SPIRITUS (46)

laken orgel1.jpeg

46.

‘Zag ik je enkele weken geleden nog als bruid en jonge moeder op de mooie cartes de cabinet in Lille, nu kom je in levende lijve deze kerk binnengewandeld net op het moment dat ik wanhopig op zoek ben naar een bekwame organiste om deze bijna voltooide mechaniek uit te testen.  Welke goede geest heeft jou gezonden?’
‘De geest van het pure toeval, monsieur Pierre.  Ik ben in een eerder vreemde bui zo maar op de tram gestapt die me tot hier heeft gebracht, onwetend dat ik u hier zou aantreffen.’
‘Als dat geen hemels teken is.  Ik dacht je een van deze dagen te komen opzoeken in jullie nieuwe woonst, maar…’
‘Ik zei toch dat monsieur Pierre een tovenaar was,’ zei de jongen.
‘Omdat mijn oudste zoon, jou nog bekend als “kleine” François, intussen bijna achttien, met het atelier in de Francquartstraat zijn handen vol heeft, helpt deze vootreffelijke jongeman mij en zorg ik voor zijn verdere opleiding.  Mag ik je voorstellen: Jean-Emile, sinds een jaartje mijn uitstekende leerjongen.  Zijn vader Rogier-Joseph Kerkhoff stierf vorig jaar vrij onverwacht.  Hij liet naast zijn intussen bekende orgelwerkplaats ook acht weeskinderen na waarvan ik de oudste heb geadopteerd tot hij op eigen benen kan staan om het werk van zijn vader voort te zetten.’

69438572
‘Monsieur Pierre is pas een echte vader voor mij, mademoiselle. Ik bedoel…’
‘Hij heeft niet dadelijk een gemakkelijke jeugd gehad, dat bedoelt hij.’
‘Ik heb je altijd als een goede vader gekend, als ik ‘jou-en-jij’ mag zeggen.’
‘Dat mag je niet, dat moet je, lieve Emilie. Waar zijn de dagen in het grote atelier van Joseph Merklin en Friedrich Schütze?  Je was nauwelijks acht toen François werd geboren. Jij, tante Josephine en je mooie maman. Weet dat Marie-Anne, mijn vrouw, je altijd graag heeft gekoesterd. Je was haar net zo lief als onze eigen dochter Isabelle.’
‘Ik heb in Parijs veel tijd gehad om die mooie herinneringen weer op te halen. Blijkbaar doe je goede zaken?’
‘Armand Verreyt en ikzelf zijn in 1870 geassocieerd en sinds Joseph Lyon en Parijs boven Brussel verkiest werken we nu helemaal apart als ‘Pierre Schyven en Companie’. Goed gevulde orderboeken, inderdaad.’
‘Wat is er met deze kerk aan de hand?  Ze is blijkbaar al in gebruik, maar ze mist een toren en één van de portalen staat nog in de steigers.’
‘Deze kerk is een aandenken aan de eerste koningin van België,  Louis-Marie, die in vijftig overleed.  De eerste steen werd in 1852 gelegd door Leopold I en de kerk werd  slechts twintig jaar later ingewijd in de staat waarin ze zich nu bevindt. Sinds 1872 dus liggen de werken stil, en probeert architect Poelaert hemel en aarde en vooral Leopold II te bewegen zijn plannen te voltooien, al heeft hij nu zijn handen meer dan vol met de bouw van het gigantische justitiepaleis op de Galgenberg in de Marollenwijk.

3185230875

Gelukkig kreeg ik de koninklijke verzekering dat mijn laatste facturen dadelijk na de inauguratie van dit orgel op 30 november zullen voldaan worden.  En let op, Alexander Guilmant en Alphonse Mailly, organist van de koning, zullen het orgel inspelen in aanwezigheid van de koning. De fraaie orgelkast in massieve eik is een ontwerp van Poelaert, net uitgevoerd door de gerenommeerde firma Goyers. Het merkplaatje, een beetje mijn handtekening, ligt klaar.  Voilà: ‘Pierre Schyven et Cie sucesseur des anciens établissements Merklin-Schütze Bruxelles.’
‘Het ziet er pachtig uit.’
‘Het klinkt ook prachtig,’ zei Jean-Emile.
‘De soufleurs zijn nog in huis, Zou het onbeleefd zijn je te overvallen met een vraag om enkele fragmenten uit de literatuur te spelen? Monsieur Mailly heeft ons al enkele partituren bezorgd, denkend dat elke orgelbouwer ook een vertolker zou zijn?’
‘Een hoogst vriendelijke overval, dat wel.  Geef me de tijd om thuis enkele stukken in te kijken en voor te bereiden.’
‘Zou morgen of overmorgen je schikken, chère Emilie?’

SPIRITUS (45)

2.15

45.

Net als ze buitenkomt, leest ze de gele, met rood onderstreepte letters: ‘Belgian Railways and Omnibus Company Limited.‘ Daarboven op een geel bord aan de dakbeglazing van het rijtuig vastgemaakt ‘Laken – Zuidstation‘. De koetsier stopt enkele meter verder. De begeleider roept ‘Boulevard du Nord’.  Ze stapt in. Ze zet zich middenin.  Voor haar zegt een jongetje: ‘We zitten in de mooie tram, mama. Zoals op de kermis!’
De conducteur vraagt waar ze naar toe wil. Als ze haar schouders ophaalt, vraagt hij haar 20 centiem, dat is tot aan de terminus. De Onze-Lievevrouwekerk in Laken. Ze betaalt. Ze krijgt een klein vierkant ticketje. Ze ziet een dame wuiven op het Natiënplein.  Bij het Noordstation loopt de het rijtuig bijna leeg en weer half vol.
‘Mooi is dat,’ denkt ze, ‘op de vlucht met de vijand.’

1.52
Ze glimlacht als ze het tafereel met lamp en zilver terugspeelt.  Ze ziet zijn verbaasd gezicht, de twee mannen tussen het tafelgerei op de grond. Tegelijkertijd neemt ze zichzelf in beeld. Haar ontploffende woede. Natuurlijk heeft ze te lang gezwegen, beseft ze dat hun levens zich maar enkele maanden onder één dak hebben afgespeeld. ‘We wonen nog in Nergenshuizen,’ zal ze straks zeggen als ze het incident hebben uitgepraat.
‘Dat ik dan buitenkom, en  zo’n vervloekte tram zie stoppen, enkele meters van onze woning. En erger nog, ik ben opgestapt. Als dat geen straf uit de hemel zal zijn, weet ik het niet meer.’
Ze herinnert zich dat ze ook als kind de zinnen repeteerde die ze ging gebruiken om een probleem of een misverstand op te lossen. Ze voorzag zelfs meerdere mogelijkheden zodat ze met een gerust hart de gevreesde confrontatie kon klasseren tot ze zou plaatsvinden. 

2336674795
Langs de Vooruitgangsstraat kwamen ze op het Masuiplein. Ze wilde best de rit ook in de omgekeerde richting doen, kon ze de houding van een ervaren passagier aannemen als ze weer thuiskwam. Voor iemand die een fiacre gewoon was, mocht een tochtje met de ‘Amerikaanse spoorweg‘ best meevallen, al zou ze die positieve kijk met een vrolijk gemoed afzwakken en het hebben over de verschrikkelijke traagheid waarmee de lange Paleizenstraat aan de reizigers voorbijtrok. Ze kon haar fantasie best voor andere taferelen gebruiken want het werd inderdaad eindeloos wachten voor de neergelaten slagbomen die de overweg van de lijn naar Oostende beveiligden. Daarna nog de hindernis van de kanaalbrug voor ze langs de Koninginnelaan reden, en toen ze zag dat de sporen van de terminus tot op korte afstand van de trap naar het portaal van de O.-L.-Vrouwkerk kwamen, wilde ze even pauseren en dit nieuwe nog niet geheel voltooide kunstwerk van de Brusselse architect Poelaert bezoeken.

Natuurlijk viel haar de gelijkenis met de Saint Clotilde op. Vreemd genoeg ontbrak hier nog de toren en bleek het portaal een houten constructie die duidelijk op een waardige neogothische vervanging wachtte. Toch was de kerk al in dienst want hoe dichter ze de voorlopige ingang naderde hoe duidelijker een lang aangehouden orgeltoon hoorbaar was. Met dat aanzwellende geluid herinnerde ze zich plots het gesprek met haar vader bij het orgel van de Saint Cathérine. Pierre Schyven was in Laken aan het werk, had hij gezegd.

