12 NOVEMBER 2007 009

Dit is de hal van het radiogebouw in Berlijn.
Masurenallee.

Duitse art deco toen de radio nog jong en sterk was.
Jarenlang ook mijn thuis geweest, hoorspelen, prix Futura.

Toen jij me deze foto stuurde, enkele maanden geleden, kwam en de vreugdevolle herinnering en de pijnlijke tegelijkertijd naar boven.

De vreugdevolle, omdat ik er in 1979 voor de eerste keer mijn werk kon laten horen: de landschapsfotograaf, een klanklandschap waarin het zien en het niet zien centraal stonden. (in feite: het horen en het niet horen, maar dat valt meestal samen met het zien, en zien dan in de betekenis van het meegemaakt hebben, het gezien hebben.)

Het werd een deur naar vele reizen naar Europese radiostations om daar mijn werk te kunnen hertalen.

Radio is zien.
In tegenstelling met wat sommigen denken.
Deze activiteit is niet aan de televisie voorbehouden.
In het oor ontstaan de landschappen, breken de beelden open die het oog nooit kan waarnemen.

Dat wist ook die kleine man in Hitlers dienst wiens broer nochthans hoofd was van de Duitse psycho-analytici.
Goebbels.

Vanaf het eerste moment dat ik dit gebouw in de Masurenallee binnenkwam, stond die aanwezigheid van de minister van propaganda me klaar voor de ogen van de binnenkant.

Ik ben in 1944 geboren, één jaar en enkele maanden voor de zelfmoord van deze figuur die in zijn dood ook vrouw en kinderen meenam.

Maar zoals ik dat wel meer heb met ruimtes, voelde ik heel duidelijk de aanwezigheid van die bruine landschapsfotograaf.
Masurenallee.
Zijn betoverend getater riep een duizendjarig rijk op, en wij hebben mooi praten, maar die het toen gehoord hebben doen er vaak het zwijgen toe, niet alleen door de dood, maar de overlevenden weten dat niemand die magie-van-het- propaganda-dwergje ooit zal kunnen rationaliseren.

radio

Zo zagen plaats en gebouw er toen uit, toen ik nog niet kon zien, laat staan horen, tenzij de woorden van een Canadese soldaat die mij als peuter per sé een reep chocolade wilde cadeau doen, reep die ik vol afschuw wegwierp omdat ik nog nooit dergelijke smaak had geproefd in mijn kort leventje.

Het gebouw helemaal links is vervangen door een protserig televisiegebouw dat vooral de propagandamachine van het kapitalisme moest zijn, Sender Freies Berlin, en dat was een duidelijke betonnen vinger tegen het nabije communistische Oost-Berlijn.

Net zoals de KDW, das Kaufhaus des Westens een overvloed aan luxe etaleerde tegenover de schromelijke armoede van het Oosten.

Paradijzen, of ze nu Westelijk of Oostelijk georiënteerd zijn, ze steken telkens weer de kop op alsof er nooit een slang is geweest die je sissend tot appeleten aanzette.

En dat deed ze, onderandere bij monde van die kleine welsprekende die het geroep van zijn baas vertaalde in handige one liners (willen jullie de totale oorlog?), hij zou een uitstekende RTL-medewerker zijn geweest.

Telkens weer ik tussen 1979 en 1998 dat radio-gebouw binnenkwam had ik af te rekenen met de macht van het woord, met de magie van Goebbels die honderduizenden de dood heeft ingejaagd.

En toen er bij de opening van een prix Futura de welbepraakte voorzitter van het gebeuren vuurwerk liet afsteken in dat gebouw, kromp mijn ziel samen, zag ik duidelijk de lange nazi-vlaggen die er hebben gehangen, en ben ik weg gevlucht bij zoveel ongevoeligheid voor het verleden.

Gevaarlijker dan elke zelfmoord-terrorist, dan elk atoomwapen, is het woord.
De logos.

En het woord is vlees geworden.
En wij schieten het elke dag in flarden.