Het wordt een lange tocht, beste vriend.
En hij begint, naar oude gewoonte, in…Italië.

De 12 maart in het jaar 1253 luiden in de kleine Toskanische bergstad San Gimignano de kerkklokken.
Maar geen mensenhand heeft hen aangeraakt, een wonder dus.
Er was een kind gestorven.

Zo begint het zeer merkwaardige boek van Dieter Richter “Das fremde Kind”, zur Entstehung der Kindheitsbilder des bürgerlichen Zeitalters. S. Fischer, Frankfurt/Main, 1987.

Ere aan wie ere toekomst want ik gebruik op mijn reis vaak zijn materiaal en stel ook wel eens dezelfde vragen zonder daarom ze van een oplossing te voorzien.

We zijn in de 13de eeuw, en het kind in kwestie heet Fina dei Ciardi, afgekort Fina.
Ze komt uit een verarmde adellijke familie en had tijdens haar leven weinig tijd om te spelen of om zich bezig te houden met andere kinderlijke genoegens.
Het was een mooi meisje, maar ze bleef liever thuis dan in gezelschap, en moest ze over straat lopen dan hield ze de ogen naar de grond gericht.
Op een dag begon ze zich te kleden met een ruwe geitenharen mantel en haar lichaam met vastenoefeningen te kastijden.

Nauwelijks tien jaar kreeg het meisje een merkwaardige ziekte: een soort verlamming die zich over heel haar lichaam verspreidde.
Alleen met haar hoofd kon ze nog bewegen.
Ze liet zich op een wit houten bed leggen, en wilde niet dat ze werd verzorgd of naar een ander comfortabel bed verplaatst zou worden.
Haar lichaam kwam dus onder het vuil, wormen deden zich te goed aan haar en ook de muizen wisten haar liggen. (we zijn in de 13de eeuw!)

En jawel hoor, de kleine Fina bleef steeds even opgewekt en geduldig.
Acht dagen voor haar dood verscheen de heilige Gregorius en kondigde haar opname ten hemel aan.
De dag toen ze stierf verspreidde haar zieke lichaam de geur van viooltjes.

Twee jaar later -er waren toen al heel wat wonderen gebeurd- werd een hospitaal in de stad gesticht dat vooral de zorg voor de armste burgers op zich nam.

De zieken werden patiënten en ‘patientia (geduld, ja zelfs laeta patientia, het vrolijke, opgewekte geduld)
Dat was ‘het exemplum’ dat de kleine Fina had voorgeleefd.

De houten tafel waarop het meisje 5 jaar had gelegen is nog altijd in de stad te bewonderen en werd een voornaam relikwie.

Het kleine meisje werd niet alleen een heilige die zieken genas, maar andere wonderen zoals het redden van een dakbewerker die van zijn dak stortte, het tussenkomen bij een brand en storm op zee, zorgde er voor dat haar roem zich vlug uitbreidde, en ze wordt al rond 1400 ‘patrona urbis’

Ik heb je al eens het mooie werk van Ghirlandaio getoond in een vorige bijdrage, want het is deze beroemde kunstenaar die een groot fresco aan haar wijdt in de nieuwe Fina-kapel in de dom.

Ze brengt in de 17de eeuw de pestepidemie tot stilstand en er komt een heus volksfeest (tot op deze dagen) want elk jaar hernieuwt zich het wonder van het viooltjes-busseltje op de torens van de stad.

Buiten de stad en omstreken is deze heilige zo goed als onbekend.

dyn001_original_400_551_jpeg_20344_b3bd1b631d5c783873919b8c14066b99

Waarom dit verhaal?
In deze verering van een kind, van de stilering tot voorbeeld (exemplum) vind je alle elementen die het grondpatroon vormen dat telkens weer opduikt in de geestes- en cultuurgeschiedenis van Europa.

Lijdende kinderen die het tot voorbeeld brengen, wonderdoeners worden.
(ik denk zelfs aan de cultus die ontstond rond de verdwenen meisjes tijdens en na de Dutroux-periode)

In 1960 verschijnt in Frankrijk het boek van Philippe Aries, L’enfant et la vie familiale sous l’ ancien régime (pas in 1975 in het Duits vertaald) en in 1975 schrijft de Amerikaan Lloyd de Mause (ed.) ‘The history of childhood”.

In deze werken en vooral in de popularisering van deze werken wordt de these ontwikkeld dat er in de middeleeuwen geen bewustzijn voor de kindertijd bestond, een beetje ruw gezegd: de kindertijd was een uitvinding van de moderne tijden.

Natuurlijk kwam er reactie op die stelling (ik heb ze gisteren nog geponeerd!).Zo beschrijft Emmanuel Le Roy Ladurie vanuit het doornemen van talrijke inkwisitieprotocollen de zorg die men voor kinderen had. (1975)
En de Franse cultuurhistoricus Jean-Claude Schmitt beschrijft in 1979 vanuit de historische volkscultuur dat er in die tijden heel wat verhoudingen tot kinderen bestonden, verhoudingen die anders waren dan hoe volwassenen zich tot elkaar verhielden.
In teksten over de folkloristische cultuur duikt plotseling het kind op: het weent, strompelt, wordt gewiegd en verzorgd, en bemind, met één woord: het wordt als kind erkend.

We moeten duidelijk dit onderscheid nog maken want beide terreinen werden en worden voortdurend door elkaar gebruikt, en dat verheldert de discussie niet.

Kijk je naar de kindertijd dan heb je te maken met:
-het kinderleven
-het beeld van de kindertijd

Dat zijn twee verschillende begrippen.
Met kinderleven bedoelen we de verhouding tot de gemeenschap, hun leven, hun doen en laten in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats.

Met beeld van de kindertijd hebben we het over de ontwerpen en voorstellingen die zich een tijd, een sociale groep of individuen maken over kinderen en die daardoor ook kinderen kunnen beïnvloeden.

En daarmee zijn we op stap gegaan.