Stilleven met oktoberlicht

Het blijft niet lang, dat kladje oktoberlicht in de vroege namiddag. Door het badkamerraam tot op het rekje met ‘mannengereedschap’, nog onder het stof van voorbije werken. Klad zon aan de linkerkant, streepje op de tegels, puur licht in het pillendoosje op zijn blauwe foedraal. Nu inzoemen op de strakke nagelknipper op het mandje gestoken.

Stof over het weefwerk en een verre weerkaatsing van de fotograaf in het spiegelend vlak van de knipper. Tegen de zacht belichte tegels het blauwgetinte van Davidoff’s Cool Water terwijl wattenstaafjes zich uitrekken om nog mee in beeld te komen.

Ook de nieuwe nog ingepakte tandenborstel wil bij de donker geworden Davidoff horen. Het oktoberlicht weerspiegelt het blauw van Cool Water op de tegels. Lang zal het niet duren.

Het bijna lege pillendoosje van die dag vangt alleen licht. Is er een mooier geneesmiddel? Innemen langs de ogen, of het bewaren in het digitale geheim achter het oog van de lens, deze liefelijke cycloop.

Tenslotte is er het moment van het stilleven zoals ik het wil bewaren: Licht, schaduw en reflectie in de gewone alledaagse dingen, een oktober-namiddag. Alles valt op zijn plaats.

Stilleven met oktoberlicht

In de traphal tekent het licht gordijnbloemen op de muur net voor het vertrekt. Tien minuten later verdonkeren wolken het binnenhuis. Je moet aan vroege avonden leren wennen.

Natuurlijk komen de foto’s beter tot hun recht als je ze extra kunt vergroten, maar hier zijn het gewoon onderdelen van een verhaal waarin het strijklicht van oktober even binnenkomt, hoopt dat iemand zijn toverkunsten opmerkt voor het oplost in het naderende regendonker, uitloper van kortende dagen. Stilleven.

Fausto Melotti Tre Tempi

Letha Wilson: het fotografisch beeld als beginpunt

grimm-letha-wilson-yellowstone-sunsrise-idaho-lava-2021 UV prints on steel
72.4 x 50.8 x 34.3 cm | 28 1/2 x 20 x 13 1/2 in
zijkant van hetzelfde beeld

Het fotografisch beeld in een synthese met industriële materialen zoals cortenstaal, aluminium en vinyl. Dat is het onderzoeksterrein van de Amerikaanse kunstenares Letha Wilson (b.1976), nu o.a. te zien in de Grimm-gallerie in Amsterdam, voordien ook in New York.

Letha Wilson’s practice is rooted in material experimentation. She is known for her synthesis of mediums, expanding the visual and physical dimensions of photography and sculpture. 

By combining industrial materials such as Corten steel, aluminum, and vinyl with photography, Wilson has developed unique fabrication processes. She prints images depicting the beauty of natural landscapes onto her sculptures, embeds them in the surface of her works, and manipulates them in various unexpected compostions. The sweeping expanse of a desert sunset, grooved rock formations, and verdant palm trees are among images Wilson has taken while travelling in Hawaii, the American West, and Iceland. The natural world is both the subject and content of her work; a metaphor for the role of the landscape in myths of renewal, and possibility. (Grimm Gallery)
Nevada Moonrise Metal Fold, 2018
UV prints of aluminum
96.5 x 386.1 x 25.4 cm | 38 x 152 x 10 in
detail centrum

Een synthese van media. Zat de fotografie vastgeklonken in de twee-dimensionele ruimte, hier probeert de kunstenares haar als belangrijk onderdeel te integreren, niet alleen in haar oorspronkelijke vorm maar vaak ook bewerkt, geknipt, gescheurd, of afgedrukt op ongewone materialen zodat ze helemaal in het kunstwerk kan geïntegreerd worden.

Lava and Leaves with Pipe, 2021 UV prints on steel, steel pipe
61 x 35.6 x 38.1 cm | 24 x 14 x 15 inch
Door industriële materialen zoals cortenstaal, aluminium en vinyl te combineren met fotografie, heeft Wilson unieke fabricageprocessen ontwikkeld. Ze drukt beelden van de schoonheid van natuurlijke landschappen af op haar sculpturen, verwerkt ze in het oppervlak van haar werken en manipuleert ze in verschillende onverwachte composities. De uitgestrektheid van een woestijnzonsondergang, gegroefde rotsformaties en groene palmbomen behoren tot de beelden die Wilson heeft genomen tijdens reizen in Hawaii, het Amerikaanse Westen en IJsland. De natuurlijke wereld is zowel het onderwerp als de inhoud van haar werk; een metafoor voor de rol van het landschap in mythen van vernieuwing en mogelijkheden. (Grimm)
Bryce Canyon Lava Push, 2018 UV prints on Corten steel
335.3 x 129.5 x 152.4 cm | 132 x 51 x 60 inch
Wilson snijdt, scheurt en vormt haar foto's, duwt en trekt de afdrukken op hun plaats en omhult vervolgens delen van de compositie in cement. In haar werk ze onderzoekt de magnetische aantrekkingskracht van het Amerikaanse Westen en wijst daarbij op de rol die het landschap speelt in onze eigen mythen over heruitvinding, eindeloze mogelijkheden en grote beloftes. Met architectuur en driedimensionaliteit als frame en armatuur onderzoekt Wilson de mogelijkheden en onmogelijkheden van het fotografische beeld. Zoals het onvermogen van een foto om de plek die wordt afgebeeld volledig te omvatten. 

“I believe the concern for the environment and nature comes from the heart of my experience spending time outdoors. It’s not something that I address overtly; but I allow the viewer to bring with them what they may and, perhaps, or ideally, they re-consider their own relationship or assumptions about nature.”
^ Hawaii California Steel (Figure Ground), 2017, UV prints on Corten steel, 10 x 6 x 5 feet
Comissioned by the DeCordova Sculpture Park and Museum
'I never understood why photography was sort  of sectioned out in terms of this art conversation.  What do photographers think they’re doing that    separates them from artists? There is such convention  surrounding photography, how it’s framed, how it’s  hung, how it’s presented. I amazed that people assume that once the image is captured nothing happens after that. To me, that’s just the beginning of  the conversation. The image is not the end point but  a starting point. And even going back to someone  like Anna Atkins, I find it really interesting thinking  about the first camera, the first photograph, the camera obscura. It’s all really based on science, a spirit of  experimentation and figuring out what works. I get  excited about that.' (William Jess Laird, Upstate Diary)
Death Valley of Fire Concrete Bend, 2020 concrete, C-print, UV print, aluminum frame
81.3 x 61 x 4.4 cm | 32 x 24 x 1 3/4 in
IMAGE: Letha Wison, Landmarks and Monuments Installation view, Solo exhibition at Art in General, NYC
'I was really interested  if something could be sculpture, painting, and photography simultaneously. I was making work, but I was also taking all these other classes  learning a lot of processes, so I could understand what I could create  using mold-making or layering images onto fabric. My peers were always  painters and sculptors. I never took a photography class and I feel like  an outsider as far as photography goes. But the thing is that, eventually, I  realized these pieces I was making, these extrusions using digital prints  and sculptural forms were kind of cumbersome. 

So in order to break  down my practice into something more immediate, I started printing in the dark room, which has been a huge part of my process. I’ve been  printing for 12 years, but, still, I go to the dark room and they’re like, 
“Which enlarger lens do you need?” And I’m like, “I don’t know.” I don’t know the technical lingo of photography, but I know how to do what I  need to do. My goals are just different. I shoot with this old box camera, a Yashica-Mat, so there’s a certain amount of not seeing and not knowing what I’m doing. And then, when I’m in the dark room, I just want to  see images as quickly as possible. I know that I’m going to subject these  prints to extreme duress, so I print quickly and really large — and the 
colors can shift. But it isn’t perfect color that I’m looking for.' (Ibidem)
Letha Wilson – Headlands Beach Steel Pipe Bend, 2018
UV print on vinyl, steel pipe
147.3 x 106.7 x 40.6 cm | 58 x 42 x 16 in
Installation view of Cross Country, Grimm Gallery Amsterdam, May 2019

Website:

http://www.lethaprojects.com/index.html

Steel Face Concrete Bend (Kauai Palm), 2018, Unique c-prints, concrete, emulsion transfer, steel frame, 38 x 32 x 1 1/2 in

Nature and the landscape, particularly in the Western United States, but even hiking in the woods out East gives me ideas. The sense of timelessness and the overwhelming magnitude of the spaces in the American West continually blow me away. Besides the large vistas, are so many details and moments, the rocks, geology and formations, it is a continual source of amazement.

Badlands Concrete Bend, 2015, C-prints, concrete, emulsion transfer, aluminum frame 60.5 x 45.5 x 2 inches

https://grimmgallery.com/artists/25-letha-wilson/

‘I’m capturing the real thing’: Judith Roy Ross fotografe (1946)

Judith Joy Ross Randy Sartori, A.D. Thomas Elementary School, Hazleton, Pennsylvania 1993

Een foto van een jongetje in een klasje. We zijn in haar vroegere lagere school in Hazleton, Pennsylvania, eens een kolenmijn-stad waar ze is geboren en opgegroeide: Judith Roy Ross, fotografe met op dit ogenblik een grote overzichtstentoonstelling in Madrid. Uit een uitstekend artikel in De Witte Raaf van Steven Humblet, docent fotogeschiedenis en fototheorie, citeren we graag:

'De eerste portretten van Judith Joy Ross dateren van 1982 (voordien beoefende ze vooral landschapsfotografie). Ze tonen kinderen en jonge adolescenten in het Eurana Park, Virginia, een stadspark dat de fotografe in haar jeugd zelf frequenteerde. Ze maakte de opnames één jaar na het overlijden van haar vader met wie ze een innige band had. De keuze om op dat moment, op die plaats, portretten te gaan maken, laat zich ook lezen als een poging om de geborgenheid die ze in de relatie met haar vader ervoer terug te vinden: in de zoekende, tastende, maar tegelijkertijd ook fiere en zelfbewuste lichamen van de hier verzamelde jeugd ziet zij dezelfde dromen, angsten, verlangens opduiken die zij als kind reeds had. Via het portret – en dan vooral door de intense dialoog die het veronderstelt tussen maker en onderwerp – hoopt de fotografe het gebroken contact met de wereld te herstellen.'

(Steven Humblet In De Witte Raaf december 2011) 
Judith Joy Ross Untitled from “Eurana Park, Weatherly, Pennsylvania” 1982
Judith Joy Ross Untitled from Eurana Park, Weatherly, Pennsylvania 1982
Judith Joy Ross Untitled from “Eurana Park, Weatherly, Pennsylvania” 1982
'Met deze eerste reeks ligt meteen ook haar werkmethode vast: de opname wordt gemaakt met een grote, logge camera die het gebruik van een statief noodzakelijk maakt. Het opstellen van de camera, het klaarmaken van het negatief, het afstellen van het toestel, vragen heel wat tijd, aandacht en voorbereiding. Dat berooft de opname van een zekere spontaneïteit, maar toch is er nergens enige verkramping te bespeuren. Het model neemt weliswaar een pose aan, maar alles blijft luchtig en (vaak aandoenlijk) eerlijk. Niemand verkruimelt hier onder de genadeloze blik van de camera, niemand verbergt zijn kwetsbaarheid achter een gezochte houding. De geportretteerde behoudt zijn waardigheid, zijn sterkte, zijn onafhankelijkheid. De fotografe gebruikt de camera niet als een voyeuristisch instrument om de geportretteerde allerhande ongewilde confidenties te ontlokken. Haar portretten zijn altijd lovend, nooit bestraffend of ontluisterend.'
(ibidem)
Ibidem
'De verkregen negatieven print de fotografe vervolgens uit in open lucht, op zogeheten ‘printing out paper’. Deze werkwijze geeft de prints hun specifieke, warme, bruine of grijsachtige tint en leidt daarenboven ook tot een relatief klein formaat. Het gebruik van een vergroter is hierbij immers uitgesloten. Daarom hebben de beelden ongeveer hetzelfde formaat als het grootbeeldnegatief – toch nog altijd 20 bij 25 cm. Terwijl het kleine formaat de toeschouwer tot heel dicht bij het beeld lokt (en hem dus heel dicht bij het model brengt), ontzegt de verkleuring hem alsnog een al te gemakkelijke toegang. De nostalgisch aandoende tint verplaatst de geportretteerde in een andere tijd en ruimte, zichtbaar aanwezig en tegelijkertijd onbereikbaar elders. Hoe dicht we het model ook benaderen, nooit raken we aan zijn intimiteit: de soevereine kern waaruit het afgebeelde leven bestaat blijft voor onze nieuwsgierige blik ontoegankelijk. De nabijheid mondt niet uit in vertrouwelijkheid.(ibidem)'
Judith Joy Ross Untitled from “Eurana Park, Weatherly, Pennsylvania” 1982

When I shoot, I am photographing because what is in front of me is really happening, and I want people to know about it. I fall in love with the beauty of an expression or the turn of a collar, a poignant gesture, the light. I don’t know these people, except suddenly with a camera we have an intense relationship… the picture is proof. It’s about paying attention. I have a large beautiful wooden camera. I am a quick talker, I can convince people in a few seconds because I am sincerely interested in them, but I am more interested in capturing what I see in them. It’s not that I want to be their friend, it’s that I see their life and it’s amazing, and I want to put it in an image. It’s a short but deep connection. Then I go back to being alone but have one more lightning bug in a bottle. One more piece of evidence as to who we are.
The 8×10 camera is vital. I use it like a charm, like an attractant. I would not enjoy pointing a camera to a stranger. I would feel like I am doing something to them. With a view camera, we are doing something together. Definitely together. I am fumbling around under a cloth over the camera and myself, and the person is arranging themselves. We work together.’

