452_1fa5a4ec9f08f8cae773537dcfa06e8f

Hij was negen toen zijn vader werd vermoord.
Dus nam zijn ma, Maria de Medicis de taak van de toekomstige Lodewijk XIIIde over, en van zijn zestiende zat hijzelf op de troon.
Dat klinkt mooi, maar als ik daarbij de naam van kardinaal Richelieu noem, weet je dat hij vanaf 1621 het grootste deel van de job uitvoerde.

Een van de favorieten van mama, monsieur Concini werd in 1617 uit de weg geruimd zodat de weg voor de absolute monarchie openlag.

Louis was een vreemd kind.
We weten veel van zijn dagelijks doen en laten uit de kronieken uit zijn nabije omgeving. (Jean Herouard)
We weten dat hij problemen had met de spraak omdat zijn tongriem in zijn vroege kinderjaren te kort was en dus losgesneden werd, iets wat blijkbaar niet met de hedendaagse precisie gebeurde.
Met weinig liefde groot gebracht werd hij een angstig en stiekem kind, erg op zichzelf betrokken, gek op de valkenjacht, maar overgevoelig voor elk pijntje.
Ook al had hij de Oostenrijkse lip van mama, met zijn lange zwarte haren was hij een knappe jongeman.
Hij hield van handenarbeid en men zegt dat hij beter dan een bekwame schoenmaker een paar schoenen kon maken.
Op zijn vijftiende werd hij aan Anne van Oostenrijk gekoppeld, maar het huwelijk was niet dadelijk een warm nestje.
Ze leefden een eigen leven en men zegt dat de “geliefden” eerder toevallig, tijdens een onweer op een jachtpartij, een nachtje samenliepen en dat uit die ene bijslaap Lodewijk XIV werd geboren.

Het was de tijd van de godsdienstoorlogen, het uitdrijven van het protestantisme (Hugenoten) was een van Richelieu’s opdrachten.
En al kreeg Lodewijk XIII de bijnaam “le juste” de dichter en toneelauteur Pierre Corneille dacht er anders over.

“L’ambition, l’orgueil, l’audace, l’avarice,
Saisis de son pouvoir, nous donnèrent des lois ;
Et bien qu’il fût en soi le plus juste des rois,
Son règne fut pourtant celui de l’injustice.

Gelukkig was de koning een groot kunstliefhebber.
Zijn collectie mooie dingen, vooral schilderijen, vult dan ook een hele zaal in het Louvre.
En hier komt Simon VOUET mijn verhaal binnengestapt.
Geboren in de Franse hoofdstad in 1590 en op zijn veertiende door zijn vader aan het schilderen gezet, reisde hij in 1611 met de Franse ambassadeur naar Constantinopel en leefde daarna in Italië tot 1627.
Hij was in Rome te vinden, maar bezocht Venetië, Napels, Genua en Bologna.
Hij was geïnspireerd door Caraveggio maar toch was het Titiaan die hem het meest fascineerde al had hij zeker oog voor Veronese, Carracci, Guercino, en Guido Reni.
Lodewijk XIII roept hem terug naar Parijs en daar wordt hij de eerste hofschilder, decorateur van menig adelijk optrekje en voorbeeld en rivaal van Le Sueur en Le Brun.

Zijn schilderij “La Richesse” heeft het niet alleen over de pracht en praal die het hof omgeeft, maar verwijst ook naar de geestelijke rijkdom (het kind dat naar de hemel wijst), rijkdom die boven alle aardse bezittingen te verkiezen is. (vazen, juwelen, zilverwerk) zelfs boven het denken (boeken…het is de tijd van Descartes!)

Een grote gedraaide en gevleugelde gedrapeerde figuur is voor een machtige architecturale achtergrond gezeten.
Ze heeft een kind op haar schoot dat een beetje wazig met een vingertje de lucht inwijst en de vrouw zelf kijkt naar het andere kind, de aardse rijkdom.
Voor haar voeten ligt een boek en een collectie zilveren schalen en vazen waarvan er eentje is versierd met het verhaal van Apollo en Dafne.
Vouet was gespecialiseerd in het schilderen van gedrapeerde stoffen, en dat laat hij hier duidelijk zien.
Deze allegorie heeft de schilder uit de Iconologie van Cesare Ripa gehaald.
Dit werk werd op het einde van de 16de eeuw gepubliceerd en bevatte al de codes en nauwkeurige attributen van alle allegorische figuren.

Ik vind het nog altijd een erg mooi doek waarin het meesterschap van Simon Vouet ook grappige accenten heeft waarop bijna niemand wijst.
Kijk naar het kind op de schoot van de Richesse.
Het weet al dat zijn vingertje naar het hogere levensdoel niet veel zal uithalen, en dat is dan ook aan zijn wazige blik te zien.
De spitse neus van mevrouw Sagesse en haar slanke vingers zijn kenmerken die je op de meeste van Vouets doeken terugvindt.

In feite wordt de boodschap van “het hogere” gebruikt om de schoonheid van het aardse, vooral in de gedrapeerde middenmoot, te beklemtonen.
We doen dat nog altijd graag: het oergevoel in de wijsvinger die bestraffend wordt uitgestoken ontslaat ons van onze eigen zwakheden.
We zijn altijd blij dat iemand slechter is dan wijzelf, dat geeft ons de zekerheid dat de Richesse eerder in onszelf dan bij de anderen is te zoeken.

Lodewijk XIII zal maar 42 worden. Vijf maanden daarvoor was Richelieu gestorven.
En de Richesse van Lodewijk XIV heeft ook iets met het hogere te maken.
Niets minder dan de zon zal in zijn persoon la douce France gaan verlichten.