zo wordt het nooit meer avond (289)

935_168af309ce006afe77c59fae55b7e9a7

Nog is de lucht licht,
en schuift de aarde geluidloos uit de dag.

Het water aarzelt
wacht zijn spiegel op de koude maan?

Hel en hemel verzoenen zich.
Zo wordt het nooit meer donker, dacht Huet.

Er zijn mensen die het ogenblik
tot eeuwen laten duren.


met enige fierheid (288)

913_8cdc9d6636f7f08b39059b7439773677

Fier als pauwen waren ze, de Engelse lieden van de National Gallery.
En dat omdat ze hun eerste werk van de grote Franse landschapschilder Paul Huet hadden binnengehaald (= uit schenking verkregen, vroeger bedacht men de goden en hun bedienaren, nu de nieuwe priesters van de schone kunsten.)

Hadden ze reden om fier te zijn?
En of!
Paul Huet was bewonderaar en vriend van Constable en Richard Parkes Bonington, en de heer Delacroix gebruikte hem om de boompartijen op zijn beroemd portret van Baron Schwiter neer te poten.
Baron Schwiter zei mijn oma, war doch überhaupt keine Name für eine “Baron”.
Maar zijn landschap en bomen kreeg hij. Naar men zegt met de medewerking van Paul Huet.(1804-1869)

Bomen in het St. Cloud Park.
Of dat nu per sé in olieverf moesten doen, en wat daar dan de betekenis van zou zijn voor de kunst met grote en kleine “k”?

De fotografie stak zijn zilveren kopke op, en dat was Paul Huet ook wel opgevallen.
Aan een vriend schilder schrijft hij daarover:

“Je suis tout étourdi de la découverte de Daguerre, que doit–on donc en dire à Paris, la grand’ville! Le progrès. l’émanicipation, etc., etc., avez–vous vu cette merveille? à vrai dire, je suis un peu prévenu malgré mon étonnement et mon admiration. S’il faut en croire les feuilletons (la gazette), les pauvres artistes n’ont plus qu’à se brûler la cervelle. Contre mon habitude, il est vrai que je dois commencer à m’encrasser, je ne vois point les choses si en noir, j’espère que cela nous délivrera des faiseurs de ponts neufs et des fabricants de portraits du Palais–Royal; la question reste mieux tranchée et sans savoir jusqu’à quel point cela peut personnellement m’atteindre, je suis sans inquiétude pour l’art lui–même.”

Duidelijker kon het niet.
Gedaan met de Pont Neufs en de Palais Royals, daar waren de postkaarten een betere oplossing voor dan de veel te grote doeken met uiterst realistisch gekonterfeite nationale gebouwen.
Olie en verven konden inderdaad zonder schroom aan betere dingen worden besteed.
Maar we zijn in de tijd van Lamartine, en dat is ook Charles Baudelaire niet ontgaan die ondanks zijn giftige pen Paul Huet bijzonder goed portretteert:

“Permettez-moi, mon cher, de revenir encore à ma manie, je veux dire aux regrets que j’éprouve de voir la part de l’imagination dans le paysage de plus en plus réduite. Çà et là, de loin en loin, apparaît la trace d’une protestation, un talent libre et grand qui n’est plus dans le goût du siècle. M. Paul Huet, par exemple, un vieux de la vieille, celui-là ! (je puis appliquer aux débris d’une grandeur militante comme le Romantisme, déjà si lointaine, cette expression familière et grandiose) ; M. Paul Huet reste fidèle aux goûts de sa jeunesse. Les huit peintures, maritimes ou rustiques, qui doivent servir à la décoration d’un salon, sont de véritables poèmes pleins de légèreté, de richesse et de fraîcheur. Il me paraît superflu de détailler les talents d’un artiste aussi élevé et qui a autant produit ; mais ce qui me paraît en lui de plus louable et de plus remarquable, c’est que pendant que le goût de la minutie va gagnant tous les esprits de proche en proche, lui, constant dans son caractère et sa méthode, il donne à toutes ses compositions un caractère amoureusement poétique.”

