Wat wil je bepalen als ik deze drie beelden bij elkaar breng?
Ik ken geen enkele van het drietal.

De ene komt uit een schilderij: Le garçon Bretonne, pas geveild.
Het beeld stamt uit het Katharenland, totaal onbekend wie, wat waarom.
En het fotootje zag ik bij een collega fotograaf die verder ook niets kon vertellen over wie, wat waarom, want fotografen zien per jaar wel meer dan één jongetje voor hun lens verschijnen.

We spreken dus van de 11-12de eeuw, de 19de-20ste eeuw en waarschijnlijk het begin van de 21ste eeuw.

Je zou kunnen zeggen dat het “vertederende” beelden zijn.
Zoals foto’ s van jonge leeuwen, kleine poesjes of jonge hertjes onmiddellijk diezelfde uitwerking hebben.

Je kunt jezelf, als volwassen mens, ook spiegelen.
Erin terugvinden wat je ooit zelf hebt beleefd.

De stilte, de guitigheid, het nobele, maar vooral het vlug voorbijgaande: passage, daar is het woord weer.

Die gevoelens zijn ontstaan in de 19de eeuw want daarvoor hadden we niet eens een woord om het domein ‘jeugd’ te omschrijven.
je was een kleine man of vrouw, en als je sterk was en veel geluk (geld) had, leefde je langer dan je 5de verjaardag en werd je in het Frankische recht van de 10de-11de eeuw al op je tien jaar verantwoordelijk geacht voor je daden.

Dat is niet te verbazen als je weet dat de gemiddelde leeftijd toen rond de 35-40 jaar lag.

Met de opkomende burgerij van de 18de eeuw ontstaan er beelden van een aparte groep die later in de 19de en vooral 20ste eeuw een heel eigen en vrij geïsoleerd leven ging leiden.

Je ruilde je zelfstandigheid in voor veiligheid en comfort, je kwam in een eigen kleine wereld terecht waar jij de grote burger was, het Disney-gevoel avant la lettre, en niet een kleine burger in ons aller grote wereld.

Bekijk de prenten alsof het je eigen kinderen waren.
Morgen neem ik je mee naar het pretpark van de onschuld, ik bedoel niet studio 100, maar we keren nog een beetje verder terug in de tijd.
De heer Rousseau zal er geen onbekende zijn.