what is in front of me is really happening, and I want people to know about it. I fall in love with the beauty of an expression or the turn of a collar, a poignant gesture, the light. I don’t know these people, except suddenly with a camera we have an intense relationship… the picture is proof. It’s about paying attention. I have a large beautiful wooden camera. I am a quick talker, I can convince people in a few seconds because I am sincerely interested in them, but I am more interested in capturing what I see in them. It’s not that I want to be their friend, it’s that I see their life and it’s amazing, and I want to put it in an image. It’s a short but deep connection. Then I go back to being alone but have one more lightning bug in a bottle. One more piece of evidence as to who we are.
The 8×10 camera is vital. I use it like a charm, like an attractant. I would not enjoy pointing a camera to a stranger. I would feel like I am doing something to them. With a view camera, we are doing something together. Definitely together. I am fumbling around under a cloth over the camera and myself, and the person is arranging themselves. We work together.’



‘When I go out with a camera, I have an antenna to notice and be drawn into someone’s life. Then, my entire purpose is to notice what’s going on with other people and to record it. Most of my work is in series, and each series has behind it a goal of dealing with an issue, and in each context I explore who people are.
By paying attention, I see things in people that are there but you have to allow yourself to see them. I do not see my friends or family like I see total strangers. I am just enjoying my friends or not, but I am not interested in looking at them to make a picture. I would feel very odd photographing a friend. When I see something in a stranger it is not just an expression but an idea about that person and an understanding. Seeing, on the level I am trying to describe, is for me like making pictures or poems. It’s very thrilling or problematic. You just have to try and see what happens.’



From 1992 through 1994, she returned to the same public schools in Hazleton she’d daydreamed through while growing up. Again, the goal was idealistic. “I wanted people to pay their taxes. I wanted people to care about public education,” Ross says. “I certainly didn’t care about mine. I thought school sucked.” Ross’s Hazleton pictures are singular in their acknowledgment that school can indeed suck, and in their eerily personal portrayal of the vastness and discomfort and yearning and angst of adolescence— the pride of a perfectly brushed mullet or a cascade of sprayed hair. “These are their own selves,” she says. In a print displayed in her front room, a boy stares at the camera through glasses so thick you long to tell him they’ll be considered cool in twenty years. But here, he simply is a high schooler briefly showing his vulnerable self. Ross’s framing preserves this, acting as a protective shell. (Rebecca Bengal Aperture)


Haar ‘verzameling’ mensen van alle slag, leeftijd en beroep doet uiteraard denken aan ‘August Sander’ die het in kaart brengen van de volledige maatschappelijke orde van zijn tijd als doel stelde. We hebben met ‘Bij een foto van August Sander’ op 28 mei 2019 daar een bijdrage aan gewijd. Te lezen als aanvulling op het werk van Judith Roy Ross op:
We hebben het politieke en strijdvaardige werk hier nog niet belicht omdat we ons wilden beperken tot essenties rond het in beeld brengen van het dagelijks gebeuren. In de onderstaande video vertelt ze heel direct wat haar visie op oorlog is en hoe ze daarop met haar werk reageerde.
Klik op haar naam onder een van haar foto’s en je komt bij het MOMA terecht waar er een 106 portretten ook kunnen uitvergroot worden door te klikken op het getoonde formaat. Zeker de moeite waard gezien de grootte van haar negatieven die als contactafdruk hebben gediend. Zo zal de hier getoonde foto van de Kindergarten-klas in groot formaat nog beter tot zijn recht komen.


'All my life I wanted to be an artist, but until I discovered photography, I did not have a clear idea of what that meant. With the camera I found a way to connect to the bigger world. People became my subject—the lives of people! They were all strangers but now I could know them.'