En zelfs de meest gevreesde kunstcriticus van zijn tijd, Gustave Planche, de terechtsteller van de “grote” kunst uit die romantische dagen, erkent in het werk van Huet de ware schoonheid.
In een Engelse studie van Marijke Jonker over deze criticus zegt ze:

Planche admired Huet’s interpretation of his landscape sketches, from which he had removed every ugly, banal, or disturbing detail, yielding a harmonious system of perspective lines to draw the eye to a point of interest and beauty. Huet confronted those who saw his work with an effet voulu.
Planche felt that true artists should sketch after nature and that in the composition of their paintings they should rearrange and beautify their sketches to reveal le vrai behind everyday reality.
He believed that great landscapists of the past—Poussin and Lorrain, for example—had worked in this way, and because Huet applied their method with brilliance, he himself should be counted among the great.

Rest ons de schuilplaats onder de bomen van Saint Cloud, een bosrijke streek nabij Parijs waar de jonge student aan de kunstacademie vaak kwam tekenen en schilderen.
De fierheid van de heren van de National Gallery is dan ook terecht.
De persoonlijke camera van Huet staaft zijn uitspraak dat hij niet ongerust is over de toekomst van de kunst.

Kijk maar naar de avond hierboven.
Zo wordt het niet meer donker in deze tijd van de grote “verlichting”.

Nu de geesten nog ontsteken en ook mijn ongerustheid zou dan een stuk kleiner zijn.


uitzicht op de tuin (287)

959_880846665da98ba63c64253f5cc2e89d

Laat het nu ook toevallig zijn dat ik dit schilderij niet in het Guggenheim zag, maar in datzelfde Centre Pompidou waar ik de foto’s omtrent kunstenaars die naar andere kunstenaars verwijzen, verzamelde.

Ieder mens heeft zijn kamertje waarin hij zijn lievelingsboeken en prenten herbergt.
Mijn kamertje begon aardig uit zijn voegen te barsten, maar Bonnard met zijn eetkamer die op de tuin uitkomt, hoort er thuis.

Waar je ook bent, hoezeer je vrijheid ook is beperkt, dit schilderij beloofde me telkens andere en betere tijden.

Hang het aan de pijlpunten die in je hart zijn achtergebleven.


pallet van Bonnard (286)

934_cb4abb58f7e3ad86ad7410d1d03e45e7

Ook dit is dus een tweeluik(je)
Hierbij de foto van Rogi André, een Hongaar, ook aanwezig in het archief van het Centre Pompidou (weet je weer eens waar ik uithang!)

Pallet van Bonnard, heet deze foto.
De donkere tinten waarin de kersen erg mooi uitkomen, de oude krant, en daarboven het pallet van de kunstenaar.

Grand salle à manger sur le jardin.
Kijk maar naar hierboven en je voelt de kleuren zinderen.
Foto en schilderij, foto en boek, gelukkige huwelijken zijn het.


werktafeltje van Virginia (285)

885_9458ed2242fcad40d0e8bbe5677a84c3

Soms verwijst de fotograaf naar het werk van een andere kunstenaar(es)
Een van mijn lievelingsfotografen is zeker Gisèle Freund, gestorven in 2000.
Het centre Pompidou heeft een mooie collectie van haar werken in het archief.
Haar portretten van denkers, dichters en andere kunstenaars zijn klassieke voorbeelden geworden.

Hier echter bracht ze alleen de werktafel van Virginia Woolf in beeld.
De tafel staat buiten. Op de tegeltjes van een terras.
Schrift geopend.
Bloemen versterken de rust nu de kunstenares (nog) afwezig is.De pen en de grote inktpot duiden een mogelijke activiteit aan.
Of de schrijfster net weg is gegaan of nog moet komen, blijft een open vraag.

Een stukje gazon is zichtbaar.
De stoel is weg geschoven.

Lees nu het begin van “Voyage Out”

“As the streets that lead from the Strand to the Embankment are very narrow, it is better not to walk down them arm-in-arm. If you persist, lawyers’ clerks will have to make flying leaps into the mud; young lady typists will have to fidget behind you. In the streets of London where beauty goes unregarded, eccentricity must pay the penalty, and it is better not to be very tall, to wear a long blue cloak, or to beat the air with your left hand.”

