992_4f176441366601bc782380c04f233830

Menig kerkvorst of kerkgeleerde, menig man of vrouw die zich “recht in de leer” noemt, grijpt deze dagen aan om de dood en de dodenherdenking bij de lurven te vatten en de hedendaagse mensheid te geselen met de term “de mens zonder god”.
Deze mens zou het moeilijker hebben met de dood, eenzamer zijn dan zijn gelovige medemens, kortom: het geloof als grote zakdoek, als uithuillap, als temesta tegen overdadige angsten.

Menig man of vrouw van de andere zijde, van de lekenmoraal of het vrije woord heeft het dan weer over het taboe dat wij op de dood hebben gelegd.
Welke taboe?
Wij geloven graag in cliché’ s.
Het cliché als nieuw dogma.
Er is te veel seks en geweld op de televisie.
Er rust een taboe op de dood.
De moderne mens is van god los en aan zichzelf overgeleverd.
Wij leven te haastig.
Wij kennen geen respect meer voor ouderen.
En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.
Ik ben het helemaal eens met historicus Jan Bleyen in de Standaard van vandaag.

“De rouwcultuur werd hoe langer hoe minder de bezorgdheid van de priester en buurtgemeenschap. Ze drukt niet meer zo nadrukkelijk vaste sociale rollen en posities uit – zoals hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen met betrekking tot geloof of gevoelens – maar veeleer persoonlijke autonomie en expressie. Sinds de jaren zestig werden nabestaanden naast ‘acteur’, ook ‘auteur’ van het ‘rouwscript’. Niet langer de priester maar de familie houdt de pen vast.”(Jan Bleyen, De Standaard van 31 oktober 2005)

Ik stuur je dit mooie hoofd mee uit een verloren gegane graflegging.
Misschien is het Nikodemus of Josef van Arimatea die Jezus hielpen begraven.
Dat helpen sterven en begraven doen we nu met hetzelfde verdriet, met dezelfde bekommernis en zorg.
We begrijpen er nog altijd niets van.
De dood zal altijd onbegrijpelijk blijven.
De uiteindelijke afwezigheid is met geen woorden te beschrijven.

“Wie rouwt om het zwart dat men niet meer ziet, of de gezangen die men niet meer hoort, rouwt om een andere wereld.” (Jan Bleyen ibidem)

De zachtheid van het weer, de korte dagen, de tederheid van het wisselen der seizoenen, dit beetje troost is alvast in de dagen aanwezig.