de kunst (4) (249)

632_392d8a606280907279c8d1d3ad93da99

De apollinische dingen, objecten van de westerse seksualiteit en kunst, bereiken hun hoogste economische waarde in het kapitalisme.
Marxistische benaderingen van de literatuur waren erg in de mode de laatste vijftien jaar.
Als men zich bewust is van de sociale context van de kunst dan schijnt daar automatisch een linkse oriëntering te mogen volgen.
Maar er is ook een theorie mogelijk die en avantgardistisch en kapitalistisch is.
Het marxisme was een 19de eeuwse spruit van Rousseau, die zijn levenskracht ontleende aan het geloof dat de mens te vervolmaken is.
het marxisme is het meest ontmoedigende van alle verdedigingsmechanismen tegen de macht van de chtonische moeder.
Het heeft een onvoorstelbare invloed gehad op de moderne geschiedschrijving.
Het marxisme is de vlucht voor de magie van de persoon en de mystiek van de hiërarchie.
Het stelt de aard van de westerse cultuur vertekend voor; die is namelijk gebaseerd op de charismatische kracht van de persoon.
Het marxisme kan alleen evolueren in preïndustriële samenlevingen met een homogene bevolking.
Zodra d levensstandaard omhoog gaat, breekt het pluriforme conflict van het individualisme uit.
persoonlijkheid en kunst, de twee dingen die het marxisme vreest en wil uitbannen, veren onmiddellijk overeind wanneer iemand ze probeert te onderdrukken.
Het kapitalisme, gulzig en ordinair, is inherent aan de westerse esthetiek sinds het oude Egypte.
Het is de mystiek en de glamour der dingen die een eigen persoonlijkheid aannemen.
Als economisch systeem ligt het in de darwinistische lijn van De Sade, niet van Rousseau.
Het kapitalistische overleven van de sterkste is al in de Ilias aanwezig.
De westerse seksuele personae botsen op alle uren van de dag en de nacht.
De glanzende in bronzen wapenrusting geklede krijgers van Homerus zijn de apollinische blikken soep die elkaar verdringen in de zonnige tempels van onze supermarkten en op de televisie onze aandacht proberen te trekken.
Het Westen maakt personen tot objecten en objecten tot personen.
De door elkaar krioelende veelheid aan kapitalistische producten is een apollinische correctie van de natuur.
Merknamen zijn territoriale cellen van westerse identiteit.
Onze glimmende verchroomde auto’ s en onze legers van pakjes en blikjes uit de supermarkt zijn extrapolaties van de harde, ondoordringbare westerse persoonlijkheid.

Kapitalistische producten zijn ook versies van de kunstwerken die de westerse cultuur overspoelen.
Het verplaatsbare ingelijste schilderij deed zijn intrede ten tijde van de geboorte van de moderne commercie, in de vroege renaissance.
Het kapitalisme en de kunst dagen elkaar sindsdien uit en voorzien elkaar van voedsel.
Kapitalist en kunstenaar zijn parallelle types: de kunstenaar is net zo amoreel en inhalig als de kapitalist en even vijandig jegens de concurrenten.
Het apollinische formalisme heeft de natuur bestolen om een romance te maken van dingen, hard, glimmend, ordinair en eigenzinnig.


De zelfbewuste heer met bontkraag is Pompeius Occo, een schatrijke Amsterdamse koopman, op 48-jarige leeftijd.
In de boom hangt een schild met het wapen van de familie Occo: een gouden adelaar met rode bek en klauwen.
Occo, die afkomstig was uit Duitsland, vestigde zich omstreeks 1510 in Amsterdam. Daar behartigde hij de belangen van het Duitse bankiers-en handelshuis Fugger.
Zijn internationale contacten en zijn rijkdom verschaften Occo veel invloed. Hij verstrekte bijvoorbeeld leningen aan de landvoogdes van de Nederlanden, Margaretha van Parma, en aan de stad Amsterdam.
Occo was ook een ontwikkeld man. Hij bezat een uitgebreide bibliotheek met kostbare handschriften. Dirck Jacobsz schilderde hem in 1531.


de kunst (3) (248)

