DE ONNOEMBARE

beautifulboy

De geest van de Onnoembare hield zich graag op boven de wateren.
Solutio.
De oplossing, het vervloeien in elkaar van verschillende substanties, en de dichters onder u zouden het over de oermoeder van het aardse leven kunnen hebben.

Omdat hij onnoembaar was, kreeg hij duizend namen.
Onder iedere menselijke projectie van het hogere ging hij gebukt.
In zo ver dat de Onnoembare gebukt kan gaan natuurlijk.

Het feit dat ik de Onnoembare in mijn arme geschriften al als ‘hem’ aanduidt, wijst op mijn beperkingen, op mijn geconditioneerde geest die het hogere en het mannelijke onbewust onder één noemer brengt terwijl de Onnoembare mannelijk en vrouwelijk is, groot en klein, donder, bliksem en zoel avondwindje, en ga zo maar door.

De godsgeleerden benoemden hem met moeilijke woorden, probeerden zijn, haar wezen te vatten in bewijzen uit het ongerijmde terwijl de Onnoembare geen bewijzen nodig heeft.
De Onnoembare is.

Hij is opperste Schoonheid en Siddering.
Tegelijkertijd.

Zoals het lam en het jongetje.
Agnus Dei.

Al neem je de projecties weg van de moderne mens, dan nog is er het grote rijk van de Onnoembare in de diepe zalen van ieders ziel.

Het vraagt enige moed om die ondergrondse af te dalen want naast de siddering en de schoonheid is er ook allerlei ongedierte en rommel uit de voorbije tijden aanwezig.

Meestal versteent zijn beeld.
Zijn bedienaars hebben het vleesgeworden woord weer woord en wet gemaakt, en schuld en boete over de mensheid afgeroepen.

Maar de onnoembare is het lammetje en het jongetje.
Hij weet dat we allen gekwetst zijn door onze tijdelijkheid.
Hij herkent onze angsten voor pijn en dood.
Hij openbaart zich bij voorkeur aan de armen van geest, want de onwetenden hebben nog veel plaats voor de grootte van zijn Onnoembaarheid.

Boven de wateren zweeft hij.
Misschien dat wij daarom zo graag aan zee zijn, of door het geluid van een murmelend beekje ontroerd worden.

Zijn duizend menselijke namen verdampen door zijn Schittering.
Als een zee van tranen heft hij onze ellende even op en als een kind speelt hij met de golven van ons ongeloof.

Ons planeetje liet hij ons aarde noemen.
En de naam God klinkt hem als een krakkemikkig speeltje in zijn gemoed.

Maar hij is het lam.
Hij huist in het heelal maar ook de veldbloemen herkent hij als woning.

In de ogen van de geliefde spiegelt hij zich graag.
En dat hij wij hem de gestalte van een kind hebben gegeven, begrijpt hij volkomen.

En als wij in het andere leven oplossen
is hij de geduldige om ons kleine klankje bij zijn Naam te voegen.

De uiteindelijke solutio.