Judith Joy Ross Untitled, Bethlehem, Pennsylvania, from Bethlehem Public Library 1990
Judith Joy Ross Staff Sargent Richard T. Koch, U.S. Army Reserve on Red Alert, Gulf War 1990
Judith Joy Ross Spanish Teacher, Hazleton High School, Hazleton, Pennsylvania 1992

‘When I go out with a camera, I have an antenna to notice and be drawn into someone’s life. Then, my entire purpose is to notice what’s going on with other people and to record it. Most of my work is in series, and each series has behind it a goal of dealing with an issue, and in each context I explore who people are.

By paying attention, I see things in people that are there but you have to allow yourself to see them. I do not see my friends or family like I see total strangers. I am just enjoying my friends or not, but I am not interested in looking at them to make a picture. I would feel very odd photographing a friend. When I see something in a stranger it is not just an expression but an idea about that person and an understanding. Seeing, on the level I am trying to describe, is for me like making pictures or poems. It’s very thrilling or problematic. You just have to try and see what happens.’

Brian Ellis Presenting a Lecture on the Mafia to his 7th Grade Class, H.F. Grebey Junior High School, Hazleton, Pennsylvania 1992
Tara Schwenk, A.D. Thomas Elementary School, Hazleton, Pennsylvania 1993
Mary Beth Gavio, A.D. Thomas Elementary School, Hazleton, Pennsylvania 1993
From 1992 through 1994, she returned to the same public schools in Hazleton she’d daydreamed through while growing up. Again, the goal was idealistic. “I wanted people to pay their taxes. I wanted people to care about public education,” Ross says. “I certainly didn’t care about mine. I thought school sucked.” Ross’s Hazleton pictures are singular in their acknowledgment that school can indeed suck, and in their eerily personal portrayal of the vastness and discomfort and yearning and angst of adolescence— the pride of a perfectly brushed mullet or a cascade of sprayed hair. “These are their own selves,” she says. In a print displayed in her front room, a boy stares at the camera through glasses so thick you long to tell him they’ll be considered cool in twenty years. But here, he simply is a high schooler briefly showing his vulnerable self. Ross’s framing preserves this, acting as a protective shell. (Rebecca Bengal Aperture)
19th Street, Allentown, Pennsylvania 1996
Muse, Boy with Goatee, Hazleton Area High School, Hazelton, Pennsylvania 1994

Haar ‘verzameling’ mensen van alle slag, leeftijd en beroep doet uiteraard denken aan ‘August Sander’ die het in kaart brengen van de volledige maatschappelijke orde van zijn tijd als doel stelde. We hebben met ‘Bij een foto van August Sander’ op 28 mei 2019 daar een bijdrage aan gewijd. Te lezen als aanvulling op het werk van Judith Roy Ross op:

We hebben het politieke en strijdvaardige werk hier nog niet belicht omdat we ons wilden beperken tot essenties rond het in beeld brengen van het dagelijks gebeuren. In de onderstaande video vertelt ze heel direct wat haar visie op oorlog is en hoe ze daarop met haar werk reageerde.

Klik op haar naam onder een van haar foto’s en je komt bij het MOMA terecht waar er een 106 portretten ook kunnen uitvergroot worden door te klikken op het getoonde formaat. Zeker de moeite waard gezien de grootte van haar negatieven die als contactafdruk hebben gediend. Zo zal de hier getoonde foto van de Kindergarten-klas in groot formaat nog beter tot zijn recht komen.

Judith Joy Ross Mrs. Lo Biano’s Kindergarten Class, A.D. Thomas Elementary School, Hazleton, Pennsylvania 1993
Untitled, Mona Park, Allentown, PA, 1996
'All  my  life  I  wanted  to  be  an  artist,  but  until  I  discovered   photography, I did not have a clear idea of what that meant. With the camera I found a way to connect  to the bigger world. People  became  my  subject—the  lives  of  people!  They  were  all  strangers   but now I could know them.'

‘Je nest terugvinden’, een vrij vroeg kerstverhaal

Sam Bloom met ekster ‘Pinguin’ op schouder Foto: Cameron Bloom

Het wil allemaal wel even, maar het zet zich niet door. ‘Het’ is in dit geval ‘het weer’, of ook ‘de algemene toestand’, kortom: de malaise van een verloren seizoen, of zelfs, volgens pessimisten, verloren jaren. Tijd dus voor een echt gebeurd verhaal dat mij alvast opbeurde temidden de chaos van mondmaskers, cancel-culture, kreten en gefluister om Bergman te citeren, letterlijk en figuurlijk uit het nest vallen, en met de hulp van een gevederde (je voelt de engel aan komen zweven?) pijnen en donkere luchten alvast enigszins te verlichten. De kracht van het opgetild worden, al dan niet op eigen kracht zoals al bleek uit de vitale afbeelding van Karel Appel: People, Birds and Sun en dat deed hij in 1954 maar gloeit in 2021 nog makkelijk tot ver achter onze ogen verder. Een mooie combinatie.

People, Birds and Sun 1954 Karel Appel

Wat voorafging:

Samantha Bloom is een Australische vrouw die als verpleegster werkte en door Afrika reisde. Later werd ze verliefd op Cameron Bloom, fotograaf, en kreeg ze drie zonen met hem - Rueben, Noah en Oliver - ze vestigden zich in de Northern Beaches van Sydney.

Cameron Bloom, zijn vrouw Sam en hun drie jongens waren een normaal, gelukkig gezin - tot een bijna fatale val, tijdens een gezinsvakantie in Thailand, Sam verlamd en in een diepe depressie achterliet. "Ik hoorde een afschuwelijke klap van gebroken klokken, een gewelddadig gerinkel van metaal op steen." Sam leunde tegen een veiligheidshek - parallelle rijen stalen palen vastgebout aan betonnen pilaren-... Het hek stortte onder haar in... en ze verdween in de diepte. Sam lag 20 meter dieper op de tegels. Ze lag volkomen stil." Sam had een dwarslaesie opgelopen en was nu paraplegisch. 

Het zou zeven maanden duren voordat Sam naar Australië kon terugkeren, en Cameron moest gespannen wachten in het Thaise ziekenhuis terwijl Sam herstelde. Toen het gezin terugkeerde naar Sydney, raakte Sam, die toen 45 jaar oud was, in een depressie.
Sam Bloom with her husband Cameron and their three boys: Oli, Noah, and Reuben. Photo: Cameron Bloom Facebook

Sam’s schedel was op verschillende plaatsen gebroken, en ze had een hersenbloeding. Beide longen waren gescheurd en één was volledig ingeklapt doordat haar borstholte zich met bloed vulde. Er was geen orgaan in haar lichaam dat niet gehavend was, en haar ruggengraat was verbrijzeld bij T6 en T7, net onder haar schouderbladen. De dokters vertelden haar dat ze nooit meer zou kunnen lopen. Maar hoe ernstig haar lichamelijke verwondingen ook waren, de emotionele schade was veel erger. Sam voelde dat ze gewoon niet verder kon.

Drie maanden na haar thuiskomst vond haar zoon Noah, toen elf jaar, een gewonde baby-ekster die de naam ‘Pinguin’ kreeg. Het vogeltje was uit het nest gevallen en meer dan 60 voet, bijna twintig meter, op een geasfalteerde parkeerplaats terecht gekomen, waar het zou gestorven zijn als de familie Bloom het niet mee naar huis had genomen.

foto: Cameron Bloom

Cameron: De baby ekster had zelf al genoeg problemen. Ze was uit haar nest gevallen, zo’n 20 meter hoog uit een hoge Norfolk-dennenboom op een geasfalteerde parkeerplaats, en had onmiddellijk verzorging nodig, anders zou ze binnen enkele uren gestorven zijn. Onze familie had genoeg tragedie meegemaakt voor een mensenleven en we wilden niet werkeloos toezien. Dus we pakten haar in en namen haar mee naar huis.

Omdat we geen opvangcentrum konden vinden dat een gewonde wilde babyvogel wilde opvangen, besloten Sam en ik dat ons gezin voor dit slappe pluisbeertje zou zorgen totdat ze volledig genezen was en sterk genoeg was om voor zichzelf te zorgen. Als dat niet lukte, zouden we haar in de achtertuin te ruste leggen. Hoe dan ook, ze zou bij ons blijven. De jongens noemden haar onmiddellijk Pinguïn, naar haar zwart-witte verenkleed, en dat was dat. Onze drie zonen hadden er plots een zusje bij. Miss Penguin Bloom!

foto: Cameron Bloom

Na deskundig advies van de dierenarts te hebben ingewonnen, konden we het uitgedroogde, hongerige en uitgeputte vogeltje (dat nog steeds in een shocktoestand verkeerde) al snel aan het eten, drinken en comfortabel rusten krijgen. Dit was een echte overwinning, maar haar herstel bleef onzeker. Hoewel haar beschadigde vleugel niet ernstig gebroken bleek te zijn, was ze ernstig verzwakt en vatbaar voor ziekte. Er waren vele dagen dat Pinguin haar eten weigerde en zo lusteloos leek dat we dachten haar te verliezen. Sommige avonden, toen we haar in bed stopten, vroegen we ons af of ze de nacht wel zou overleven.

foto: Cameron Bloom

foto: Cameron Bloom

Het is niet gemakkelijk om voor een ziek of gewond wild dier te zorgen, en dit geldt vooral voor een babyvogel – zoals we al snel ontdekten. Onze kleine meid was nogal een handvol. De zorg voor Pinguin, vooral tijdens de eerste weken, was een enorme inspanning – vooral omdat ze om de twee uur gevoed moest worden. Gedurende deze tijd kreeg Pinguin een band met elk lid van het gezin, maar haar relatie met Sam was speciaal.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom

We hadden geen kooi en we waren ook niet van plan er een te kopen. Pinguin was een wilde vogel en we wilden niet dat ze anders zou opgroeien. We maakten een eenvoudig nest van een oude rieten wasmand en bekleedden die met zachte katoenen stof om haar warm te houden. Toen Pinguin meer zelfvertrouwen kreeg, ging ze ’s nachts op de vensterbank zitten bij een open raam – hoewel er ook veel momenten waren dat ze door de gang sloop tot ze een open slaapkamerdeur vond en in bed sprong om te knuffelen. Het was duidelijk dat ze voelde dat de plek van haar was.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom
Sommige tieners zijn dolblij als ze hun eerste flat krijgen - maar Pinguin was helemaal niet onder de indruk toen we haar in de frangipaniboom in onze achtertuin plaatsten. Ze probeerde steeds het huis weer binnen te sluipen, vaak met veel succes, maar ze leerde al vlug hoe ze haar eigen voedsel moest zoeken en floreerde snel. Toch hielden we onze kleine meid goed in de gaten. Haar verwondingen en ziekte hadden haar lichamelijke ontwikkeling vertraagd en zolang ze niet goed kon vliegen, zou ze nooit volledig onafhankelijk zijn.

