121_1c59d4c3b7cefcd393f958418a44f0df

Het is een bekend verhaal: de pa is goudsmid, de zoon dus ook (oudste van acht) en in plaats van het goud te smeden terwijl het heet is, zit hij naar de passanten te kijken en schetst ze naar het leven op al wat hij kan vinden.

Het is natuurlijk vooral Vasari die ons met dergelijke verhalen heeft opgezadeld: de jongeman wil wel, maar mag niet, en ondanks de tegenstand wordt hij ene beroemdheid.
Laten we zeggen dat deze mooie kunstenaarlevens vooral tot de walsdromen van dhr Strauss en vele anderen behoren want als de jongeman blijk geeft van enig tekentalent was de vader meestal een van de eersten om hem in de leer te doen of hem te doen schitteren kwestie van onderandere enige sociale zekerheid voor de oude dag te hebben, zoals vader Mozart ons ten overvloede heeft aangetoond.

Deze zoon van een goudsmid heette Domenico Ghirlandaio, en met zijn twee jongere broers Benedetto en Davide runden ze later een druk atelier der schone kunsten in Florence en dat in zijn vrij korte leven tussen 1449- en 1494.

Domenico was een bekwaam frescoschilder en zoals van menig collega vind je van hem werk over heel Italië verspreid.
Maar wat is er dan zo bijzonder aan deze man die het ongeluk had in de schaduw van Botticelli te moeten leven?
Nu ik terug in Florence ben (Domenico heeft de afstand Florence-Rome-Florence ook wel enkele keen gemaakt!) en ik door jou in de wondere wereld van Girodet ben ingeleid, neem ik je mee terug naar de laat Renaissance.
Wat hij alvast met jouw Fransman uit de 17de eeuw gemeen heeft, is zijn observatie vermogen, en zijn portretkunst.
Je kunt geen fresco tegenkomen of er figureren een aantal voorname medeburgers in allerlei rollen.
(Er wordt zelfs gezegd dat Michelangelo even een van zijn leerlingen was, maar ik denk dat we hier weer Vasari terecht moeten wijzen, want naar alle historische waarschijnlijkheid hebben ze elkaar nooit bewust ontmoet.)

Eén van Ghirlandaio’ s bekendste werken is het dubbelportret van een oudere man en zijn vermeende kleinzoon.
Niets aan de hand, er zijn picturale voorbeelden in overvloed van deze combinatie te vinden, maar je zult dadelijk merken dat de oude heer een nogal weelderige neus heeft, en de dokters onder ons zeggen dan dat die aandoening rhynophyma heet en oneerbiedig als aardbeineus wordt afgedaan.
Niet dadelijk een rennaissance-onderwerp, nietwaar?
En daartegenover de schoonheid van de jonge jongen, beiden tegen de klassieke landschapsachtergrond die ze van de Vlaamse meesters hebben meegenomen.
En dan breken de meeste commentatoren los in liefdevolle blikken die wederzijds gewisseld worden, van onschuld en grootvaderlijke liefde enz., terwijl het jochie gewoon geamuseerd naar de vrij uitwaaierende gaffel van de oudere heer kijkt.
jaja, hij legt zijn handje tegen hem, hij kent hem, en waarschijnlijk is die neus geen enkel bezwaar als hij een centje moet loskrijgen of een speeltje wil veroveren.
Ik bekijk het wel een beetje te negatief, geef ik toe, maar de geschiedenis van ver en nabij leert mij dat in de schone kunsten vooral het woord schoon vaak ten onrechte wordt gehanteerd, dus doe ik ook een beetje aan overbelichting om het evenwicht te herstellen wetende dat je een goed verstaander bent en mijn overvloed aan woorden kunt reduceren tot het juiste begrip: het wederzijdse, ondanks de tijd, de ouderdom en de kwaal.

Men heeft zich tot den treure afgevraagd wie deze beide mensen van dit dubbelportret waren, en ondanks allerlei veronderstellingen is men er niet uitgekomen.
Wel, toen ik in het nationaal museum in Stockholm was kwam ik daar een tekening van de Ghirlandaio tegen waarop deze man met rynophyma figureerde, liggend, de ogen gesloten, een man op zijn doodsbed zou je zeggen.
En toen dacht ik: wellicht zijn het de nabestaanden die opdracht tot het portret dat ik hier meestuur hebben gegeven, en is het kind een denkbeeldig narratieve mogelijkheid om zijn goedheid en menselijkheid uit te drukken, een stelling die wacht op publicatie.

Maar voorlopig bekijk ik met veel vreugde dit portret en enkele prachtige details uit de begrafenis van de heilige Fina in het veel-torenstadje Gimignano, dichtbij Florence.
Ik stuur ze in afzonderlijke bijdrage mee.

Tussen alle heiligen, altaarstukken, wonderen en mirakels heeft hij oog voor de mens gehad, en hoe kort zijn leven ook was, hoe naarstig hij ook gewerkt heeft, het is die blik die ons blijft ontroeren, want voortdurend kijken we elkaar aan, en wie dan de schone of wie het beest moet spelen, kan bliksemsnel wisselen.
Ghirlandaio wist dat.