VIJFTIENDE SCÈNE

HET IS NACHT IN DE WOESTIJN.
EMMERICH EN ALISON GEBRUIKEN HET HUIS, DE TENT, NU ALS DEKEN WAARIN ZE ZICH HEBBEN INGEWIKKELD ZODAT ALLEEN HUN GEZICHTEN ZICHTBAAR ZIJN.

ALISON
De woestijn heeft een koude hand en een warme tong.
Hier vinden ze ons nooit.
Hier kunnen we ons bezinnen op onze terugkeer in de wereld, Emmerich.

Wil jij terug naar de wereld?

EMMERICH HAALT SCHOUDERS OP, HIJ HEEFT HET KOUD.
HIJ KIJKT NAAR DE LADDERS DIE ACHTER HEN STAAN, HIJ VOLGT HET TOUW OF WIJST ERNAAR.

ALISON
Dat touw zal morgen het gebinte van onze nomaden-tent zijn, goede berberzoon.
Dank zij dat touw zullen wij niet omkomen door die verschroeiende tong, de tong van de draak.
Al zullen we hoe dan ook op zoek moeten gaan naar water en mondvoorraad.

EMMERICH BLIJFT NAAR HET TOUW KIJKEN, HIJ BEGINT TE WIEGEN MET ZIJN ARMEN ALSOF HIJ KOORD DANST.

ALISON
Zet dat verdomde koorddansen uit je kop, Emmerich.
Of wou jij voor de woestijnvossen en zandratten je kunstjes tonen?
Hier heerst stilte, waarde vriend.
Stilte om de nodige spraak uit je strot te kunnen trekken.
Als je durft spreken, kunnen we terug naar de wereld.
Dan zullen we onze gezamenlijke spraak als manna over het verdwaasde volk laten neerdwarrelen.

EMMERICH ZUCHT, HANGT STUK VAN HET ZEIL VOOR ZIJN GEZICHT.

ALISON
Ja, kruip maar weg.
Verberg die kop van jou.
En zoals de kleine kinderen denk je wellicht dat je ook voor ons allen onzichtbaar bent geworden!

dyn002_original_600_399_jpeg_20344_f4c2ce6a606ecbc348c026ea9ec648e1

EVEN STILTE, DAN KLINKT ER ACHTER DE SLUIER GEZOEM OF GEMURMEL.

ALISON
Hoor de stem van de onzichtbare.
Voor woorden is het nog te vroeg, maar woestijngezangen borrelen uit het niets.
Een wonder!
Een wonder in de woestijn.
Nu nog veertig jaar geduld en we komen aan in het beloofde land.

Emmerich!

ALISON TREKT RUW DE SLUIER WEG.

ALISON
Jij gelooft nog altijd in wonderen, Emmerich!
Jij denkt nog altijd dat je mij op de slappe koord zag lopen.
Maar dat was een illusie.
Een fata morgana om het in streektaal te zeggen.
Ik heb voor de nodige weerspiegelingen gezorgd, maar het was een projectie, Emmerich.
Het licht van de zon op de maan.
En jij denkt dat maneschijn echt bestaat.
Clair de lune, Emmerich.
Maar er is geen maneschijn.
Het is de weerkaatsing van die verdomde koperen ploert die ons morgen het leven onmogelijk zal maken.
De maan is dood.
Koud.
Een mummie.

Onze herinneringen en kwetsuren.
Maneschijn!
We praten zo lang op onszelf in totdat we die ouwe dode mamouschka horen ademen.
Maar het is bedrog.
We hebben goden en verschijningen op de dode maan van ons bestaan geprojecteerd.
Lachspiegels
Onze vervormingen hebben wanstaltige vormen aangenomen waarvoor we zelf zijn bang geworden.
Maar kijk in die spiegel, Emmerich.
Hoe vervormd hij ook is, je kijkt steeds tegen de projectie van jezelf aan.

Onze filosofie en andere grote gedachten, onze religie en hang naar het bovennatuurlijke, weerkaatsingen van onszelf!

dyn002_original_360_450_jpeg_20344_f07d9e78f08c518c9911ca78d3a79fa2

Want net zo min als de vis het water kan beschouwen -het zou zijn dood zijn- zo kunnen we ook onszelf niet verlaten.
Zelfs de achterpoortjes van ons onderbewuste zijn intussen bekende in- en uitgangen geworden.

Vergeet dus die koord.
We zullen als bedelmonniken naar de steden trekken en in de handen van de mensen hun toekomst lezen.
Daar houden ze van.
En zoals je de van pijn vertrokken smoel naar de tandarts verwijst, zo kun je met een beetje mensenkennis de diepte van de menselijke geest peilen, Emmerich, want hij is niet eens diep.

Plof, zegt het lood nog voor het goed en wel onder water is.
Plof, en we weten al dat het laagje water een oceaan moet verbeelden zoals we door het licht van de maan zijn gevangen genomen.

Het spijt me, Emmerich.
Ik ben de engel Gabriel niet.
Ik had je graag komen vertellen dat je weldra zou zwanger worden van gods zoon, maar dan moest ik zijn eerder pijnlijke dood en surplus in het verrassingspakket voorzien.

Wees nu eens eerlijk, zou jij als engel ook niet feestelijk bedanken voor zo’n vergiftigd geschenk?
Zou jij je ook niet laten vallen tot bij Lucifer omdat je ‘t eerlijker vond te branden dan die vrouw met zoveel dubbelzinnig plezier te overvallen.

HET BLIJFT EVEN STIL

ALISON
Maar ik zal je leren spreken, Alison.
Neen, geen engelenwoorden, maar eenvoudige woorden zoals, er was eens, en heks en arme kinderen, en een diep bos, en bliksem en donder, kortom alles wat nodig is om onze eigen maneschijn te produceren.

We zullen samen de dode wereld met onze woorden bevloeien.
Neen, hoop niet dat we volgend jaar kunnen oogsten.
We vertellen over Jake en de bonenstaak die tot in de wolken groeit maar terwijl maken we hun maïs afhandig zodat zij in ruil voor zoveel maneschijn onze maag vullen.

Is dat een goede ruil, Emmerich?

Laten we nu maar dicht bij elkaar kruipen.
Neen, niet voor dat schurftige gedoe dat voor liefde doorgaat, maar gewoon voor wat warmte in de koude woestijnnacht.

Slaapwel, Emmerich.

OOK HIJ TREKT NU HET ZEIL VOOR ZIJN GEZICHT TERWIJL ONDER HET ZEIL VAN EMMERICH NOG ZACHTJES IETS IN DE AARD VAN HET GEKENDE WIEGELIED WEERKLINKT, TOT OOK DAT UITSTERFT.

DUISTERNIS ALOM.