periscoop (276)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het aquarium dat televisie heet wordt Gursky gevraagd om naar Engeland te komen en er foto’s te maken.

In huis is alle activiteit weg: donkerte en stilte.
De periscoop van de duikboot.


niemand thuis (275)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Van de tuin zijn we naar de koelte van het huis gegaan.
He beeldje Van Van Vaerenbergh heeft een tuinbroertje in het fonteinjongetje.
De foto is bijna als een vierkant kader gesneden, alles is immers rust en stilte.

De zomer heerst buiten maar zijn schoonheid vindt in dit prachtige beeld voor het glas zijn echo.

Plant, beeldje en de buitentuin, er is niemand.

Toch trilt het beeld van ingehouden leven.
We zijn niet alleen (geweest)


er geweest zijn (274)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zomertuin.

Ingrepen in het beeld: bijsnijden.
Moment: de zomer in één beeld vastgelegd.
Water-groen-huispartijen, ze reflecteren het lome namiddaglicht.
De wilde tuin kan door het momentele aan het momentele ontsnappen.

Mensen zijn op dit beeld totaal overbodig, ze bewonen het via de ogen van de fotograaf.

Het is en blijft een pijnlijk gevecht tegen het verlies en het vergaan.
Het volgende ogenblik zijn we dit beeld al verloren.
Toch is deze foto geen mummie, geen bevroren ogenblik, een wanhopig proberen bijhouden van wat niet bij te houden is.

Het is ruiterlijk toegeven dat je er geweest bent.
En dat in alle betekenissen van het woord.


ogentroost (273)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hier, bij deze foto van Rosenbaum, zijn de hokjes net zo goed aanwezig.
Je kunt de vlakken nog meer gaan benadrukken maar dan kom je terug in het straatje van het constructivisme en andere abstraherende stromingen uit de jaren 1910-1930.

De reflectie van de omgeving in het glas wil ook GEEN contrast zijn, gewoon een verbeelding van de spiegeling zoals ze zich elke dag overal voordoet ook al hebben wij er weinig oog voor.

Het blauwe molentje rechts in het beeld contrasteert met de massaliteit van de overige beeldvulling.
In tegenstelling met de overige constructie kan dit ding door de wind bewogen worden, het heeft toevallig de kleur van de lucht overigens.

Geen boodschap noch waarschuwing, gewoon het plezier om een deel van de werkelijkheid te isoleren en het met andere ogen te bekijken.
Ogentroost.


schrijfoefeningen (272)

857_b9b9f483294fba41b589305b18ed88f9

De omgekeerde wereld, ik geef het toe.
Eerst de reactie dan pas de actie.

Hierbij dus een foto van Gursky.
Grote afstand, (en afstandelijkheid) gebruik van montagetechnieken en diverse media, vertrekkende vanuit een groot negatief van een platencamera.

In het multimediale tijdperk wennen we ons aan het gebruik van diverse gemengde media.
Zoals je vroeger kon schaatsen tussen tekening, schilderij, ets of een een soort mengeling daarvan, zijn nu de mogelijkheden van het palet vrijwel oneindig.

Je kunt je fotografische indrukken op diverse dragers afdrukken (één van de werken van Gursky is op plexiglas afgedrukt), of je kunt door gebruikt te maken van digitale trukendozen vervorming en verkleuringen inbrengen a volonté.

En zoals bij alle nieuwe media ligt het spook van het “effect” op de loer.
Effecten trekken ons aan, maken de spektakelwaarde zichtbaar maar verbergen of verhullen het “affect”.
Evenwichtsoefeningen tussen affect en effect zijn zo oud als de grotschilderingen en zullen ook in de toekomst telkens weer moeten gemaakt worden.

Hier zie je alleen de hokjes.
Je kunt hierover in allerlei dure woorden beginnen te lullen en te pseudo-filosoferen, of je kunt het beeld over je heen laten komen en de gedachten en gevoelsassociaties de vrije loop laten gaan.
Hier is het prentje gevangen in het kader van een computerscherm, in feite zijn Gursky’s foto’s meestal wandgroot zodat de vermenigvuldiging van een thema tot in het absurde nog beter overkomt.

Kleur en vormelijkheid van het beeld worden alleen door zichzelf benadrukt.
Er is geen dadelijke zichtbare ingreep in het beeld noch wordt er gegoocheld met effecten.
De hokjes.
Uiteraard is er in het atelier nog heel wat werk gebeurd, worden banale spiegelingen met opzet vermeden en zit de finesse juist in het feit dat dergelijke arbeid door de natuurlijkheid van beeld onzichtbaar is gemaakt.

Vanuit zijn appartement in Düsseldorf kan Gursky over de halve stad kijken.
Die verfrissende hoge standpunten reduceren de menselijke aanwezigheid tot mierennest of bijenkorf zonder daarom een waardeoordeel te moeten uitspreken, of een interpretatie op te leggen.

Je zou kinderen naast het leren schrijven, lezen en rekenen niet alleen tekenstiften in de hand moeten geven, maar ze zo vlug mogelijk vertrouwd kunnen maken met fotografie en film als expressiemateriaal.
Ik denk dat dergelijke “schrijfoefeningen” tot een nieuwe beeldcultuur kunnen leiden want romans en verhalen kregen pas hun ware gestalte toen steeds meer mensen de mogelijkheid hadden om ze te lezen.
Het einde van dit beeld-analfabetisme is echter nog lang niet in zicht.
Iets wat elke avond op wat Komrij “de treurbuis” noemt, bewezen wordt.