Terwijl dit alles gaande was, vocht Sam haar eigen strijd om weer te kunnen bewegen en haar gevoel van eigenwaarde terug te krijgen, na haar vreselijke ongeluk. Haar overweldigende gevoel van verlies maakte het moeilijk voor haar om de wereld onder ogen te zien. Ze vermeed zelfs oude vrienden van wie ze veel hield, omdat het onmogelijk was haar verdriet, frustratie en woede over wat er met haar gebeurd was te verwoorden zonder in elkaar te storten.

foto: Cameron Bloom

Hoe graag we Pinguin ook in huis hadden (ondanks haar kenmerkende poepresten op elke stoel, gordijn, deken, kussen en tafelblad), het werd al snel duidelijk dat we haar moesten helpen een onafhankelijke jonge vrouw te worden. Voor Pinguin’s eigen bestwil moest ze veel meer tijd buitenshuis doorbrengen. Haar gezondheid en welzijn op lange termijn hangen af van haar vermogen om voor zichzelf te zorgen in haar natuurlijke omgeving, en het spelen van videospelletjes, het lezen van boeken en het kijken naar films met haar broers kon nauwelijks als een adequate voorbereiding op deze belangrijke overgang worden beschouwd.

foto: Cameron Bloom

De dag dat Sam vertrok om deel te nemen aan de Wereldkampioenschappen Kajak in Italië, als lid van het Australische para-kano team, vloog Pinguin voorgoed weg. We horen van tijd tot tijd leuke verhalen over haar in de stad, maar ze heeft een vriendje gevonden en een eigen nestje gebouwd en is verder gegaan met haar leven. We zijn het er allemaal over eens dat ze een uitstekende moeder zal zijn en we zijn erg blij voor haar. Natuurlijk missen we haar enorm – maar we wisten dat ze wild van hart was toen we haar vonden. Het was niet aan ons om haar de eindeloze blauwe lucht te geven, het was altijd al haar recht. Waar Pinguin ook heen gaat, ze zal altijd een deel van ons zijn. Wat ons betreft is Pinguin het levende bewijs dat engelen er in alle soorten en maten zijn.

Foto Cameron Bloom

Ja, en er kwam een boek, of zelfs twee, en de gebeurtenissen waren uitstekende stuf voor Netflix om er een speelfilm mee te maken die 2021 zijn première beleefde. De kern dat levende wezens van deze planeet niet in ondergeschikte categoriën kunnen ingedeeld worden, maar in hun specifieke verschijning elkaar even-waardig kunnen bijstaan is een mooie kostbare gedachte. Delen, maar niet stelen. Een samenleven met respect voor ieders eigenheid dat soms toevallig of niet kan gedeeld worden.

Je kunt op de webside van de Blooms zeker via Instagram nog een aantal mooie foto’s van Cameron bekijken die intussen ook filmproducent is:

https://www.instagram.com/penguinthemagpie/

Ik zie dat de Nederlandse versie van het boek intussen is uitgegeven bij Xander uitgevers Haarlem NL. ‘Penguin Bloom, de kleine ekster die ons gezin redde.’ (17,99 euro) Bij Bol vind je ook de originele versie: Penguin Bloom, The odd little burd who saved a family, 11,49 euro. En andere edities.

Het was vorige kerst een mooi geschenk, en dus is dat een leuk besluit voor wie weldra aan deze tedere dagen begint te denken en…er graag naar verlangt. Wees zacht voor elkaar, de tijd is kort.

‘Nabijheid en verbinding’ : Sarah Mei Herman (1980)

Jana and Feby, April 2007
Jana and Feby, April 2010 I started photographing the identical twin sisters Jana and Feby in 2005. They are 19 years old now. I have always been fascinated by their extreme closeness, both mentally and physically. The relationship between identical twins is probably the closest possible relationship there is.
Jana and Feby, October 2011
Jana and Feby, December 2015
Wat inspireert je?
Intimiteit tussen mensen en hoe ze zich tot elkaar verhouden inspireert mij. Het belang van nabijheid tot de ander en de verbinding tussen mensen. Jonge mensen en de fasen tijdens het opgroeien. Het schemergebied. De kwetsbaarheid en soms eenzaamheid die met deze fasen gepaard gaan. 

Een aantal van mijn onderwerpen (langlopende projecten) fotografeer ik al jarenlang. Behalve mijn directe familie (mijn vader en half-broer) vond ik deze jongeren soms via via of per toeval, maar ik fotografeer bijvoorbeeld ook twee zusjes op wie ik vroeger heb gepast, en die ik al hun hele leven ken.(We like Art)

Fred and Archie, April 2014 I started photographing the English brothers Fred and Archie in 2010 during my studies in London.
Fred and Archie, June 2013
Fred and Archie, March 2010
In my work I explore relationships and intimacy between people. The closeness between them or what sets them apart, and the necessity of physical proximity to others. I often focus on the intimacy within the family, with a special interest in sibling relationships, which partly comes from the fact that I grew up without and as a child I always wondered what it would be like to have a brother or sister. Now as an adult, I find myself observing siblings, repeatedly photographing them; trying to get a closer understanding of what this familial intimacy means.
Growing up is an important theme in my work, mainly focusing on young adolescents; on their constant state of becoming; trying to capture the fleeting beauty of the continual changes they go through on their way to adulthood. Recurring themes in my work are the transitions and continual changes young people go through on their way to adulthood. I am drawn to the intensity, vulnerability and sometimes loneliness of these stages. An equally recurring theme is the grey area between friendship and love, and the ambiguity of relationships in certain stages of life.
Fred, March 2010
Sarah Mei Herman lives and works in Amsterdam, NL
education:

    2008 – 2010 MA Photography, Royal College of Art, London
    2001 – 2005 BA Photography - Royal Academy of Fine Arts, The Hague
    1999 – 2000 Propedeutics Philosophy - University of Amsterdam

In mijn collecties heb ik het bijzondere werk van fotografe en kunstenares Sarah Mei Herman steeds weer even weggeduwd omdat ik het zelf om allerlei redenen niet dadelijk kon plaatsen en je dan het nodige geduld moet opbrengen om ‘in de stilte’ wijzer te worden, tot ik besefte dat het vooral die ‘stilte’ een van de hoofdkenmerken van haar werk was. De stilte die het onttrekt aan het zo eigen tijdelijke van de fotografie die met secondes en onderdelen daarvan soms ‘bevriezend’ optreedt terwijl haar aandacht voor transities, zeker in de jeugdige fase van ons bestaan, ons verbindt met ‘wording’, het kenmerkende van het nooit voltooide en daardoor zo mysterieus en menselijk is.

In haar series over Julian & Jonathan wordt dat heel duidelijk.

Julian & Jonathan January 2009
This is my most extensive ongoing body of work: a series portraying the close relationship between my father Julian and half brother Jonathan, who was born when I was twenty-one years old. Since 2005 I have been photographing Jonathan alone or together with our father. This body of work portrays the triangular relationship between the three of us. My memories as a young child, of the relationship with my father, are now in a way mirrored in my half brother. By photographing Jonathan I try to approach our unusual sibling relationship which I am part of at a physical distance. This work is very much about me, and this part of my family, as well as the relationship between a relatively older father and his son.
Julian & Jonathan February 2010
Dit is mijn meest omvangrijke doorlopende werk: een serie die de hechte relatie portretteert tussen mijn vader Julian en halfbroer Jonathan, die werd geboren toen ik eenentwintig jaar oud was. Sinds 2005 fotografeer ik Jonathan alleen of samen met onze vader. Dit werk portretteert de driehoeksverhouding tussen ons drieën. Mijn herinneringen als jong kind, aan de relatie met mijn vader, worden nu op een bepaalde manier weerspiegeld in mijn halfbroer. Door Jonathan te fotograferen probeer ik onze ongewone broer-zus relatie, waar ik deel van uitmaak, op een fysieke afstand te benaderen. Dit werk gaat heel erg over mij, en dit deel van mijn familie, en ook over de relatie tussen een relatief oudere vader en zijn zoon.
Julian & Jonathan February 2013

Het mooie filmpje geeft je een overzicht. Je vindt ook onderaan de website van Sarah Mei Herman.

Een bijzondere serie is zeker haar werk in China, Haiqing, Xiamen, verzameld onder de sprekende naam: ‘Touch’.

I started this series during a four-month artist in residence at The Chinese European Art Center (CEAC) in Xiamen. I was curious about the differences but also at things that are universally recognizable: the things that tie people together and the meaning of friendship and love. I photographed several young people (mostly women) and their intimate relationships, finding my subjects in the streets of Xiamen and at the university campus. With some of them I built up a closer friendship photographing them repeatedly over time. Since my work period in 2014, I have revisited Xiamen several times. Each visit I met up with some of the same young women again, capturing their changes over time. With some of them I built up a closer friendship, which allowed me to photograph them repeatedly. During these encounters I not only attempted to touch upon the intimate moments between my subjects, yet also, upon the proximity between the subjects an myself.
Ik ben met deze serie begonnen tijdens een artist in residence van vier maanden bij The Chinese European Art Center (CEAC) in Xiamen. Ik was nieuwsgierig naar de verschillen, maar ook naar dingen die universeel herkenbaar zijn: de dingen die mensen samenbinden en de betekenis van vriendschap en liefde. Ik fotografeerde verschillende jonge mensen (vooral vrouwen) en hun intieme relaties, waarbij ik mijn onderwerpen vond in de straten van Xiamen en op de universiteitscampus. Met sommigen van hen bouwde ik een hechtere vriendschap op door hen na verloop van tijd herhaaldelijk te fotograferen. Sinds mijn werkperiode in 2014 heb ik Xiamen verschillende keren opnieuw bezocht. Bij elk bezoek ontmoette ik weer een aantal van dezelfde jonge vrouwen en legde ik hun veranderingen in de loop der tijd vast. Met sommigen van hen bouwde ik een hechtere vriendschap op, waardoor ik hen herhaaldelijk kon fotograferen. Tijdens deze ontmoetingen probeerde ik niet alleen de intieme momenten tussen mijn onderwerpen aan te raken, maar ook de nabijheid tussen de onderwerpen en mijzelf.
Touch-Xue Min & Hab Xu, Xiamen, November 2014

Als besluit las ik een mooie bedenking uit ‘La Chambre Claire’, note sur la phtographie (1980). Hilde Braet, Master in visual culture:

In ‘La Chambre Claire’, note sur la photographie’ (1980) ontwikkelt Roland Barthes (Frankrijk, 1915 – 1980) verschillende markante begrippen die de theorie van de fotografie blijvend beïnvloeden. Zo maakt hij ondermeer een onderscheid tussen ‘studium’ en ‘punctum’. Het studium ligt op het niveau van het bediscussiëerbare, van het begrijpen, van een discours over fotografie. Het punctum daarentegen is iets heel persoonlijks. Het is dat wat jou spontaan treft. Het bevindt zich op een emotioneel en psychologisch niveau. Bij het punctum ga je niet zoals bij het studium zelf op zoek naar betekenissen, je wordt getroffen door een element van de foto. Barthes houdt het punctum buiten het veld van het rationele en het discursieve. Het kan alleen in een korte flits tot je komen.

Julian & Jonathan, South Africa Swimming Pool 2013

Deze dubbelheid maakt de fotografie nog zo veel interessanter. Rationaliteit en emotionaliteit worden verweven in een medium dat toch erg veel naar de realiteit verwijst. Geleefde werkelijkheid gebaseerd op doorleefde ervaring vormen een belangrijk aspect van mijn fotografische werkelijkheid. Samen met het bestuderen van fotografie in al zijn aspecten kom ik hier tot een studium/punctum benadering van het medium. (Hilde Braet)

BEZOEK WEBSITE VAN SARAH MEI HERMAN:

http://www.sarahmeiherman.nl/

Touch Haiqing, Xiamen, July 2015
Touch Yaki, Xiamen, November 2014
Touch
Touch-Yafang & Linli, October 2014

Bruggen bekijken, een wandeling.

Zo ver zal Bommel niet zijn om er met Martinus Nijhoff naar de brug te gaan kijken, en twee overzijden te zien die elkaar schenen te vermijden maar buren werden, maar waar ik woon kun je ‘onder’ de bruggen lopen, op vaste grond voor degenen die aan wonderen dachten. Onder drie bruggen, eentje voor het autoverkeer, twee voor treinen. Je hebt dus duidelijk andere bedoelingen: je wilt niet dadelijk naar de overkant, maar onderduiken. De drukte speelt zich boven je hoofd af.

