NEGENDE SCÈNE

ALISON WIL EMMERICH ACHTERNA LOPEN, MAAR STOPT HALF WEG, KIJKT NAAR HET TOUW TUSSEN DE TWEE LADDERS EN SCHIJNT ZICH IETS TE HERINNEREN.

ALISON
Tenslotte is Alison een vrouwennaam.
Ja, al vond ik hem altijd heel mannelijk klinken.
Waarschijnlijk kwam dat door de combinatie van ali en son, iets mannelijker kan ik mij moeilijker voorstellen.

Maar er is dus ook de vrouw.

Er zijn dagen dat ik helemaal een vrouw ben.
Dat mijn hemd strak rond mijn borsten spant en ik er niet van zou opkijken dat ik in verwachting zou zijn.
Die tweedeling moet waarschijnlijk nog een naam krijgen.
Al staat er al in Genesis, in het scheppingsverhaal: “man EN vrouw schiep Hij hen.”

Dat is altijd aardig weggemoffeld.
Het was duidelijk dat hij met de man Adam bedoelde en Eva de naam vrouw kreeg.
Maar als je de oorspronkelijke teksten bestudeert staat er wel duidelijk dat hij hen beiden man en vrouw schiep. Edam en Ava, dat kon net zo goed.

AL PRATEND HEEFT HIJ EEN G GROTE WASMAND AANGEZEULD EN BEGINT HIJ NU OP HET TOUW, DE WASDRAAD, ALLERLEI KLEDINGSTUKKEN OP TE HANGEN.

ALISON
De meeste vrouwen hebben hier een hekel aan.
Ik niet.
Ik heb er altijd van gehouden.
Ik doe het ook langzaam, alsof ik een kunstwerk maak.
Dat zal waarschijnlijk al zijn uitgevonden, was-art, maar ik weet bijna instinctief de plaats van elk stuk.
Neen, niet elk stuk naast elkaar.
Dat is amateurisme.
Neem nu dit jek.
Ik hang het bij de mouwen op, mooi in het midden.
Vaders thuiskomst.
Tenminste bij een licht zuiderbriesje.
Bij een zuidwester is het eerder de vlucht uit de tuin van Eden, en bij een strakke Noordenwind of na een lichte vriesnacht heeft vader de ziekte van Becherev, een vergroeide ruggengraat.

Je kunt studentikoos met bustehouders en slipjes aan het werk, maar die tijd heb ik achter mij gelaten.
Ik hang hier een hemd bij de mouwen.
Alsof ze elkaar een handje geven.
En ook aan de andere kant.
Ook daar arm aan arm.
Wat denk je?
De heilige drievuldigheid.
Zo heb ik mij als kind dat mystieke raadsel voorgesteld.
Drie wapperende godheden in de avondwind, de geest waait waar hij wil, en toch zijn ze één groot geheel, een siamese drieling dus.

Ze houden hun goddelijke armen gestrekt omdat ze dan groter lijken.
Om meer liefde te kunnen geven.
Ja, dat hebben wij ervan gemaakt, maar het is gewoon om groter te lijken, om indruk te maken, om het mysterie te vergroten, zoals dat hoort bij mysteries.

NU HANGT HIJ AAN DE LINKERKANT HET TUINPAK VAN EEN JONGEN EN AAN DE ANDERE KANT DE JURK VAN EEN MEISJE, ECHTER ZONDER DE ARMEN TE VERBINDEN, GEWOON ZOALS HET MEESTAL GEBEURT, OP EEN KLEINE AFSTAND VAN DE DRIEVULDIGHEID.

En dan daarnaast dit tuinpakje.
Dat is de zoon na een dag in de palestijnse modder.
Je ziet het, ‘t is al een flinke jongen.

En aan de andere kant…

HIJ BEKIJKT HET ZWIERIGE JURKJE…

Ja, nu hebben we een probleem.
Nu moeten we even ons bijbelboekje te buiten gaan.
Alhoewel.
Er staat alleen maar dat hij zijn eniggeboren zoon naar de aarde stuurde en over het meisje wordt er met geen woord gerept al wordt er ook niet uitdrukkelijk gezegd dat zij er niet bij was.
Ik kan me voorstellen dat die nederige stille timmerman toch ook wel eens iets buiten keukenkasten en stoelen, aan de schepping wilde bijdragen.
En wat moet zo’n timmermanskind zonder zusje?
Kon hij zijn handen niet van de klei houden om er duifjes van te maken en ze dan als levende duif de lucht in te sturen.
En dan die Palestijnen maar denken dat ze op kleiduiven schoten terwijl ze als bloederige prakjes naar beneden dwarrelden, maar dat zijn ze in die streken intussen wel gewoon geworden.

HIJ BEKIJKT ZIJN SCHEPPING.

Hier breng je dus het mysterie naar de aarde, en voor een mysterie is een touw, een wasdraad, net zo dienstig als het hoofd van een eremiet in de woestijn.
Dat is het mooie aan een mysterie.
Je kunt het overal aan ophangen.

HIJ GAAT ONDER HET JEK STAAN EN STEEKT ZIJN ARMEN IN DE OPGEHANGEN MOUWEN .

Ik ben nu de zoon.
Niet de kleine jongen, die hangt rechts van mij.
Maar de goddelijke zoon, al zou je in het midden ook wel de vader kunnen verwachten, of wellicht de geest die zoon en vader met elkaar verbindt.
Maar laten we het bij de goddelijke zoon houden.
Hij is deze houding aardig gewoon.
Hij hing niet alleen op het kruis.
Hij was het kruis.

Kan het een beetje meer goede vrijdag zijn?