Het wil allemaal wel even, maar het zet zich niet door. ‘Het’ is in dit geval ‘het weer’, of ook ‘de algemene toestand’, kortom: de malaise van een verloren seizoen, of zelfs, volgens pessimisten, verloren jaren. Tijd dus voor een echt gebeurd verhaal dat mij alvast opbeurde temidden de chaos van mondmaskers, cancel-culture, kreten en gefluister om Bergman te citeren, letterlijk en figuurlijk uit het nest vallen, en met de hulp van een gevederde (je voelt de engel aan komen zweven?) pijnen en donkere luchten alvast enigszins te verlichten. De kracht van het opgetild worden, al dan niet op eigen kracht zoals al bleek uit de vitale afbeelding van Karel Appel: People, Birds and Sun en dat deed hij in 1954 maar gloeit in 2021 nog makkelijk tot ver achter onze ogen verder. Een mooie combinatie.

Wat voorafging:
Samantha Bloom is een Australische vrouw die als verpleegster werkte en door Afrika reisde. Later werd ze verliefd op Cameron Bloom, fotograaf, en kreeg ze drie zonen met hem - Rueben, Noah en Oliver - ze vestigden zich in de Northern Beaches van Sydney. Cameron Bloom, zijn vrouw Sam en hun drie jongens waren een normaal, gelukkig gezin - tot een bijna fatale val, tijdens een gezinsvakantie in Thailand, Sam verlamd en in een diepe depressie achterliet. "Ik hoorde een afschuwelijke klap van gebroken klokken, een gewelddadig gerinkel van metaal op steen." Sam leunde tegen een veiligheidshek - parallelle rijen stalen palen vastgebout aan betonnen pilaren-... Het hek stortte onder haar in... en ze verdween in de diepte. Sam lag 20 meter dieper op de tegels. Ze lag volkomen stil." Sam had een dwarslaesie opgelopen en was nu paraplegisch. Het zou zeven maanden duren voordat Sam naar Australië kon terugkeren, en Cameron moest gespannen wachten in het Thaise ziekenhuis terwijl Sam herstelde. Toen het gezin terugkeerde naar Sydney, raakte Sam, die toen 45 jaar oud was, in een depressie.

Sam’s schedel was op verschillende plaatsen gebroken, en ze had een hersenbloeding. Beide longen waren gescheurd en één was volledig ingeklapt doordat haar borstholte zich met bloed vulde. Er was geen orgaan in haar lichaam dat niet gehavend was, en haar ruggengraat was verbrijzeld bij T6 en T7, net onder haar schouderbladen. De dokters vertelden haar dat ze nooit meer zou kunnen lopen. Maar hoe ernstig haar lichamelijke verwondingen ook waren, de emotionele schade was veel erger. Sam voelde dat ze gewoon niet verder kon.
Drie maanden na haar thuiskomst vond haar zoon Noah, toen elf jaar, een gewonde baby-ekster die de naam ‘Pinguin’ kreeg. Het vogeltje was uit het nest gevallen en meer dan 60 voet, bijna twintig meter, op een geasfalteerde parkeerplaats terecht gekomen, waar het zou gestorven zijn als de familie Bloom het niet mee naar huis had genomen.

Cameron: De baby ekster had zelf al genoeg problemen. Ze was uit haar nest gevallen, zo’n 20 meter hoog uit een hoge Norfolk-dennenboom op een geasfalteerde parkeerplaats, en had onmiddellijk verzorging nodig, anders zou ze binnen enkele uren gestorven zijn. Onze familie had genoeg tragedie meegemaakt voor een mensenleven en we wilden niet werkeloos toezien. Dus we pakten haar in en namen haar mee naar huis.
Omdat we geen opvangcentrum konden vinden dat een gewonde wilde babyvogel wilde opvangen, besloten Sam en ik dat ons gezin voor dit slappe pluisbeertje zou zorgen totdat ze volledig genezen was en sterk genoeg was om voor zichzelf te zorgen. Als dat niet lukte, zouden we haar in de achtertuin te ruste leggen. Hoe dan ook, ze zou bij ons blijven. De jongens noemden haar onmiddellijk Pinguïn, naar haar zwart-witte verenkleed, en dat was dat. Onze drie zonen hadden er plots een zusje bij. Miss Penguin Bloom!

