TIENDE SCÈNE

EMMERICH IS OP WEG NAAR ZIJN LADDER.

ALISON
Emmerich!
Emmerich wat ben je van plan met dat wasgoed?

EMMERICH BLIJFT STAAN, ZET DE MAND NEER EN WIJST NAAR ACHTER.

ALISON
Emmerich, voorzichtig.
Dat zijn mijn dramatis personae van daarnet.

EMMERICH KNIKT

ALISON
Weet jij wat dramatis personae zijn?

EMMERICH KNIKT EN WIJST MET ZIJN KIN NAAR DE MAND.

ALISON
Ik dacht dat het wasgoed was.

EMMERICH KAN NIET GOED VOLGEN, HIJ NEEMT DE MAND OP EN KIJKT ER AANDACHTIG IN.

ALISON
Wel?

EMMERICH HAALT NA EEN TIJDJE ZIJN SCHOUDERS OP.

ALISON
Vraag het ze. Vraag of ze wasgoed zijn of mijn dramatis personae van daarnet. Toe, vraag het gewoon.

EMMERICH KIJKT WANTROUWIG NAAR ALISON, HIJ BEGINT DE LIST TE BEGRIJPEN.

ALISON
Je vraagt gewoon: beste aanwezigen in deze wasmand, zijn jullie wasgoed of heb ik met dramatis personae te doen.

EMMERICH GLIMLACHT SCHAAPACHTIG EN GAAT OP ZIJN KNIEËN BIJ DE MAND ZITTEN.

ALISON
Goed zo, en nu …”Beste aan-wezi-gen in de-ze was-mand…

EMMERICH DOET ALSOF HIJ WIL BEGINNEN SPREKEN MAAR KIJKT DAN VERBAASD NAAR DE INHOUD VAN DE MAND.
HIJ MAAKT EEN GEBAAR DAT DE INHOUD SLAAPT EN ALISON DUS STIL MOET ZIJN.

ALISON

Wat zeg je?
Oh, ze…slapen?
Ja, na zo’n vermoeiend optreden.

ALISON WIL VERDER GAAN, MAAR EMMERICH HOUDT HEM TEGEN, HIJ WIJST OP HET BOVENSTE KLEDINGSTUK, HET TUINPAKJE VAN HET JONGETJE.
HIJ NEEMT HET TUINPAKJE VOORZICHTIG VAST EN LEGT ZIJN OOR TEGEN DE PLAATS WAAR HET HOOFD VAN HET JONGETJE KON ZIJN.
HIJ KNIKT ALSOF HET JONGETJE HEM IETS IN ZIJN OOR FLUISTERT.

ALISON
Is Johannes nog wakker?
Heeft hij een kwade droom gehad?
Droomde hij dat zijn vriend en heer als een slaaf is gecrepeerd, en dat hij nu bang is in het donker?

EMMERICH KNIKT.
HIJ WIEGT HET KIND IN ZIJN ARMEN.

ALISON
Verdomme, Emmerich, ik wist niet dat er een moeder aan jou is verloren gegaan.
Weet je wat, zing een slaapliedje voor Johannes.
Leg hem voorzichtig boven op de anderen en zing een liedje.
Dan weet hij dat het maar een boze droom is geweest.
Als hij dan straks wakker wordt, kunnen ze samen gaan vissen op het meer.
Zing een liedje, Emmerich.
Nu zijn vriend er niet meer is, moet jij voor hem zorgen.

EMMERICH LEGT HET JONGETJE VOORZICHTIG TERUG IN DE MAND, LEUNT GEKNIELD TEGEN ZIJN VOETEN EN ZINGT GELUIDLOOS: WE ZIEN ZIJN MOND OPEN EN DICHT GAAN, WE ZIEN ZIJN MIMIEK: SLAAP KINDJE, DAARBUITEN LOOPT EEN SCHAAP, ZINGEN.

ALISON
Dat is perfect, Emmerich.
Dat slaap kindje slaap verdrijft zijn boze dromen.
En nu hij dat schaap daarbuiten ziet lopen, weet hij dat alles weer helemaal in orde is.
Hij zal straks wakker worden en het graf leeg vinden.

Melig, maar mooi.
Kan het ietsje luider zodat ik ook mee mag genieten?
Ik heb ook vaak boze dromen.
De mensen willen dat ik op een slappe koord ga lopen en dat ik mijn vriend onderwijs in diezelfde kunst.
Dat is een boze droom, Emmerich.
Als jij nu een beetje luider zingt, dan weet ik dat het een droom is, dat we straks wakker worden en samen naar de bowling kunnen gaan.
Of zullen we gaan schaatsen?

HIJ RAAKT HET TOUW AAN, KIJKT VERSCHRIKT NAAR DE LADDERS.

Zing dus een beetje luider, Emmerich want dit voelt echt als een touw.
En die ladder waaraan het vast zit, lijken verdomd veel op echte ladders.
Weet je wat dat betekent, Emmerich?
Als dit geen boze droom is, moet ik zo dadelijk het touw op omdat jij in al je onnozelheid denkt dat ik over die koord kan lopen en wat nog erger is, dat jij denkt ooit hetzelfde te kunnen doen.

Daarom zing een beetje luider, dan zal het touw vervagen, en een liaan in een oerwoud zijn.
De ladders worden prachtige bomen uit het regenwoud.
En ik ben Tarzan en kom je redden net voor je door een koloniaal in de fik wordt gestoken.

Zing, Emmerich.

HET BLIJFT EVEN STIL EN DAN HOREN WE HEEL HEES MAAR DUIDELIJK EMMERICH TERWIJL HET LICHT LANGZAAM DOOFT

EMMERICH
…slaap kindje slaap…
daarbuiten…loopt…een schaap.

ALISON
Emmerich!
We zijn in het regenwoud.

ALISON SLAAKT EEN LUIDE TARZANKREET.

ALISON
Ik kom je verlossen van de uitbuiters, Emmerich.
Jij zult Tarzans’ zoon zijn.

VAN OP DE LADDER SPRINGT HIJ RICHTING EMMERICH

BLACK OUT