DE LICHTEN WORDEN AANGEPAST, EEN BEETJE GEROMMEL IN DE VERTE MAG ER OOK BIJ.

Nu verwissel ik mijn vader en de geest voor de goede en de slechte moordenaar.
Aan mijn rechterzijde de goede, uiteraard, en aan de linkerzijde…juist.
Op de uiterste hoeken zie je nu de jonge Johannes en aan de andere kant, Maria Magdalena.

Ik kende een man die dadelijk na kerstmis al aan zijn Jezusrol voor het passiespel begon te oefenen.
James Brooks heette hij, en dat hij Brooks heette heeft niets met dit wasgoed te maken maar is gewoon een aardige coïncidentie zoals het hele leven uit aardige en vooral onaardige coïncidenties is samen genaaid.

Vanaf Driekoningen liet James zijn baard en snor groeien.
En niet alleen friste hij zijn geheugen op en herlas hij zijn tekst -na 32 jaar wist hij elke komma staan, elk kreuntje vond zijn weg, elk gebaar schoot als een doornloot uit zijn lijf, -maar ook verdiepte hij zich in het mysterie van de goddelijke zoon die een slavendood zou sterven.

Ik geef het toe.
Deze constructie is niet van mij maar van John Brooks, want het mocht nog maar februari zijn of daar hing hij tussen de goede en de slechte moordenaar aan de wasdraad.
Hij liet er zich door zijn vrouw vastketenen met de handboeien van het Sannehedrin.
Bij weer en wind riep hij Lama lama sabactani, wat dat verder ook wilde zeggen, het stond nu eenmaal zo op papier, en hij keek aandachtig naar de goede moordenaar die vandaag nog met hem in het paradijs zou zijn terwijl hij de kwade -meestal zijn met verf besmeurde behangershemd- geen blik waardig gunde.

Als het regende kwam zijn vrouw hem rond halfvijf verlossen en bij droog weer wilde hij tot half acht blijven hangen.

Wat deed hij daar?
Hij dacht na.
Hij schudde de oude mens van zich af.
Hij boette voor zijn zonden van het voorbije jaar.
Voor de nachten met Anthony, de kapperszoon, de namiddagen met Mary, de dominees’ vrouw, de vloeken op oudejaarsavond en de openbare zedenschennis na een nachtje stappen als hij tegen het gemeentehuis de landkaart van Michigan piste.

Maar elke dag eens het drie uur werd, was hij de man op het kruis en riep hij tegen de jonge Johannes: zoon ziedaar uw moeder, en bij afwezigheid van moeder nam hij even Maria Magdalena voor moeder Maria en zei hij: vrouw, ziedaar uw zoon.
En toen die adoptiekwestie was geregeld en de soldaten al om zijn kleren dobbelden, zei hij dat hij dorst had en bij het slagen van de kerkklok, het is volbracht, en bleef hij tot kwart over drie voor dood hangen.

Begin maart kwamen er al mensen door de haag naar zijn steeds vorderende repetities kijken.
Was in februari het is volbracht nog maar een zinnetje waarmee net zo goed het einde van de afwas kon worden afgekondigd, nu werd het een steeds zwaardere afsluiting van een levenstaak waarvan de verlossing van de mensheid het hoofddoel bleek.

Maar het laatste jaar van zijn leven kreeg de kappersvader er genoeg van, ja zijn zoon mocht dan wel voor de mannen zijn, maar die ouwe komediant zonder centen zou nooit voor een goede bruidsschat kunnen instaan terwijl de dochter van de dominee, lelijk als de nacht zonder sterren, met brullende zuidwester en gietende regen, op een stevige erfenis langs vaders kant kon rekenen.
En omdat de dominee dat zelf ook vond en hij er genoeg van had dat zijn eega met Jezus voosde, sloten die twee een verbond.
Zij speelden in het passiespel toevallig ook Caïphas en Pilatus.

Ze zorgden ervoor dat Johns vrouw die voor de bloemen in de kerk zorgde, in datzelfde gebouw -per ongeluk- werd opgesloten zodat John-Jezus tot in het donker aan zijn wasdraad bleef hangen en hij toen twee lichtende fakkels zag opduiken en daaronder Caïphas en Pilatus in vol ornaat.

Ze wilden hem alleen maar bang maken, hem eens goed de les leren, hem voor altijd van die dubbele zedeloosheid genezen, maar wisten zij veel dat hij net die dag, na de moter van zijn Ford te hebben schoongemaakt, in een met benzine en spiritus doordrenkte jek hing te lijden dat bij het eerste vonkje van de goedkope tuinfakkels vuur vatte waarop de hele wasmand aan zijn voeten mee de fik in ging, al de nylon voetbaltruitjes van de metallo’s zorgden voor een hevige steekvlam zodat ook de goede en de slechte moordenaar en zelfs Johannes en Maria Magdalena, na al die uren kurkdroog, voor heilige tongen zorgden.

HIJ BEVRIJDT ZICH UIT HET JEK.

Er was dat jaar geen passiespel.
Er was er een geweest, dat wel.
De Geest waait waar hij wil.
De zoon van de kapper en de dochter van de dominee zijn gehuwd, een sober feest waarvoor hun vaders even uit de gevangenis mochten.

Maar voor Jezus zelf was het te laat.
Misschien is hij verrezen en heeft hij zich als Emmerich vermomd, geslagen met stomheid.

EMMERICH HEEFT STIEKEM HET HELE VERHAAL MEE BELUISTERD EN IS TELKENS IETS DICHTERBIJ GEKOMEN.

De was is droog, Emmerich, haal hem eraf.
Onze passie zal zich in hogere sferen moeten afspelen.

EMMERICH BEGINT DE WAS VAN HET TOUW TE HALEN.