391_bfc961ffb9c5e54238811de48bf44331

Het beeld ‘op zich’ bestaat niet.
De westerse cultuur stoelt op perceptuele verhoudingen.
Van de verheven godsprojecties van de oude luchtculten tot de mannetjesmakerij van de Amerikaanse commerciële publiciteit heeft de westerse identiteit zich georganiseerd rond charismatische seksuele personae, die hiërarchisch bovenaan de ladder staan.
iedere god is een idool.
Letterijk een “beeld” (van het latijnse “idolum” dat op zijn beurt komt van het Griekse eidolon.)
Het beeld betekent impliciet zichtbaarheid.
het visuele wordt in de moderne wetenschap zwaar ondergewaardeerd.
De kunstgeschiedenis kan wat conceptuele ontwikkeling betreft niet tippen aan de literaire kritiek.
En literatuur en kunst grijpen nog steeds niet in elkaar.
De kritiek, dronken van eigenliefde, heeft de centrale plaats van de taal in de <westerse cultuur zwaar overschat.
De schokkende gebarentaal van het beeld is volledig over het hoofd gezien.

De verering van het woord heeft het de wetenschap moeilijk gemaakt de radicale culturele veranderingen in dit tijdperk van de massamedia te verwerken.
Academici zijn voortdurend in een achterhoedegevecht gewikkeld.
De traditionele genrekritiek is ten dode opgeschreven.
De menswetenschappen moeten hun eilandrijkjes opgeven teneinde te gaan denken in termen van de verbeelding, een macht die alle genregrenzen overschrijdt en de hogere cultuur verenigt met de populaire, het nobele met het vulgaire.
De hoge vlucht die de massamedia hebben gemeen is geen ramp, geen ondergang van de cultuur, het is slechts een verschuiving van woord naar beeld- met andere woorden, een terugkeer nar het heidense pictorialisme iuit de tijd voor Gutenberg en het protestantisme.

In de pornografie zien we ook dat de populaire cultuur opeist wat de officiële cultuur buitensluit.
Pornografie is een pure vorm van de heidense eredienst van het beeld.
Net zoals een gedicht een vorm van ritueel beperkte verbale expressie is, zo is pornografie een vorm van ritueel beperkte visuele expressie van het daemonische van seks en natuur.
Iedere opname, iedere afbeelding in de pornografie, hoe onnozel, verwrongen of amateuristisch ook, is een poging om een totaalbeeld te krijgen van de ongelooflijke grootheid van de chtonische natuur.
Is pornografie kunst?
Ja. Kunst is beschouwing van de conceptualisering, het rituele exhibitionisme van de oermysteriën.
De kunst schept orde in de cyclonische bruutheid van de natuur.
De kunst zit, zoals ik al zei, vol misdaad.
De lelijkheid en het geweld in de pornografie reflecteert de lelijkheid en het geweld in de natuur.

De mannelijke explicietheid van pornografie maakt het onzichtbare zichtbaar, het chtonische inwendige van de vrouw.
De pornografie probeert een apollinisch licht te werpen, op de verontrustende duisternis van de vrouw.
De vulgaire acrobatiek van de pornografie is de slangenknoop van de aan Medusa verwante natuur.
Pornografie is menselijke verbeelding in gespannen theatrale actie; het geweld erin is een protest tegen het geweld dat de natuur onze vrijheid aandoet.
het uitbannen van de pornografie, dat de joods-christelijke godsdiensten zo terecht nastreven, zou een overwinning zijn op het hardnekkige heidendom van het Westen.
Maar pornografie is niet uit te bannen, alleen te verdrijven naar het ondergrondse circuit, waar de verboden lading alleen maar wordt versterkt.
het amorele pictorialisme van de pornografie zal eeuwig blijven bestaan, als verwijt aan de humanistische eredienst van het reddende woord.
Woorden kunnen de wrede stormvloed van de heidense natuur niet keren.

De westerse blik maakt dingen, idolen van apollinische objectivering.
Veel goedbedoelende mensen voelen zich ongemakkelijk bij pornografie, omdat die het voyeuristische element isoleert dat in alle kunst, met name in de filmkunst, aanwezig is.
Alle personae in de kunst zijn lustobjecten.
De emotionele respons van de toeschouwer of lezer is niet los te koppelen van de erotische respons.
Zoals ik al zei is ons leven als lichamelijke wezens een dionysisch continuüm van pijn en genot.
We worden voortdurend ondergedompeld in het zintuiglijke, zelfs in de slaap bestaat er een fysiek gevoel.
Emotionele opwinding is sensuele opwinding; sensuele opwinding is seksuele opwinding.
het idee dat emotie van seks kan worden losgemaakt is een christelijke illusie, een van de meest ingenieuze, maar uiteindelijk onwerkbare strategieën van het christendom tegen de heidense natuur.
Agapa, de geestelijke liefde, hoort bij eros, maar is van huis weggelopen.