879020155
Ze hoorde een melodie-fragmentje dat met verschillende registers werd herhaald. Eens in de kerk, zag ze een jongen van een jaar of vijftien, zestien die aandachtig naar de muziek luisterde.
‘Montre en Bourdon zestien, maitre. Iets te laag gestemd. Trompette en Cor anglais klinken nu perfect.’
‘Ik ben bang dat we enkele pijpen van de Clairon moeten vervangen, Jean-Emile,’ klonk het antwoord op het doksaal.
Emilie kwam voorzichtig richting  jongen gewandeld.
‘Mon Dieu, zie ik de engel uit Lille of …’
Ze draaide zich naar de verbaasde man waarvan alleen het hoofd boven de console zichtbaar was.
‘Als dit geen toeval was, monsieur Pierre.’
‘Jean-Emile vraag de engel om met jou naar deze eenzame wanhopige ziel op te stijgen.’
De jongen glimlachte, gaf haar verlegen een hand, en vroeg of zij hem wilde volgen.
Hij liep met nog een kinderlijke huppelpas voor haar uit, en keek even om.
‘Monsieur Pierre is een tovenaar, mademoiselle. Deze kant op, asjeblief.’

SPIRITUS (44)

 

daum 03.jpg

44.

‘Halve maan-profielen, zonder groef noch tegenrail, langsliggers en dwarsliggers, draaibare houten latten voor de ventilatie, Laken-Anderlecht rijdt ’s avonds met rode lichten, en de rijtuigen die Laken met het Zuidstation verbinden rijden met een groen licht, en wie er dan nog met een zwart bord en een oranje licht rijdt mag God weten al was het paus of zijn het de boswachters van het Zoniënwoud. Nooit meer, Emile!  En als ik zeg nooit meer -de spreekster zwaaide hier met een kristallen vaas om haar woorden kracht bij te zetten- dan is het nooit meer!’ De vaas belandde met een plof op het buffet in de eetkamer.
‘Beschouw het als een tegenprestatie.  Voorzichtig met die lamp, let op de…’
De glazen koker kon nog net door haar snelle reactie worden gered.
‘Dit “lieftallige wapen’, om de woorden van de heer Simon Philippart te gebruiken, weigert om zich gewillig voor zijn zakenkar te laten spannen, Emile. Niet alleen wil ik op voorhand weten wat er gaat gebeuren en wil ik daarover mijn eigen mening kunnen formuleren, maar zelfs al zou hij jou nog een straat huizen cadeau doen, dan nog wens ik mijn eigen leven te kunnen leiden en verlang ik dat jij me naar mijn mening vraagt zoals ik dat doe als het over belangrijke zaken gaat. Duidelijk?’ De lampenkoker benadrukte haar stelling als een lange gesticulerende glazen  vinger.daum gavarni.jpg
‘Maak je toch niet zo druk, we…’
‘Ik ga mij nog veel drukker maken, meneertje. Jij begrijpt het niet, hé? Jij denkt nog altijd  “c ‘ est blanc bonnet et bonnet blanc,” zoals je dat zo mooi formuleerde als je mij hoorde zuchten, maar mijn wit hoedje is een ander dan jouw wit gekalkt petje. Ik ga niet met Philippart meekakelen omdat hij voor dit nest heeft gezorgd, zij het dan in innige financiële samenwerking met je vader.  En wij, beste Emile, zijn niet in alles twee koppen onder dezelfde “bonnet”, ik verkoop deze Rijselse kop niet voor een smak zilverlingen en een huis dat als een veel te grote mantel over mijn smalle schouders hangt! Ik ben geen lieftallig wapen, d’ abord l’ étable, ensuite la vache! ‘
‘Pas op, ma chère, dat is zilver, en…’
‘Is dit zilver?  O, zilveren bestekken voor het veel belovende koppel uit het kat- en katerhuis.’
Ze strooide lepels, vorken en messen over de parketvloer, gooide het etui op tafel, keek de verbouwereerde Emile enkele seconden aan, draaide zich fiks om en liep bijna tegen een van de verhuizers. De man wilde opzij springen maar zou dan op het kostbare bestek trappen, dus maakte hij enkele dwaze sprongetjes om het zilver te ontwijken, en botste tegen de heer des huizes waarna beiden tussen het tafelgerei belandden.
In het trappenhuis hoorden ze iemand ‘opzij, opzij!’ roepen, en een deur dichtsmakken.
‘Ach, meneer, dat is de drukte,’ zei de verhuizer terwijl hij Emile rechtop hielp.
‘De drukte?  Ja natuurlijk, de drukte.’
‘Eens dit mooie huis helemaal is ingericht valt alles in zijn plooi. En temperament heeft zijn goede en zijn slechte kanten zullen we maar denken. Mijn vader was een smid en ik hoor hem nog altijd zeggen: “Les enfants du forgeron n’ ont pas peur des étincelles. Enfin, u begrijpt wat ik bedoel.’
Ze raapten samen het tafelzilver op.

SPIRITUS (43)

dyn002_original_640_480_pjpeg_2648614_af9b51a697953cdcbc0a13a354de9a9a.jpg

43.

‘Stel je voor, chers amis, omdat de Morris-maatschappij het gemeenschappelijk gebruik van hun spoor op het Paleizenplein verwierp moesten de gebroeders Becquet dus op dezelfde plaats hun eigen spoor aanleggen. Beide sporen kruisen elkaar ter hoogte van het gebouw van de Civiele Lijst.  De Morrislijn loopt langs het park.  Die van de gebroeders Becquet ligt op het midden van het plein, op gelijke afstand van het park en van het koninklijk paleis.  En dan nog eens de hoog oplopende kosten van de paardentractie op de lijn van de boulevards, daar hadden de Becquet’s ook geen rekening mee gehouden. Eén paard volstaat meestal om een rijtuig te trekken op de lanen van het lagere stadsdeel, maar je hebt er twee nodig op de hoger gelegen lanen.  Bovendien moeten er twee paarden bijgespannen worden om de helling van de Kruidtuinlaan te nemen, en bij de terugrit is er een bijkomend paard nodig voor de minder steile doch veel langere hellingen van de Zuidlaan en de Waterloolaan!’

dyn003_original_500_312_pjpeg_2555004_ae666a0e5d8e47fbfa5e65ab45da8eb8
De heer Simon Philippart, zittend op een verhuiskrat in de grote benedenruimte waar de tekenaars en de administratie hun werk zouden doen, wiste met een bescheiden zakdoekje het zweet van zijn voorhoofd.

‘Ik wil duidelijk maken dat meneer William Morris alleen met de nodige ponden sterling was te overtuigen om zijn concessie aan ons te verkopen. Vierentachtigduizend van die harde ponden, dat is omgerekend ongeveer twee miljoen tweehonderdduizend Belgische frank, bleken hem uiteindelijk te overhalen. Voor de volgende stap heb ik Dansaert en Moselli ingeschakeld want Albert Vaucamps heeft voor zijn concessie de belachelijke som van tien miljoen frank vooropgesteld. Ik begrijp dat hij geld nodig heeft, maar dat moet voor ons de gelegenheid zijn om de buit voor heel wat minder binnen te halen. Hij heeft prima materieel ter beschikking:  negentien grote voertuigen voor 28 personen, vijf kleine gesloten wagens om in drukke tijden bij te springen en dan nog een open rijtuig voor het traject Noord-Zuid bij zomers weer.  Enkel eerste klasse, en met ophanging voorzien van rubbertonnetjes zodat de passagiers niet door elkaar geschud arriveren. Er is een remise voor elf trams en 12 straatomnibussen in de Gierstraat, hoefsmederij en zadelmakerij inbegrepen en uitgestrekte stallingen voor tweehonderd en acht paarden. Het mag dus best een centje kosten.Om de belangrijkste vraag van de dag niet te vergeten, hoe voelen kattin en kater zich in hun nieuwe nest?’

