GEPLOGENHEDEN EN HUN CONSEQUENTIES

406278546_6fc89a8c74

 

Praat je over wereldsolidariteit dan word je omgeven door jochies in alle kleuren die met de wereldbol rondrennen, elkaar met onschuldige ogen aankijken; regenbogen en verstrengelde handen zullen van de partij zijn, kortom de utopie waarbij de kinderen dienen als symbool voor een nakende wereldvrede.

Zoals alle utopieën zorgen deze beelden alleen maar voor teleurstelling of dienen ze als ondersteuning van een religieuze of ethische boodschap. (met dezelfde gevolgen overigens)

dyn003_original_321_481_jpeg_20344_fd31c5a33c95efbf5c959fc9949a5dab

Zowel in de doornede van de geschiedenis als in de aardrijkskundige verzameling van hedendaagse culturen, zijn de emotionele codes vaak zo verschillend van elkaar dat enige studie terzake meer voor een beter begrip zal zorgen dan de feestelijke huldiging van een wat infantiele utopie.

‘Het eerste en duidelijkste dat sociaal wordt aangeleerd, zijn de criteria voor passende ‘uitingen’ van emoties als angst en woede; ze kunnen van samenleving tot samenleving sterk verschillen.’

Aldus Martha Nussbaum in haar hoofdstuk over emoties en menselijke samenlevingen.

Zo zullen bij verlies de Ifaluk leren ‘groot te huilen’ terwijl Balinezen leren zich dan glimlachend en vrolijk voor te doen terwijl Engelsen een beheerste terughoudendheid moeten betrachten.

dyn004_original_437_332_jpeg__bd4bee823e75bb15a61e2749da83c827

De Utku vinden westerlingen kinderlijk in hun grillige uiting van woede en verdriet en ze noemen hen een slecht gehumeurd en onbeheerst ras.
En een Fin zou een vriendelijke groet van een Amerikaanse hardloper die hem glimlachend passeert als een inbreuk die grenst aan vijandigheid ervaren: in het bos gedraagt men zich niet met jolige vreugde en men dringt zeker niet binnen in de contemplatieve ruimte van een ander.

Woede in het door Seneca beschreven Rome.
Van een echte man wordt verwacht dat hij zijn eer uitermate belangrijk vindt en dan ook graag boos zou worden bij de geringste krenking of schade.
In de Griekse en Romeinse taxonomie wordt woede ingedeeld bij de aangename, toekomstgerichte emoties omdat het plezierig is om wraak te overwegen.

‘Dergelijke verschillen in normatief oordeel beïnvloeden de ervaring zelf. Voor een Utku is woede gekoppeld aan schaamte en aan het gevoel kinderachtig te zijn>.
Voor een Romein was woede gekoppeld aan mannelijke trots en aan een pseudo-erotische opwinding als hij zich opmaakte om zijn tegenstander tot moes te slaan.’

Ook andere emoties kun je zo ervaren.
De ervaring van erotische liefde in een samenleving die Augustinus’ standpunt over de oerzonde heeft geïnternaliseerd is heel anders dan de ervaring ervan n een samenleving die dat niet heeft.

Mensen leren inderdaad vaak zich te schamen en verlegen te zijn als ze opgewonden zijn en dat beïnvloed zowel hun ervaring van seks als van de erotische liefde.
Op een vergelijkbare manier beïnvloedt het Balinese oordeel over verdriet -dat het gevaarlijk voor de gezondheid is- behalve het gedrag ook de ervaring
.

dyn006_original_422_422_jpeg__d8c6221905b40de95fd82414c9885a8c

Samenlevingen kunnen ook op een subtielere manier verschillen in hun normatieve oordeel over een bepaalde emotie, eenvoudig door aan die emotie meer of minder belang te hechten.

dyn006_original_451_360_jpeg__7fe76097fe4f721e66c1a0ef6044776f

In een opmerkelijk onderzoek van Stanley Kurtz naar kinderopvoeding oppert hij de mogelijkheid dat de westerse romantiek het gedrag beïnvloedt van jonge moeders en kinderen in Amerika, via de romantische normen van nabijheid en versmelting.
Hij merkt op dat een doorsnee Amerikaanse moeder haar baby vaak in de ogen kijkt, tegen hem glimlacht en op hem reageert- wat uiteindelijk een interpersoonlijke wereld schept waarin sterk op elkaar wordt gereageerd.
Een doorsnee moeder uit India draagt haar baby daarentegen op haar heup, zodat hij de betrouwbaarheid van haar lichamelijke aanwezigheid ervaart, maar kijkt hem zelden in de ogen als ze bezig is met haar werk.
Zelfs als ze het kind de borst geeft heeft ze veel minder oogcontact dan Amerikaanse moeders.
Ze geeft het kind een gevoel van materiëme stabiliteit en veiligheid, maar lijkt minder geïntresseerd in het opbouwen van een intens, liefhebbend contact.

Hieruit concludeert de onderzoeker dat de Amerikaanse praktijk leidt tot overdreven verwachtingen van een volmaakte intimiteit en harmonie, wat in het latere romantische leven problemen geeft.
Volgens hem zijn de Indiase gebruiken zinvoller en realistischer.
Hoe we er normatief ook over oordelen, het is duidelijk dat onze culturele opvatting over de noodzaak en het belang van de romantische liefde allerlei aspecten van onze emoties kan kleuren en zelfs het wezen ervan kan beïnvloeden.

Ik denk dat we ook onze ethica vaak vanuit deze geplogenheden opbouwen en dus ook de straffen en correcties meer vanuit onze etnische geplogenheden opbouwen dan vanuit het zogenaamde algemeen belang.
Leuk om dit weekend over na te denken: verbanden tussen ethiek en etnisch gewaardeerde geplogenheden.


