op weg (232)

383_c37afde487a4759fae5db45fa2a3090b

Ithaka

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
’t Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka’s beduiden.

K.P. Kavafis

vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf, Gedichten, Amsterdam 1991, p. 25.


analyse (231)

964_850ab1adda753cabf5f432626ab77902

“Het anarchisme is te definiëren als een theorie, of een beginsel van leven, waarbij een maatschappij als ideaal wordt gezien, gekenmerkt door het ontbreken van gezag en macht, in het bijzonder de georganiseerde politieke macht die men in het algemeen staat noemt.”

Aldus historicus en essayist Arthur Lehning, winnaar van de PC Hooftprijs 1999 die in zijn opstellen op zoek gaat naar wat politiek en cultuur met elkaar verbindt.

Anarchisme roept in onze Westerse wereld beelden op van chaos, bommen en granaten, kortom een erg negatief beeld is het zodat je je terecht kunt afvragen met welke andere “waan-beelden” wij zijn opgevoed zonder een aansporing te hebben gekregen terdege na te denken over de werkelijkheid.

De verstaatsing heeft voor haar eigen werkelijkheid gezorgd en deze met alle middelen in onze hoofden gestopt, zoveel is zeker.

Dus laten we Lehning terug aan het woord:

“Het gaat om een theorie die ervan uitgaat dat door een netwerk van vrije overeenkomsten, van groepen en organisaties op professioneel en territoriaal gebied, ook internationaal, ten behoeve van de productie en de consumptie en de bevrediging van de oneindige variaties van de behoeften en aspiraties van de moderne mens kan worden voorzien.”

Dat is geen nieuwe theorie, integendeel Lehning duidt aan dat ze al aanwezig was in allerlei vormen van zelforganisatie zoals de dorpsgemeenschap, in gilden, enz. waarmee deze organisaties steeds hebben gepoogd hun autonomie tegen andere organen te handhaven.
Denk ook aan allerlei christelijke afsplitsingen die op hun eigen manier wilden leven en waarover we het al gehad hebben tijdens onze lange reizen naar de binnenkant.

Wil je dat nu in een theorie dan moet je inderdaad wachten tot de tweede helft van de 19de eeuw, 1864, het jaar van de Stichting van de eerste Internationale, en het jaar ook waarin Bakoenin definitief zijn federalistische, atheïstische en anarchistische ideeën formuleert.
Sinds die tijd kun je de term niet meer scheiden van het socialisme.

Vergis je niet ook Marx en Engels zoeken in het socialisme een klasseloze EN staatloze maatschappij terwijl het anarchisme later de marxistische theorie van een wetmatige ontwikkeling van het kapitalisme die met een soort ijzeren noodzakelijkheid naar het socialisme zou leiden, afwijst.
Niks te dictaturen van het proletariaat.

“Het socialisme,” schreef Proudhon “is geboren uit een beroep op vrijheid, de uitoefening van de macht zal het doden.”
En profetischer dan Bakounin zelf kon het niet gezegd worden:
“Wanneer men na de sociale revolutie weer een staat in het leven roept, al zou het maar een voorlopige staat zijn, roept men de reactie in het leven en werkt men voor het despotisme.”

De rest is genoegzaam bekend en de vele 17de en 18de eeuwse theorieën zullen samenkomen, in het “Discours sur l’ inégalité” van Rousseau, discours dat ik nog voor Simon heb helpen samenvatten.

Zo’n anarchistische maatschappij is al terug te vinden in de oud-Helleense filosofie, namelijk bij Zeno (340-270 v Chr)
De grootste deugd en de grootste zedelijkheid kan volgens hem alleen bereikt worden in vrijheid.

In 1516 ontmoeten we Thomas Moore weer met zijn Utopia waarin de staat alles in handen heeft, gevolgd door Gargantua (1535) van Francois Rabelais.
Tijdens de Franse revolutie wordt het woord “anarchisten” voor het eerst gebruikt en het is ook in het jaar 1793 dat het eerste grote anarchistisch werk verschijnt:
“An Enquiry concerning Political Justice and his Influence on General Virtue and Hapiness”, William Godwin.

“De staat kan de mensen niet deugdzaam maken,” schrijft Godwin, “de mens is een van nature gelijk en redelijk wezen, zijn karakter wordt door opvoeding en omstandigheden bepaald en door diezelfde opvoeding kunnen sociale vooroordelen worden gecorrigeerd.”

De dichter Shelley was hier weg van! Trouwens niet alleen van Godwins theorie want hij trouwt later met zijn dochter, de schrijfster van het eerste boek over vrouwenemancipatie:
“Vindication of the rights of Women” (1792)

Ook Montaignes jonge vriend Etienne de la Boétie schrijft in die zin: “Discours sur la servitude volontaire”, werk dat al in 1577 verscheen.
De kern van dit geschrift is de gedachte dat de onderdrukking niet kan verdwijnen door de macht over te nemen, maar integendeel, door aan de macht en het onderdrukkingsapparaat alle medewerking te ontzeggen.
De vrijheid, meende hij, is de mens aangeboren en men behoeft slechts neen tegen de onderdrukker te zeggen om vrij te zijn.
En drie eeuwen later schrijft Anselme Bellegarigue (1850) “Er zijn geen tirannen, er zijn alleen maar slaven.”