Na deskundig advies van de dierenarts te hebben ingewonnen, konden we het uitgedroogde, hongerige en uitgeputte vogeltje (dat nog steeds in een shocktoestand verkeerde) al snel aan het eten, drinken en comfortabel rusten krijgen. Dit was een echte overwinning, maar haar herstel bleef onzeker. Hoewel haar beschadigde vleugel niet ernstig gebroken bleek te zijn, was ze ernstig verzwakt en vatbaar voor ziekte. Er waren vele dagen dat Pinguin haar eten weigerde en zo lusteloos leek dat we dachten haar te verliezen. Sommige avonden, toen we haar in bed stopten, vroegen we ons af of ze de nacht wel zou overleven.


Het is niet gemakkelijk om voor een ziek of gewond wild dier te zorgen, en dit geldt vooral voor een babyvogel – zoals we al snel ontdekten. Onze kleine meid was nogal een handvol. De zorg voor Pinguin, vooral tijdens de eerste weken, was een enorme inspanning – vooral omdat ze om de twee uur gevoed moest worden. Gedurende deze tijd kreeg Pinguin een band met elk lid van het gezin, maar haar relatie met Sam was speciaal.


We hadden geen kooi en we waren ook niet van plan er een te kopen. Pinguin was een wilde vogel en we wilden niet dat ze anders zou opgroeien. We maakten een eenvoudig nest van een oude rieten wasmand en bekleedden die met zachte katoenen stof om haar warm te houden. Toen Pinguin meer zelfvertrouwen kreeg, ging ze ’s nachts op de vensterbank zitten bij een open raam – hoewel er ook veel momenten waren dat ze door de gang sloop tot ze een open slaapkamerdeur vond en in bed sprong om te knuffelen. Het was duidelijk dat ze voelde dat de plek van haar was.


Sommige tieners zijn dolblij als ze hun eerste flat krijgen - maar Pinguin was helemaal niet onder de indruk toen we haar in de frangipaniboom in onze achtertuin plaatsten. Ze probeerde steeds het huis weer binnen te sluipen, vaak met veel succes, maar ze leerde al vlug hoe ze haar eigen voedsel moest zoeken en floreerde snel. Toch hielden we onze kleine meid goed in de gaten. Haar verwondingen en ziekte hadden haar lichamelijke ontwikkeling vertraagd en zolang ze niet goed kon vliegen, zou ze nooit volledig onafhankelijk zijn. Terwijl dit alles gaande was, vocht Sam haar eigen strijd om weer te kunnen bewegen en haar gevoel van eigenwaarde terug te krijgen, na haar vreselijke ongeluk. Haar overweldigende gevoel van verlies maakte het moeilijk voor haar om de wereld onder ogen te zien. Ze vermeed zelfs oude vrienden van wie ze veel hield, omdat het onmogelijk was haar verdriet, frustratie en woede over wat er met haar gebeurd was te verwoorden zonder in elkaar te storten.

Hoe graag we Pinguin ook in huis hadden (ondanks haar kenmerkende poepresten op elke stoel, gordijn, deken, kussen en tafelblad), het werd al snel duidelijk dat we haar moesten helpen een onafhankelijke jonge vrouw te worden. Voor Pinguin’s eigen bestwil moest ze veel meer tijd buitenshuis doorbrengen. Haar gezondheid en welzijn op lange termijn hangen af van haar vermogen om voor zichzelf te zorgen in haar natuurlijke omgeving, en het spelen van videospelletjes, het lezen van boeken en het kijken naar films met haar broers kon nauwelijks als een adequate voorbereiding op deze belangrijke overgang worden beschouwd.

De dag dat Sam vertrok om deel te nemen aan de Wereldkampioenschappen Kajak in Italië, als lid van het Australische para-kano team, vloog Pinguin voorgoed weg. We horen van tijd tot tijd leuke verhalen over haar in de stad, maar ze heeft een vriendje gevonden en een eigen nestje gebouwd en is verder gegaan met haar leven. We zijn het er allemaal over eens dat ze een uitstekende moeder zal zijn en we zijn erg blij voor haar. Natuurlijk missen we haar enorm – maar we wisten dat ze wild van hart was toen we haar vonden. Het was niet aan ons om haar de eindeloze blauwe lucht te geven, het was altijd al haar recht. Waar Pinguin ook heen gaat, ze zal altijd een deel van ons zijn. Wat ons betreft is Pinguin het levende bewijs dat engelen er in alle soorten en maten zijn.