En kijk terug naar de tafel waar deze zinnen zijn geschreven.
Al zal ze misschien niet meer terugkomen na haar laatste wandeling naar het water, koester het beeld en vergeet niet de bloemen water te geven.


morgenlucht vanuit het raam (284)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De tweede foto van Rosembaum, ze vormen een tweeluik:
“morgenlucht vanuit het raam”.

De donkere omkadering is de omkadering van het raam.
Buiten begint de dag.
Een landkaart, koperen vlekken op rennaissance-blauw.

De doorgedreven kontrasten en kleuren houden alleen de essentie over: duisternis waaruit in alle pracht de nieuwe dag ontstaat.

Vanuit onze ruimtecapsule kijken we naar buiten.


Timeless Collection zal weldra een zeer beperkte oplage van Rosenbaums foto’ s te koop aanbieden.


op het dak (283)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op het dak.

Deze foto van Abraham Rosenbaum, gemaakt op een zomermorgen, zeven uur eenenveertig, wil zeker niet het moment vasthouden.

Het moment heeft nooit bestaan, is op zichzelf niet interessant, vertelt niets.

Het moment was het vertrekpunt waarin de cadrage en de vormelijkheid van het beeld als uitgangspunt gingen dienen voor de chroma-bewerking in het atelier.

Puur plezier wordt het, genot om kleuren en vormen zo te mengen dat er inderdaad een anders geordende werkelijkheid ontstaat waarin de lucht en het dak niet eens lucht en dak hoeven te zijn.

Nog voor wij het weten is alles opgedroogd, verdampt.
Alleen wat voorbij gaat, kan mooi zijn.

De verzamelaar is de wanhoopscollectioneur.


Montparnasse (282)

822_6dcf124319690036c7bfd454c60ed72d

En om af te ronden, de cirkel is weer eens rond, nog een foto van Gursky. (Montparnasse)

Toch is hij een logisch vervolg op de prent van Malevitsch hieronder.
Hoe onpersoonlijk de collectiviteit ook lijkt, wie een eenling wreekt of uitschakelt, treft daarmee het hele sociale weefsel waarin hij/zij aanwezig is.

De niet-bestaanden, de niet-geborenen zijn massaal aanwezig in de 20ste eeuw.
Wie één hokje uit Gursky’s foto wegbrandt, zet een negatieve spiraal in beweging waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.

Ik denk dat onze primitieve drang naar vergelding nog altijd op dat “stamverband” berust waarin wij niet alleen de gebrandmerkte maar tevens zijn hele omgeving ten onder laten gaan.

Zijn we al zo ver dat we geloven dat de natuur onlosmakelijk verbonden is, dat elk onderdeeltje zijn consequenties draagt voor de totaliteit, bij onze eigen soort is dat bewustzijn minder aanwezig terwijl het juist door de specifieke eigenheid van elk mens niet te berekenen gevolgen kan hebben.

Het zou een mensenrecht mogen zijn dat we filosofische scholing tot de basisbehoeften van ons levenspakket kunnen rekenen.
De gevolgen van religieuze of atheïstische scholing tijdens de kinderjaren is een ander aspect van onoverzienbare consequenties.

Zijn we in andere gevallen blijkbaar ten zeerste bewust van de kwetsbaarheid van de kinderziel, wanneer het over moraal en religie gaat verliezen we elk perspectief en gieten we de hoofdjes vol met magie en mystiek, of dwingen ze juist de andere kant uit te kijken, hoe modern en hedendaags ook verpakt.

De wereldbeelden die we hebben gecreëerd ontkennen de vrijheid om eigen keuzes te mogen maken.
De politieke families zijn een duidelijke afspiegeling van die wereldbeelden al hanteren ze de consequenties van hun geloof of ongeloof op het ogenblik dat het hen goed uitkomt.

Natuurlijk laten deze “inhouden” de meeste jongeren koud.
Natuurlijk hanteren langs gelovige en ongelovige zijde de kopstukken graag termen als verkilde samenleving, egoïstische maatschappij, en U kunt er zelf nog zo’n vijftigtal vinden in de diverse kranten en tijdschriften.

En het verwondert me dan ook niet dat verhalen met meer aantrekkingskracht zoals allerlei extremistische denkbeelden gretig aftrek vinden in dit woestijnlandschap.