Dat boekje van Montaignes jonge vriend is herdrukt tijdens de Franse revolutie en het inspireerde Henri David Thoreau in zijn beroemde geschrift over de burgerlijke ongehoorzaamheid “On the Duty of Civil Disobedience” (1849)
En..Tolstoi heeft Thoreau gelezen, en Tolstoi kwam in 1919 in contact met Gandhi, en zo zie je maar dat de geest waait waar hij wil! Of hoe Montaignes jonge vriend tot op de dag van vandaag zijn stem kon laten horen.

Kom Oscar Wilde zeg jij ook nog eens iets.
“De toekomst is wat de kunstenaars zijn.”
En Arthur Lehning (zijn boek vond ik in het antiquariaat!):
Cultuur wordt tenslotte niet gekarakteriseerd door de rijkdom, de macht, techniek maar door de resultaten van enkelingen, de filosofen, de dichters, de mannen van de wetenschap, de kunstenaars. Zonder vrijheid kan geen kunstenaar bestaan.”

Het anarchisme kan men beschouwen als een beweging die ernaar streeft de maatschappij van de staat te verlossen, niet de maatschappij met de staat verzoenen, noch het socialisme door de staat realiseren.
Sedert het einde van de 19de eeuw is er een proces aan de gang waarin nu net het tegenovergestelde gebeurt, niet de staat, zoals Marx had voorspeld wordt “opgeheven” maar de maatschappij, de gehele maatschappij wordt “geétatiseerd” (verstaatst)
En hier moet je de vervreemding terugvinden: de enkeling voelt zich hoe langer hoe meer geïsoleerd en bedreigd in een maatschappij die niet meer organisch functioneert en waarvan men de anonieme drijfkrachten niet begrijpt, en gaat Lehning verder, “In de welvaartsstaat vlucht men inde consumptiegoederen en in massamedia die de culturele industrie de mensen voorzet.”

Het was een lange aanloop, maar de gehele constructie moet er staan om duidelijk te maken dat het vrouwelijke nu juist wel dit ORGANISCHE in zich heeft.
Grote vrouwelijke denkers en schrijvers, of mannen met een sterk vrouwelijke natuur kunnen zich niet vinden in deze etatisering want ze druist in tegen hun eigen wezen en daar zal geen witte stier meer aan helpen ook al vermomt hij zich in een socialistisch compromis tussen staat en zelfbeschikking.
Het huidig socialisme heeft geen adequate vormen gevonden om de drang naar vrijheid, die onuitroeibaar is, te bevredigen, schrijft Lehning.“

Om zulke nieuwe vormen van maatschappelijk leven mogelijk te maken zal men van geheel ander premissen moeten uitgaan dan die waarop de huidige ontwikkeling is gebaseerd en die is gekenmerkt door een steeds toenemende machtsconcentratie op economisch, politiek en zelfs op cultureel gebied, door de monopolisering van de massamedia en door een steeds toenemend militarisme, na twee wereldoorlogen omvangrijker en barbaarser dan ooit tevoren.
Politieke democratie zal hier geen uitweg bieden.
het is een geperverteerde illusie van welvaartstaat-socialisten te geloven dat men met zulk systeem op weg is naar het socialisme en een humane samenleving.”

Ik denk dat de vrouwelijke kwaliteiten die in ons huizen wel een antwoord kunnen bieden, al lijkt het inderdaad op een Utopia, maar ook dat is niet erg, want Utopia is een aanzet, een krach
t, niet een einddoel.

Ik denk dat het vrouwelijke denken ons de weg wijst naar het ware filosofische: het aanzetten tot denken, tot zelf denken, tot analyses maken, tot het onvoorwaardelijk geloof in allerlei diversiteiten van samenleving, dat het een eerste stap kan zijn naar het ontdekken van een ander Europa waar de witte stier hopeloos door de mand zal vallen omdat wat tussen zijn horens zit belangrijker zal zijn dan wat tussen zijn poten bengelt, al is een combinatie van beiden nog meer te verkiezen.Yourcenar, Virginia Woolf, het zijn maar twee namen van vrouwelijke kunstenaars die mij de weg hebben gewezen naar een moedig bekennen van eigen onmacht, maar naar het verder gaan zonder omzien, naar het verlangen naar Ithaka, thuiskomen dus.

Daarom straks nog die mooie tekst van Kavafis omdat de reis belangrijker is dan het reisdoel, en de weg telkens weer door de reis moet gemaakt worden.

De sterkte van een Europese cultuur zal in het herkennen en erkennen van zijn vrouwelijke kwaliteiten liggen, en dan is thuiskomen in diverse huizen best mogelijk.


Arthur Lehning, De tocht naar Ithaka, beschouwingen over politiek en cultuur, Meulenhoff, A’dam 1999