De weglopende lijnen naar een onzichtbaar verdwijnpunt worden door eens-witte palen gestut. Je ziet de dichtsbije rij als een soort hekken waarachter de volgenden steeds kleiner worden. De brug als dak boven je hoofd. De nabijheid van het water doorbreekt de strengheid van de constructie. Het stroomt de andere kant uit, draagt de binnenschepen, is dichtbij nu en dan hoorbaar. Onverstoorbaar ook.

Lege vlakken nodigen uit tot schriftuur. De mededeling dat van een met naam genoemde een onderdeel des mensen schijnt gezien te zijn wat in de wandeling niet zichtbaar is maar in dat zogenaamde ‘onbewaakte ogenblik’ toch aan een blik werd prijsgegeven. Een vaststelling die nog in ongeschoold taalgebruik is achtergelaten. Het water stroomt ongestoord verder. Boven razen de auto’s voorbij.

Als kind was ik bang van bruggen. Onze buren waren door de reling van de Wijnegemse voorlopige naoorlogse brug gereden en verdronken. Bij de koopdag waar hun nagelaten goederen openbaar verkocht werden kreeg het droevige verhaal een extra dimensie. Een vijfjarige begint de eindigheid van het bestaan gewaar te worden. In de donkere auto, op weg naar huis, was elke brug een marteling. Maar dat heb ik nooit iemand verteld toen.

Zie je de drie duiven op de verkeersplaat zitten? Het is er rustig. De fietsen vinder er ook onderdak. De oude treinbrug als gebuur. Daar dondert metaal op metaal voobij op vaste tijdstippen. Het licht als brug tussen twee donkere werelden.

Schuil je onder de spliksplinternieuwe treinbrug dat heb je een mooi uitzicht op de andere bruggen. Een wandelaar is bij het water gaan zitten. De zon trekt strepen langs de oever en in het water.

Een landschap met geschiedenis. De sjieke nieuwe brug als een soort uitgerokken damesschoen, daarboven de boog van de oude en de pijlers van de verkeersbrug. Zie je, het was een eerste lentedag. Veegjes wolk in de lucht en tinten groenblauw in het water. Foto genomen van op de kantelbare brug die zich geduldig kan opheffen om schepen vrije doorvaart te geven.

Een brug bedenken. De ongenaakbaarheid van het water verzoenen met de sierlijkheid van een verbinding. De oude angsten oplossen in het gedragen worden over de donkerte van het water.

The family I have choosen for myself: Pat Martin, photographer

Grandma, 2018, from the ongoing Family-Album series. ‘Gail consoles Jaxson [Pat’s nephew] with a gift in her other hand.’ Photograph: Pat Martin

Pat Martin, Amerikaans fotograaf, thuisbasis: Los Angeles, California. In 2019 wint hij, als zevenentwintigjarige, de prestigieuze Taylor Wessing Photographic Portrait Prize (£ 15000). Onderwerp: zijn eigen moeder. Dat was geen toevallige keuze. Enkele jaren voor de prijs bezocht hij de merkwaardige retrospectieve van de intussen beroemde fotograaf Larry Sultan (1946-2009) ‘Pictures from home’. Onderwerp van deze serie waren Larry’s eigen oudere ouders. Hierbij twee voorbeelden uit deze serie:

Larry Sultan My Mother posing for Me 1984
Larry Sultan Sunset/ 1989

De foto’s ontroerden hem zeer. Tot zijn verbazing voelde hij de tranen over zijn wangen lopen. ‘It was the first time I cried frim seeing photographs that weren’t personal to me. I realise that beyond the rolls of film and the few good pictures, the demands of my project and my confusion about its meaning, is the wish to take photography literally. To stop time. I want my parents to live for ever.”

Zijn familiealbum bevatte enkele foto’s van geboren worden, en enkele verjaardagen daarop volgend. Daarna niets meer. Pat Martin was drie jaar toen de maker van dat album, zijn vader, uit zijn leven verdween. Hij bleef met zijn oudere broer Drew alleen achter met hun moeder, Gail. En een niet onbewogen leven met een moeder die later bipolair bleek te zijn en verslaafd was, plotseling voor een tijdje verdween (verblijf in drugkliniek) en met allerlei vrienden van dezelfde strekking weer verscheen. As an adult of 27, he is still addressing the issues of confusion and shame that linger from that uncertain time. “I’m dealing with it in therapy, and I don’t plan to stop any time soon.” Nog niet bewust van de ontroering die hij bij het zien van Larry Sultan’s werk zou voelen, kregen twee portretten dat hij van zijn moeder maakte de eerste prijs in de reeds aangehaalde wedstrijd.

Gail and Beaux, 2018 een van de twee portretten uit de serie Goldies(Mother) waarmee Martin The Taylor Wessling pize won.
Mome (our last one), het ander prijswinnend portret van de series Goldie (Mother)

Dit portret was ook het laatste echte portret van zijn moeder, twee maanden voor haar dood gemaakt. Hij besefte toen niet dat dit het laatste zou zijn. Ze kijkt zo droevig omdat haar beste vriend net was overleden. Zij was geen gemakkelijk onderwerp, zei Pat Martin, net zo moeilijk als mijn jonge neefjes. Vlug verveeld en ongeduldig. (zie bovenste foto)

In their raw power, Martin’s portraits bring to mind the British  photographer Richard Billingham’s compellingly brutal, but somehow  tender, images of his wildly dysfunctional family as evoked in his now  iconic photobook, Ray’s A Laugh. Unlike Billingham, though,  Martin did not make photographs from inside the maelstrom of his family  drama, but in the relative calm that his mother – and her sons –  experienced when she finally overcame her addiction. As such, his  portraits have a quietly powerful presence despite their stark honesty.(Sean O' Hagan The Guardian 2019)
From the series Goldie (Mother), shown as part of his Taylor Wessing series at London’s National Portrait Gallery. Photograph: Pat Martin
In The Guardian van 17 november 2019 vind je een uitvoerig interview over deze gebeurtenissen en het vroegere leven van de jonge fotograaf. 

https://www.theguardian.com/artanddesign/2019/nov/17/pat-martin-taylor-wessing-photographic-portrait-prize-2019-interview-my-mom-was-not-an-easy-subject

Pat Martin: Uit de serie ‘Family’
'His touchstones are Emmet Gowin and Sally Mann, photographers for whom family is the most intimate and self-revealing subject. Martin’s portraits of his mother are currently part of a bigger, ongoing series, “essentially about my constructed family: my nephews, my brother and his partner, my girlfriend’s family, some older folks that call me their grandson. It’s the family I have chosen for myself.” (The Guardian 2019)
Uit de serie ‘Family’
Uit de serie ‘Family’
“Before then, I was just another photographer fishing for images on the street and taking portraits of my friends. I wasn’t really feeling anything from it. My mom was the first subject that really made me want to go deeper, though it was a while before I took that on.”
Uit de serie ‘Encounters’
Uit de serie encounters

De familie waarvoor je zelf hebt gekozen, behorend tot het idee van de oercollectie van de meest beroemde reizende fototentoonstelling ‘The Family of Man” die 1955 zijn première beleefde in het MoMa in NY. en die in 2003 werd toegevoegd aan het UNESCO’s Memory of the world Register en daarmee in zijn historische waarde werd erkend.

En er is natuurlijk de zon. De Californische zon die het werk van Pat Martin menigmaal van warmte en gloed voorziet. Of hoe de dood van een moeder, het winnen van een prestigieuze prijs je zoektocht kan bepalen, je ogen naar de de essenties leert richten, naar de inhoud en daarna pas naar de vorm, als er al een rangorde zou te bepalen zijn.

Ga zelf op bezoek bij Pat Martin:

https://patmartin.co/

En fotografeer de familie die je voor jezelf hebt gekozen voor het te laat is en je in een oceaan van selfies verdrinkt.

De werkelijkheid vind je op straat: Nino Migliori, fotograaf (1926)

Cefalù, from the series Gente del Sud.

Als tweeëntwintigjarige amateur begint hij rond 1948, de nadagen van het Italiaanse neorealisme, te fotograferen. Een land dat zich van zijn facistisch verleden probeert te ontdoen, geïnspireerd op het Russisch (communistisch) model, op zoek naar een nieuw humanisme. Het leven in eigen handen nemen, een nieuwe maatschappij opbouwen, waar menselijkheid en gelijkheid centraal staan. Ik denk niet dat het zo duidelijk zijn bekommernis was, maar in die atmosfeer van het neorealisme begrijp je het succes van zijn vroeg werk dat tot op de dag van vandaag niets van zijn oorspronkelijkheid heeft verloren. Nino Mogliori, geboren in Bologna in 1926 en nu nog steeds als 95-jarige actief.





Uit de series Gente del Delta
The country was engaged in throwing off the repressive shackles of a fascist regime, an idealistic pursuit not lost on its photographic community. Migliori and his fellow documentarians pledged to expose the human condition and all its foibles, replacing romanticism with wit and humanity. Traveling to the southern regions to expose the pride of its people and the prejudice under which they toiled symbolized a rite of passage for Migliori and for other photographers of the postwar generation. Migliori also documented a traditional way of life in the North that would soon be transformed by modernization. The charming old-world ambience of its towns and the marvelous characters strolling its streets are a fascinating study of a culture on the precipice of change. (Keith de Lellis Gallery)
Series gente del Sud 1956

Hij is geen beroepsfotograaf, maar een werkelijke ‘amateur’, iemand die zich met het onderwerp verbindt: hij loopt soms enkele dagen met zijn camera zonder film rond om zijn onderwerpen aan zijn aanwezigheid te wennen, en kan dan in volle vertrouwen zijn foto’s maken.

My work has always been what you might call explorative. I joined the  photographers’ club in Bologna after the war and set out to discover  new people and places. We were able to enjoy the simple things that had  been missing during the war years: walking along streets, making new  friends, eating in their homes, going dancing. 
 I had to do other jobs to earn a living, but my free time was  dedicated to photography. I travelled to southern Italy and lived with  families for weeks at a time, eating with them and getting to know them.  Initially they were very aware of the camera and would stop and pose,  but after a while they relaxed and the images became more natural.
Gente del Delta, 1958
Gente dell’ Emillia 1957
In the 1950s he took images that documented the life and inhabitants of his region, then collected in Gente dell’Emilia and Gente del Delta series. In 1956 he left for the South and crossed Campania, Basilicata and Calabria. Migliori experimented the formula of collective portrait in exteriors and he established a personal linguistic solution in the interpretation of a reality investigated in those years by Italian and foreign photographers.
Dalla serie Gente dell’ Emillia
I spent a lot of time with Italian painters, too. I wanted to see how  they worked, what motivated them. In particular, I became good friends  with Tancredi Parmeggiani, who was close to Peggy Guggenheim.  He introduced me to her in Venice and I started taking pictures of her.  Many of them now hang in the Guggenheim museums in Venice and New York.
 I was at Peggy’s home the day Jackson Pollock’s  first drip painting arrived in Italy. It was an enchanting experience.  Nobody had ever seen anything like it. We celebrated and all got drunk  while looking at it.(The Guardian)

Ik wil deze bijdrage beperken tot zijn vroege werk. Na de jaren vijftig begint hij het materiaal zelf te onderzoeken. Hij experimenteert graag met oxidatie, fotogrammen, bewerkingen op het negatief zelf, enz. Boeiende zaken die echter meer ‘het effect’ als onderwerp hadden in plaats van het ‘affect’ al beweert hij zelf dat net die experimenten zijn fotowerk verzoent met zijn zoeken naar helderheid en nieuwe vormen van communicatie via het beeld.

I used to experiment with every single aspect of photography: paper, development, fixing, light, color. I studied anything I was interested in: I tested how color changed with shutter speed and paper oxidation, I let drops of water run down film before printing, creating what I called “hydrograms”…
Member of the Scientific Committee of the Photography section of the CSAC in Parma, he fervently continued his experimentation activities. From 1986 onwards he often devoted himself to teach in schools of different levels and in museums, such as the recent experience of the workshop at the nest of the MAST Foundation in Bologna (2014-2016). Since 2006 he has been working on the Lumen series, with highly innovative works realized “by candlelight”. He started this cycle with Terra incognita. Lo zooforo del Battistero di Parma and he still continues it today. In 2016, the Nino Migliori Foundation was set up to protect and enhance the Emilian artist. In 2017 he was elected Academic of Honor by the Accademia Clementina. Some of his works have recently been acquired by the Metropolitan Museum of Art in New York.