Ja, en er kwam een boek, of zelfs twee, en de gebeurtenissen waren uitstekende stuf voor Netflix om er een speelfilm mee te maken die 2021 zijn première beleefde. De kern dat levende wezens van deze planeet niet in ondergeschikte categoriën kunnen ingedeeld worden, maar in hun specifieke verschijning elkaar even-waardig kunnen bijstaan is een mooie kostbare gedachte. Delen, maar niet stelen. Een samenleven met respect voor ieders eigenheid dat soms toevallig of niet kan gedeeld worden.
Je kunt op de webside van de Blooms zeker via Instagram nog een aantal mooie foto’s van Cameron bekijken die intussen ook filmproducent is:
https://www.instagram.com/penguinthemagpie/
Ik zie dat de Nederlandse versie van het boek intussen is uitgegeven bij Xander uitgevers Haarlem NL. ‘Penguin Bloom, de kleine ekster die ons gezin redde.’ (17,99 euro) Bij Bol vind je ook de originele versie: Penguin Bloom, The odd little burd who saved a family, 11,49 euro. En andere edities.
Het was vorige kerst een mooi geschenk, en dus is dat een leuk besluit voor wie weldra aan deze tedere dagen begint te denken en…er graag naar verlangt. Wees zacht voor elkaar, de tijd is kort.




Wat inspireert je? Intimiteit tussen mensen en hoe ze zich tot elkaar verhouden inspireert mij. Het belang van nabijheid tot de ander en de verbinding tussen mensen. Jonge mensen en de fasen tijdens het opgroeien. Het schemergebied. De kwetsbaarheid en soms eenzaamheid die met deze fasen gepaard gaan. Een aantal van mijn onderwerpen (langlopende projecten) fotografeer ik al jarenlang. Behalve mijn directe familie (mijn vader en half-broer) vond ik deze jongeren soms via via of per toeval, maar ik fotografeer bijvoorbeeld ook twee zusjes op wie ik vroeger heb gepast, en die ik al hun hele leven ken.(We like Art)



In my work I explore relationships and intimacy between people. The closeness between them or what sets them apart, and the necessity of physical proximity to others. I often focus on the intimacy within the family, with a special interest in sibling relationships, which partly comes from the fact that I grew up without and as a child I always wondered what it would be like to have a brother or sister. Now as an adult, I find myself observing siblings, repeatedly photographing them; trying to get a closer understanding of what this familial intimacy means.
Growing up is an important theme in my work, mainly focusing on young adolescents; on their constant state of becoming; trying to capture the fleeting beauty of the continual changes they go through on their way to adulthood. Recurring themes in my work are the transitions and continual changes young people go through on their way to adulthood. I am drawn to the intensity, vulnerability and sometimes loneliness of these stages. An equally recurring theme is the grey area between friendship and love, and the ambiguity of relationships in certain stages of life.

Sarah Mei Herman lives and works in Amsterdam, NL
education:
2008 – 2010 MA Photography, Royal College of Art, London
2001 – 2005 BA Photography - Royal Academy of Fine Arts, The Hague
1999 – 2000 Propedeutics Philosophy - University of Amsterdam
In mijn collecties heb ik het bijzondere werk van fotografe en kunstenares Sarah Mei Herman steeds weer even weggeduwd omdat ik het zelf om allerlei redenen niet dadelijk kon plaatsen en je dan het nodige geduld moet opbrengen om ‘in de stilte’ wijzer te worden, tot ik besefte dat het vooral die ‘stilte’ een van de hoofdkenmerken van haar werk was. De stilte die het onttrekt aan het zo eigen tijdelijke van de fotografie die met secondes en onderdelen daarvan soms ‘bevriezend’ optreedt terwijl haar aandacht voor transities, zeker in de jeugdige fase van ons bestaan, ons verbindt met ‘wording’, het kenmerkende van het nooit voltooide en daardoor zo mysterieus en menselijk is.
In haar series over Julian & Jonathan wordt dat heel duidelijk.

