HERINNERINGEN AAN EEN VERDWENEN GEZEL

dyn002_original_447_450_jpeg_20344_7b1442572ef8f7797ae34fd829cf5417

 

1.

Maar hoe was je in de ronding
van mijn Venetiaanse vingers thuis.

Glasblazers hebben de waterman
in reispenningen gesponnen.

Schapen aten meelbessen
tussen je voeten.

De wijnoogst
werd aan wondwater besteed.

Kromzwaarden
temden wilde buffelsoorten.

’s Nachts
schreeuwden wij als vruchtgebruikers
gaten in de nachtelijke hellingen.

Keerkringen
waren een bed voor ons.
Bazuinblazers
stelden de morgenden uit
tot de witte klaver
ons overwoekerd had.

Secondenlang.


Tussenschrift:

Janua cœli, Stella matutina, oftewel: Deur van de hemel, morgenster.

Je glimlachte, en je zei:
‘Maar niemand blijft bij de deur wonen,
niemand denkt overdag nog aan de morgenster.

En ik dacht:
Maar zonder deur kom je nooit de hemel binnen,
wie de morgenster niet bemind heeft
blijft met de schrik van de diepe nacht zitten.

Dus zei ik:
‘Maak mij tot de portier van je hart, allermooiste.
En laat het licht van de morgenster de hele dag
een herinnering aan de glans van je ogen zijn’.

We zwegen.
We keken naar de hemel waar de morgenster
in al haar eenzaamheid straalde.

dyn002_original_461_752_jpeg_20344_b918b1b10d7c67dd2ff6a6cb0fa64e5c


de zwart-wit-foto is van een anonieme Russische fotograaf, de andere van Bernard Faucon uit Chambres d’ Amour