Het feit dat wij in de westerse samenleving universiteiten hebben die nog steeds vanuit religieuze of areligieuze bronnen hun wereldbeeld doorgeven doet toch even nadenken over de verwarring tussen de verschillende discoursen, hoe je bijvoorbeeld wetenschap met religie of anti-religie moet rijmen, hoe je filosofie als wetenschappelijke discipline kunt doceren zonder dat je studenten daardoor meer filosofisch zouden worden.

Ik zou me een kindertijd kunnen voorstellen waarin je vanuit allerlei verhalen en denkoefeningen een brede filosofische scholing meekrijgt zonder dat je op dat moment moet kiezen tot welke gezindheid je wilt behoren.

De geschiedenis van de grote filosofische en religieuze stromingen zouden daar een belangrijk onderdeel van zijn.
Met die bagage zou je dan als volwassene zelf kunnen kiezen welke religieus- filosofische kant je uit wil en het zou de diepe waarden van deze stelsels ten goede komen een gemeenschap van kritische onderzoekers samen te brengen die zowel de waarde van de traditie als de polsslag van de tijd in hun tolerante overtuiging beleven.

En niemand moet nog op zijn strepen staan, of kunnen we niet zonder bozerik?

honderd jaar eenzaamheid (281)

463_5b0328251b3d929f0aa874c95f3c632d

Aus dem Bild gestiegen aber im Herze gegangen
Van Casimir Malewitsch deze mooie compositie uit 1915.

Dat cirkeltje.
De afwezige zon

De jaren van de grote ondergang.

Ieper en Verdun
op de lippen van de thuisblijvers
als ze over hun vaders of kinderen vertellen.

De gaten van de nooit geborenen
de bomtrechters
waarin met elke jongen
de nooit genoemden zijn verdwenen.

de 20ste eeuw,
honderd jaar eenzaamheid in ‘t vooruitzicht.


een klein meisje kijkt naar de schilder

484_64fa4c2d39e7db24f6414838c7400a51

Dit is de lente.
Hier is hij thuis.

Hij correspondeert met Henri Thode, schoonzoon van Cosima Wagner. Thode is een kunsthistoricus, hij voelt zich aangetrokken tot Franciscus van Assisië en tot de Thomisten.

In 1890 houdt de schilder in München een grote overzichtstentoonstelling.
In één klap is hij bekend en gevierd.
Hij wordt prof in Karlsruhe, meesterklas landschapschilderen.
Hij huwt met een van zijn leerlingen.
Hij krijgt een opdracht van de rijke familie Pringsheim.

In hun schitterend nieuw huis in de Arcisstrasse, 12 te München schildert hij een grote fries.
Eén van de kinderen, een zekere Katia Pringsheim kijkt bewonderend toe:
“Kann Herr Thoma nicht eigentlich besser malen als Herr Lenbach?”
“Was ist schwerer, nach ‘m Kopf malen oder anders malen?”
“Ist herr Thoma eigentlich ein Bayer? Nein? Schade, das tät die Bayern so ehren.”

De schilder is Hans Thoma.
Het kleine meisje Katia Pringsheim, de latere vrouw en vriendin van Thomas Mann
We zijn de 3de juni 1891.


Ik verlaat Karlsruhe en reis naar het buitenhuis.
Enkele dagen stilte voor ons allen.


Vakantielectuur?
Inge und Walter Jens, FRAU THOMAS MANN, das Leben der Katharina Pringsheim, Rororo, 2004

Die Manns, ein Jahrhundertroman, Heinrich Breloer, Horst Köningstein, S. Fischer Verlag, 2001
Dit is het boek bij de gelijknamige televisieserie over het leven van Thomas Mann, enkele jaren geleden ook op een verschrikkelijk laat uur door Canvas uitgezonden.
Bij de WDR ook op DVD verkrijgbaar.
Een schitterend voorbeeld van drama gemengd met fictie, en dat in een sublieme stijl met uitstekende acteer prestaties.
Vergeet wat ik heb geschreven en bekijk deze DVD’s.


hij is niet in de mode (279)

420_8ebdbf3719172db5d079fb15f52d901c

Die Geschwister, heet dit werk.
Broer en zus aan tafel.
Zij leest, hij verveelt zich een beetje en wacht om naar buiten te mogen.
Hij, de schilder, is intussen decoratieschilder geworden en maakt ook portretten voor rijke kooplui.
De officiële schilderswereld wil niets van hem weten.
Hij is niet in de mode.
Het impressionisme trekt aan hem voorbij ook al heeft hij in Parijs werk gezien dat hij ten zeerste bewonderde, zoals de kleuren en figuren van Courbet bijvoorbeeld.