Er zijn natuurlijk zijn iconische foto’s die wereldwijd verspreid zijn. Een van de meest bekende is ‘de duiker’. Il Tuffatore (1951)

Il Tuffatore 1951
I took this in Rimini  in 1951. Back then, it was a popular seaside destination for people  from Bologna, since it was affordable and easy to get to. My parents had  taken me a lot when I was a boy, because the sea air helped my asthma.  But by then I was 25 and rarely went to the beach any more.
 That day, I wandered around the town before going to the port, to  watch the people and the passing boats. There were some boys playing on the dock, joking around and throwing each other in. They would go there  every Sunday and have diving competitions, landing on their bellies and  making a big splash. 
 These two boys were brothers. The younger one is sitting down, while  the other has tried to run, jump and dive over him. It was very  difficult as he only had about two or three metres to build up speed.  The other boy kept his head down to avoid being knocked. 

Mijn keuze viel op de prachtige foto van de ‘Portatore di Pane’ uit 1956. Op de achtergrond de zonnige straat, maar dichtbij een jongen die de balk met broden veilig op hun bestemming wil brengen, zijn ogen nauwelijks open, moe van het nachtelijk werk, geduldig wachtend. En in diezelfde vermoeidheid het slapende kappersjongetje, verborgen bijna achter de zetel in slechte staat.

Portatore di Pane, 1956
Il garzone del barbiere 1956
"Are words art in and of themselves? I don’t think so. But some people know how to use them artistically: “M’illumino / d’immenso” (“I illuminate (myself) / with immensity”, one of the most famous poems by Ungaretti – editor’s note) are a few simple words, yet they are pure art. The same dynamics occurs in photography. Two photos are all you need to express a wonderful, original concept that can be poetic, cultural, philosophical, or even artistic.”
Periferia 1950

Beelden die mij bijblijven omdat ze ‘met de mens te doen hebben’. Ze brengen mij, in deze tijd van maskers en afstand, steeds weer mededogen bij met wat ons in dit korte leven overkomt. De manier waarop wij met de werkelijkheid van onze beperkingen geconfronteerd worden, maar ook de mogelijkheden om het speelse, de ontsnappingen uit het alledaagse, een plaats te geven. Zoals op deze prachtige foto’s waarin een aanval met blaaspijpen wordt uitgevoerd in een straatje : de aanvallers in de luwte van de schaduw, de verdedigers in het zonnige raam. Een stripverhaal.

I Ragazzi della Via

Of ‘la voce della madre’ circa 1950 waar je door naar de gezichtjes te kijken de stem van de ‘mama’ hoort , een merkwaardig document. En daaronder een venstertje in de nacht. Maar bekijk de beelden nog eens: het wordt weer morgen. Ook nu nog.

La voce della madre, circa 1950

https://www.keithdelellisgallery.com/exhibitions/nino-migliori/selected-works?view=slider

en bezoek de Fondazione Nino Migliori:

Niet copiëren maar creëren: Christoffer Relander

Blood and Tie
Finnish Photographer Christoffer Relander’s We Are Nature series blurs the line between the natural world and the human form to such a degree that it is impossible to tell where one ends and the other begins. In doing so, he has not only produced a set of stunning visual images, but also a reminder of the very real universal truth that indeed everything is connected at the deepest of levels.

His work is the result of equal parts passion, love, curiosity and experimentation interacting with the wonder and stunning natural beauty of the southern Finnish countryside, where he was born and raised.

Relander’s work is produced through and in some projects inspired by a technique known as double exposure, where two juxtaposing images are superimposed over each other with stunning effect. To put it in simple terms, the resulting photograph is a composite of the several original images depicting timeless atmospheres and anonymous identities to whom we profoundly relate to”. -Muriel Guépin
The ancestor

Het programma werd hierboven duidelijk omschreven en prijkt dan ook boven aan de website van Christoffer Relander, jaargang 1986. Was het de eerste bedoeling bij het ontstaan van de fotografie de werkelijkheid zo strict mogelijk te copiëren dan duurde het niet zo lang eer het experimenteren met het medium en het te mixen met andere beeldende mogelijkheden aan de orde kwamen. Of zoals samengevat in Widewalls:

While shooting, Relander is guided by two basic principles of his art - “Don’t capture – create” and “If it looks wrong, it is wrong”. His work is primary influenced by the art of Charles Swedlund, Harry Callahan and the famous Man Ray – their clever and inspiring multiple exposures introduced Relander to the indicated technique that opened possibilities to him as an artist. (Widewalls)
Ansel  Adams once said “you don’t take a photograph, you make it.” I have  always thought that what he meant by this quote was the process involved  in reaching the final image. It has never been about clicking a picture  simply, but it involves the creativity the photographer pours into his  image. And creativity and sensibility also are what transpire in the  beautiful conceptual project of Finnish photograper Christoffer  Relander.”   
   — Fstoppers

Dit waren verschillende voorbeelden van werk dat hij onderbracht onder de titel: ‘We are nature’. Over zijn werkwijze:

“Long exposition is the key to the graphic portraits with double and triple exposition, that what I got placing the model in shade in front of the light. Trees and brunches are also in front of the overexposed background. In this case the same effect as with film could be archived, camera fixes just light and dark parts remain dark”

“Long exposition is the key to the graphic portraits with double and triple exposition, that what I got placing the model in shade in front of the light. Trees and brunches are also in front of the overexposed background. In this case the same effect as with film could be archived, camera fixes just light and dark parts remain dark”

“Without any post graphic editors, created inside the digital camera itself, his double and triple-exposed images depict timeless atmospheres and anonymous identities. Shot in a local forest, with his friends and himself as models, photographs carry an idea of primary connection that exists between human and nature.”

Timo

“Even though I had the possibility of making hundreds of layers, I tried to make it as simple as possible. This helped me a lot to keep the excitement in the process because the process for me is the important part. If I am not feeling excited or feeling joy in the process, I might get bored and then I just leave the project. It was a fun process and fun to see the final images and how they came to life.”

Morning Barn, 2017

Herinneringen, beelden of plaatsen uit de kindertijd bewaren , ze werden letterlijk in glazen bokaaltjes bewaard onder de naam: ‘Jarred & Displaced”.

It’s a slow process as it’s shot on medium-format film, manipulated in-camera. This means I have to respool my film manually after each bottle I shoot. I store my exposed film in that bottle until I find a landscape/environment to expose into this shape of a bottle. Now it’s more of a routine, but started very challenging. Sometimes I wonder how I lasted through the trial and error.
Pine Forest 2017
I’m not really sure. I shoot a lot of very experimental images without much expectations; images I don’t plan to show to anyone. It’s relaxing and rewarding to me as I usually learn something by doing through experimentation. Ideas to a new body of work can develop from a mistake and a technique. Jarred & Displaced is very technical and it wouldn’t have been made if I hadn’t been as experimental. The idea for Jarred & Displaced started to grow at the time I found out I would become father. I felt nostalgic and a bit anxious to realise my own childhood now felt so far away.
First Snow 2017

Werken met ‘layers’ en ‘superposities’, het is niet nieuw, maar de manier waarop Christoffer Relander zijn technisch kunnen in beelden omzet, getuigt van een ontwikkeld grafisch aanvoelen. In zijn project ‘Oil-exposures’ omschrijft hij zijn werkwijze als: “Intentional multiple exposures, long hand-held exposures and infrared filtering.” Zijn ‘experimental landscapes’ worden droombeelden waarin de werkelijkheid versmelt met de atmosfeer.

Winter-vegetation
        “I like your multiple exposure work, Christopher  Relander. Remember the first time you learned how to do this, when film  was king, and how magical the discovery was? And then, remember  sandwiching your negatives together to create something unique for the  world? Sometimes it worked, other times it was a hot mess, but all the  time, it was fun and interesting. Now, with digital cameras, the game  and fun has changed — not for the worse; it’s just different. Relander’s  work here is all done in camera. Shocking, right? Awesome, right?”   
   — L.A. Times 
Candy Road 2017
Born in 1986 in a small town of Ekenäs, near Helsinki, the artist has always been drawn towards art, since his early age. He studied Graphic design and Visual Art in the city of Porvoo. The turning point of his artistic direction was during his service in the Finnish Marines in 2008, when he became fascinated with the art of photography. As a self-taught photographer, he experiments with exposure, camera movement and other effects that could give the painterly feel to an image. Relander's recent project, done in 2015 and titled Oil Exposures is a best example of it. (Wiewalls)
End of road 2017

Bezoek:

https://www.christofferrelander.com/

Winter +Struggle

Natuurlijk is de mix van natuur en personage een duidelijk hint naar onze ‘onderdelen’ die, ondanks alle technische mogelijkheden, de kern van het menselijk bestaan op dit planeetje uitmaken. Wij zijn het woud, wij zijn het uitwaaierend groen, wij zijn natuur. Onze herinneringen kun je tenslotte niet alleen in een bokaaltje bewaren, ze zetten ons aan het verlies zo klein mogelijk te houden en de zelf-vernietiging om te zetten in wat wij zo mooi ‘een nieuwe aarde (hemel inbegrepen)’ noemen, het enige wat wij kunnen nalaten.

“Inner Creatures’ – 2020, digitally composed double exposure

‘The furious beating of the heart: Alec Soth (1969)

‘ The Key-Hotel. Kissimmee, Florida in ‘Songbook’ Alec Soth

De laatste weken werd het begrip ‘Verenigde Staten van Amerika’ van allerlei levendige voorstellingen voorzien. We hebben vaak in en langs dit wonderlijk gebied gereisd in dit blog. Waarschijnlijk kun je een land best via zijn kunstenaars-essen leren kennen, zeker als zijzelf het beeld van hun eigen omgeving via een fototoestel benaderen. Een hedendaagse Magnum-fotograaf kan ons via zijn eigen website meenemen naar een aan te raden kennismaking: Alec Soth, jaargang 1969.

Sleeping By The Mississippi – Saint Genevieve, Missouri
Alec Soth, 2002
Magnum photographer Alec Soth (1969) has become known as the chronicler of life at the American margins of the United States. He made a name as a photographer with his 2004 series Sleeping by the Mississippi, encountering unusual and often overlooked places and people as he travelled along the river banks. A major retrospective in 2015 was followed by a period of seclusion and introspection, during which Soth did not travel and barely photographed. His most recent project, I Know How Furiously Your Heart Is Beating, is the result of this personal search, and marks a departure from Soth’s earlier work. The photographer slowed down his work process and turned the lens inward.
Sydney Alec Soth
Starting point was a portrait Soth made in 2017 of the then-97-year-old choreographer Anna Halprin in her home in California. The interaction with this exceptional woman in her most intimate surroundings meant a breakthrough for Soth. Instead of focusing on a place, a community or demography, he concentrated on individuals and their private settings. Unlike many of Soth’s previous visual narratives, the choice of geographical location was not preconceived, but the result of a series of chance encounters.
Sonya and Dombrovsky Odessa

‘Fotograferen zorgt voor zo veel spanning’, zegt Soth. ‘Wanneer ik mensen portretteerde, had ik constant het gevoel dat ik hun tijd liep te verdoen. Ik rende naar binnen, schoot een foto en probeerde zo snel mogelijk weer weg te komen. Ik manipuleerde, duwde mensen in een context en daarna voelde ik me schuldig, alsof ik ze had uitgebuit. Ik was op zoek naar meer openheid, naar verbinding.’(de Volkskrant 3 september 2020)

“Anna. Kentfield, California.”Credit…Alec Soth/Magnum Photos, courtesy of MACK

Via zijn eigen website onderaan aangeduid vind je het relaas van zijn zoektocht: je bezoekt zijn ‘krot’ (gekocht omdat ze hem deed denken aan het huis waarin hij was opgegroeid) en je kunt met hem gaan mediteren, omdat zoals hijzelf zegt, hij zich niet meer verbonden voelde met andere mensen. Dat mediteren bleek uitstekend te werken en hij voelde zich voor het eerst van zijn leven ‘supergelukkig’. Het werd de basis voor de collectie in het boek: ‘I know How Furiously Your Heart Is Beating‘. (naar Wallace Steven’s gedicht”The Gray Room”: ‘The poem reflects the spirit of his attempt to capture “the beauty and mystery that can happen in a brief encounter in an interior space.” (geciteerd in NY Times)

Leyla and Sabine. New Orleans.”Credit…Alec Soth/Magnum Photos, courtesy of MACK
When I returned to photography, I wanted to strip the medium down  to its primary elements. Rather than trying to make some sort of epic  narrative about America, I wanted to simply spend time looking at other  people and, hopefully, briefly glimpse their interior life.
 In order to try and access these lives, I made all of the  photographs in interior spaces. While these rooms often exist in  far-flung places, it’s only to emphasize that these pictures aren’t  about any place in particular. Whether a picture is made in Odessa or  Minneapolis, my goal was the same: to simply spend time in the presence  of another beating heart.” (Juxtapoz Arts & Culture)
Alec Soth, “Cammy’s View. Salt Lake City,” 2018.Credit…© Alec Soth Courtesy of Sean Kelly, New York

Daarom: neem de tijd, je kunt meekijken in zijn boekenverzameling die uiteraard rond fotografie gecentreerd is. In een ander filmpje zie je het verhaal van ‘de krot’ en hoe hij via die weg meditatie ging gebruiken. Er zijn gesprekken, een overzicht van zijn werk, kortom: een boeiende ontmoeting verzekerd.

