de onbevangen blik (267)

129_4c999cb7eecd96551fa57a14b93061cb

Een schilder laat zijn vrouw en haar zussen zijn eigen werk bewonderen (een paneel waarop twee zelfportretten staan, eentje van hemzelf, het ander van zijn vrouw Laura Theresa Epps)en gebruikt die bewondering om een nieuw portret te borstelen: familieportret (1896)

De heer Tadema, razend beroemd bij leven, rijk, geridderd, begraven in St. Pauls), werd bijna onmiddellijk na zijn dood in 1912 vergeten en pas in de jaren zeventig van de 20ste eeuw weer onder het stof vandaan gehaald toen we begrepen dat die 19de eeuw niet alleen een collectie rare Victorianen was met mystieke verlangens naar gotische en oudheidkundige verledens.

Familieportret, geschilderd ter ere van hun 25jarig huwelijk boeit mij nog in andere opzichten.
Niet alleen zie je boven de hoofden de schilder aan het werk, maar hij maakt het voor ons onzichtbare schilderij zichtbaar via de gezichtsuitdrukkingen van Laura en haar zussen.

Het onzichtbare schilderij in kwestie, het dubbel zelfportret, kun je niet dadelijk een voorbeeld noemen van Tademase stijl. Het is naar analogie met een dubbelportret uit Pompei gemaakt, met op de deurtjes de Hollandse tulp en de Engelse roos als symbool voor hun beider afkomst.

Toevallig kreeg ik eerst dit familieportret onder ogen en daarna pas het portret in kwestie.
De verwachting die ik via hun gezichtsuitdrukking had opgebouwd viel in duigen.
Ik begreep dat ze niet de schoonheid of oorspronkelijkheid van het dubbele zelfportret bewonderden, maar eerder het gevoel van “hé, die kennen we” naar boven haalden, een blik van mensen die vroeger hun foto’ s gingen ophalen en voor de betaling moesten controleren of de kiekjes wel degelijk hun afdrukjes waren.

Lichaamstaal is dus heel bedrieglijk.
We interpreteren iemand zijn/haar houding meer vanuit ons verwacht patroon, vanuit onze gedachtendictatuur dan vanuit de onbevangenheid waardoor we de andere werkelijk zichtbaar maken.
We hanteren onze eigen codes en wanneer die niet passen op de geobserveerde dan gaan we hem/haar al vlug verwijten dat hij koud blijft, of te hevig reageert, waar we beter onze eigen gedachtenstromen zouden ontleden om dan vast te stellen dat wij het zijn die het gedrag van de medemens al veroordeeld hebben nog voor we de exactheid ervan konden nagaan.

In de lessen filmesthetica herinner ik mij een beeldproef waarbij hetzelfde gelaat van een acteur werd getoond met een zak geld, een bloedig mes en een een babygezichtje.
Wij vonden dat de acteur wonderlijk goed de relatie met deze insert duidelijk maakte, terwijl het om een gemonteerd portret ging en wij zelf het verband legden tussen gezichtsuitdrukking en het bijgevoegde beeld.

Dit geestelijke gezichtsbedrog doet zich ook op denk- en oordeelsterreinen voor.
Eens iemand ons als postzegelliefhebber bekend is, beoordelen wij zijn vreemd gedrag (hij kan het likken niet laten!) vanuit dat beeld, om maar eens een onschuldig voorbeeld aan te halen.
Vaak is iemands vooraf bekend of gekend gedrag (in vele gevallen niet eens bevestigd) de moker waarmee we alle andere aspecten van zijn/haar persoonlijkheid platkloppen.
Nog erger wordt het als we onze herinneringen daardoor laten beïnvloeden.
Is iemand op latere leeftijd bekend geworden als kleptomaan dan zullen we allerlei ervaringen met hem/haar die niets met deze afwijking te maken hebben toch als dusdanig gaan interpreteren.

Misschien is een poging tot zelfportret een goede aanvang om via die verworven kennis weer onbevangen naar anderen te leren kijken.