Hij houdt van de grote landschappen en het licht van de seizoenen.
Kijk maar naar de prent hierboven.

WORDT VERVOLGD

vanuit de hoogte (278)

E0702 THOMA 7834

Vanuit de hoogte.

Bekijk eerst het mooie schilderij dat ik je meestuur.
Dat vanuit-de-hoogte-gevoel eigen aan St. Exupery, Gursky en vele andere kunstenaars en gewone mensen zoals wij, is de leidraad voor de verdere ontmoetingen in Karlsruhe.

De man die dit schilderij gemaakt heeft is geboren in het stadje Bernau, Zwarte Woud, in 1839.

Wie daar geboren wordt en niet aan de uurwerkindustrie of kunstige houtsnijderij wordt overgeleverd, heeft zeker oog voor hoogtes en laagtes, en zoals ooit fotograaf Walter De Mulder zei: hier, in de West-Vlaamse bergen voel je een heel bijzonder licht.
Ik wil niet dadelijk de Rode en de Zwarte Berg met de heuvels en dalen van het Zwarte Woud of het Taunusgebergte vergelijken, maar de speling van het licht is er inderdaad bijzonder.

In zijn jonge jaren was hij wel even bij een uurwerkschilder als inkleurder van wijzerplaten in de leer geweest, maar wie nog eens goed naar het schilderij kijkt, weet dat de blik verder wilde dan de kunstige klokkenmakerij, vooral voor de export bedoeld.

We zijn hier in het Taunusgebergte, de geliefde zomerverblijfplaats van de schilder.
WORDT VERVOLGD


Ausstieg aus dem Bild (277)

923_0e695a12fa9beead01ba3c24fa9e3ee1

Als jongen dacht ik dat Karlsruhe met kalmte, rust en vooral met natuur had te maken.
Neen dus.
En erger nog, hun Zentrum für Kunst und Mediatechnologie (ZKM) -hoe krijg je’ t gezegd- heeft zijn tentoonstelling “Ausstieg aus dem Bild” verlengd.

Heb ik iets tegen Karlsruhe?
Absoluut niet, er zijn stadjes en gepocheerde steden die op erger hoon en misprijzen mogen rekenen.
Zou het aan dat ZKM kunnen liggen?
Wel, ik citeer een stukje uit hun verantwoording van deze “Ausstieg aus dem Bild”.

“Den Ausstieg aus dem Bild haben bereits zahlreiche Künstler der Moderne wie beispielsweise Kasimir Malewitsch oder Piet Mondrian vorbereitet.
In der zweiten Hälfte des 20. Jahrhunderts haben Maler der jüngeren Generation ihre Bildinhalte weiter geometrisiert oder reduziert. Lucio Fontana begann seine monochromen Bilder aufzuschlitzen um seine Auffassung von Raum zu verdeutlichen.
Weitere künstlerische Angriffe auf Bilder folgten. Die Vielfalt der verwendeten Materialien nahm zu, vor allem solche, die bis dahin als nicht kunstwürdig galten, wie Alltagsgegenstände oder auch Müll.
Über das klassische Bildformat hinaus wurde die Entkopplung von Botschaft und Bild auf den Körper des Künstlers, auf Objekte der Lebenswelt, Schrift oder Licht ausgedehnt; darüber hinaus begannen sich Performances und Happenings in Kunstkreisen zu etablieren. Der Ausstieg bzw. die Überwindung des Bildes war gelungen.

Probeer het nog één keer, want het is naar goede Duitse gewoonte, moeilijk gemaakt, maar in feite in enkele zinnen samen te vatten.

1. Malewitsch en Mondriaan hebben die Ausstieg” voorbereid, en jawel hoor, na de oorlog werd het beeld en de drager gewantrouwd zodat men hem ging beschadigen, in vraag stellen, enz.

