DE REDELOOSHEID

hassenfeld06

Luxe goederen, u kent ze?

Als kind was Luxe een zeepmerk, en de zwart-wit publiciteit in o.a. Zondagsvriend toonde al dan niet beroemde sterren van het witte doek die een deel van hun schoonheid aan deze zeep hadden te danken.

De dames in kwesties keken een beetje ‘redeloos’ naar de lens en produceerden daarbij een glimlach die bij mij eerder het gevolg van het aflikken van deze welriekende luxe producten dan wel het verschonen van het lichaam moest uitdrukken.

Lux aeterna was iets helemaal anders.
Die eeuwige spaarlamp, dat licht waarin de doden zich baden (en lange tijd verwarde ik de verleden tijd van bidden met die van een bad nemen) verwees nergens naar een lijfelijkheid en was eerder een mannenzaak of van de zuivere geesten die engelen waren.

Ook hier was de rede uitgeschakeld.
Eens men zich baadde in het lux aeterna, bleek denken overbodig.
God had alles al bedacht, en mijn eerste geloofstwijfels hadden net te maken met het feit dat iemand die alles kan voorzien, zelfs de zondeval, het nog eens nodig acht om al die ongelukken met zijn geliefde schepsels te laten gebeuren, je zelfs zijn enige zoon naar de aarde stuurde waarbij hem de afloop al lang voor Bethlehem moest duidelijk zijn.
God weet alles.

Ook dat was een redeloosheid waarbij ik moeilijk het goddelijke licht met mijn aardse redelijkheid kon verenigen, maar dat bleek overbodig want god weet niet alleen alles maar hij is ook de onnoembare wiens eigennaam zelfs geen klinkers telt en wiens roepnaam dus op een Poolse of Finse lijfeigene leek eerder dan op de naam waarmee men een majesteit zou aanspreken.

De magie was dus niet aan mij besteed.
Ik werd verondersteld, na de klassieke studies, een redelijk mens te zijn.
De uitdrukking, een redelijke prijs, een redelijk voorstel maakten duidelijk dat hem om voorwerpen ging die door de menselijke rede te bevatten waren.

De eerste ontsporingen van de rede na de goddelijke vragen, begonnen uiteraard bij de eerste verliefdheden.

Waarom verloor ik elke redelijkheid bij het denken aan het geliefde wezen?
Waarom was de aanwezigheid van de geliefde een bron waaruit domme besluiten en verkeerde beslissingen welig opborrelden?

Kom niet af met het cliché dat liefde blind is, want ik heb nooit zo helder gezien als in die tijden, maar het soort helderheid was van een andere orde dan die klaarte waarmee de oppervlakte van een trapezium moest worden berekend.

Laten we nu, op ‘rijpere’ leeftijd die twee tegenstellingen proberen te verzoenen en je zou uitkomen bij een goddelijk wezen dat een onredelijke liefde koesterde voor zijn eigen schepping, in casu de mens.

Dat komt al aardig dicht bij mijn bevattingsvermogen.
Je hoopt dat elke liefde in lux aeterna zou aflopen, maar je weet (scio expertum) bij ervaring dat zoiets aan het droomwereldje is voorbehouden.

Toch weerhoudt die teleurstelling, die met lijfelijke pijn kan gepaard gaan, je niet om bij een volgend stralend geliefd wezen dankuwel te zeggen en je overige tijd aan het zoetwatervissen of de botanica te wijden.

Neen, je denkt telkens weer dat hij of zij het is waarop je een leven lang (en dat wordt steeds langer naarmate je ouder wordt!) hebt zitten of liggen wachten.

Deze redeloosheid is eigen aan de liefde of iets wat daarvoor moet doorgaan.

Naarmate de liefde minder het eigen genot en gesnot en meer het genieten van elkaar begint te worden, weet je dat die redeloosheid minder beroep op radeloosheid doet maar meer op het redeloze ontdekken van het opgaan in anderen.

Een ‘schone’ redeloosheid is het, een vage afspiegeling van iets goddelijks mocht je daar nood aan hebben.

Ik vermoed dat ik de eerste aarzelende stapjes heb gezet op een moeilijk pad, maar vermits er luid en helder consolamini, troost jullie, gezongen is tijdens de derde zondag van de advent, wil ik toch verder gaan zonder te weten waar ik zal uitkomen.

Stel je voor dat God zijn almacht kon opzij zetten en even rede- en radeloos zijn zoon naar de mensen stuurde?


Het mooie kunstwerk is van de artieste HASSENFELD, momenteel in Brooklyn werkzaam, morgen ook daarover meer.