1397706737

Emile zei dat hij tijd te kort kwam om zich hier te installeren.
‘Balat heeft zijn handen vol met het Paleis voor Schone Kunsten aan de Regentschapstraat, een prachtig gebouw, maar we kregen pas midden april de eerste schetsen voor de wintertuin bij Durieux en sindsdien blijft de architect zijn plannen maar wijzigen.  Dan weer wil hij dat de rotonde 22 zuilen zou tellen, dan weer 24, 32, 36 of zelfs 48.  En ook de vorm van de koepel veranderde net zoals die van de bekroning die nu eens een lantaarn en dan weer een koningskroon zou zijn. Er zijn ook nog eens portieken, een balkon en metalen ladders aan het oorspronkelijke plan toegevoegd terwijl de metselwerken over enkele maanden al voltooid zijn.  400px-Laeken_Se1gJPG.jpgWe hebben nu bijna 15 plans en meer dan 175 detailtekeningen uitgewerkt, en we zijn nog nog niet aan het einde terwijl het contract niet eens getekend is. Ik voorzie dat we ergens in januari 1875 met de montage kunnen beginnen, en zonder tegenslag wordt het dan augustus of september en zal de constructie heel wat duurder uitvallen dan gepland, met al de nodige ruzies tussen Balat en de mensen van Durieux.’
‘Goed zo, en met goed zo bedoel ik dat werk aan de winkel de winkel doet draaien, laat de stilte aan de monniken en laten we vooral de schoonheid van de ons omringende vrouwen  de nodige eer bewijzen.  Chère Emilie, monsieur Henri Plas, de man die in zijn werkplaatsen in de Liverpoolstraat in Anderlecht de mooiste tramways voor  Vaucamps construeeerde heeft ons uitgenodigd voor een zakendiner.  Kwestie van op tijd de toekomstige eigenaars te verwennen. Een man van de wereld, dus zijn wij zo vrij -als monsieur de Lunden het toestaat- u als lieftallig wapen in de strijd te gooien. Allons-y.’

SPIRITUS (42)

969025902

42.

Mocht ze kleuren kiezen om haar kindertijd op te roepen dan twijfelde ze tussen de heldere tonen waarmee ze die dag over de gouden vleugels en de wolken sprak en de afgebleekte, verweerde vlakken op de muren van puinen die ooit een huis waren maar door weer en wind eenvoud en alledag tot een te ontcijferen kaart van een nog niet ontdekt land hadden vervormd.

Vreemd genoeg waren het de heldere tonen die volwassenen van hun eigen kindertijd vervreemdden.  De aanwezigheid waarin we het ogenblik vervulden, het alles-en-niets onder dezelfde noemer van het vervulde, bleek later een afgesloten land omdat de voorbedachtheid en de nagalm de plaats van deze heldere aanwezigheid hadden ingenomen. Daardoor dichtten wij het kinderlijke eigenschappen toe die meer uit heimwee en gemis dan uit een werkelijk beschrijving en objectief onderzoek waren ontstaan.

3b87a-1-51
Natuurlijk kwam je  voor schijnbare onineembare en afgesloten gebieden en kreeg de voorbije tijd juist daardoor een valse aantrekkelijkheid waarin woorden als onschuld en fantasie meer tot troost van de uitgegroeiden dienden dan wel als een heuse weg naar de kern van de kindertijd leidden. Met de vermenging van de natuurlijke onwetendheid en de ogenblikkelijke interpretatie van de gebeurtenissen ontstond de mythe van een gouden geïsoleerde tijd terwijl de honger naar deelname aan het gemeenschappelijk bestaan nooit zo groot en intens was.

Hadden de voorbije jaren de handelsmuren gesloopt, de grenzen geopend, het uiterlijk van het nieuwe huis inspireerde zich op de Vlaamse rennaissance waarin gilden en corporaties de levensstijl bepaalden, net nu kapitaal en goederen zich op nieuwe ritmes gingen bewegen waarin de goedkoopste aankoopmarkt zou samengaan met de duurste verkoopmogelijkheid, een droom die vorig jaar ruw werd verstoord door de ongemene daling van de aandelenkoersen, begonnen op de Weense beurs maar weldra in gans Europa voelbaar.

6105c-2-14
De geur van kalk en verf, de open ruimtes waarin het kind kraaiend rondliep, de oneigenheid waarmee het lentelicht zich verspreidde, de basstemmen van de mannen die zich met cijfers, maten en vergelijkingen een weg door kamers en trappenzaal baanden, waren voor Emilie nog onsamenhangende strofes van een melodie zonder bekende toonaard. Ze luisterde, keek en knikte.  Ze keerde op haar stappen terug, hief de kleine Léon in de lucht en verbaasde zich over de talrijke in- en uitgangen, sommigen nog zonder deur, bleef alleen achter omdat ze de tekeningen op de brandglazen ramen wilde bestuderen, zocht daarna de gonzende groep weer op en kwam terug in de tussenruimte waar ze vertrokken was.

‘De architect wilde geen kopij van al die neoklassieke gevels uit jouw Haussmann-Parijs,’ zei Emiel. ‘Je moet straks op enige afstand de buitengevel gaan bekijken.  Heel gedurfd hoor, die assymetrie, het gebruik van kleur en diepte. Heel gedurfd.’
Haar Haussmann-Parijs. Ze glimlachte met zijn plezierig verwijt, zijn poging om verloren terrein in te palmen, om eindelijk heer des huizes te kunnen zijn.
‘We moeten het over personeel hebben, Emilie. Ik weet niet of we Jeanne kunnen houden. Al die trappen en..’
‘Jeanne is nog goed te been. We kunnen niet zonder haar, Emiel.’
Het klonk harder dan bedoeld, maar ze nam dadelijk zijn hand vast.
‘En ik niet zonder jou, al was het maar om hier mijn weg te vinden.’

SPIRITUS (41)

2711432572

41.

De gebogen houten zoldering van de Sainte Cathérine maakte het beeld van een boot aannemelijk. Een gekapseisd schip waaronder een poging werd ondernomen om contact te krijgen met de stuurlui van het heelal, inzonderheid met het transcendente waarvan de vermoedelijke aanwezigheid  in de menselijke hersenen was gekerfd, althans het heimwee naar deze geestelijke hoogten, de drang om het miezerige van het dagelijks bestaan te overstijgen of het in zijn belachelijke tijdelijkheid te ondergaan als aanloop naar een eeuwig samenvloeien met het goddelijk licht.

Het houten fruit onder de steun van de grootste orgelpijpen, de ruw uitgestoken bundel muziekinstrumenten op de deuren van de orgelkast, de lekkende half verheven gebeeldhouwde vlammen, bevroren in hun uitwaaierende kronkel bij het opstijgen uit de net zo houten heilige vaten, bewezen met de afgebroken wijzers van de grote klok bovenaan dat het onbegonnen werk zou blijken de adem van de Geest, de Creator Spiritus, in deze kilte zichtbaar te maken tenzij er met geduldige vingers en welgeplaatste voeten muziek uit dit bouwsel zou komen waarvan de bijna onzichtbare Sinte Cathérine en aan de andere kant koning David met lier, gingen gloeien en met deze hemelse warmte de  koude kerk zouden vullen.

3968337934
Terug uit Parijs viel haar de armzaligheid op waarmee de orgeldecoratie was omgeven. Keek je vanuit de orgelconsole  naar de achterkant van het middenpaneel in de ballustrade die het doksaal omgaf, dan was elke luister verdwenen. Hier zag je de kale planken, de platte vlakken van de slecht uitgesneden vaten met hun deels afgebroken vlammen, de steunbalken die het decor verstevigden, ja zelfs metalen kapstokken waar de organist en de zijnen hun overjassen hingen.  De gevleugelde engelenkop boven het medaillon met het jaartal 1644 leek zich bij dit mensenwerk te hebben neergelegd, de ogen geloken, de lippen net niet geopend.
Onzichtbaar boven het grote stilgevallen uurwerk, net onder het houten gewelf,  prijkte de gouden duif met geopende vleugels. Geen straaltje licht kon op geen enkel moment van de dag haar bereiken.
Kwam het roodpaars gevlekte licht van de glasramen bij helder weer nog op de wand achter het orgel, de gouden Geest bleef in het duister.

3884156802
‘Je hebt hem eindelijk gezien,’ zei haar vader toen hij haar zoekende ogen zag. ‘Ik heb er ook lang over gedaan voor ik hem vond.’
Natuurlijk verkleinen de ruimtes waarin wij als kind verbleven eens we ze als uitgegroeid mens weer bezoeken, maar waarschijnlijk was het de helderheid van de Saint Clotilde die de donkerte in deze kerk benadrukte. Ook bij het orgelspel werden de mankementen van het instrument hoorbaar, hoorde je dat de restaurateur Garbs, orgelbouwer uit de stad zelf, zijn werk in 1859-60 voortreffelijk had gedaan maar door de schommelingen van de temperatuur en het onzichtbare stof weer was ingehaald.
‘We sparen voor een nieuw orgel, Emilie. Ik weet niet of we Merklin nog kunnen betalen eens hij tot Fransman is genaturaliseerd, maar zijn vroegere compagnon Pierre Schyven uit Brussel is alvast komen kijken. Hij is nu in Laeken aan het werk en heeft ons bij de inauguratie uitgenodigd.’

