WALG EN PROJECTIE NAAR BUITEN

Zonder walging kun je een kind niet opvoeden.
Wel kunnen de ouders en de samenleving een grote invloed uitoefenen op de intensiteit en de uitingsvormen ervan.

Zo ontstaat er een nieuwe bron van conflicten in het leven van het kind, want nu wordt het eigen lichaam een probleem omdat het de bron is van vieze substanties.
Het leert tot op zekere hoogte zich op een of andere manier af te schermen van dat verval en die viezigheid in zichzelf en krijgt daardoor een ander zelfbeeld.

Een algemeen gangbare reactie op dit gevoel dat je zelf walgelijk bent, is dat die afkeer naar buiten wordt geprojecteerd.
Dan ben jijzelf niet meer degene die walgelijk en smerig is, maar vind je een andere groep mensen walgelijk en smerig, een potentiƫle bron van verontreiniging die je mogelijk op een afstand kunt houden.

Vrouwenhaat, antisemitisme, afkeer van vreemdelingen, homofobie zijn duidelijke voorbeelden van zo’n projectie.

Eens een kind ouder wordt maakt het zelf anderen die ‘anders’ zijn mikpunt van walg en afkeer.
‘Jij hebt luizen!’ is zo’n kreet .

De groep die er niet bij hoort fungeert voor de groep die er wel bijhoort als een geruststelling dat zij zelf lang niet zo walgelijk (vies, smerig, verrot) zijn.

‘Evenals bij primitieve schaamte kleurt deze ambivalentie tegenover ons lichaam, tegenover de hulpeloosheid en het verband met sterfelijkheid en verval ervan, bij walging de emoties in het zich ontwikkelende sociale leven van het kind, waarmee de kiem gelegd wordt voor een aantal hardnekkige morele en sociale problemen.’

De jaloezie op de schoonheid van het nieuwe vervangen door de tederheid voor het schone en het nieuwe, het kalos kai agathos, met de deemoed en het ware mede-lijden als instrument, het zijn inderdaad belangrijke stappen naar een menselijker samenleving.

Kijk ik naar de de ouderdom en zijn gevolgen voor het menselijk lichaam, het denken en voelen, zie ik reportages waarin zichtbaar wordt hoe wij daarmee omgaan, dan hoor ik altijd de stemmetjes van kinderen die de school verlaten, terwijl ik naar de bevende handen kijk, de schuifelende voeten, de trage geest, de verdwaalde ziel.

In ieder van van de mensen op de grens van het leven is nog altijd dat kind zichtbaar, het kind dat we in deze donkere dagen weer eens in een stalletje laten geboren worden.

De rol van ezel is mij op het lijf geschreven.