632_392d8a606280907279c8d1d3ad93da99

De apollinische dingen, objecten van de westerse seksualiteit en kunst, bereiken hun hoogste economische waarde in het kapitalisme.
Marxistische benaderingen van de literatuur waren erg in de mode de laatste vijftien jaar.
Als men zich bewust is van de sociale context van de kunst dan schijnt daar automatisch een linkse oriëntering te mogen volgen.
Maar er is ook een theorie mogelijk die en avantgardistisch en kapitalistisch is.
Het marxisme was een 19de eeuwse spruit van Rousseau, die zijn levenskracht ontleende aan het geloof dat de mens te vervolmaken is.
het marxisme is het meest ontmoedigende van alle verdedigingsmechanismen tegen de macht van de chtonische moeder.
Het heeft een onvoorstelbare invloed gehad op de moderne geschiedschrijving.
Het marxisme is de vlucht voor de magie van de persoon en de mystiek van de hiërarchie.
Het stelt de aard van de westerse cultuur vertekend voor; die is namelijk gebaseerd op de charismatische kracht van de persoon.
Het marxisme kan alleen evolueren in preïndustriële samenlevingen met een homogene bevolking.
Zodra d levensstandaard omhoog gaat, breekt het pluriforme conflict van het individualisme uit.
persoonlijkheid en kunst, de twee dingen die het marxisme vreest en wil uitbannen, veren onmiddellijk overeind wanneer iemand ze probeert te onderdrukken.
Het kapitalisme, gulzig en ordinair, is inherent aan de westerse esthetiek sinds het oude Egypte.
Het is de mystiek en de glamour der dingen die een eigen persoonlijkheid aannemen.
Als economisch systeem ligt het in de darwinistische lijn van De Sade, niet van Rousseau.
Het kapitalistische overleven van de sterkste is al in de Ilias aanwezig.
De westerse seksuele personae botsen op alle uren van de dag en de nacht.
De glanzende in bronzen wapenrusting geklede krijgers van Homerus zijn de apollinische blikken soep die elkaar verdringen in de zonnige tempels van onze supermarkten en op de televisie onze aandacht proberen te trekken.
Het Westen maakt personen tot objecten en objecten tot personen.
De door elkaar krioelende veelheid aan kapitalistische producten is een apollinische correctie van de natuur.
Merknamen zijn territoriale cellen van westerse identiteit.
Onze glimmende verchroomde auto’ s en onze legers van pakjes en blikjes uit de supermarkt zijn extrapolaties van de harde, ondoordringbare westerse persoonlijkheid.

Kapitalistische producten zijn ook versies van de kunstwerken die de westerse cultuur overspoelen.
Het verplaatsbare ingelijste schilderij deed zijn intrede ten tijde van de geboorte van de moderne commercie, in de vroege renaissance.
Het kapitalisme en de kunst dagen elkaar sindsdien uit en voorzien elkaar van voedsel.
Kapitalist en kunstenaar zijn parallelle types: de kunstenaar is net zo amoreel en inhalig als de kapitalist en even vijandig jegens de concurrenten.
Het apollinische formalisme heeft de natuur bestolen om een romance te maken van dingen, hard, glimmend, ordinair en eigenzinnig.


De zelfbewuste heer met bontkraag is Pompeius Occo, een schatrijke Amsterdamse koopman, op 48-jarige leeftijd.
In de boom hangt een schild met het wapen van de familie Occo: een gouden adelaar met rode bek en klauwen.
Occo, die afkomstig was uit Duitsland, vestigde zich omstreeks 1510 in Amsterdam. Daar behartigde hij de belangen van het Duitse bankiers-en handelshuis Fugger.
Zijn internationale contacten en zijn rijkdom verschaften Occo veel invloed. Hij verstrekte bijvoorbeeld leningen aan de landvoogdes van de Nederlanden, Margaretha van Parma, en aan de stad Amsterdam.
Occo was ook een ontwikkeld man. Hij bezat een uitgebreide bibliotheek met kostbare handschriften. Dirck Jacobsz schilderde hem in 1531.