3889611818
Ze wilde graag het orgel trappen terwijl hij een Pastorale van Widor speelde en daarna een feestelijk Magnificat octavi toni van Pachelbel. ‘Burdon 8, Prestant 4 en Doublette2’, zei ze terwijl ze de lucht naar hem stuurde en hij daarna als toemaatje de Air van Bach vertolkte met trompet, cornet, recorder en flagolet en de eeuwige voix celeste op het kleurpalet.
‘Als jij speelt hoor ik de gouden vleugels, papa.’ terwijl ze naar boven keek.
‘Dat lukt me alleen maar als jij soufleur bent, lieve Emilie.  Zoals jij de lucht trapt, dat doet niemand je na. Als klein meisje al begreep je wat gelijkmatigheid was. Weet je nog hoe ik je noemde?’
‘Het wolkentrappertje. Ik stuurde je de mooiste wolkjes en jij maakte er muziek van.’
Ze zag de luchten van Berthe. Ze hoorde kinderstemmetjes. Op weg naar huis nu de school gedaan was. Honderd jaar geleden.

 

SPIRITUS (40)

 

Morisot - Portrait of Mme Boursier and Daughter.jpg

Lille, 19 mei 1874

Chère Berthe,

We hebben geaarzeld om het mooie werk te kopen met het  wiegje waarin de kleine Blanche zo hemels ligt te slapen in gezelschap van je wakende zusje die zichtbaar van deze innigheid geniet. Maar we dachten dat het waarschijnlijk een familiestuk zou worden en papa meende dat het beter was je een opdracht te geven om een portret van onszelf te maken als we je na je vakantie in Normandië weer eens in Parijs mogen ontmoeten. Ik dacht vooral aan je prachtige portret van ‘Mme Boursier et de sa fille’ dat we bij je Belgische vriend de schilder Alfred Stevens hebben gezien. Ik weet dat Emile niet van stilzitten houdt, maar dat is dan een goede reden om het project tot moeder en zoon te beperken, nietwaar?

Intussentijd las ik Zola’s ‘De buit’ waarin hij de niets ontziende speculatiedriften beschrijft waardoor Parijs, onder leiding van Haussmann, zijn nieuwe Boulevards verdiende om het juiste woord te gebruiken. Hij spreekt van het ‘omploegen’ van het oude Parijs maar had het ook over dat andere gevoel voor de nieuwe stad:  ‘De twee geliefden voelden een ware passie voor het nieuwe Parijs.’ Dat begreep ik dadelijk want ik vermoed dat ik die passie deel. Op de laatste pagina’s heeft de auteur het over de Seine, la géante, qu’elle regardait venir du bout de l’horizon. Het hoofdpersonage Renée herinnert zich:  

2120659148
‘Elle se souvenait de leurs tendresses pour la rivière, de leur amour de sa coulée colossale, de ce frisson de l’eau grondante, s’étalant en nappe à leurs pieds, s’ouvrant autour d’elles, derrière elles, en deux bras qu’elles ne voyaient plus, et dont elles sentaient encore la grande et pure caresse. Elles étaient coquettes déjà, et elles disaient, les jours de ciel clair, que la Seine avait passé sa belle robe de soie verte, mouchetée de flammes blanches ; et les courants où l’eau frisait mettaient à la robe des ruches de satin, pendant qu’au loin, au-delà de la ceinture des ponts, des plaques de lumière étalaient des pans d’étoffe couleur de soleil.’

Ik heb het fragment meermaals luidop gelezen.  Ook met woorden kun je dus schilderen, kun je ‘les plaques de lumière’ zichtbaar maken. Meer dan het overgevoelige verhaal hebben deze beschrijvingen een diepe indruk op mij gemaakt. 
Ik wandelde met de kleine Léon langs de kades, leerde door jouw ogen naar het licht kijken en vergeleek de bewegingen en schakeringen met de muziek die ik als kind van mijn vader meekreeg. Ik glimlachte bij Zola’s woorden over ‘le paisible horizon de son enfance’, een horzion die jij vooral bij Edma zult terugvinden. morisot jochie.jpg
Het spijt me echt dat jij die band met je vader moest missen. Ik begrijp dat hij weinig voor de Manet’s voelde. Hij als ‘Orléaniste’, zij als ’trop républicains’. Zou het kunnen dat jullie werelden te veel op elkaar leken? Dat hij ondanks zijn hoge functie toch ook een dromer bleef die nergens met die dromen terecht kon? Je schreef me immers over zijn kunstboeken, de gesprekken met zijn vroegere vrienden, zijn rusteloos verhangen van schilderijen en meubels verschuiven, zijn geslotenheid. Zeker toen je me de brief van je moeder aanhaalde waarin zij diezelfde vader citeerde toen hij van jou een brief had gekregen.  Dat hij ‘fort touché’ was, ‘il parait avoir découvert chez toi des trésors de coeur qu’il ne connaissait pas et à son particulier un sentiment de tendresse inaccoutumée.’
Ik begrijp best dat jullie zwegen. Dat je je atelier opzocht om tot rust te komen. 

Je situatie is heel moeilijk met de mijne te vergelijken. Maak je geen illusies. Ik wist dat mijn vader zich zou ergeren aan ‘les impressionistes’ waarbij hij, dat dient gezegd, zonder mijn relatie met jou te kennen, hij voor jou een uitzondering maakte. Voor hem moet kunst ook kunde zijn, toont de inspiratie zich langs het ambachtelijke zoals hij dat zelf zo mooi uitdrukt. Hij zou echter de werken op jullie tentoonstelling nooit bespotten. Hij was zich bewust dat er een andere tijd aankomt, dat in het licht van de snelle evolutie mensen hun emoties durven tonen waar hij en de zijnen (alsof hij bijna honderd is) met een zekere afstandelijkheid waren opgevoed, met de stilte ‘waarin het essentiële zijn weg zou vinden’.morisot lezend meisje.jpg

Ik ben blij met de grote verschillen tussen ons die het mogelijk maken bij elkaar te schuilen. Hij heeft me altijd aangemoedigd om dapper te denken, een anders-denkende dan hijzelf te worden.
Natuurlijk is de herkenning van een zusterziel geen blokkade. Integendeel. Ik denk dat het bij mensen die niet door familiebanden zijn gebonden een heilzame herkenning is van je eigen eenzaamheid. 

Ik herinner me de tik op mijn schouder toen je dacht dat ik je zusje was. Misschien ben ik dat ook wel een beetje geworden.

 

SPIRITUS (39)

Charivari_header.jpg

39.

De bijzondere drukte op de tentoonstelling was die dag, 25 april 1874, niet alleen te wijten aan het mooie voorjaarsweer maar werd vooral veroozaakt door het artikel in het satirische blad ‘le Charivari’, een ‘journal politque,litéraire et quotidien waarvan de kantoren in de rue Rossini waren gevestigd. Louis Leroy, een volkse toneelauteur waarvan het stuk ‘le Haschisch’ vorige herfst was opgevoerd, une comédie hilarante, was al net zo hilarante in zijn commentaar op het werk van de verenigde kunstenaars die hier tentoonstelden.
Het doek  ‘Impression, soleil levant’ van Manet stond model voor de algemene sfeer van de expositie. Krantenkop: ‘L’ exposition des Impressionnistes.’

3728340981
Le papier peint à l’ état embryonnaire serait plus fait que cette marine-là.’ En: ‘Puisque je suis impressionné, il doit y avoir de l’ impression là-dedans.’

Erger nog klonk het toen de auteur ‘Le boulevard des Capucines’ en Cezanne’s werk te zien kreeg.
‘Met de kreet ‘Ugh, ik ben de wandelende impressie, het wrekende paletmes had, volgens de auteur de academische landschapsschilder Joseph Vincent, leerling van Bertin, een (barbaarse) indianendans uitgevoerd bij het aanschouwen van ‘les empâtements prodigeux’ van Cézanne.

