OP HET TONEEL STAAN TWEE LADDERS, VER UIT ELKAAR.
ER HANGT EEN TOUW TUSSEN BEIDE LADDERS, NIET STRAK, INTEGENDEEL

ALISON
(hij komt van de ladder)
Je mag best verstijfd staan, Emmerich. Dat begrijp ik.
Stel dat jij over deze koord zou lopen, geloof me, ik zou ook versteld staan.

WE ZIEN EMMERICH NOG STEEDS DE DENKBEELDIGE WEG DIE ALISON ZOU AFGELEGD HEBBEN MET ZIJN OGEN TELKENS WEER TERUG AFLEGGEN.

ALISON
Maar.
Maar, je hebt me met je eigen ogen gezien.

HIJ LOOPT NAAR DE ANDERE KANT WAAR ZIJN TOCHT ZOU BEGONNEN ZIJN EN KLIMT OP DE LADDER.

ALISON
Neen, natuurlijk wil ik je dit geen tweede keer aandoen.
Laten we menselijk blijven.
Ik wil gewoon re-con-stru-eren.
Dat doen ze bij elke misdaad. Reconstrueren.

HIJ STAAT NU HELEMAAL BOVEN EN ZWIERT MET HET TOUW ALSOF ER IEMAND GAAT TOUWTJE SPRINGEN.

ALISON
Ik zou kunnen touwtje springen
Ja, Emmerich, ja verstijfde knul van mij.
Touw-tje spring-en.
Van op de ladder , in de lucht touwtje springen.
Jij draait het touw en ik spring.
Eén meter boven de grond touwtje springen zonder één keer de grond te raken.
Zwevend touwtje springen.

EMMERICH WIL NAAR BOVEN KLAUTEREN.

ALISON
Beneden blijven, makker.
Ik ben nog volop aan ‘t reconstrueren en jij wil sensatiegeil al aan de volgende stunt beginnen.

EMMERICH KOMT HOOFDSCHUDDEND NAAR BENEDEN

ALISON
Samengevat dus.
Jij zei…

EMMERICH WIL TELKENS IETS ZEGGEN, MAAR WORDT DADELIJK ONDERBROKEN

dyn003_original_432_580_jpeg_20344_550200b2bbe36a97e53eb1a7f48dcd85

ALSION
Jij zei dat ik ook vandaag niet over het touw kon lopen.
Jij zei dat het touw niet strak genoeg gespannen was.
Jij zei dat ik een paraplu of een lange stok nodig had. Voor het evenwicht.
Dat zei jij.

EMMERICH KNIKT

ALISON
Het was een grijze morgen, de dag dat Alison Doyle uit de Lamash lane 114 over het slappe touw zou lopen. Zonder paraplu of -sol, zonder evenwichtsstok.
Ik weet het, ik weet, het is intussen warm geworden.
Geen mens nog op straat.
De honden hijgen hun tong uit hun bek.
Maar het was een grijze morgen.

EMMERICH IS INTUSSEN OP EEN LAGE SPORT VAN DE LADDER GAAN ZITTEN EN KIJKT ENIGSZINS VERVEELD.

ALISON
Ik hoor je denken, Emmerich.
Dat is op zichzelf net zo merkwaardig als zeldzaam.
Maar laat ik je nu, net op deze dag, horen denken.
Je denkt: wat kan het mij verdommen of het nu een grijze morgen was.
Dat dacht jij, of niet soms?

EMMERICH WIL NEEN ZEGGEN, MAAR BEDENKT ZICH, WACHT EVEN EN ZEGT DAN AARZELEND WEL JA MET ZIJN LICHAAM.

ALISON
Zie je wel!
Zie je wel
Het is een gave, dus verdienste heb ik er niet aan.
Als baby hoorde ik mijn moeder denken, maar wat is dat toch een schatje van een baby, en die levendige oogjes, die donkere diepe zigeuneroogjes.
En als ik dat hoorde kneep ik mijn ogen stijf dicht, duim in de mond.
Om haar te pesten.
Want spreken kon ik nog niet, dus..
En ik hoorde haar denken: maar wat is het een dwarskop die baby van mij, ik moet maar aan zijn oogjes denken, en hij knijpt ze dicht.

Godverdomde baby, die oogjes heb je wel van mij, en natuurlijk ook van je geschifte vader, geef ik toe, maar zonder ons geen oogjes, was je een blind molletje, was je helemaal niks, misschien een idee, ja hoogstens een idee, zoiets als: we zouden best een babytje willen, nietwaar John Doyle.
Dat laatste was er al te veel aan.

Niks baby, Maggie uit New Bedford!
Babi’s dat is stront en lawaai, dat is oelepoelemoeleschoelewapperke van de familie boven zijn bedje, dat is meneer Doyle uw zoon heeft tijdens het kringgesprek een drol gedraaid, dat is pa ik heb geld nodig, meneer, hij kan de meisjes niet gerust laten en…(even stilte)

Dat hoorde ik allemaal.
Hier. In mijn hoofd.
Zoals ik jou hoorde denken. Vandaag. De dag die met een grijze morgen begon.

(VERVOLGT)


Het schilderij hierboven is van Suzanne en Jim Lublin.