Künstlerische Angriffe, heet zo’n aanslag.

2. De ontkoppeling tussen beeld en boodschap werd verder gezet, bv. op het lijf van de artiest, op objecten uit de dagelijkse leefwerel, geschriften of licht.
En daarmee samengaand begon men met allerlei happenings en performances.

Voilà, nu komt de meest irriterende zin:
“Die Überwindung des Bildes war gelungen.”

Dergelijke instituten krijgen van de overheid veel geld, en het zou dus in feite Duitse burgerplicht zijn, om aan zoveel simplisme een stevig “wablief?” toe te voegen, een opwelling die mij telkens weer bekruipt als ik de kunstgoden met merkwaardige happenings het volk zie overvallen.
Ik hou heel veel van hedendaagse kunst, dat mag al gebleken zijn uit het aanhalen en onderzoeken van schilders, fotografen en beeldhouwers om maar van de cinema te zwijgen.
Ik wil ver wegblijven bij degenen die met bruine stem over Entartete Künst” gaan lallen als ze vormelijkheid van een artistieke uiting of gebeuren niet dadelijk begrijpen of boven hun snorrende kachel kunnen hangen
Maar even ver als ik me van dit steeds maar aangroeiende volksgedeelte wil verwijderen, blijf ik de afstand tussen mezelf en de trendy-kunst vergroten.

De koude kak van veel geprezen knutselaars en Bühne bestormers ergert me niet eens.
Elke tijd heeft zijn opgeblazen en gesubsidieerde nieuwlichters nodig.
Dat was al in het Florence van de dertiende, veertiende eeuw, en dat zal zeker zo zijn in Avignon, Brussel en Karlsruhe anno 2005.
Wil je kippen laten kakelen dan moet je ze goed voer voorzetten, en de windeieren komen in de beste families voor.

Wat me werkelijk koude rillingen bezorgt is de steeds maar grotere kloof tussen al deze kunstenbedrijvers en het grootste gedeelte van de overige bevolking.
Ik weet het, de modale man heeft zijn programma’s waarin het leven zoals het is ten tonele wordt gevoerd, en er zijn mensen als de heer Hoet en anderen die hun eigen kruistochten tot multimediale potsenmakerij wisten om te zetten.
Voor het goede doel moet je veel overhebben
Ik moet niet zeuren over de dagelijkse goorheid van de beeldindustrie, weldra ook digitaal verkrijgbaar.
Wat heb ik toch te jammeren als met één muisklik ‘s werelds musea zich voor ons openen en zowel de verenigde vinkeniers als het Zentrum für Kunst und Mediatechnologie (zeg dit luidop en alle vogels in de tuin verdwijnen voor twee weken) op het internet hun stek hebben gevonden.

En lig ik nog wakker als met het vallen van de blaren iedereen zich naar de boekenbeurs begeeft om zich met teksten en prenten te laven?
Zou ik niet beter dertig stokslagen krijgen omdat ik de centenstromen naar de kunstenmakers nog maar in vraag durf stellen terwijl de massa toch elke avond ruimschoots in het circus minimus wordt geëntertaind?
Wil ik het ook weer hebben over de afwezigheid van een boekenprogramma, en het moet-plezant-zijn gedoe-ook-al-is’t -serieus (andere uitdrukking voor Canvas) of ga ik ook weer zeuren over de ideologische bestorming van de kinderziel, die willen of niet of met godsdienst of met lekenmoraal wordt begoten terwijl ware filosofieleergangen in lagere en middelbare school een verre droom blijken te zijn?

Ik kijk met een beetje heimwee naar het Davids- en Willemfonds, naar de tijd toen het woord “cultuurspreiding” nog geen vloek of historische wind was.
Ik eer radioproducer Roland Van Opbroecke zaliger die het woord “vulgarisatie” niet gelijkstelde met het verkleuteren of de obsessie tot het absoluut entertainen van de kloot.
En ik betrek in dit veel te late en veel te schamel eerbetoon de anonieme leraars en leraressen die ondanks de steriliteit van de instelling, het tekort aan middelen, en het teveel aan kritiek, toch weer de deur openden naar de schoonheid van het woord, de diepten van kleur, de verbazing over de veelvoud aan architectonische mogelijkheden, de strijdvaardigheid en libertijnse luchten in de klassieken, kortom de bevlogenen, al dan niet met geschroeide pluimen.

