973_625e442ef9f80b9e0d0027d8426de192

Mademoiselle Lange was mooi en actrice aan de comédie Française, vaak in deze volgorde, al speelde ze die schoonheid ook wel eens.
Als in een slecht verhaal was ze zelfs geboren in “Gênes”.
Ze bracht menig hoofd op hol, en voor de notarisklerk Augustin Jean Lagasse moet je dit letterlijk opvatten, want wegens zijn amoureuze uitstappen verloor hij letterlijk het hoofd in 1790.
Als ze dan de hoofdrol speelt in een stuk van ene Neufchateau(!) wordt dit stuk “reactionair” bevonden, we zijn in 1793, en de comedie Française wordt opgedoekt en al de acteurs en actrices in blok gevangen gezet.
Haar beauté echter spreekt tot de verbeelding van menig lid van de nieuwe orde en twee weken later is ze op vrije voeten.
Het lot wisselt met de seizoenen, en na een zogezegde opsluiting van weer eens 9 maanden koopt ze toch “un petit hôtel” met daarin een leuke slaapkamer met mechanisch bed waar de zijden wolkjes voorbijtrekken en vier spiegels voor de nodige “diepte” zorgen.
Na allerlei avonturen in en om deze kamer komt de zoon van een carrossier uit Brussel op de proppen en in 1797 worden ze officieel een paar terwijl haar minnaar Beauregard voor vermaak blijft zorgen.

Elise bestelde bij Girodet een portret en toen het op het salon van 1799 zou tentoongesteld worden vond mademoiselle Lange haar beeltenis toch maar niks.
Ze schreef naar de schilder:

““ Veuillez, Monsieur, me rendre le service de retirer de l’exposition le portrait qui, dit-on, ne peut rien pour votre gloire et qui compromettrait ma réputation de beauté. Mon mari et moi vous supplions de vouloir bien faire en sorte qu’il ne demeure pas vingt-quatre heure de plus.”

De schilder voldeed dadelijk aan haar wens, nam het bewuste portret mee naar zijn atelier en hakte het daar aan mootjes om vervolgens die mootjes aan de Brusselaar van mademoiselle Lange te laten bezorgen.
Maar dat was maar de helft van zijn wraak.
Hij begon dadelijk aan een nieuw portret dat ik je hierbij meestuur en dat mademoiselle eeuwige roem heeft bezorgd, al was het dan niet om haar schoonheid.

Opnieuw gebruikte Girodet zijn enorme kennis van de mythologie.
Elise Lange werd als een gulzige Danae uitgebeeld, die Danae die door Zeus als gouden regen werd “bezocht”.
Ze is vergezeld van haar dochter, al net zo gulzig als zijzelf en van haar man, hier als “kalkoen” uitgebeeld, kalkoen die zich laat pluimen.
De vlinder beneden komt te dicht bij het vuur en brandt zich de vleugels, en het opgerolde perkament is de “Asinaria” van Plautus, die daarin de scrabeuze liefdes van een jonge vrouw beschrijft, en van de vader van deze lichtekooi.
Aan de weegschaal hangt een gewurgde duif, en onderaan zie je Beauregard, de beminde van de Mademoiselle en bestuurder van het Directoire, letterlijk verblind door het goud.

Nog voor het salon eindigde stond dit portret te kijk voor de beau monde en het schandaal dat daarop volgde was zowel voor de schilder als de juffer van enige betekenis.
Zij stond te kijk en hij kreeg de naam als rebel opgeplakt.
De 18de eeuw zou weldra kantelen, net zoals het Directoire, maar Girodet maakte zonder moeite de overstap naar de nieuwe Tijd.