This is my most extensive ongoing body of work: a series portraying the close relationship between my father Julian and half brother Jonathan, who was born when I was twenty-one years old. Since 2005 I have been photographing Jonathan alone or together with our father. This body of work portrays the triangular relationship between the three of us. My memories as a young child, of the relationship with my father, are now in a way mirrored in my half brother. By photographing Jonathan I try to approach our unusual sibling relationship which I am part of at a physical distance. This work is very much about me, and this part of my family, as well as the relationship between a relatively older father and his son.

Dit is mijn meest omvangrijke doorlopende werk: een serie die de hechte relatie portretteert tussen mijn vader Julian en halfbroer Jonathan, die werd geboren toen ik eenentwintig jaar oud was. Sinds 2005 fotografeer ik Jonathan alleen of samen met onze vader. Dit werk portretteert de driehoeksverhouding tussen ons drieën. Mijn herinneringen als jong kind, aan de relatie met mijn vader, worden nu op een bepaalde manier weerspiegeld in mijn halfbroer. Door Jonathan te fotograferen probeer ik onze ongewone broer-zus relatie, waar ik deel van uitmaak, op een fysieke afstand te benaderen. Dit werk gaat heel erg over mij, en dit deel van mijn familie, en ook over de relatie tussen een relatief oudere vader en zijn zoon.

Het mooie filmpje geeft je een overzicht. Je vindt ook onderaan de website van Sarah Mei Herman.
Een bijzondere serie is zeker haar werk in China, Haiqing, Xiamen, verzameld onder de sprekende naam: ‘Touch’.

I started this series during a four-month artist in residence at The Chinese European Art Center (CEAC) in Xiamen. I was curious about the differences but also at things that are universally recognizable: the things that tie people together and the meaning of friendship and love. I photographed several young people (mostly women) and their intimate relationships, finding my subjects in the streets of Xiamen and at the university campus. With some of them I built up a closer friendship photographing them repeatedly over time. Since my work period in 2014, I have revisited Xiamen several times. Each visit I met up with some of the same young women again, capturing their changes over time. With some of them I built up a closer friendship, which allowed me to photograph them repeatedly. During these encounters I not only attempted to touch upon the intimate moments between my subjects, yet also, upon the proximity between the subjects an myself.

Ik ben met deze serie begonnen tijdens een artist in residence van vier maanden bij The Chinese European Art Center (CEAC) in Xiamen. Ik was nieuwsgierig naar de verschillen, maar ook naar dingen die universeel herkenbaar zijn: de dingen die mensen samenbinden en de betekenis van vriendschap en liefde. Ik fotografeerde verschillende jonge mensen (vooral vrouwen) en hun intieme relaties, waarbij ik mijn onderwerpen vond in de straten van Xiamen en op de universiteitscampus. Met sommigen van hen bouwde ik een hechtere vriendschap op door hen na verloop van tijd herhaaldelijk te fotograferen. Sinds mijn werkperiode in 2014 heb ik Xiamen verschillende keren opnieuw bezocht. Bij elk bezoek ontmoette ik weer een aantal van dezelfde jonge vrouwen en legde ik hun veranderingen in de loop der tijd vast. Met sommigen van hen bouwde ik een hechtere vriendschap op, waardoor ik hen herhaaldelijk kon fotograferen. Tijdens deze ontmoetingen probeerde ik niet alleen de intieme momenten tussen mijn onderwerpen aan te raken, maar ook de nabijheid tussen de onderwerpen en mijzelf.