Hoe moet de liefde voor wat wij kunst noemen gedijen in gebouwen die voor de duur van een kinder- en jongerenleven nog net niet op instorten staan of wiens kleuren en inrichting blijkbaar de neutraliteit van het onderwijs moeten waarborgen.
Kom me niet vertellen dat daar geen geld voor is.
Wat doen al die kunstacademies en kunstige instellingen met hun opleiding?
Iedere academie moest per jaar één klas en één schoolgang herinrichten, samen met de bewoners van dit lokaal, en de lik verf zal met veel vreugde door de plaatselijke kleurenboer of knutselmarkt geschonken worden.
Een hoop ondergewaardeerde technische opleidingen krijgen meteen praktijkwerk en als we zeldzame zeilschepen kunnen repareren dan zou er hier ook nog een mooie aanvullende taak voor de arbeidsvoorziening liggen.

Dat we veel geld voor Olympische medailles over hebben mag een troost en aanmoediging zijn voor de lijfelijken, wij juichen het toe en zullen elke medaille met een hoorsnstoot begroeten, maar we zouden natuurlijk ook blij zijn als er enkele geestelijke prestaties op trompetgeschal mogen rekenen ook als zij niet dadelijk op de arbeidsmarkt gericht zijn.

De omroeparbeiders van alle gezindten bevelen wij verplichte uren kijken naar buitenlandse zenders aan zoals daar zijn de BBC en de WDR waarin telkens weer pogingen tot het verzoenen van cultuur en aandacht op hoog niveau, en het instellen van lage drempeligheid, plaatsvinden.
Nu heeft iedereen zijn hokje, en dat noemen we de horizontale programmatie, het kind dat dringend met het badwater moet weggekieperd worden.
Vaak zie ik op Canvas prachtige Eén programma’s en omgekeerd.
Nu bepalen onderzoekbureau’s de programmatie, want als de bevolking zegt dat ze liefst mosselen frites eten, dan zal het ook mosselen met frites zijn, en dan heb ik nog niet over de slijkerigheid van het gemosselte en de achterliggende smaak van Vlaamse grond in de aardappelreepjes.
Er zijn mosselen en mosselen, en zoals de kenners weten ook de ene friet is de andere niet?

En nu terug naar Karls
ruhe waar ik deze avond laat dit, met andere (Duitse) woorden, ga vertellen, vandaar de soms te lange en stramme volzinnen.

Als je mij niet meer terugvindt, kom dan mijn asse begroeten met een glimlach.
Dan bin ich aus dem Bild aussgestiegen en neemt mijn veel te oude ziel volop deel aan allerlei zotte en overbodige happenings zoals daar zijn, het verwaaien in de wind, en het kreunen onder de winterkou om maar te zwijgen van de volgende lente waarin ik wellicht als paardenbloem weer mijn kopje mag opsteken.


Ga naar Parijs, lieve psychie en zoon.
In het centre Pompidou loopt een mooie tentoonstelling “Big Bang”, een overzicht uit de kunst van de 20ste eeuw.
afbeelding:
Danielle Quarante
Sarcelles (Val-d’Oise), 1938
Fauteuil, Albatros1969
Editeur Airborne (France)
Présenté au salon des Artistes Décorateurs en 1969
Résine de polyester armée de fibre de verre
68 x 88 x 8 cm


periscoop (276)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het aquarium dat televisie heet wordt Gursky gevraagd om naar Engeland te komen en er foto’s te maken.

In huis is alle activiteit weg: donkerte en stilte.
De periscoop van de duikboot.


niemand thuis (275)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Van de tuin zijn we naar de koelte van het huis gegaan.
He beeldje Van Van Vaerenbergh heeft een tuinbroertje in het fonteinjongetje.
De foto is bijna als een vierkant kader gesneden, alles is immers rust en stilte.

De zomer heerst buiten maar zijn schoonheid vindt in dit prachtige beeld voor het glas zijn echo.

Plant, beeldje en de buitentuin, er is niemand.

Toch trilt het beeld van ingehouden leven.
We zijn niet alleen (geweest)