davol2

Een binnenkijkje in een hedendaags Amerikaanse huiskamer.

Ik verwonderde mij nog om de houten tafel en stoelen, want in doorkijk-woningen of – appartementen (doorzonhuizen, een term uit de 80-tiger jaren) was de trend metaal en glas tot in de 21ste eeuw doorgedrongen.

De helderheid des geestes.

Ik besef dat het een verkeerde genitief is, maar ik gebruik met opzet de vrouwelijke kant omdat in mijn zeer persoonlijke opvattingen ‘de geest’ zeer vrouwelijk is.

Design en vrouwelijkheid, ai, ai, ik dacht dat design meer een mannelijke verzuchting was.
Mannen bevestigen graag hun rechtaan-rechtdoor, hun zin voor wat je ziet, heb je , en design interieurs zijn een uitstekende omgeving voor de heldere geest, zeggen zij.

Men durft daarbij wel eens naar het Oosten te wijzen.
De vereenvoudiging.
De lege ruimte.

Natuurlijk is er niet veel ruimte in de grootstad.
Kasten zijn dus al vaak uit den boze, en er worden allerlei dingen op de grond gezet, ook omdat ramen vrij moeten blijven.

Kijk maar op de foto, de boeken staan verweesd op de grond bij het raam.

De bewoning van de huiselijke ruimte strekt zich in het beste geval uit na 18u, en dat wil zeggen dat kinderen even later in bed horen te liggen en volwassenen hun huiswerk nog moeten maken.
Niet dat van de kinderen, maar die dingen van ‘ik doe dat thuis wel even verder,’ een uitspraak waarvan je pas de draagwijdte op het moment van uitvoering ervaart.

dyn005_original_600_420_jpeg_20344_06658be3aee52eda96f00999772f6012

Dat de boerenzoon in de vaderlijke klompensporen liep, was vaak een economisch fatum, net zoals de fabriek of de mijn een familiale waarborg werd.

Dat in mijn rococo-ruimte waarin ik deze bijdrage schrijf, de mooie muziek van Dario Castello of Antonio Pandolfo Mealli of Marco Uccelini weerklonk (ik citeer hun namen omdat ze ook als muziek zijn!) en zij hun blokfluit serenades en canzones ter meerdere eer van de maecenas lieten klinken, is al in ons historisch geheugen verankerd.

Maar als ik naar de foto hiernaast kijk en vader en kinderen met de cello bezigzie, dan mis ik uiteraard de zojuist geciteerde ruimte.
Hier worden de genen in ‘de helderheid’ (de ‘kaalheid’ meesmuilen velen onder ons) verder ontwikkeld.

De basso continuo werkt met electriciteit, en over de acoustiek durf ik mij niet uitspreken waar ik hier elk ogenblik Simons septet zie binnenkomen om vroeg middeleeuwse muziek te debiteren.

Hier is het 18de eeuwse behangpapier in eer hersteld en kwetteren bont gevleugelden tussen takken en grote bloemen terwijl bij mijn Amerikaanse vrienden de omgeving van de stad hun natuurlijk behangpapier vormt.

De kleine Wolfgang en Nannerl, zijn zusje, in een New Yorkse uitvoering, en waarschijnlijk zonder de dwingende vaderlijke training, althans dat lees ik in het beeld van de geknielde vader met zijn intens werkende jochies.

En daar ben ik dan bij mijn standpunt: de helderheid van de geest, zijn waaien-waar-hij-wil is niet dadelijk afhankelijk van de omgeving.
Hij vertrekt vanuit de liefde voor de schoonheid en hij blaast zijn adem in het doorzon-appartement als in mijn geklasseerde salons.

Je mag als spektakel de kleine Wolfgang blinddoeken, in zijn kopje is de helderheid blind ziende, zoals alle wijzen blind voor de wereld zijn om in de diepte te schouwen.

Mevrouw Clinton zou dus beter nu en dan haar hertenogen sluiten, het innerlijke theater kan haar net zo diep inspireren.
Maar stel je voor: een presidentskandidate die aan filosofie zou doen!
Spelen maar, jochies!