botticelli_madone_a_la_grenade

In excelsis deo.
Hoe hoog was dat, die plaats waar God lof werd gezongen, vroeg ik me als kind af.

In den hoge.
Zelfs een kind wist dat daar de hemel mee was bedoeld, en die hemel was dan weer verwant met de sterren en het heelal.

Mensen die op de hoogse verdiepingen van flatgebouwen woonden hadden geluk, ze waren dichterbij God, ze woonden tien hoog en weliswaar kon je daar -op stille momenten- al een vaag gezang horen van hemelse muzikanten.

Piloten ook.
Een tijd lang dacht ik dat ‘aartsengelen’ piloten waren omdat ik ‘aarts’ als ‘aards’ begreep, en ik daardoor een classifificatie van vliegende wezens had aangelegd: de aardse en de hemelse engelen.

Dat een bepaalde gierige tante als ‘aartslelijk’ werd bestempeld, versterkte mijn classificatie: je had aards-lelijk en hemels mooi, maar er was ook gedrag dat hemel-tergend werd genoemd, en dat gedrag viel samen met de eigenschappen van die aards-lelijke tante, de indeling was gered!

Er was ook een vervelende kant aan de zaak.
Wie braaf was, ging naar de hemel en wie stout was vloog naar de hel.
Daar ‘in excelsis’ werd je verondersteld de eeuwigheid te vullen met gezang terwijl de hel toch avontuurlijker was: vuurtje stook, schrikbarend gezelschap, maar ook warmte, terwijl de hoogte met zijn ‘eeuwige sneeuw’ met koude werd geassocieerd.

En zo spannend was dat zingen niet, dat kon ik al dadelijk zien op het schilderij hierbij gevoegd, reproductie verspreid door deegwaren Anco met Soubry-punten, verzameld door mijn vader en mijn eerste kennismaking met de wonderen van de schilderkunst.

Kijkt U zelf maar.
De mooie jongens die engelen moeten voorstellen zijn duidelijk ‘van dienst’.
De eerste jongen links kijkt naar de schilder.
Hij heeft zijn handen over elkaar gelegd, hij mummelt nog ‘gloria in excelsis’ maar het zou me niet verwonderen dat hij aan de pakjes onder de boom denkt.
Hij heeft verstrooid een tak vast, maar in feite kon dat net zo goed een lat of een opgeraapte veer zijn.

botticelli_madone_a_la_grenadeIk heb ze met zijn drieën even uitgesneden.
Naast de buiten-kijker staat een blonde schoonheid die op Tadzio uit de dood in Venetië lijkt.
Hij heeft zijn hand vertrouwelijk op de schouder van zijn maatje gelegd.
Hij houdt wel een boek vast, maar aan de dromerige blik van zijn vriendje te zien kan daarin iets heel anders te zien zijn dan het notenbeeld eigen aan het ‘in excelsis’.

Ik ga de discussie over ‘het geslacht’ der engelen niet opnieuw openen, maar het zal er in excelsis niet toe doen of je een jongen of een meisje bent, je bent mooi en je loopt over van liefde, voilà.

botticelli_madone_a_la_grenadeDe drie schoonheden aan de andere kant zijn ook niet met hun hoofd bij het hemelse gedoe.
De ene doet een babbeltje met zijn vriendje, of hij wil hem een kusje geven terwijl die wegkijkt van zijn boek waarvan de bladzijden door de warme adem van het maatje alvast niet de juiste pagina weergeven.

De laatste engel heeft oog voor de haarkleur van het kindje, of kijkt hij naar een mooie welving van de bekoorlijke Maria?

Zijn lelie ligt achteloos op zijn schouder en zijn blik doet eerder aan het waarnemen van roos in de goddelijke haardos dan aan ontzag denken.

En kijk naar de dromerige blik van de moeder Gods.
Ze heeft haar kindje wel vast, maar ook zij is met haar gedachten in een andere ‘excelsis’ dan die aan ‘Deo’ is toegeëigend.
Denkt ze aan Jozef, of weet ze al wat er ‘in de naam van’ die zoon gaat uitgespookt worden op aarde.

Het kindje zelf straalt vooral guitigheid uit.
De granaatappel zal hem worst wezen (daarom dat zijn moeder dit symbool ondersteunt anders had het kind hem al weg gezwierd!), hij wuift even, maar hij wil zo vlug mogelijk aan de borst of op stap met de engelen.

Dat dit schilderij mij lief is hoef ik niet te betogen.
De prachtige jongens in hun natuurlijk ongeduld, hun verraderlijke schoonheid ten spijt, de wegdromende Maria en het jolige kind, ik zal ze blijven koesteren.

Dit is ‘in excelsis’, en je moet er geen piloot voor zijn of op de 25ste verdieping huizen.
Je hand op de schouder van je maatje, de schoonheid van het vrouwelijke die zich in alle wezens heeft verenigd tot het vreugdevolle woord dat vlees is geworden.

Het hoeft nu ook weer niet de Bosmans-show te zijn op kerstavond, ik dacht zoiets eerder voor oudejaar, maar het hemelse in handbereik, en onze ‘aardse’ ziel die zich mag verheffen tot een iets hoger niveau, dat is al wat.

En dan van goede wille zijn.