ELFDE SCÈNE

ZE BEVINDEN ZICH NU BEIDEN ONDER EEN CONSTRUCTIE DIE DOOR BEIDE LADDERS WORDT GEVORMD.
ZE HANGEN IN HET MIDDEN VAN DE CONSTRUCTIE AAN HET TOUW, STEUNEND OP EEN BOL DIE FOUCAULTS SLINGER KAN VERBEELDEN.
ALS HET LICHT WEER AANGAAT, ZWIEREN ZE NET RICHTING TOESCHOUWERS, ZE GILLEN, ALISON LUID, EMMERICH GELUIDLOOS.

ALISON
Vanaf vandaag heet hij Jean Bernard Leon, Emmerich!
Ter ere van Jean Bernard Leon Foucault, wiens slinger wie op dit ogenblik in de wildernis uitproberen.

Wildernis?
Zei ik werkelijk wildernis?

EMMERICH KNIKT HEVIG, ALISON SPRINGT VAN DE SLINGER EN REMT HEM ONMIDDELLIJK AF.
EMMERICH BLIJFT ER VERBAASD OP STAAN.

ALISON
Waar ligt die wildernis, beste Jean Bernard Leon?
Aan mijn Tarzan-gestalte te zien bevinden wij ons toch pal op de evenaar?

EMMERICH KNIKT, ZEER OVERTUIGD.

ALISON

Tenzij wij hem zelf in beweging brengen zoals we daarjuist deden is een slinger van de heer Jean Bernard Leon Foucault hier totaal misplaatst.
Kijk me niet zo aan, Emmerich Jean Bernard Leon.

Zullen we een beetje natuurkunde in die dwerghersens van jouw wakker schudden?

EMMERICH SCHUDT ZELF MET ZIJN HOOFD, HIJ BLIJFT ECHTER EVEN ONBEGRIJPEND KIJKEN.

ALISON
Hij zal slingeren, dat wel. Maar roteert hij ook?
Zullen we zoals aan de Noordpool, heen en weer slingerend, een kring beschrijven, eens in de 24 uur.
Heen en weer slingerend beschrijven we een kring omdat de aarde draait en wij dus bijgevolg meedraaien?

Ja, dat zullen we, Jean Bernard Leon.
Maar naarmate we afzakken naar de evenaar zullen we steeds minder roteren om werkelijk helemaal stil te staan eens we ons op die evenaar bevinden.

Stil.
Eindelijk geen rotatie meer, het gehijg en geduw van de planeten ligt achter ons.
We kunnen ons als kinderen heen en weer laten schommelen, maar we blijven puntgaaf boven onze eigen as.

Hebben we in Parijs nog 32 uur nodig om een volledige kring te beschrijven, hier op breedtegraad nul, nul komma nul uur, minuten en seconden.
We schommelen steeds in dezelfde baan naar voren, en steeds in dezelfde baan naar achter.
Met een beetje fantasie komen we in een perpetuum mobilum terecht, en zullen we, eens in beweging, eeuwig schommelen op de evenaar, Jean Bernard Leon.

EMMERICH SPRINGT BANG VAN DE BOL EN HOUDT HEM DAN MET ZIJN HAND ANGSTVALLIG STIL, HIJ WIL NIET IN DIE EEUWIGE SCHOMMELING TERECHTKOMEN.
DAN DEINST HIJ ACHTERUIT.

ALISON
Begrijp je nu waarom de pinguïns op de zuidpool er zo kwakkelend bijlopen?
Ze zijn zot gedraaid.
Het zijn, samen met de eskimo’ s de Soefi’ s avant la lettre.
Wij wijsheid zoekt moet op de polen zijn, maar wie voor rust kiest, haaste zich naar de evenaar.

Daarom hurken de bewoners van deze streken onder een boom en kennen zij de kunst van het palaberen terwijl de westerlingen en de oosterlingen zich te pletter haasten om hun kringetjes vol te maken, onvoldaan als ze zijn over de rustgevende heen en weer beweging van de tijd, de tiktak in onze hersenen; de biologische klok hebben ze geforceerd tot een verbrandingsmotor die rondjes draait om zijn kleppen en daarna de wielen in beweging te zetten.
Het is de uitvinding van het wiel die de mens de das heeft omgedaan!

Alleen kleine kinderen weten hoe zalig het is te schommelen, en opa Smith.
Het is geen schrik, noch minder berusting, maar het is de concentratie in hoogst eigen persoon.

Menselijke wezens schommelen negen maanden in het vruchtwater bij hun moeder.
Maar wij lanceren ze op aarde alsof het kleine raketten zijn die in kringen rond het bestaan op zoek gaan naar de onmetelijke verten terwijl die verten slechts in de schommeling te vinden zijn.

Daarom, als ik stervend ben, Jean Bernard Leon, wieg mij. Wieg mij in een grote wieg, en trek zachtjes aan het wiegetouw terwijl ik lig te ijlen, te reutelen en mijn terminale winden te laten.
Wieg mij tot ik geen teken van leven meer geef, en leg me dan in de vurige armen van mijn moeder het vuur.
Zij is voor iedereen genadig.
Zij is niet jaloers.
Ze is warm, brengt ons weer op smelttemperatuur en geeft ons terug aan de lucht waarin wij opwaaien en ons verenigen met het niemand moeten zijn.

Hoor je, Emmerich.
Het niemand moeten zijn.
Nu lijden wij elke dag, elk tiktak om iemand te zijn en om dat iemand in ieders hart of armen te willen drukken.
Dat is een vermoeiende zaak, Emmerich.
Maar na het ultieme geschommel mogen we eindelijk weer niemand zijn, en dat is de genade van de dood.

Zullen we?

HIJ NODIGT EMMERICH UIT OM OP DE BOL TE GAAN SCHOMMELEN. EMMERICH AARZELT, HIJ HERINNERT ZICH HET WOORD EEUWIG.
TENSLOTTE BEGINNEN ZE SAMEN ZACHTJES TE SCHOMMELEN EN HEEL SCHUCHTER ZINGT EMMERICH ZIJN SLAAPLIEDJE TERWIJL ALISON IN EEN VROLIJK LACHEN UITBARST, HET SLINGEREN WORDT HEVIG.

BLACK OUT