Even  for a photographer whose work might generally be described as more  poetic than prosaic, Mr. Soth’s new book is notable for its quietness  and lyricism. Still, Mr. Soth admits, some of the portraits resemble his  previous work, despite his newfound approach to portraiture. Are these  scenes of people willingly posing in their underwear or lying in bed, he  wonders, really any different from scenes he might have subtly exerted  his power to conjure in the past?
Similar  questions continue to nag him as he resumes his magazine work and finds  himself in situations where photography’s inherent power imbalance  makes itself readily apparent. He may not always make the right choice,  he said, but after everything he’s experienced in the last three years,  he believes he’s now at least a little more aware of the “limitations  and contradictions” of photography.
“I’m trying to be a little bit more thoughtful,” he said.(New York Times, Jordan G. Teicher, Feb 28, 2019)
“Nick. Los Angeles.”Credit…Alec Soth/Magnum Photos, courtesy of MACK

Bezoek: https://alecsoth.com/photography/

Renata, Bucharest, 2018 Alec Soth

Chris Killip, the closest way to make our memories seem real.

Chris Killip stierf op 13 oktober, 74 jaar oud, aan longkanker. Hij was een van de grootste Britse 'documentary photographers'. 
His most compelling work was made in the north-east of England in the  late 1970s and early 80s and was rooted in the relationship of people to  the places that made – and often unmade – them as the traditional jobs  they relied on disappeared. In 1988 he published In Flagrante,  a landmark of social documentary that has influenced generations of  younger photographers. His friend and fellow photographer Martin Parr  described it as “the best book about Britain since the war”.
(The Guardian: Photographer of working-class life during the decline of industry in north-east England)
Als eerbetoon publiceren we graag opnieuw onze bijdrage uit 2019.
View+of+Skinningrove,+1983

The village of Skinningrove lies on the North-East coast of England, halfway between Middlesbrough and Whitby. Hidden in a steep valley it veers away from the main road and faces out onto the North Sea. Like a lot of tight-knit fishing communities it could be hostile to strangers, especially one with a camera.

Crabs+and+people,+1982

“Now Then” is the standard greeting in Skinningrove; a challenging substitute for the more usual, “Hello”. The place had a definite ‘edge’ and it took time for this stranger to be tolerated. My greatest ally in gaining acceptance was ‘Leso’ (Leslie Holliday), the most outgoing of the younger fishermen. Leso and I never talked about what I was doing there. but when someone questioned my presence, he would intercede and vouch for me with, ‘He’s OK’. This simple endorsement was enough.’

Blackie,+Mato+Smith+at+sea,+1982

We gaven de lezer al een aanduiding waar Chris Killip één van zijn meest bijzondere fotografische verhalen vertelde in de tachtiger jaren.
We laten hem nu zelf aan het woord. Bekijk deze film, gemaakt door regisseur Michael Almereyda in 2014. Het is een sleutel om zijn werk vanuit zijn bijzondere persoonlijkheid te kunnen interpreteren.
Beluister en bekijk zijn verhaal hieronder. Je kunt altijd ‘ondertiteling’ inschakelen mocht het ietsje te zacht klinken. (aan te raden)
Het is een belangrijk verhaal, ongewoon wellicht voor een fotograaf, maar in deze moeilijke ophoktijden, helemaal hoe het kan zijn: verbinding als vertrekpunt. Luister en bekijk hoe hij over zijn ‘onderwerpen’ (vergeef me de oneerbiedige benaming) mensen dus, spreekt en hen met zijn camera voor ons heeft zichtbaar gemaakt.

'When you’re photographing you’re caught up in the moment, trying to deal as best you can with what’s in front of you. At that moment you’re not thinking that a photograph is also, and inevitably, a record of a death foretold. A photograph’s relationship to memory is complex. Can memory ever be made real or is a photograph sometimes the closest we can come to making our memories seem real.'
Simon+Coultas+being+taken+to+sea+for+the+first+time+since+his+father+drowned,+1984
“I didn’t have a political agenda. I liked the area a lot, and wanted to photograph it as well as I could. I was aware of the sense of history, more than politics; the idea that things will change, and nothing lasts forever.”
killip_if2_37_yezerski
“That’s why you should give it your utmost to try and take the best photographs you can. It was only with hindsight that you can see things like – I am the chronicler of the deindustrialisation revolution. At the time, I was not that conscious of that, but I was focused on photographing all the industries I could, even with limited access. Because I knew it was important.”
sunday

Thatcher did not believe in society, yet of course society persisted. Killip excels at showing just that persistence: a community eking a living, even a life, from the scraps, the ruins, the flames, the waves, the dirt. More radically, our current masters do not believe in the state, whose death they are likely to be more successful in bringing about. If so, it will have the effect of rendering many effectively if not literally stateless — and thus conveniently invisible. But whoever emerges to document their tragedy could do far worse than study In Flagrante, an essential visual record of a sociopolitical disaster, which shows you probably can’t get to the heart of your subject without making yourself part of it. Just remind yourself that it comes from a time when these souls could still feed themselves without food banks, were not forced to move home for the crime of having a spare room, and when Jeremy Corbyn’s boldest ideas would have been considered meekly centrist. And then shudder.

Huck-ChrisKillip-WebC2-958x559
'I remember speaking with Josef Koudelka in 1975 about why I should stay in Newcastle. Josef said that you could bring in six Magnum photographers, and they could stay and photograph for six weeks - and he felt that inevitably their photographs would have a sort of similarity. As good as they were, their photographs wouldn't get beyond a certain point. But if you stayed for two years, your pictures would be different, and if you stayed for three years they would be different again. You could get under the skin of a place and do something different, because you were then photographing from the inside. I understood what he was talking about. I stayed in Newcastle for fifteen years. I mean, to get the access to photograph the sea-coal workers took eight years. You do get embroiled in a place.'
killip_if2_12_yezerski

(Feestdag koninklijke bruiloft Diana and Charles 1981)

Born in Douglas, Isle of Man in 1946, he left school at age sixteen and joined the only four star hotel on the Isle of Man as a trainee hotel manager. In June 1964 he decided to pursue photography full time and became a beach photographer in order to earn enough money to leave the Isle of Man. In October 1964 he was hired as the third assistant to the leading London advertising photographer Adrian Flowers. He then worked as a freelance assistant for various photographers in London from 1966-69. In 1969, after seeing his very first exhibition of photography at the Museum of Modern Art in New York, he decided to return to photograph in the Isle of Man. He worked in his father’s pub at night returning to London on occasion to print his work. On a return visit to the USA in 1971, Lee Witkin, the New York gallery owner, commissioned a limited edition portfolio of the Isle of Man work, paying for it in advance so that Killip could continue to photograph.

FS_10812

In 1972 he received a commission from The Arts Council of Great Britain to photograph Huddersfield and Bury St Edmunds for the exhibition Two Views – Two Cities. In 1975, he moved to live in Newcastle-upon-Tyne on a two year fellowship as the Northern Arts Photography Fellow. He was a founding member, exhibition curator and advisor of Side Gallery, Newcastle-upon-Tyne, as well as its director, from 1977-9. He continued to live in Newcastle and photographed throughout the North East of England, and from 1980-85 made occasional cover portraits for The London Review of Books. In 1989 he was commissioned by Pirelli UK to photograph the workforce at their tyre factory in Burton-on-Trent. In 1989 he received the Henri Cartier Bresson Award and in 1991 was invited to be a Visiting Lecturer at the Department of Visual and Environmental Studies, Harvard University. In 1994 he was made a tenured professor and was department chair from 1994-98. He retired from Harvard in December 2017 and continues to live in the USA.

killip2

Great photographers need determination not talent’

Killip1

https://www.howardyezerski.com/killip

http://www.chriskillip.com/

display of baked beans
Deeply indebted to such modern photographers as Paul Strand and Walker Evans, Killip has long rejected the skepticism of post-modernism and remains staunchly committed to the subjective truth-telling capacities of the lens.
At once descriptive and metaphoric, Killip’s empathetic, politically charged work has lost little of its power or bite over the years. His photography asks important questions, not only about what the lens can reveal about history, but also about how it can connect us in meaningful ways to the past, present, and each other. (The Brooklyn Rail, Adam Bell, writer and photographer)
1111-57

‘Taller than the trees’, een kortfilm van Megan Mylan

Masami Hayata, Japan is niet dadelijk het beeld van een zorgverstrekker in de Japanse samenleving. Hij heeft een full-time baan, een zesjarige zoon Shion en een dementerende moeder in de laatste fase van haar leven. (en een vrouw die door haar job bijna steeds afwezig is.)

In deze korte documentaire van de New York Times uit 2016, “Taller than the trees”, gemaakt door Megan Mylan, zie je een beeld van hun dagelijks leven.

Japan’s elderly population is surging, and its birthrate is one of the lowest in the world. Concurrently, more women than ever are entering the workforce, making households with two working parents the norm rather than the exception. This confluence of demographic and societal changes has created a crisis of caregiving – a challenge that’s even more pronounced in a culture that practices ‘oya-koko’, or filial piety, and where office culture can be extremely competitive. The Academy Award-winning US director Megan Mylan’s Taller Than the Trees follows the daily life of Masami Hayata, a Tokyo ad executive, who embodies the changes that Japan is undergoing. With his wife frequently out of town for her job as a flight attendant, Hayata takes on the role of domestic caregiver, attending to their six-year-old son, as well as his mother, who is in the late stages of dementia, in addition to his considerable corporate responsibilities. Mylan traces Hayata’s delicate work-life balance with a light and intimate touch, crafting a film that deftly renders the personal as a reflection of broader shifts in society.

Of wij met dezelfde mooie oosterse gelatenheid het leven in balans kunnen brengen laat ik in het midden. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee de zorg voor elkaar in de flow van het leven zijn plaats heeft gevonden blijft mijn eerbied en bewondering afdwingen. De problemen van de Japanse samenleving zijn dezelfde problemen waarvoor wij met zijn allen ook dagelijks een oplossing moeten vinden. En hoe schitterend stralend de jonge garde geschiedenis wil schrijven, de ‘gang van het leven’ zal er zijn plaats in moeten krijgen met hetzelfde respect en dezelfde waardigheid die efficiëntie niet uitsluiten maar ook niet als eerste vereiste wil nastreven.

Zo lang de bomen als maateenheid mogen dienen blijft het begrip toekomst een menselijke ondertoon behouden, met de warmte van de eeuwige tango op de achtergrond.

Hand geborduurde pixels: Diane Meyer fotografe

BRANDENBURG GATE, HAND SEWN ARCHIVAL LINK JET PRINT, 2015

In de geborduurde kruisjessteek kreeg de wereld een vrij huiselijk karakter. Was dit vroeger nog een proeve van kunnen bij het vak ‘handwerk’ dan kan de begenadigde borduurster (of-der) met allerlei pakketten alle kanten uit. Van ‘meesjes in een bloemenkrans’, geduldig gecrocheteerde letters op huishoudlinnen tot kussen-decoraties en geduldig opgezette wandtapijten. En al roept de reclame in deze corona-tijd: ‘de kruisjessteek van bomma is weer helemaal in’ (bomma was een jonge vrouw tijdens de zestiger jaren, niet dagelijks met dat soort handwerk bezig), het blijft -op afstand bekeken- niet dadelijk een vernieuwend medium. Voor kunstenares fotografe Diane Meyer (USA) echter wordt die kruisjessteek een heus medium door ze op twee series foto’ s met verschillende doeleinden te gebruiken.

