Een bijna Steinbeck’s tafereel is dit, de openbare verkoop van een hoeve, na de dood van de farmers vrouw.

Er kan heel wat verteld worden en wie goed kijkt, maakt zich vlug de verschillende verhaallijnen eigen.
Kijk naar het autospoor dat naast het voor auto’s onberijdbare karre-en traktorspoor loopt, twee werelden die naast elkaar bestaan.
Kijk naar de boerderij in de diepte waarvoor de mensen zich verzameld hebben.

De eigenaars, vader en zoon staan bij hun gammele auto, buiten het gebeuren al zijn ze er tegen hun wil de kern van.

Het is een prachtig doek uit de harde depressietijd.

Maar nu komen de critici, de collega-avant-gardisten, de kunstwereld, aan het woord.
In de New York Times van gisteren was het al vlug raak! Ironie en afstand voor het fenomeen Andrew Wyeth waren uit elke regel af te lezen.

‘Impressive technique and cinematic compositions have a lot to do with the perennially healthy market for reproductions of Mr. Wyeth’s paintings. Going through this exhibition, you would have to be a pretty determined Wyeth opponent to resist his Magic Realism and his cannily economical ways of composing scenes and telling stories.

Hoe kan een kunstenaar die zelf zwemt in luxe en weelde, die zeer verkoopbare kunst maakt, die alleen al van de rechten van copies een halve stad kan onderhouden, hoe kan nu een kunstenaar van deze soort opkomen tegen alles waarvoor zijn eigen levensstijl staat?

Kijk naar het mooie doek hiernaast.

The inspiration for Tenant Farmer, 1961, grew from an experience from which he was moved to paint the scene. Walking home in the snow a few days before Christmas in Chadds Ford, an image of a frozen deer dangling from a willow tree next to a dilapidated brick house lingered in Wyeth’s mind. Beginning in January and over a span of four months, he began painting the vision after completing a series of pencil and dry brush studies of the house, log pile and deer.

Composing the scene within a shallow spatial setting, Wyeth painted the sky as a still and airless backdrop against which the hanging animal, bare branches of the tree and stark angles of the eighteenth century brick house are emphasized. The work appears cold and motionless, with the only elements of implied movement indicated in the window curtain and dangling tree branches. An oppressive, heavy silence pervades the scene, providing a lonely and disquieting atmosphere to the work. For Wyeth, who recalled thinking of the young buck once alive and running freely, the images of deer and house in Tenant Farmer became symbols of death and decay.

En laat hij zelf een fervent jager zijn!
Ik zeg maar wat, maar het is best mogelijk.

Ik wil de stelling duidelijk maken: waarom wordt rond de handel van deze kunstenaar zo’n drukte gemaakt en zeggen we geen woord over de Picasso-industrie, om Rembrandt maar niet te vergeten die in A’dam een ware schildersfabriek had opgestart, een werkwijze waarover onze eigen Rubens best kon meespreken.

Hier zijn we in 1946, het jaar van vaders dood.
Ze heeft de schilder erg aangegrepen.
Zijn vader was zijn leraar, zijn vriend, en zijn vader.

Een jonge man rent de heuvel af.
Heuvels, lege huizen, deuren en ramen, het zijn enkele steeds terugkerende picturale onderdelen van zijn verhalen.

Ook hier mag je je weer afvragen wie de man is, waarom hij gaat lopen, wat er net daarvoor en daarna zal gebeuren.
Storytelling van de hoogste orde.

Andrew Wyeth leerde ei-tempera gebruiken als verfsoort, dus niet de gebruikelijke olieverf.
Hij begon met waterverf waarmee hij krachtige landschappen van de Maine kust penseelde.
Zijn schoonbroer, Peter Hurd, leerde hem die ‘egg tempera’ kennen.
Daardoor kon hij deze mooie effecten, deze ‘textural effects’ bereiken op zijn doeken.
Het was een snel drogend medium, en eens droog had het een fresco-achtig oppervlak.

Zo vertelt hij in zijn boek ‘Secret Life’:

“Oil is hot and fiery, almost like a summer night, where tempera is a cool breeze, dry, crackling like winter branches blowing in the wind. I’m a dry person, really. I’m not a juicy painter. There’s no fight in oil. It doesn’t have the austere in it.”

En daar begint het al: There’s no fight in oil.

Jamaar roepen de aanbidders van Vincent, de kunstenaar MOET met de materie vechten.
‘It doen’t have the austere in it’!

In een erg mooi geschreven opstel over de schilder schrijft Brian O’Doherty dit:

“Wyeth’s success, within which he apparently resides easily enough, arouses in the “genuine” artist a contempt that is obligatory if he is to maintain his intellectual respectability.
The artist-hero is expected to be so troubled by his success that he reinforces his myth by rejecting it-thus raging, as it were, against the bars in that zoo to which American society generally relegates its cultural activities.
Success cuts off careers in America for a very sharp reason. It makes the artist part of what he has based his art on rejecting: the values of the majority and the commercial engines supporting them.

The divided mind and the aborted career usually have been attributed to the crassness of American society or some such easily apprehended generality. More acutely felt by the successful artist or writer, however, may be the closing of the ranks among his colleagues, and an exclusion, prompted by envy and intolerance, that amounts almost to an expulsion.

While some American writers have exhibited an appetite for the sillier aspects of superstardom, or have been ill-equipped to deflect it, we have underestimated the attrition caused, not just by the public, but by colleagues.

To succeed in America may demand more toughness of spirit than to fail. Few manage to have careers both successful and long.

Stof genoeg om er een nachtje over te slapen.
Je hoort morgen meer.