DE HEILIGE MAN

stnico

We bouwden onze stand rond een rijke, nog te dekken tafel.
De feesttafel, de tafel van sinterklaas.

Herinner je de morgenden waarop die tafel was gedekt met chocolade figuurtjes, mandarijntjes, boeken en speelgoed, met het nieuwe.

Je hebt vast nog de geur van speculaas, sinaas en chocolade in je geheugen om de numineuze momenten van dit feest in je op te roepen.

Het is een van de weinige illusies waaraan de volwassenen -hun kindertijd in gedachten- blijven meewerken.

Op de postkaart links zie je trouwens dat de kerstwensen zich uitstrekten van Sinterklaas tot en met het eindejaar.
De kerstman was ‘heidens’, daar deden we niet aan mee.
Net zoals de kerstboom ‘heidens’ was, als hij niet van een uitvoerige kerststal was vergezeld.
Als troost kwam het ‘kindje Jezus’ nog wat snoep brengen op kerstmorgen.

dyn004_original_450_671_jpeg_20344_d1ea30ddbae94b3a9f5d6fee577cfd31

Lang geleden?
Niet eens. We spreken van 1950-1958.

Toen kwam de wereldtentoonstelling.
De splijtzwam die verder zette wat de Amerikaanse bevrijders niet hadden gekund: de import van het materiĆ«le als nieuw kindje Jezus, de Victoriaanse vooruitgang van de middenklasse, het heilige woord ‘economische expansie’ dat in alle spreekbeurten opdook.

Voor die tijd was Nicolaas het verlengde van de ouderlijke (lees staatkundige) rol, hij beloonde de goeden en strafte de bozeriken.

dyn004_original_350_494_jpeg_20344_084d318467c98b031f3ff19f04d74280

Als mensen het materieel beter krijgen komt de klad in de mythologie.
Moralisten zouden een oorlog ontketenen om de kerken weer vol te laten lopen.
Maar ons wezen houdt de ramen open als het de deuren naar de mythologie denkt te sluiten.

dyn004_original_264_400_jpeg_20344_ffcb3b980dd059f481796959e750487a

Een van die ramen is Sinterklaas.
De tegenstellingen stapelen zich onmiddellijk op.
Er zijn de drie kinderen die aren lezen op het veld, de weg niet terug naar huis vinden en bij een slager terecht komen die hen berooft, doodt, in stukjes snijdt en pekelt.
Maar de heilige bisschop herstelt de orde.
De kindjes verrijzen uit de pekel en wees ervan overtuigd dat de slager net zoals de boze wolf een vreselijk einde te wachten stond.

In TjechiĆ« is de heilige man vergezeld van engelen en…duivels.
Wij maakten er zwarte pieten van.
Het gekke en het heilige zijn steeds in elkaar verweven, net zoals het boze en het goede.

Deze combinatie maakt ons bang.
Uit deze schrik ontstaat de moraal en het dogma.
Iets of iemand is daardoor goed of slecht.
Helemaal goed (heilig) of helemaal slecht. (verdoemd)
De status van heilige ontmenselijkt de betreffende figuur.
Het heilige rukt zich van het heidense los en wordt inderdaad een versteende staat van genade die wij, zondigen, nauwelijks kunnen aanvoelen, laat staan bereiken.

In onze mythologische verdwazing diaboliseren wij de medemens of we verheffen hem tot idool.
Ook al sta je met je neus bij het feest van een god die als klein kind op de wereld komt, die als beminde zoon de slavendood zal sterven, we verheffen hem onmiddellijk tot de wonderdoener en vergeten zijn liefde voor de vrouwen die hem volgden, voor de kinderen die bij hem werden gebracht.

Wij zijn slecht in het verzoenen van tegenstellingen bij gebrek aan filosofische opleiding.
Een of andere schoolmeester laat horen dat het opdoen van ‘kennis’ schromelijk tekort schiet in de lagere school en dat we die door ervaring hebben vervangen, en daar schiet Vlaanderen wakker en al de schoolmeester-zielen in ons (hij heeft toch huiswerk genoeg, he meneer?) gaan aan het werk om de frustratie van je emoties te tonen eindelijk te kunnen wegvegen onder het tapijt van feitenkennis en spellingsregeltjes, zeg niet maar wel…

Kennis kan niet zonder ervaring, en ik ben er zeker van dat het dagelijkse ook niet zonder de zin voor het wondere, het mysterie kan.
Laten we die tegenstelling opheffen nu het sinterklaas is.
Wie de meester liefheeft, zal er voor zorgen dat hij/zij zonder fouten schrijft, want liefde is de enige drijfveer tot kennis.

dyn004_original_287_264_gif_20344_9cf0251be333f6ff96ab04f7e5f818ee

En als je nu aan allerlei andere dingen denkt, dan duidt dat op de eerste plaats op je eigen donkere geest die blijkbaar steeds weer op zoek is naar een nestje om zijn stink-eitjes in uit te broeden.

Dat we dus wetenschap ten zeerste kunnen gebruiken om onze drang naar diaboliseren en idiolatrie te leren herkennen en in goede banen te leiden, mag duidelijk zijn.

Tenslotte zijn we het stadium voorbij dat oerangsten de wetgeving bepalen, dat heksen sowieso bestaan en dus verbrand worden, dat duivels op de loer liggen, dat kardinalen zelfs niet meer blij zijn als de mensheid nog ‘iets’ ziet in het goddelijke in plaats van ‘niets’.

Dat ‘iets’ is niet onbelangrijk en moet niet dadelijk met een naam worden beklad.
De onnoembare is ook een mooie naam voor de goddelijke presentie.
Maar we vertrekken steeds weer van ooit opgedane ‘kennis’ terwijl we de ervaring vergeten waarin mensen op zoek kunnen gaan naar de aspecten van dat ‘iets’ en het dan telkens weer een naam mogen geven waarin ze zich erkend voelen.

Sinterklaas heeft nog veel werk.
Hij hoeft niet terug naar Spanje.
Hij mag tot lang na driekoningen voor het wonderlijke een dankbare aanleiding zijn.

Dek dus rijkelijk de tafels deze donkere dagen.
brand kaarsen, hang de boom vol lichtjes, vertel verhalen, zing liedjes, luister naar de wind in de bomen, en zie de maan door hun kale kruinen schijnen.