HET RADELOZE

dyn004_original_405_550_jpeg_20344_d4182be24106b3c8424bd582aa2962ac

KIRSTEN HASSENFELD noemt het mooie voorwerp hiernaast links: the sweet nothing, het zoete niets.
Aan de andere kant haar ‘cameo-egg’.

Het is uiteraard een mooie benadering van luxe: het zoete niets.

dyn004_original_358_550_jpeg_20344_f66bd8a8b2519ee96be701832e19fa6a

En zoals een camee een duur voorwerp is, verbind ik het mythische verhaal van Eros aan dit beeld.
Eros die uit het ei kwam en ‘epifanein’, het geschapene belichtte, de epi-fanie, het mooi licht, de openbaring dus.

Bijna vanzelfsprekend verbind ik het zachte licht van vandaag aan dit beeld, want niets is zo onvangbaar als wat wij het ‘niets’ noemen en dat ‘niets’ staat in ons westers denken voor nutteloosheid, voor het redeloze en het …radeloze.

Laten we bij vandaag blijven.
Het bericht dat de door ons geliefde Robert Long op sterven ligt, nauwelijks nog twee weken te leven heeft terwijl het ontzielde 91jarige lichaam van dictator Pinochet met militaire eer begraven wordt, maakt het ‘niets’ erg voelbaar.

Aan den lijve.

Wat heb je aan ‘het licht’ als je op 63jarige leeftijd, een hoofd vol plannen en uitdagingen, beseft dat het voorbij is?

De radeloosheid van het eindige.

Hiervoor kun je bij niemand te rade gaan.
Elke projectie van een troostend opperwezen schiet schromelijk tekort.

We kennen allemaal dit pad maar al te goed.
Het zal hoe dan ook het onze zijn.

Ik schreef je al eerder over het tremendum et faciosum, en het is deze eenheid, dit samengaan van het schrikwekkende en het fascinerende dat ik om mijn povere woorden probeer te wikkelen.

In een Sufi-gedicht spreekt de goddelijke stem:

Vernietig jezelf vol glorie en vreugde in Mij, en je zult in Mij jezelf vinden.
Zo lang je niet je niets-zijn beseft,
zul je nooit de hoogten van de onsterfelijkheid bereiken.

dyn004_original_466_550_jpeg_20344_aa1147b43a1b547438b66a59a71b9f01

Dat vernietigen van jezelf om de unio mystica (mystieke eenheid) te bereiken vind je terug in het Westerse Christendom, maar ook als ‘moksa’ de redding, in het Hinduïsme en als ‘Nirvana’ (staat van genade) bij de Boedhisten en als ‘fana (het verliezen van jezelf) in de Islam.

Het prentje hiernaast van Kirsten Hassenfeld kreeg als titel ‘Offering’ mee, het offeren.
Ze gebruikt voor dat oude begrip geen mythische vormgeving, geen bekende symbolen, maar ze hanteert met opzet het kitscherige zoals wij dat in de luxe-industrie kennen.

Moet je het offeren?
Moet je verliezen als je de essentie wil terugvinden?

Nikolaas van Cusa een scholastieker uit de middeleeuwen hanteert het begrip coincidentia oppositorum’, de vereniging van de tegengestelden.

En Heracleitus noemt God de dag en de nacht, de winter en de zomer, oorlog en vrede.
En de 5de-6de eeuwse Dionysius de Aeropagiet adviseert:

‘Ontdoe je van alle vragen in die zin dat we een naakte kennis van het Niet-Weten bereiken en dat we het superessentiële Donker mogen beginnen te zien dat door het licht der bestaande dingen is verborgen.’

Dit een dichotomie die we in oude mythes wel meer tegenkomen, zoals de gnostici spreken van Christus en Satan als broeders.
In de Veda’s zijn de goede en kwade geesten (de suras en de asuras) neven van elkaar.
Het Ying en Yang, dat de Tibetanen Yab en Yum noemen.

In een kennis-maatschappij zijn dergelijke tegenstellingen niet wetenschappelijk, maar in religieuze projecties, of in het zoeken naar innerlijkheid zullen ze ons waarschijnlijk een weg kunnen wijzen die niet met kennis van de leer of dogma’ s is aan te duiden maar die ons dichterbij het numineuze zou kunnen brengen.

Maar ik kan ze niet als zin-geving hanteren, want het lijden en de dood zijn zin-loos.

Met het wetenschappelijke denken vind ik geen verklaring voor dit bewustzijn van onze eindigheid.

De redeloosheid en de radeloosheid zijn bleke broertjes van elkaar.
Met dat dilemma worstelde Carl Jung als hij zegt niet aan metafysica of aan theologie wilde doen, het ging hem op de eerste plaats ‘om psychologische feiten op de grens van het kenbare’

‘Psychologie is beslist geen theologie; ze is een natuurwetenschap die waarneembare psychologische verschijnselen probeert te beschrijven.
Maar als empirische wetenschap heeft ze het vermogen noch de competentie over kwesties van waarheid en waarde te oordelen, die aan de theologie zijn voorbehouden.’

Je zou van minder radeloos worden, maar waarschijnlijk is die radeloosheid een voorwaarde om ‘anders’ te leren denken en voelen.

Of dachten we dat de empirie ons van die radeloosheid zou kunnen verlossen?

We zoeken verder.