DERDE SCÈNE

BIJ HET VERLOOP VAN DEZE SCÈNE BREKEN ALISON EN EMMERICH DE LADDERS EN DE DRAAD AF EN LEGGEN ALLES SAMEN PLAT AAN EEN KANT VAN HET SPEELVLAK

ALISON
Wees dus maar gelukkig, Emmerich dat deze dag grijs is begonnen.
Een schitterende zonsopgang is gevaarlijk.
Hij zet de wereld in een te vroeg tegenlicht.
De mensen gaan schimmen zien, ze denken dat de doden verrezen zijn, dat de lang verwachte heiland op aarde zal komen, dat er andere tijden zullen aanbreken.

Het grijs, dat kennen wij.
Het is niet aangenaam, maar het is eerlijk.
Het belooft niks.
Het grijs is zoals wij allemaal, en zoals de dagen: grijs.

Dat jij dus dacht mij op die koord te zien lopen dat kwam door de hitte.
Protesteer niet, Emmerich, het was de warmte.
Warmte doet de hersens koken.
Verhitte hersenen zijn net zo gevaarlijk als hersenen die in het tegenlicht wonderen en genezingen zien gebeuren.

Kom, hef op.

ZE DRAGEN SAMEN EEN LADDER WEG.

ALISON
We moeten ook niets meer reconstrueren.
Laten we gewone mensen blijven.
Ons hele leven is re-con-struc-tie.
Voorzichtig.
Ik kende iemand die ook eens ladder ging wegzetten, en…

EMMERICH HOUDT ZIJN VINGER VOOR ZIJN MOND EN ZEGT: PSSST.

ALISON
Ja, sorry.
Het is sterker dan mezelf, Emmerich.
Maar John kon op een enkele ladder staande, door zijn eigen bewegingen, met die ladder vooruit- en achteruitgaan.

EMMERICH OPNIEUW SSSST.

ALISON
Dit is het allerlaatste, Emmerich, de story van John en zijn ladder.
Kom, we haken die ladder los en dan houd jij ze recht en ik klim erop en…

EMMERICH HEEFT DE LADDER VAST EN WIL WEER SST DOEN NET ALS ALISON BOVEN OP DE LADDER STAAT.

ALISON
Vasthouden oelewapper!

EMMERICH KAN NOG NET DE LADDER GRIJPEN.

ALISON
John was dakwerker.
Ladders waren voor hem zoals trappen voor ons. Heel gewoon.
John werd trouwens op een ladder geboren, echt waar.
De oude Ford waarmee zijn vader en moeder naar het ziekenhuis op weg waren, bleef midden in de zoutvelden staan.
In de smalle autocabine was er geen plaats om te liggen, en buiten ..enfin, ik moet je niet vertellen hoe de ondergrond van de zoutvelden eruit ziet, zeker als het dagenlang heeft geregend.
En zo kwam het dat zoon John op een ladder werd geboren.

Ik hoor u denken, Emmerich: toeval.
Dat was geen toeval.
Dat was zo gewild door het lot.
Het lot had voor die autopech gezorgd zodat het kind al bij zijn geboorte wist wat zijn ding was. Ladders.

Niet alleen was hij later dikwijls ladderzat, maar hij kon als geen ander een ladder plaatsen, ze beklimmen zoals een eekhoorntje de boom opvliegt, en ze in een zucht weer weghalen.
Ik heb er dikwijls op staan te kijken zoals je naar een mooi schilderij kijkt, genietend dus.

Er zal zeker weer wel iets bestaan als ladderdansen, maar John kon al ladderdansen nog voor het was uitgevonden.

Een ladder is een banaal ding, maar bij John was een ladder een viool.

En dan dat stappen.
Jij houdt me nu vast hè Emmerich, maar John zette een ladder recht, klom erop terwijl ze naar links of rechts scheen te vallen maar nog voor die ladder een besluit kon nemen, stond hij er al bovenop en hield hij ze gewoon door spierkracht en zijn minieme bewegingen in evenwicht.

Dat is circus, zal je zeggen.
Neen, het waren geen metalen laddertjes van niks, maar stevige houten ladders.
Het was gratie.
En dat in beide betekenissen van het woord: genade en sierlijkheid.

Hij bewoog niet hortend of stotend, maar hij wandelde.
Ik heb dat daarna nooit meer gezien, Emmerich. Hij wandelde terwijl hijzelf hoog op zijn ladder stond.
Laat me los, Emmerich.
Ik zal ook wandelen zoals de Verlosser zei: sta op en wandel.
Laat me los!

EMMERICH TWIJFELT, HIJ WEET WAT ER ZAL GEBEUREN. TENSLOTTE LAAT HIJ LOS. TERWIJL DE LADDER VALT, DOOFT HET LICHT.