Het was niet deze platte pen die de naam van de groep vereeuwigde. Enkele dagen later schreef Jules Castagnary in ‘Le Siècle’:

‘Als we ze moeten karakteriseren met één verklarend woord, dan moeten we een nieuwe term gebruiken: ‘impressionisten.  Ze zijn impressionisten omdat ze niet het landschap maar de emoties die dit landschap oproept in beeld brengen.’

Degas vond het een beste naam terwijl Renoir zich bekloeg dat er zo weinig over zijn schilderij ‘Le loge’ werd geschreven. Onrustwekkend vond hij die vergetelheid. ‘Cela ne vas pas durer.’ Monet kon er om glimlachen. Dit was wat ze nodig hadden, zei hij. ‘ Pauvres aveugles qui veulent tout préciser à travers la brume!’
Hij wilde dadelijk plannen maken voor meer van dit.  Zagen ze niets, neen? ‘Dat ze zich maar voorbereiden want ze hadden inderdaad nog niets gezien!’

3739450608
‘Ik heb weldra een orgelvrije week, chère petite Parisienne,’ schreef vader Louis. ‘Je hebt me meer dan nieuwsgierig gemaakt naar die nieuwe artiesten. Het zou een mooie combinatie zijn, een bezoek aan mijn geëerde medestudent César en het bekijken van de werken die blijkbaar zoveel ophef hebben gemaakt. Maar het intussen volwassen meisje met haar kind zet de kunst in de schaduw en hoe verukkelijk de muziek ook mag klinken, hoe lichtend ook de kleuren van de jonge bende, ik verlang het meest naar het moment jullie te kunnen omarmen.’

Ze zou hem daarna weer naar Lille vergezellen en in afwachting van het nieuwe huis de maand mei en juni in de bekende omgeving van de Saint Cathérine doorbrengen. Ze besefte dat de Parijse maanden meer nog dan het huwelijk haar verder van huis hadden gebracht en zij met het kind als vreemdeling in haar geboortestad zou terugkomen. Er was het verlangen naar een zelfstandig leven waarin Emile en Léon de kern van een nieuw bestaan zouden zijn, maar tegelijkertijd zinderden de kleuren van diepe landschappen in datzelfde verlangen en hoorde ze het ‘Non moriar sed vivam’ in de verborgen wens het vertrouwde de rug toe te keren en met Berthe Morisot zich zwijgend in het licht van de opkomende zon te koesteren, wachtend tot het schip naar onbekende verten zou vertrekken. Een meisjesroom op latere leeftijd.

SPIRITUS (38)

Bazille_-_Bazille's_Studio;_9_rue_de_la_Condamine,_1870.jpg38.

‘Groot was hij, en zeker van zijn stuk. Frédéric Bazille. Vanuit Montpellier kwam hij in Parijs medicijnen studeren, maar hij verkoos te schilderen, en met welstellende ouders achter zich kon hij die droom verwezenlijken. Hij passeerde langs het atelier van Charles Gleyre en had oog voor de jonge mensen en hun eigen manier van schilderen. Steun voor Monet was hij die zich bij Frédéric had aangediend, steen om de hals, klaar om zich te gaan verdrinken. Bazille hielp hem waar hij maar kon, leende zijn atelier uit , nam deel aan de disputen in het café Guerbois waar de schilders samenkwamen. Manet, ik zeg vol respect ‘meester’ Manet was er, Renoir en Zola, om muzikant Edmond Maître niet te vergeten. Hij heeft ze samen geschilderd, personages in zijn atelier, rue de la Condamine. Zola leunt er over de trap naar de zittende Renoir. Edmond speelt aan de andere kant op de piano en bij het raam discuteren Manet, Monet en Bazille zelf bij een schilderij op een ezel. Sommige mensen zijn magneten. Frédéric had die uitstraling.

4128585972

Ik heb in zijn atelier een wonderlijk doek gezien. Ik denk dat hij het ‘Scène d’ été’ genoemd heeft. Jonge mannen in de natuur met een vijver op de voorgrond. Achteraan twee worstelaars, aan de rand een jongen die als een heilige Sebastiaan tegen een boom leunt en wegdroomt, of naar de jonge jongen in het water kijkt. Tegenover hem helpt een bebaarde man een zwemmer uit het water, en een andere jongen ligt in het gras terwijl hij naar de verte kijkt waar nog iemand zich uitkleedt.  Het is er zomer. Berkenbomen boven jonge tinten groen, en hoog in de lucht enkele wolkenvlekjes.  Ik moet mijn ogen maar sluiten om het doek te zien. Je zou je bij de Griekse goden kunnen wanen. Het water, de houdingen, ze lijken een beetje onbeholpen, maar het is het licht, het zomerlicht dat hun bewegingen vertraagt. Jongens in het licht, zou ook een mooie titel geweest zijn. Toen ik dat had gezien wilde ik zoveel mogelijk mensen buiten schilderen.’ 
‘Een wonderlijk man als ik je goed begrijp. Zeg je nu dat hij het was die jullie aanzette om deze tentoonstelling te organiseren?’
‘Hij bracht graag mensen samen, wilde dat we de nieuwe schilderkunst zouden tonen, en het waren vooral Degas, Manet, Pissarro en Cézanne die hem wilden gedenken met een gezamenlijk initiatief. We kunnen hem niet terugbrengen, maar we proberen te bewijzen dat we hem begrepen hebben.’
Frédéric_Bazille_004.jpg
‘De dwaasheid van de oorlog, de holle woorden dat ‘L’Empire’ de vrede zou zijn. Zijn regiment dat in Algerië een versnelde opleiding krijgt. Hij had zich kunnen vrijkopen, maar hij wilde zijn plicht niet ontlopen. Tegen generaal d’ Armagnac had hij nog gezegd dat hij wist niet te zullen sterven want hij had nog te veel dingen te doen in het leven. Als fourier kreeg hij meer met de pen dan met het geweer te maken. Maar het ‘En avant! En avant! brengt hen naar de Duitse stellingen. De generaals willen hun eigen stad niet bombarderen maar dat tekort aan vuurkracht jaagt de tegenstander niet op de vlucht. In die vreselijke chaos ziet hij bij een holle weg kinderen lopen.  Hij wil hen beschermen. Hij loopt naar hen toe. Twee kogels raken hem.  Het zal tien dagen duren eer vader Gaston Bazille, ondanks de Duitse bezetting, de gracht vindt waarin het lichaam van zijn kind ligt. De sneeuw en de kou hebben het beschermd. Hij zal het op een karretje tot in Montpellier brengen.  Wij kregen het nieuws pas weken later te horen.’

Buiten was het donker geworden. Ook de tweede bezoekerssessie die van acht tot tien uur liep zou weldra afgelopen zijn.
Zwijgend keken ze naar de avonddrukte op de Boulevard.
De jongens in de zomer. De jongen onder de sneeuw.
Na de oorlog waren de Morisots naar de rue Guichard verhuisd waar Berthe een voorlopig atelier in haar eigen kamer had ingericht. Einde janauri was vader Morisot gestorven.  De bruiloft van Berthe en Eugène Manet werd tot na het einde van de rouwperiode uitgesteld. Tot net voor kerstmis van dit bijzondere jaar.

SPIRITUS (37)

Berthe Morisot Edouard_Manet_040.jpg

37.

Les arts d’ agrément.’ Of Emilie de term kende?  ‘Muziek, zang, la broderie, les bonnes manières,  de kunst van het bloemschikken, en wellicht ook tekenen om de verveling van jonge juffrouwen te verdrijven tijdens de lange momenten van nietsdoen en gewoon mooi zijn in afwachting van de heer des huizes.’
‘Om het pianospelen niet te vergeten, het ideaal voor de jonge bourgeoise.’
‘Maman droomde zelf van een muziekcarrière al kon ze niet eens haar toonladders spelen.  Maar de drie meisjes moesten eraan geloven.’
‘ Drie meisjes? Ik dacht dat je maar één zusje had, chère Berthe?’
‘In de echte betekenis van het woord heb ik je daarstraks het bestaan van het oudste Morisot-kind verzwegen. Een meisje met een jongensnaam. Yves.  Een kalm jong meisje, nooit problemen, elegant, traag, gehoorzaam. Et sa bouche en accent circonflexe. Maar echt zusje was ik alleen met Edma.’

