dyn001_original_500_332_jpeg_20344_09e7b9475642754b00217babffd58159

Een grashalm is inderdaad niet alleen een grashalm.
‘Pas met een onbekrompen inzet van onze verbeeldingskracht bevolken we de wereld om ons heen met leven en zien we meer dan onze rechtstreekse waarnemingen, pas dan veronderstellen we de aanwezigheid van leven en groei in het gras, van gedachten, gevoelens en waardigheid in onze medeburgers.’

Om dit te kunnen denken, om in ieder van ons een innerlijke wereld te leren zien, en diepte te verkennen, heb je de dichterlijke verbeeldingskracht nodig en tot die verbeeldingskracht, suggereert Whitman, behoort ook een vorm van erotisch aanraken.

Whitmans publiek was ernstig verdeeld over de verdienstelijkheid van zijn meer erotische gedichten.
Over één ding ding was men het roerend eens: als Whitman het werkelijk over seksuele hartstocht zou hebben, waren zijn gedichten schunnig.
Zijn verdedigers ontkenden dus de erotische inhoud en betekenis.

‘Ik trek geen vergif uit deze halmen,’ schreef Fanny Fern, die Whitmans gedichten vergeleek met de populaire romans waarin ‘de adder van de sensualiteit opgerold ligt tussen de retorische bloemen’.

dyn001_original_355_500_jpeg_20344_a272da90c85bafb24d0a823d0096cf58

Het minste wat je kunt zeggen is dat vrouwenhaat, agressieve schaamte over het bestaan van de begeerte en mensenhaat aan elkaar gekoppeld waren in dat Amerika van toen.

‘Kennelijk is alles in orde zolang seks louter wordt gezien als de mechanische beweging van een aantal schone lichaamsdelen.
De begeerte is wat bedreigend maakt, de begeerte is het aspect dat met walging voor verval gemengd is.
(…) Wellust en puritanisme bestaan naast elkaar en…voeden elkaar.

dyn001_original_500_375_jpeg_20344_90f9148a644f738cea678486445257d8

Whitman maakt in de tekst over het gras deze erotiek even expliciet als hij in zijn fantasie teder het lichaam liefkoost van soldaten die in de oorlog gestorven zijn, de verloren kinderen.

Hij gaat nog een stapje verder in het mysterie van onze sterfelijkheid zelf, het ‘prachtige, ongeknipte haar van graven’.

‘In de koppeling van erotiek en mysterie ziet hij een fundamenteel bestanddeel van democratisch burgerschap, want niet alleen in vorm en samenstelling van ons lichaam staan we als gelijke tegenover elkaar en in waardigheid van onze daden als levenden, maar ook in onze duisternis, in bleke roodheid van onze mond, in het feit dat we in de aarde begraven zullen worden en voedsel zullen zijn voor het gras dat na ons komt.’

We verkeren op dit moment opnieuw in dat gebied van schaamte om de begeerte, en we drukken dat uit in allerlei gevaren die ons en onze kinderen (zouden) bedreigen.

Op het moment dat je je medemensen of als boosdoeners of als zuivere onschuldige geesten begint te bekijken, vervalt die zoveel gezochte herkenning van elkaars diepte.

Zelfontkenning heet dat dan, wat we bij onszelf waarnemen laat ons schrikken, en die schrik projecteren we bijna onmiddellijk op de zondenbok, en vult u zelf maar in wie, in zijn verscheidenheid aan rollen, die rol telkens weer vervult als de hysterie toeslaat.

Volgende keer, weer een stapje verder.