Als besluit las ik een mooie bedenking uit ‘La Chambre Claire’, note sur la phtographie (1980). Hilde Braet, Master in visual culture:
In ‘La Chambre Claire’, note sur la photographie’ (1980) ontwikkelt Roland Barthes (Frankrijk, 1915 – 1980) verschillende markante begrippen die de theorie van de fotografie blijvend beïnvloeden. Zo maakt hij ondermeer een onderscheid tussen ‘studium’ en ‘punctum’. Het studium ligt op het niveau van het bediscussiëerbare, van het begrijpen, van een discours over fotografie. Het punctum daarentegen is iets heel persoonlijks. Het is dat wat jou spontaan treft. Het bevindt zich op een emotioneel en psychologisch niveau. Bij het punctum ga je niet zoals bij het studium zelf op zoek naar betekenissen, je wordt getroffen door een element van de foto. Barthes houdt het punctum buiten het veld van het rationele en het discursieve. Het kan alleen in een korte flits tot je komen.

Deze dubbelheid maakt de fotografie nog zo veel interessanter. Rationaliteit en emotionaliteit worden verweven in een medium dat toch erg veel naar de realiteit verwijst. Geleefde werkelijkheid gebaseerd op doorleefde ervaring vormen een belangrijk aspect van mijn fotografische werkelijkheid. Samen met het bestuderen van fotografie in al zijn aspecten kom ik hier tot een studium/punctum benadering van het medium. (Hilde Braet)
BEZOEK WEBSITE VAN SARAH MEI HERMAN:





Zo ver zal Bommel niet zijn om er met Martinus Nijhoff naar de brug te gaan kijken, en twee overzijden te zien die elkaar schenen te vermijden maar buren werden, maar waar ik woon kun je ‘onder’ de bruggen lopen, op vaste grond voor degenen die aan wonderen dachten. Onder drie bruggen, eentje voor het autoverkeer, twee voor treinen. Je hebt dus duidelijk andere bedoelingen: je wilt niet dadelijk naar de overkant, maar onderduiken. De drukte speelt zich boven je hoofd af.

De weglopende lijnen naar een onzichtbaar verdwijnpunt worden door eens-witte palen gestut. Je ziet de dichtsbije rij als een soort hekken waarachter de volgenden steeds kleiner worden. De brug als dak boven je hoofd. De nabijheid van het water doorbreekt de strengheid van de constructie. Het stroomt de andere kant uit, draagt de binnenschepen, is dichtbij nu en dan hoorbaar. Onverstoorbaar ook.

Lege vlakken nodigen uit tot schriftuur. De mededeling dat van een met naam genoemde een onderdeel des mensen schijnt gezien te zijn wat in de wandeling niet zichtbaar is maar in dat zogenaamde ‘onbewaakte ogenblik’ toch aan een blik werd prijsgegeven. Een vaststelling die nog in ongeschoold taalgebruik is achtergelaten. Het water stroomt ongestoord verder. Boven razen de auto’s voorbij.

Als kind was ik bang van bruggen. Onze buren waren door de reling van de Wijnegemse voorlopige naoorlogse brug gereden en verdronken. Bij de koopdag waar hun nagelaten goederen openbaar verkocht werden kreeg het droevige verhaal een extra dimensie. Een vijfjarige begint de eindigheid van het bestaan gewaar te worden. In de donkere auto, op weg naar huis, was elke brug een marteling. Maar dat heb ik nooit iemand verteld toen.

Zie je de drie duiven op de verkeersplaat zitten? Het is er rustig. De fietsen vinder er ook onderdak. De oude treinbrug als gebuur. Daar dondert metaal op metaal voobij op vaste tijdstippen. Het licht als brug tussen twee donkere werelden.

Schuil je onder de spliksplinternieuwe treinbrug dat heb je een mooi uitzicht op de andere bruggen. Een wandelaar is bij het water gaan zitten. De zon trekt strepen langs de oever en in het water.

Een landschap met geschiedenis. De sjieke nieuwe brug als een soort uitgerokken damesschoen, daarboven de boog van de oude en de pijlers van de verkeersbrug. Zie je, het was een eerste lentedag. Veegjes wolk in de lucht en tinten groenblauw in het water. Foto genomen van op de kantelbare brug die zich geduldig kan opheffen om schepen vrije doorvaart te geven.



Een brug bedenken. De ongenaakbaarheid van het water verzoenen met de sierlijkheid van een verbinding. De oude angsten oplossen in het gedragen worden over de donkerte van het water.