Emilie wilde graag enkele gebakjes bij de thee in het café de la Paix van het Grand Hotel, maar Berthe weigerde kordaat. Nu ze de kans had om met een heuse vriendin te praten, zou ze niet kunnen eten. Ja, ze was van de Morisot’s de meest moeilijke om mee te leven.  De meest nerveuze wellicht. Schilderen bracht haar rust.  Niet dadelijk.  In het begin moest ze zich concentreren, de wereld buitensluiten. Maar de druk van het penseel op het doek of het papier, opende de deur naar een andere wereld. Of orgelspelen diezelfde uitwerking had wilde ze weten. 

berthe_morisot_by_manet

‘Het werk begint in de stilte voor het stuk. De tijd nemen om de melodie te spelen in mijn hoofd nog voor ik mijn vingers op de toetsen heb gezet. In de galm van het laatste akkoord wordt het ook stil in mijn hoofd.’
‘En er blijft alleen de herinnering over, dat vond ik zo mooi als ik  met Edma een stuk voor vier handen speelde en we daarna elkaar konden aankijken en wisten dat we in die andere wereld samenwaren zoals je in de echte nooit samen kunt zijn. Weet je, Emilie, dat de piano oorzaak is geweest van mijn liefde voor het tekenen en schilderen?’
Ze nipte even aan haar intussen koude thee.

4113607242

‘Maman wilde dat Edma en ik ons pianospel zouden perfectioneren bij een bekende leraar. Stamaty fils. De man zelf beperkte zich tot zwijgen, knikken of hoofdschudden, had het over stilzitten als een beeld waarvan alleen de spieren van de armen en vingers mochten bewegen. Maar aan één van de muren hing een prachtige tekening van Ingres waarop de familie Stamaty was afgebeeld. De oudste dochter zittend bij de piano, linkerhand op het klavier terwijl ze zelf naar ons kijkt, vader Stamaty in redingote naast het instrument, rechterhand in het colbert.  Voor hem zit zijn vrouw waartegen de toen zevenjarige pianoleraar zich aandrukt, achter haar, zacht leunend met zijn rechterarm op de leuning van haar stoel een grotere zoon, zo’n twaalf dertien jaar oud. In de linker benedenhoek een speelgoedkarretje en tegen het voetenbankje van de glimlachende moeder een harlekijntje, speelgoed van de zevenjarige die ons nu als volwassen man de muziek van Chopin probeerde bij te brengen. Die tekening, door Ingres in 1818 in Rome getekend, het jaar van vader Stamaty’s dood overigens, bleef mij boeien, kon ik na twee lessen oproepen tot in het kleinste detail. De innigheid, de compositie -de mooie dochter aan de ene kant, vader moeder en de twee jongens aan de andere kant, de lijnvoering. En vooral, de atmosfeer, de liefdevolle personages die je troostten. Het fijne gezichtje van de zevenjarige Camille, dichtbij zijn moeder en vanuit die veiligheid ons teder aankijkend. De prachtige grote jongen, beetje dromend tussen jongeman en kind. De moeder met bloemenhoed, de rustige goedmoedige vader en het prachtige jonge meisje aan de piano, ze leken zo echt, zo gelukkig dat je bijna het akkoord hoorde onder de vingers van de dochter. Meermaals moest mijn leraar me terug naar het blad brengen, omdat ik steeds weer naar de tekening wilde kijken.  De les kon niet lang genoeg duren en maman prees mijn ijver en zei dat ik moest volhouden want later zou ik tevreden zijn met mijn muziek andere mensen gelukkig te kunnen maken.  Maar haar Berthe werd niets anders dan een ‘artiste peintre’. Dat was haar droom die bij de tekening van Ingres begon. Hoor mij, chère Berthe, het is maanden geleden dat ik zo innig en open met iemand kon spreken. Alsof jij het meisje aan de piano bent. Wat ik ’s nachts haar vertelde zal nooit iemand weten. Nous mourons tous avec notre secret.’

SPIRITUS (36)

3246704673

36.
‘Edma,’ zei er iemand die op haar schouder tikte.  Toen ze zich omdraaide, keek ze in de ogen van een lachende vrouw die zich onmiddellijk verontschuldigde.

 ‘Excuseer, mademoiselle. Ik hield u voor mijn zus.  Mensen zien er op de rug een tikkeltje ouder uit dan in hun gezicht. Maar heb ik u niet eerder ontmoet?’

Emilie knikte. ‘Een donderdagavond bij madame Viardot meen ik mij te herinneren. Als ik me niet vergis is u mademoiselle Morisot. Mag ik me voorstellen? Emilie Sannier. Ik was toen in gezelschap van monsieur César Franck die mij vertelde over deze expositie.’

morisot_1865_thatched_cottage_in_normandy_7201.2
Of ze als leerlinge de orgelklas volgde in het Conservatorium? Dat zou ze wel willen, maar als moeder van een éénjarig zoontje bracht zoiets de nodige problemen mee, zeker nu haar man tijdens haar verblijf in Parijs in Brussel een huis had gekocht dat weldra moest ingericht worden.

Na de nodige randinformatie besloten ze elkaar te tutoyeren en met de voornaam aan te spreken.

‘Ik had mij een vrouw bij deze groep mannelijke artiesten heel anders voorgesteld.’
‘Mannelijker? Of kordater?’
‘Inderdaad, maar als ik naar je werken kijk, had ik het moeten weten. Ze zijn innig, niet alleen door het motief moeder-kind, maar ook in hun compositie en het gebruik van kleuren kunnen ze niet vrouwelijker zijn.’  

Berthe knikte, een beetje verlegen, maar oprecht blij met Emilie’ s waardering. ‘Maman zei me gisteren nog dat ik niet het minste commercieel talent heb en dat ik nooit iets zou verkopen, want om iets ernstigs te schilderen had ik volgens haar niet de noodzakelijke capaciteiten.’

‘Verlos de wereld van bezorgde moeders, Berthe. Ze zijn gewoon bang. Ik kan het weten.’

‘Ze heeft mijn oud leraar, monsieur Joseph Guichard, naar de vernissage gestuurd en die zei dat er mooie werken hingen maar tussen het gedoe van die gekken kon je niet ongestraft exposeren! Hij twijfelde aan mijn mentale mogelijkheden, dacht dat ik eerst mijn talent en daarna mijn reputatie zou kwijtspelen. Als schilder, arts en vriend van de familie waarschuwde hij maman dat ik geheel ten onrechte met olie deed wat in feite met water in een aquarelle moest gebeuren. Mijn veel te persoonlijke schildersstijl zou mijn toekomst als artiest compromitteren.  Dus, zei hij,  terug naar het Louvre.  Twee maal per week, drie uur stationeren voor het werk van Correggio om hem pardon te vragen om wat ik met olie had uitgespookt op een gebied dat aan het water toebehoort.  Madame Morisot, zei hij.  Je dochter moet met deze nieuwe school breken als ze denkt te blijven schilderen. Het gaat om haar toekomst!’

berthe-morisot-la-lecture-ou-lombrelle-verte-18731.4

Ze stonden bij het doek waar een jonge vrouw in het gras zit te lezen. La lecture ou L’ Ombrelle verte’. Het model bleek ook Berthe’ s zus Edma te zijn.

‘Ik wilde me toeleggen op het schilderen van mensen in open lucht zoals Frédéric Bazille het voor mij had gedaan. Ik had tien jaar met mijn zusje geschilderd en toen ze in 1869 huwde en mevrouw Pontillon werd, voelde ik mij verlaten en werd zij de hoofdpersoon in mijn werk.’- Dit is het doek waarover criticus Jean Prouvaire heeft geschreven: ‘Loin des coulisses, Mlle Berthe Morisot nous conduit dans les près mouillés par la rosée marine. Heb jij een zusje, chère Emilie? Laat me raden. Neen, jij hebt geen zusje gehad. Juist? Ik heb ook een broertje, maar hij is me altijd vreemd en ver gebleven. Weet je, als ik Edma  schilderde, hoorde ik haar zuchten.  Of het nog lang zou duren?  Ook al was ze ver van mij, ik hoorde haar zuchten en daarna het uitproesten. Zie je de wagen rechtsboven, de boerenkar. Hij snelt het beeld uit zodat alles helemaal stil wordt.’

Ze keken samen naar het doek. ‘Je hebt je zus heel mooi geschilderd, Berthe. Wat ze leest, heb je zichtbaar gemaakt rondom haar. Jullie landschap waar je haar het blad van het boek hoort omslagen.  Ze kan niet wachten om het vervolg te lezen terwijl ze zelf bij de inhoud hoort.’

SPIRITUS (35)

monet.coquelicots

35.