Yellowstone I, 4.5 x 4.5 inches, 2016
Recently I have been working on two different series of hand embroidered photographs exploring issues of memory and history. One series consists of 43 hand-sewn photographs taken along the entire roughly 100 mile path of the former Berlin Wall. Sections of the photographs have been obscured by cross-stitch embroidery sewn directly into the photograph. The embroidery is made to resemble pixels and represents the exact scale and location of the former Wall offering a pixelated view of what lies behind. In this way, the embroidery appears as a translucent trace in the landscape of something that no longer exists but is a weight on history and memory.
CHECKPOINT CHARLIE, HAND SEWN ARCHIVAL LINK JET PRINT, 2015
In the second series, Time Spent That Might Otherwise Be Forgotten, cross stitch embroidery has been sewn directly into family and travel photographs from periods throughout my life. The images are broken down and reformed through the embroidery into a hand-sewn pixel structure. As areas of the image are concealed by the embroidery, small, seemingly trivial details emerge while the larger picture and context are erased. I am interested in the disjunct between actual experience and photographic representation and photography’s ability to supplant memory as well as the ways in which photographs transform personal history into nostalgic objects that obscure objective understandings of the past. By embroidering a pixel structure into the images, a connection is made between forgetting and digital file corruption. The tactility of the pieces also reference the growing trend of photos remaining primarily digital- stored on cell phones and hard drives, but rarely printed out into a tangible object.
Group I, 7×9 inches, 2016

Het is een dubbele beweging: in de Berlijnse serie maakt zij de nu zichtbare wereld -bij ons bewust door op dezelfde maat van de vroegere Berlijnse Muur te werken- opnieuw onzichtbaar, terwijl wat zichtbaar is geweest in onze snapshots nu achter de ‘kruisjessteek’ wordt verborgen met de intentie te waarschuwen dat onze dagelijkse beelden inderdaad onzichtbaar zullen worden als we ze niet afdrukken : ‘in which photographs transform personal history into nostalgic objects that obscure objective of the past.’

New Jersey III, 6.25 x 7.5 inches, 2012
POTSDAMER PLATZ, HAND SEWN ARCHIVAL INK JET PRINT, 2017
 

Zijn we gewoon geworden de wereld via ‘afbeeldingen’ te consumeren, bewegende of stilstaande, de inhoud is als ‘opslag voor het geheugen’ bedoeld alsof we de voorbij tijd in een verzameling ‘pixels’ kunnen opslagen en weer oproepen. Diane Meyers werkwijze maakt ons attent op de onmogelijkheid daarvan. Die onmogelijkheid heeft met ons tekort aan verbeelding te maken, of met ons onvermogen werkelijk te kijken, de inhoud van een beeld te leren lezen niet alleen als prentje maar als condensatie van gebeurtenissen, verhoudingen, ons dus te verbazen of beter nog: te verwonderen.

New Jersey VIII, 5.5 x 6.5 inches, 2012
Berlin KIELER STRASSE, HAND SEWN ARCHIVAL INK JET PRINT, 2012
Diane Meyer (b. 1976) received a BFA in Photography from New York University and an MFA in Visual Arts from the University of California, San Diego. She has been living in Los Angeles since 2005 where she is a professor at Loyola Marymount University. Her work has been widely exhibited nationally and internationally and is in the permanent collections of the George Eastman Museum, the Museum of Contemporary Photography Chicago, the Clarinda Carnegie Museum and the Hood Museum of Art.
EAST SIDE GALLERY, HAND SEWN ARCHIVAL INK JET PRINT, 2014

Door haar werkwijze zijn haar werken ook een uitnodiging tot ‘aanraken’, je wilt de stof voelen zoals je in feite ook de voorbije werkelijkheid zou kunnen aanvoelen en niet alleen oppervlakkig visueel waarnemen.

I am referring to the divide between the photographic image and lived experience. Photographs frequently become stripped of their original context or meaning. Memory can be very porous causing the meaning behind photographs to change over time. Also, images are edited in a way that can change the reality of a situation- such as what is seen in family photo albums. The same is true today by the stories that people create about their lives when selecting which images to put on social media.

Vanuit de trein, aankomst Venetië

Bekijk haar werk: http://www.dianemeyer.net/

Bruges II, 8×8 inches, 2016
House Former Wall Area Near Lichterfelde Sud © Diane Meyer

‘I think in some ways, photography plays an even more important role today in preserving history. As photography becomes an even more democratic medium: camera phones putting the ability to document the world in the hands of so many people, digital imaging allowing for an unlimited amount of images to be taken, and social media giving everyone a platform to place their images in the public realm, every event has a multitude of image makers. Both professional and amateur people are documenting the history and allowing it to be simultaneously seen from multiple vantage points.’

The West I, 5×7 inches, 2011

Kroniek van het dagelijkse: Roberto Donetta (1865-1932)

Roberto Donetta, Self-portrait –Bleniotal, © Fondazione Archivio Fotografico Roberto Donetta-Corzoneso

Je kunt iemand in de tijd zetten zoals we dat nu met Roberto Donetta doen, 1865-1932. Plaats: het Bleniodal, Valle di Blenio, ten noorden van Tessin, van de Lukmanierpas (1914) dalwaarts tot bij Biasca, Italiaans Zwitserland. ‘Schraal bergland’, zegt de reisgids.
Roberto verdiende er de kost, beladen met een zware houten kist, als zadenhandelaar. Op een van zijn tochten leerde hij de beeldhouwer Dionigi Sorgesa kennen. Die leende hem voor vijf frank per jaar een foto-apparaat zodat hij nu, na enkele jaren oefening, vanaf 1904, met nog een kist rondtrok waarin hij de omvangrijke camera en zijn decorstukken vervoerde. Zadenhandelaar en fotograaf.

Roberto Donetta, Portrait of a Boy -Bleniotal, © Fondazione Archivio Fotografico Roberto Donetta-Corzoneso

Foto’s werden nu de spil van zijn leven. ‘Kunst als fotograaf’, maar te duur als tijdverdrijf, te weinig lukratief als beroep. Toch belichtte hij de volgende dertig jaar zo’n 5000 glasplaten, een gemiddelde dus van drie per week.
Onderwerpen? Zijn familie, de slager, de pastoor, boeren bij het hooien, bruiloften, begrafenissen, gevolgen van overstromingen, families, het dal, pageborenen en pas-gestorvenen, fabrieksmeisjes en muzikanten, kommuniekanten, openbare werken, klasjes, geestelijken, en zichzelf.

Roberto and Linda Donetta with Their Children Brigida and Saulle, 1905-1910, © Fondazione Archivio Fotografico Roberto Donetta-Corzoneso

Sommigen schrijven hem een poëtische kijk toe, enkele beelden regisseert hij bewust, maar ik heb de vijfduizend afdrukken bekeken: de overgrote meerderheid zijn alledaagse getuigenissen van een totaal verzonken wereld die hij snel en bijna objectief fotografeerde en die daardoor vooral als documenten en kroniek van het dagelijkse bijzonder waardevol zijn.
Nu en dan echter zie je zijn eigen visie, ensceneert hij, kiest hij als een volleerd fotograaf de plaats en de acteurs. Hij noteert in zijn schriften waar, wie en wanneer en ook wel eens een zelfgemaakt gedicht:

Het leven, een gedicht van Roberto Donetta
Het is een droom, een zeepbel, een glasscherf,
een ijsblok, een bloem, een sprookje;
het is hooi, schaduwen, asse,
het is een punt, een stem, een klank,
een briesje,
een niets.
(de twee jongens poseren op blote voeten, schoenen zijn duur.) Isolina Toschini con i figli Ausilia, Vincenzo e Corrado, davanti al muro di una casa

Veel heeft het hem niet opgebracht. Zijn ‘kunst als fotograaf’. Slechts lang na zijn dood in 1932, kreeg zijn werk erkenning. De vrij goed bewaarde glasplaten doken begin jaren tachtig op in een schuur van de gemeente. In 1987 volgde de eerste tentoonstelling in Tessin, ook gekend als Ticino. In het ronde huis waar hij als eigenzinnige zonderling geleefd had, het Casa Rotondo in Corzoneso, werd het Archivo Donetta uitgebouwd. Nu zijn ze ook, ten noorden van de Gotthards te zien, zelfs een boek met zijn werk verscheen. ( zie onze verwijzingen onderaan.)
Ik zie hem vooral als degene die de kleine wereld van het lang afgesloten dal nu aan de wereld kan tonen zodat onze late verwantschap duidelijk mag worden.

Family Portrait, Bleniotal
© Fondazione Archivio Fotografico Roberto Donetta, Corzoneso

Waarom hij toch koppig bleef verder werken?
Zijn ouders waren kooplieden uit Biasca, leefden een tijdje in Milaan. Einde van de zeventiger jaren van de negentiende eeuw keerden ze terug naar Ticino, naar Castro in het Bleniodal, waar zijn vader als militair beambte werk vond.
Wie Roberto als kind was weten we niet. We weten wel dat hij school liep, iets wat toen niet zo vanzelfsprekend was. Wel weten we uit brieven en notities dat hij graag met taal speelde en het bijzonder waardevol vond om deftig (algemeen beschaafd) Italiaans te spreken en te schrijven.

In 1886 huwt hij, 21 jaar oud, en schonk hij zijn geliefde vrouw Teodolinda -Linda, afgekort- een feestelijk gedicht met elf strofen waarin hij hen beiden een lang gemeenschappelijk leven toewenste, een wens die helaas onvervuld bleef.

Foto van de familie Roberto Donetta in Casserio, Saul jongetje met hoed, Linda derde van links, Giuseppina tweede van links, Brigitta vierde links, Clemente uiterst links

Ze kregen zeven kinderen tussen 1887 en 1900. Marcellina stierf toen ze een jaar oud was. Bij de huwelijksaangifte vulde Roberto ‘boer’ in als beroep ofschoon hij nooit een stuk land heeft gehad dat hij had kunnen bewerken. Zoals velen uit het dal probeerde hij ’s winters als ‘kastanjeverkoper’ in Noord Italië geld te verdienen. Als in 1891 zijn vader stierf, erfde hij zijn post als beambte, maar dat duurde niet lang. Zittende arbeid was niets voor hem.
Hij trok naar Londen waar hij als kellner dienst deed. Verschillende streekgenoten hadden in de Engelse metropool goede zaken gedaan. Carlo Gatti bijvoorbeeld die in Londen een aantal café’s, restaurants uitbouwde en arbeid gaf aan mensen uit zijn streek zoals aan Giuseppi Pagini (1859-1913) die elf jaar kellner was bij Gati, elke verdiende penny omdraaide en vennoot werd van een van de meest gerenommeerde Londense restaurants . De miljoenen die hij verdiende investeeerde hij in het Bleniodal.
Maar Roberto Donetta was geen Pagani. Hij hield het nauwelijks 15 maanden in Londen uit en net zo arm als voordien keerde hij ontmoedigd terug naar huis.

Gruppo di suonatori davanti a un edificio
Roberto Donetta con la figlia Giuseppina in alta montagna

In zijn notitieboek schreef hij naast eigen bevindingen ook allerlei dingen op die hem waren opgevallen: gedichten, anakdotes, tips voor het huishouden uit kranten en tijdschriften overgenomen, hoe je het beste muizen vangt, en wat best helpt tegen tandpijn. Hij schreef de namen op van alle pausen of goede raad zoals: ‘Geef het geld niet meer of minder waarde dan wat het waard is.’

