432_efe1667c9428a15cdf6203ba71e85302

Herinner je nog iets van de vrede van Utrecht in 1713?
De Zuidelijke voormalige Spaanse Nederlanden werden toegewezen aan de Oostenrijkse Karel VI terwijl een achttal vestigingen tegen de Franse grens in 1715 onder het gezag van de Republiek kwamen. (het zgn. barrièrretractaat)

Deze Oostenrijkse “bezetting” zou duren tot aan de Franse bezetting in 1794.
Was er voordien weinig belangstelling van Spaanse kant geweest voor deze gewesten, Wenen had wel de nodige aandacht en er werd een heuse “ministre plénipotentiaire” benoemd naast de landvoogd, een extra keizerlijk toezicht dus in het kader van de toenemende centralisatie.

Waren we onder Spanje het slagveld van Europa nu kwam er een periode van vrede. (met uitzondering van de Oostenrijkse successieoorlog 1740-48).Er kwam een heropleving van de economie en vanuit Oostende probeerde men zelfs een handelscompagnie voor Oost-Azië op te zetten, maar dat vonden de Engelsen en de Fransen maar niets, en de keizer zag af van die plannen in ruil voor de belofte dat zijn dochter Maria Theresia hem mocht opvolgen.

De wegen werden vernieuwd, Leuven werd de draaischijf in de verbinding van Antwerpen met het zuidelijke en oostelijke binnenland, en zo met de overige gebieden van de keizer.

Toen Maria Theresia hier regeerde (de kleine Mozart zou nog op haar schoot kruipen en haar overladen met kussen) was de erg geliefde Karel van Lorreinen landvoogd, en haar opvolger Josef II was de enige Oostenrijkse keizer die persoonlijk zijn Nederlandse gewesten bezocht.
Door zijn bemoeienissen van deze keizer-koster (maar overigens verlichte despoot) werd zelfs de Leuvense universiteit een tijdje naar Brussel overgebracht (1788) en brak de Brabantse omwenteling uit.

Voor de bouwkunst denk ik aan het kasteel van Beloeil, het Pauscollege en de muziek roept de naam van André-Modeste Grétry op die vanuit het onafhankelijke Luikse prinsbisdom na zijn studie in Rome carrière maakte in Parijs als grootmeester van de komische opera.

De grootste rococo beeldhouwer van de Zuidelijke Nederlanden is ongetwijfeld Laurent Delvaux.
Geboren in Nijvel werd hij in Antwerpen gevormd in de traditie van de Vlaamse beeldhouwkunst met duidelijke Rubensiaanse invloeden, daarna vinden we hem in Londen en in Rome waar hij studeert.
Terug in Brussel wordt hij hofbeeldhouwer en voor de geliefde Karel van Lorreinen versiert hij de tuin van het koninklijk paleis in Tervuren met beelden (helaas niet meer ter plekke!) van de elementen en de seizoenen.

Toen ik onlangs in het Louvre was zag ik bij de nieuwe aanwinsten het prachtige beeldje van “L’ Eté et l’ Automne” dat ik je hierbij meestuur.
In feite was dit beeldje een kopie van één van de marmeren beelden in Karels tuin.
Het gevecht of gestoei van twee kinderen stellen de wisselende seizoenen voor.
Bacchus, die de herfst voorstelt probeert de plaats in te nemen van het kind met de korenschoof, de zomer.

Zou je nu vragen wie de grootste beeldhouwer uit de 18de eeuw in onze gewesten was, dan denk ik niet dat er iemand de naam van Laurent Delvaux zou noemen.
Ook zo wisselen de seizoenen: wat gisteren op handen werd gedragen is nu verketterd of vergeten.

Maar niemand zal de prachtige zon van deze oktoberdag kunnen stelen!