Natuurlijk ging ze terug naar de Boulevard du Capucines, 35. Uit wantrouwen. Emoties kunnen niet zonder, dacht ze. Ze wilde weten of ze zichzelf niet had bedrogen, of ze gefixeerd door een overvloed aan geschilderd licht zich een andere werkelijkheid herinnerde dan wat er op het doek stond. Ze dacht aan een tekening van Daumier waarin een deftig geklede man een volksvrouw zijn geneeskrachtige handen voor haar gezicht hield. En haar vader: ‘De Geest verschuilt zich nooit in zweverigheid, chère Emilie. Les voix célestes moeten het afleggen tegen de uren verveling en het eindeloze herbeginnen. De Creator Spiritus moet het niet van tranen hebben maar van de druppels zweet, chère enfant.’

Met dat wantrouwen gewapend beklom ze de trappen naar de tweede verdieping en besloot ze zich afstandelijker op te stellen,  Ze liep langs de stillevens van Antoine Attendu, de landschappen van Louis Latouche en Auguste de Molins, maar voor ze zichzelf kon geruststellen met het idee van een onverklaarbare lang voorbije extase stond ze oog in oog met ‘Les coquelicots à Argenteuil’ en ‘Impression, soleil levant’ van Claude Monet. Een veld klaprozen met vooraan rechts een dame met parasol en een kind, voor de helft onzichtbaar door de hoge bloemen en grassen waarin het  zich met zijn moeder   naar de de hoek van het beeld haastte. Aan de andere kant een doek waarin een oranjerode zon met wilde rode streepjes in het water weerkaatste, links de silhouetten van schepen, centraal het zwarte van een roeibootje. 

3424051470

Het allereerste ogenblik, de geboorte van de extase, is inderdaad nooit te herhalen, maar de intensiteit van de vervoering keerde onmiddellijk terug. Probeerde ze het later als een ‘verbinding’ te beschrijven, een connectie tussen de wereld waarin levende mensen zich bewegen en de wereld van het geschilderde licht, dan was het vooral de ervaring van verandering die haar trof. Meestal waren schilderijen statige afbeeldingen waarin roerloosheid het haalde op het ongrijpbare van het moment. Buiten het leven geplaatst was een portret of een stilleven een condensatie die niet meer aan  verandering onderhevig was. In de klaprozen van Argentueil besefte je het onberekenbare van wolken boven het bloemenveld, de lichtinval van dat bepaalde moment van de dag, net zoals de opkomende zon boven het water zich maar één ogenblik op deze manier kon spiegelen. Toch bleven de kleuren zinderen, waren ze geen bevroren seconde, maar hadden ze door dit momentele een verleden en een toekomst. De magie verkoolt de tijd. Meestal moest je om dit doel te bereiken de tijd doden, het voorbije op sterk water zetten, maar de meeste van deze schilders wisten dat het ogen-blik kostbaarder was dan de samenvatting waarin het idee werd ingekapseld.

1.50

Zij namen het op tegen de tijdelijkheid van het bestaan. Hun wapen? De kleinste tijdseenheid zelf, een moment dat uit een voorbij moment een toekomend ogenblik inhoudt en in deze korstondigheid zichtbaar is gemaakt. Het onbelangrijke in beeld gebracht. Verstoppertje spelen. Cache-cache. Het doek van Berthe Morisot waar de jonge moeder het kind vindt dat zich achter een pril boompje heeft verborgen. Of van dezelfde ‘Sur l’herbe’. In de wei. Een kindje ligt tegen de zittende moeder aan. Wit tegen zwart. Het vlindernetje op de grond. Een hondje zit op zijn hurken en kijkt naar hen beiden. Op de achtergrond een ouder meisje, hoed in de hand tegen het groen van jong loofwoud. De tijd is doorzichtig geworden. In het niets van het gebeuren is alles aanwezig.

Ze beseft dat deze durf haar ook bang maakt: er komt een einde aan het grote verzwijgen, er is geen stilistiek meer voorhanden om je onbeschrijfbare gedachten te verbergen. Wie verf leven geeft, zal de sterfelijkheid zichtbaar maken, haar uit de kartonnen helden weghalen, de heiligen met de voeten op de grond zetten en hen in het voorbijgaan oplossen. De heiliging van het ogenblik verbrandt de goden. Papa, zegt ze zonder woorden, dit is het vuur van de Creator Spiritus.

SPIRITUS (34)

830187891

34.

Hoe sympathiek de excentrieke Félix Tourmachon, alias fotograaf Nadar, ook mocht overkomen, als hij in geldnood zat -en die toestand behoorde eerder tot de gewoonten dan tot de zeldzame gebeurtenissen- schaamde hij zich niet om zelfs van de pas opgerichte ‘Société anonyme (coopérative) des artistes peintres, sculpteurs (graveurs)’ de ruimte van zijn net verworven atelier op de Boulevard des Capucines, 35, tegen de som van 2020 francs ter beschikking te stellen.

Schilder Manet en criticus Théodore Duret die zich voor de nieuwe kunst inzetten, hielden het bij de strijd voor een plaats in de jaarlijkse Salon maar de links georiënteerde criticus Castagnary pleitte voor een zelfstandige tentoonstelling zonder jurie. Voor de organisatie en de financiering diende de ervaring van Renoir als werknemer in het kunstvak (hij was porselein-schilder geweest) terwijl Pissarro bij het bakkerijgenootschap van Pontoise te rade ging bij het opstellen van hun statuten.  Voor een bijdrage van 60 francs zou ieder lid twee doeken mogen exposeren. Voor de plaats van ophanging werd geloot.

Degas stelde de naam ‘La Capucine’ voor als gemeenschappelijke noemer, maar net zo min als een gezamenlijk programma kreeg dit voorstel enige bijval. Twee weken voor de opening van het officiële salon opende de tentoonstelling op 15 april 1874. De toegangsprijs was dezelfde als die voor het salon, namelijk één franc.  De vrij onnauwkeurige catalogus kostte Emilie vijftig centiemen.

914740420
De schilderijen hingen in twee rijen op ooghoogte, met ruimte tussen elk doek. Een opstelling die Renoir had voorgesteld in tegenstelling met wat de bezoeker te zien kreeg in het officiële Salon: schilderijen, kader aan kader van de vloer tot aan de zoldering. Bij Nadar waren ze over acht zalen verspreid, een honderdzestigtal werken van eenendertig kunstenaars. Geen grote doeken, alleen schilderijen van klein en middelgroot formaat. Geen fresco’s noch monumenten. Tot verbazing van de bezoekers bleken er geen choquerende taferelen te ontdekken. (met uitzondering van Cezanne’s’ Une moderne Olympia’ waarvan de haastige schilderstijl meer brutaliseerde dan de naakte dame met opgetrokken benen) Zij zag landschappen, intieme scènes, pretentieloze portretten, meer suggesties dan afgewerkte stukken, aanzetten en atmosferen waarin het licht in al zijn verschijningsvormen haar tegemoetkwam. Geen grote thema’s of mythologische taferelen, wel de Boulevard des Capucines vanuit een hoog bijzonder standpunt, dan weer dichtbij, een open rijtuig met daarin een vrouw en een kindje, een balletklas waarin jonge ballerina’s oefenden of hun beurt afwachtten, de wijdsheid van een klaprozenveld of de bloedrode zon van de zonsopgang boven het water van Le Havre. ‘Impression, soleil levant’, een jonge vrouw bij een wiegje, strijkvrouwen, een voornaam koppel in een theaterloge.

Namen als Degas, Renoir, Monet Cézanne, Pissarro, Sisley, Bracquemond, Rouart, Berthe Morisot (de enige vrouw!) en vele anderen vervloeiden in het licht van hun werken, kregen gestalte door de ogen van hun personages en verdwenen weer in het voortdurende spel van licht zonder na te denken over contrasten, schaduwen en contre-jours.

1302138004
Ze wist niet in welke taal ze kon uitdrukken wat ze voelde, het besef nooit meer helemaal alleen te zijn. De intensiteit waarmee je de onderstroom van het voorthollende leven een halt kunt toeroepen omdat je ervaart dat ook anderen zagen en hoorden wat jij van in je vroege kinderjaren hebt geweten wat de Schepper wilde toen hij aan zijn werk begon: er weze licht. Het heiligste licht van de dagelijkse intimiteit, de miljoenen variëteiten die geen ogenblik verstijven maar ogenblikkelijk veranderen, toetsen en schakeringen aanbrengen en ze weer oplossen. Het meisje in de witte jurk, de vrouw in het zwart die haar voorleest, een jonge vrouw bij de wieg waarin een kindje slaapt terwijl het licht achter hen het mysterie van hun samenzijn verzacht en menselijk benaderbaar maakt.