Groep uit het Bleniodal

Maar dat geld bleef het probleem, vooral als je het niet hebt. Was het zijn idee om voortaan door het dal te trekken met een zware koffer vol zaden? En wat dacht Linda van het plan ook met foto’s in hun levensonderhoud te voorzien? Want foto’s maken kost geld: foto-papier, glasplaten, chemicaliën. Het leven in het Blenio-dal was hard, want er dreigden vaak natuurrampen als lawines en overstromingen. Er woonden toen zo’n 6000 mensen in het dal, duizend meer dan nu.
Om te eten was er een eenheidsschotel van aardappelen, kastanjes, mais en een beetje roggebrood. De kindersterfte was hoog, en griep, cholera en difterie maakten vele slachtoffers. ’s Winters moesten de mannen ver van huis werk zoeken en bleef de vrouw alleen achter met de zorg voor het vaak grote kinder-aantal..

De meisjes van de Cima chocoladefabriek. Merk de mooie opstelling.

Wel kwam er in 1903 een electriciteitscentrale in het dal, en in het dorp Torre werd een chocoladefabriek geopend. Donetta heeft ze gefotografeerd. Maar vijf jaar later verwoestte een uit de oevers gebroken beek Soia beiden, en ook dat heeft hij gefotografeerd. De stichters van de fabriek, de gebroeders Cima, zorgden met geld van de rijke restaurantbezitter Pagani voor de wederopbouw. Ook voor een aansluiting met de Gotthardspoorweg die Biasca met Acquarossa zou verbinden. In 1911 waren de werken klaar. De postkoets had er twee uur voor nodig, de Trenino deed het in een half uurtje.

Ponto Valentino visto da sud-ovest

Van Corzoneso waar Roberto Donetta met zijn familie sinds 1900 in het Casa Rotonda woonde was het niet ver van het eindstation van dit spoor. En was het daarom dat Linda haar man verliet of eerder de constante geldnood terwijl hij per se een kunstenaar wilde blijven, een heuse fotograaf?
In 1912 trok Linda naar Bellinzona om er in de melkerij te werken. Zij en vijf van haar kinderen verhuisden, alleen de jongste, Saul, bleef bij zijn vader.

fragment van in scene gezette foto: de tandarts

Hij bleef door het dal trekken met zaden en zijn fototoestel ook al moest in 1913 zijn uitrusting even in het pandjeshuis. Hij zorgde voor een camera uit Geneve. Op de pof.
De luxe van een studio kende hij niet dus sleepte hij zijn decors mee: doeken en tapijten waarvoor hij zijn onderwerpen kon fotograferen. Wat dus nu fris geënsceneerd lijkt was gewoon noodzaak: hoe meer mensen op een foto, hoe goedkoper. Foto’s werden in een ovaal gekaderd en verkocht.
Hoe hij de eerste wereldoorlog doorkwam, weten we niet. Hij werd steeds meer een zonderling, een “Vagabondo” werd hij in het dal genoemd. Zijn familie was intussen naar Frankrijk uitgeweken.

Three girls in the break from work in the fields under a tree

In de late zomer van 1932 als nicht Amelia hem in zijn Casa Rotonda wilde bezoeken, vond ze hem niet. Een gebuur haalde een ladder, drukte het karton in dat in plaats van glas de vensteropening bedekte, en met kreupelhout in zijn handen lag Roberto daar dood op de grond.

(naar gegevens va Susanne Rothenbacher in Tagesanzeiger 21 juli 2016)

Bambina defunta in una bara circondata di fiori
Sass dra Madona vicino a Casserio

The history of the Canton of Ticino, the Italian-speaking Swiss territory to the south of the Alps, was until recently profoundly marked by emigration. In fact, only after the Second World War did the Canton experience the economic development which has detennined its present-day identity. The period in which Roberto Donetta was active as a photographer in the Valle di Blenio was one characterized by extremely hard living conditions, due to a difficult terrain where arable land was limited. The contribution of emigrants to the economy of the valley consequently proved to be of vital importance (especially those who worked in France and Great Britain).

Casa rotonda a Casserio, vista da sud

The Roberto Donetta Archives contain more than five thousand plates and about five hundred prints. The Commune of Corzoneso became the owner of the material on the death of the photographer, thus preventing its dispersal. For more than thirty years the plates had been forgotten in a bam, which contributed, possibly, towards their ultimate preservation. The Archives are housed in the Casa Comunale of Corzoneso, which is responsible for the supervision and conservation of a considerable quantity of archive material of major interest for research in both the photographic and historical fields. Donetta’s life was marked by severe economic problems which lead him to depend on public (communal) assistance. On his death the Commune of Corzoneso auctioned off the few belongings previously owned by the photographer in order, in part, to retrieve the money spent for his maintenance. Whereas his household goods did find buyers his photographic plates, on the other hand, were of interest to no one and, in consequence, remained the property of the Commune. (Marco Franciolli 2016)

Roberto Donetta, Family Portrait -Bleniotal, © Fondazione Archivio Fotografico Roberto Donetta-Corzoneso
Roberto Donetta, Four little girls among the plants
1900–1932/1993
Analog print on baryta paper, sepia toning with sodium sulfide, 30 × 40 cm
Museo d’arte della Svizzera italiana, Lugano, Collection of the Canton of Ticino
familie, 2 jongens dragen rouwbandje op hun jaskraag

Archief te raadplegen: http://www.archiviodonetta.ch

Roberto Donetta with his suitcase of seeds in a courtyard near the Casa Rotonda in Casserio, 1900–1932/1993
Analog print on baryta paper, sepia toning with sodium sulfide, 40 × 30 cm
Museo d’arte della Svizzera italiana, Lugano, Collection of the Canton of Ticino

Het medium als expressiemiddel: Galina Kurlat

Boy with elaborately hand-tinted tartan clothing, c. 1860 Grand-son of Vice-Admiral Charles John Napier

Laten we even terugspringen naar het begin van de fotografie, 1850-60 met een fraai voorbeeld van een ambrotype hierboven, nog hand-ingekleurd. Hebben we het eerst over de werkwijze, de drager of het medium waarop het beeld verschijnt.

Horen foto’s in deze tijd thuis op een scherm(pje), de tijd van papieren exemplaren, al dan niet verzameld in schoendozen of albums, is nog dichtbij.
Of het beeld door de drager ervan beïnvloed wordt?
De helderheid van het scherm, de duidelijkheid van papier of karton bijvoorbeeld, maar terugkerend in de tijd was de drager (een nog natte chemisch bewerkte glazen plaat) wel duidelijk belangrijk en kan hij in de moderne fotografie ook dienen als vormgever, niet allleen technisch, maar ook artistiek.
Kijken we naar nog een fraaie ambrotype:

Sgt. Samuel Smith of the 119th USCT[1]) with his family, circa 1863–65.

During the early years of paper photography, a thin sheet of paper was used as the negative. The lack of transparency and fibrous texture of these negatives led to research for an alternative material. While glass had been suggested for many years, it was not until 1851 that an English sculptor, Frederick Scott Archer, devised the best method for applying a sensitized coating to the plate. Archer suggested the use of collodion, a thick, sticky liquid which had previously been used by military physicians as a sort of liquid bandage. The collodion, when mixed with sensitizing chemicals, clung tightly to the glass and formed a light—sensitive surface. The only drawback was that the sensitivity quickly dwindled as the collodion began to dry. The plate, therefore, had to be exposed as quickly as possible after coating, suggesting the name “wet process. (O. Henry Mace, Early Photography, Krause Pub.)

Boy wearing a top hat, c. 1858, J. Hickling, Science Museum Group collection

A number of photographers, including Archer, noticed that when a thin collodion negative was viewed with a black backing using reflected light, the image appeared positive. In ]uly of 1854, Bostonian James Cutting took out three U.S. patents based on this concept. In Cutting’s patented process, a thin negative was made by slightly underexposing the plate. Then a second sheet of clear glass was sealed to the image with balsagum (this seal was supposed to protect the image from dust and scratches, but, as we will see, this process did more harm than good). After a coat of black varnish was applied to the back of the plate or to the back of the case, the finished image was placed under a mat and preserver, and then cased or framed. During theearly years, daguerreotype cases were used. Then, as the ambrotype become more popular, cases were made deeper to allow for the double thickness of glass.The suggestion for the name ambro-type came from Cutting’s associate Marcus Root, who based the name on the Greek word ambrotos, meaning “immortal”. Since most existing ambrotypes are of people who passed away more than a century ago, the name now seems very appropriate. (ibidem)

Babbitt’s view of Niagra, c. 1860, Platt D. Babbitt, Science Museum Group collection

Kijken we met deze wetenschap in het achterhoofd naar het werk van fotografe Galina Kurlat, geboren in 1981 in Moskou en naar de USA geëmigreerd kort na de val van het communisme in 1989. Behaalde een Bachelor of Media Arts graad in het Brooklyn’s Pratt Instituut in 2005. Leeft en werkt nu in Houston, TX. Werk van haar is intussen in verchillende international collecties opgenomen.

werk uit ‘Temporal Forms’ 2019
werk uit temporal forms 2019

‘In my work I use two different processes; Polaroid Positive/Negative film and Wet Collodion. Polaroid Positive/Negative is a B&W large format film which has been discontinued since 2008. It is a fragile medium that has a tendency to react to changes in temperature, humidity, and other environmental factors. If uncared for, the film will continue to decompose and change. The organic decomposition of the film which can slowly change the image over time attracts me to this medium. The Wet Collodion process is an in-camera process which was invented in the 1850′s, this labor-intensive process involves coating a glass plate with collodion then sensitizing it by dipping it into a bath of silver nitrate, while still wet the plate is placed in the camera and exposed. Within a few minutes of exposure, the plate must be developed, fixed and dried in order to create the Ambrotype, a positive image on a sheet of glass.’(Onetwelve)

Lulu

The ritual of making a wet collodion photograph is in itself an important aspect to this body of work. Collodion is poured onto a plate which becomes sensitized using a bath of silver nitrate. The image is then developed on the spot to create a physical object and a likeness of the child, an ephemeral event only existing in that one moment.

Electra Tintype

Removed from the day-to-day experience of childhood and photographed in front of a stark, black background, these children express a distilled honesty and tender vulnerability. By reducing these variables, Kurlat creates an organic visual dialogue between sitter and camera photographing her subjects in a quiet setting devoid of distraction; a space that is conducive to the child being completely engaged in the process of making the photograph.

Werk uit Inherent Traits 2011

These photographs are made using the wet collodion process, which was introduced in the 1850’s, this involves coating a glass plate with collodion then sensitizing it by dipping it into a bath of silver nitrate, while still wet the plate is placed in the camera and the photograph is made. Within a few minutes of exposure the plate must be developed, fixed and dried in order to create the Ambrotype, a positive image on a sheet of glass.

Werk uit Inherent Traits 2011

Inherent Traits began as a yearlong project during which I set out to photograph myself a hundred times. Slight variations in gesture, expression and posture become significant once the photographs are compiled. This kind of long-term methodical reflection allows subjects and themes, which would otherwise be overlooked to come to the surface.

werk uit Reclamation 2009-2011

I moved to Houston three years ago, and was immediately intrigued by the abandoned architecture, empty lots and vastness of Houston’s East End. Like many photographers I am attracted to the implications and aesthetics of abandoned spaces. Houston is unique in its mass of buildings and structures left to the elements. Low real estate costs and no shortage of land have created whole neighborhoods left alone to decay.

Werk uit Reclamation 2009-2011

Although I choose the subjects based on an immediate instinctual connection, my familiarity with them varies. Some are close friends and lovers, others are strangers I have recently met. The slow, tenuous process of creating large format photographs, invite the sitter to orchestrate his or her own compositions. I do not direct the subjects, but allow them to move freely in the frame. Each gesture, conscious or not, informs the viewer. While the direction of the subjects’ gaze becomes their choice to reveal or hide.

One day, during my last year at Pratt I walked into my childhood bedroom and realized that the magazine photo’s I had plastered all over my room as a teenager were mostly images made using an antiquated photographic process. Magazine printouts from Joel Peter Witkin, Sally Mann, Minor White, Chuck Close, Michael Mazzeo and Sarah Moon hung all over my pink walls. At this time I had just begun studying wet plate with Jody Ake in NYC and was so grateful for the chance to learn a process I admired at such a young age.

Avril

https://www.galinakurlat.com/

While traveling I did something I rarely do these days… Rather than seeking out specific subjects for existing bodies of work, I took photographs for the simple pleasure of making images. This open way of shooting followed me home, I now find myself making images which interest me rather than trying to fit them into the context of existing work. I hope this way of shooting transcends my older habits and allows for a continuously creative approach to photography.

Grace uit ‘Temporal Forms’ 2019