‘Lumen,’ zegt ze onhoorbaar. Van het gegiechel en gegniffel rondom haar merkt ze niets. Zelfs de opmerking dat deze artiesten niet eens kunnen tekenen ontgaat haar.

SPIRITUS (33)

dve-rozy.jpg

33.

Een zachte voorjaarsavond na Pasen, donderdag bij Mmme. Pauline Viardot. Twee rozen openen de avond:

Polno spat’: tebe dve rozy
Ja prines s rassvetom dnja.
Skvoz’ serebrjanye slezy
Jarche nega ikh ognja.

‘Word maar wakker, daar is de dageraad, kijk naar de rozen in mijn hand. Beiden ontluiken ze in de tranen van de morgen.’

In tegenstelling met de inhoud was de muzikale zetting duidelijk steviger, vervuld van Slavisch heimwee, eindigend op een hoge noot waarin het onbereikbare hoorbaar was en het gespleten hart zich met het vergankelijke van de rozen moest troosten.

‘Nauwelijks vier was ik toen ik met de familie naar New York trok waar we de première opvoerden van Mozarts Don Giovanni. Papa, maman, broer en zus speelden al de rollen in aanwezigheid van de librettist Lorenzo Da Ponte. Van New York trokken we door Mexico waar we op een dag door boeven werden geplunderd. Berooid keerden we terug naar Parijs. Zus Maria huwde datzelfde jaar, het jaar overigens van Beethovens sterven, 1827, met zakenman François Malibran en zou als Maria Malibran een niet te beschrijven solo-carrièrre beginnen. Ikzelf kreeg pianoles van de jonge  Franz Liszt, harmonie van Anton Reicha, de leraar van Liszt en Berlioz en vriend van Beethoven.

dongiovanni

Chère Emilie, er zijn nog steeds dagen dat ik treur omdat ik de piano moest inwisselen voor het zingen. Moeders wil. Ze liet me enkele toonladders zingen, knikte en zei: heel goed, Pauline, jij zult je leven met zingen vullen. Klap die piano dicht en begin te oefenen.  Maria, wereldberoemd als Maria Malibran, was intussen hertrouwd met de Belgische violist Charles de Bériot en stierf niet eens achtentwintig geworden na een ongelukkige val van haar paard. Ik was nauwelijks zeventien toen ik debuteerde in Brussel, met de net zo piepjonge en aimabele César, ons aller engelachtige vriend. Emilie, misschien is het te laat voor ongehoorzaamheid, maar luister nooit naar je vader en moeder. Volg je hart, wat de omgeving daar ook van mag denken. Mais oui, Veshnikh dnej minutny grozy zoals ik daarnet heb gezongen. Le printemsps partout s’ éveille. Zou je nu iets voor ons willen spelen?’

Alfred_de_musset.jpg
Omdat weigeren uitgesloten was, speelde ze de Prélude uit het derde werk van de six Pièces. Natuurlijk moest ze ook de Fuga en Variaties spelen. Toch nog de hemel openscheuren, dacht ze. Maar met zachtheid. Met de weemoed van si bémol mineur. Terug naar het vloeiende motief uit de prélude in de fuga. Stilte. De verbinding met de schemerige kerk van papa in Lille. De tijd van het kleine meisje en de stille man. ‘Voor zo’n kleine vingertjes speel jij dat groot, Emilie.’

Natuurlijk wilde Pauline dat ze haar talent niet zou begraven in de barbaarse streken van het Noorden, zonder haar vader of familie met de vinger te wijzen. Had César ook niet de stap gezet, het gezellige kleinsteedse industriële vaderland te verlaten om de open Parijse luchten te kunnen inademen?  Nu en dan moet je een wijze vrouw gehoorzamen, dat was zo in elk sprookje. Op haar zeventiende gek van de grote dichter Alfred de Musset had haar hartsvriendin Georges Sand haar naar haar huidige vriend en echtgenoot Louis Viardot geleid. Ecoutez. Om het met de woorden van Alfred zelf te zeggen:

Ô Muse ! spectre insatiable,
Ne m’en demande pas si long.
L’homme n’écrit rien sur le sable
À l’heure où passe l’aquilon.
J’ai vu le temps où ma jeunesse
Sur mes lèvres était sans cesse
Prête à chanter comme un oiseau ;
Mais j’ai souffert un dur martyre,
Et le moins que j’en pourrais dire,
Si je l’essayais sur ma lyre,
La briserait comme un roseau.

SPIRITUS (32)

dextera-domini-sant-climent-de-ta_l-espagne.jpg

32.

Tenslotte had Cavaillé-Coll, orgelbouwer, het hem nog voor de inauguratie van het nieuwe orgel in de Saint Clotilde geschreven: ‘Vous manquez de bonnes voix graves et comme votre choeur n’ est soutenu par rien ni orgue ni contrabasse il faudrait y ajouter quelques bonnes pédales.’

Hij had een uitstekend organist accompagnateur gekozen en zelfs zijn plaats vrij gehouden toen Théodore Dubois in 1869 voor een jaartje naar de Villa Médicis’ vertrok. Nu vervulde Samuel Rousseau zijn taak en werd Théodore zijn kapelmeester. De ‘maîtrise’ bestond uit twaalf kinderstemmen, opgeleid door l’ abbé Leclère.  Ze zongen vanuit een verhoog, kant voorportaal dat tegen de tribune van het grote orgel was gemonteerd. Een contrabas en enkele klavieren van het kleine begeleidingsorgel ondersteunde de koristen.

2132478777

Met de dwingende wens van l’ abbé Hamelin, liefhebber van kerkelijke gezangen en plechtige diensten, was het om ‘la splendeur du culte’ te doen, om de gewijde woorden van deze soms wat stuurse voorganger in de mond te nemen.
Het transcendente van het sublieme drama, menselijk op de eerste plaats, zoals het op het fronton van de voorgevel was gebeeldhouwd: een Christus die zijn wonden toont en beroep doet op de nu heersende traditie van het medelijden.  Het hart en het bloed van de Redder inspireerden de gelovigen tot een eigenzinnige devotie.

Er was een ‘Vie de Jésus’ van Strauss in een vertaling van Littré uit 1856 en vooral ‘La vie de Jésus’ van Renan (1863) dat een enorm succes kende. Het was het boek dat hij op zijn nachtkastje had liggen toen hij het haar uitleende voor ze op Paasdag zijn offertorium ‘Dextra Domini’ mocht begeleiden terwijl hij zelf het gelegenheidskoor en solisten zou dirigeren en Théodore  de koorrepetities zou leiden. Ze ontdekte dat het werk aan Hamelin was opgedragen, een poging om hem te tonen waartoe hij in staat was. In feite bleek het een offertoriumtekst uit de cultus van Witte Donderdag maar zijn compositie was duidelijk voor de heilige Paasdag bedoeld.

dextera.jpg

De compositie leek op een sonate met twee thema’ s. Een complete expositie in het eerste thema met een fijnzinnige modulatie van si bémol, toonaard waarin het werk was geschreven, naar ré-bemol op de woorden: ‘Non moriar sed vivam.’  Zij zag de zachte expositie als de binnenkant van het gebeuren, de schroom bij zoveel lijden terwijl daarna de voorgevel van het gebouw zichtbaar werd.

Emilie hield van de vrouwelijke ruimte waarin tekst en melodie samensmolten. Er was natuurlijk het gevaar dat de mannenstemmen die het eerste gedeelte openden zich door de eenvoudige melodie tot een zieloze dreun lieten verleiden, maar hij  maakte hen duidelijk dat er een ‘ingehouden’ vreugde aanwezig moest zijn, een vervulling waarin jezelf nog niet geloofde maar die zich weldra zou ontplooien. De variaties op de aa’s van het Alleluia waren een beekje, op weg naar een brede trage rivier.

Dextra Domini, een a-capella van kinderstemmen, liet haar de nabijheid van de Vader niet als een triomf aanvoelen, maar als een waas waarin het mysterie zich hult. Er was geen sprake van een overwinning, de alleluia’ s betekenden vooral licht en mededogen. Licht dat ze herkende uit de vroegte in de hotelkamer, net op de rand van de versmelting en de hardheid van de nieuwe dag, onwetend dat ditzelfde licht haar weldra in de expositie bij Nadar zou tegemoetkomen.