HET FEEST VAN HET NIEUWE MEISJE

Amazon-Ticuna-Mask-4a

 

Met de geliefde en twee meiden rond de negen, kleinkind en vriendinnetje met Somalische roots, trokken we naar het Antwerpse Etnografische Museum, nog tot deze zomer op de Suikerrui en daarna op het eilandje in 2010.

De goden bedachten de volwassenen al dadelijk met een gratis toegang (elke laatste woensdag van de maand) maar dat beetje geld zou daarna moeten bijdragen om in het reuzenrad aan de Schelde vier luchttoertjes te maken.

Musea met kinderen bezoeken moet zonder enige pedagogische tralala verlopen, en eens we op de eerste verdieping waren (continent Amerika) en de jonge meiden daar gratis Engelstalige gidsen gingen gebruiken (de Nederlandstalige waren blijkbaar uitgeput) gingen wij als meer bedaarde volwassenen onze eigen gang.

Kijken naar de diepe lagen van ons onderbewustzijn.
Maar tegelijkertijd betrapte ik mezelf erop dat het beeld van ‘de goede wilde’, die ‘zuivere natuur met de Roussiaanse ziel’ weer eens de kop opstak.

dyn006_original_466_329_jpeg_20344_e1bc414315eabc02035dc8d81d509c10

De stukken staan er voorbeeldig opgesteld, met smaak zoals dat heet, maar het geheel blijft statisch, alsof je dromen in stukjes hebt geknipt en die dan daarna in een vitrine plaatst al dan niet met weinig duidende begeleiding.

dyn005_original_400_509_jpeg__3ec882ed038336586e9f2a885406c56b

Mocht je aan een pedagogische ingreep denken dan zou je begrippen als ‘masker’, initiatie, geesten, rituelen kunnen naar voren halen met stukken die je het alfabet van de antropologie leren beklemtonen zodat je met die begrippen gewapend een betere inkijk krijgt in de specifiek etnografische onderdelen.

De kinderen vonden het spannend om de prentjes in hun catalogus in de collectie zelf terug te vinden.
Dat gaf ze de gelegenheid tot rondlopen.

De speciale tentoonstelling ‘ het feest van het nieuwe meisje’ (A festa da Moça Nova) vind je op de derde verdieping en is gecentreerd rondom een initiatieritueel van de intussen zeer bekende Ticuna-Indianen uit het Noordwesten van Brazilië.

God en klein Pierke heeft er zijn opwachting gemaakt en ook antropologe en schrijfster Marita de Sterck noteerde er verhalen, maakte er zelf zo’n initiatieritueel mee (als toeschouwer!) en schreef een mooie brochure bij dit onderdeel.
(Buiten de foto linksboven (Ticuna-masker) hebben alle andere foto’s niets met de Ticuna’s maar alles met het begrip ‘initiatie’ te maken.)

dyn002_original_466_292_jpeg__0e015b7d6ef6fbdb12c7b224ad45c296

Over het begrip ‘initiatie’ zijn bibliotheken vol verschenen (in het Frans klinkt het mooier: rites de passage) en wie Claude Levi-Strauss aan het hart ligt (hij was zelf jaren in Brazilië) en wie de wereldmythologieën op het stevige nachtkastje heeft liggen, die weet dat dit initiëren in een nieuwe wereld vaak met pijn gepaard gaat.
Denken we maar aan de primitieve studentendopen, Christelijke doopsel, bar mitzvah’s, de toverfluit, en al andere echte antropologische verhalen: het vroegere wezen (kind) moet sterven, de man of hier de vrouw wordt geboren.

Dat is op zichzelf een fraai verhaal, maar zowel mijn drie vrouwen als ikzelf hadden toch allerlei oprispingen.

dyn006_original_379_481_jpeg_20344_a2109c690712d4004c64b3c9fb69f200

Er is vooreerst de historiciteit van een cultuur en de dynamiek ervan.
In hoeverre moet je vasthouden aan rituelen die een eigen bestaan gaan leiden als je ze conserveert zonder ze te transformeren naar eigentijdse invloeden.(een duidelijk probleem van Benedictus XVI die per sé de oude rituelen weer wil binnenhalen).

dyn007_original_451_338_jpeg__40e2c9857e9049bf93e549348f16e1d5

Hoe vermijd je het ‘Bokrijk-karakter’ alsof rond het huis wandelen met een palmtakje bij een onweer per sé moet geconserveerd worden wegens het etnisch waardevolle.

Hoe mooi je de verhalen ook vindt (en Marita, de meiden vonden het geboorteverhaal uit een knie prachtig) en hoe inspirerend hun riten ook zijn voor onze snelle en vaak ritueelloze samenleving, ook de Ticuna leven niet meer geïsoleerd, en de toestroom van de halve media-wereld heeft ze, naar mijn mening, bijna verheven tot ‘de goede wilden’ waardoor nu net het menselijke dat tenslotte de aantrekkingskracht vormt, vervalt.

Daarbij komt dat we met zijn vieren echt heel boos waren op het onderdeel ‘haarke-pluk’ van dat nieuwe-meisjesritueel.
Als onderdeel van ‘de geboorte van het nieuwe meisje’ plukken vrouwen met de hand gedurende onderhalf uur de haren uit het kinderijke hoofd, en de pijn daarbij zou dan de bevallingspijn moeten suggereren.
Marita schrijft dat er geen druppel bloed vloeit (het zou er nog moeten bijkomen) maar dat de pijn zo onhoudbaar wordt dat het meisje zich tegen de vrouwen verzet.

Als de symbolen dergelijke langdurige pijn gaan doen, scheelt er inderdaad iets aan de menselijkheid van het ritueel, net zoals we ons gelukkig keren tegen de vrouwenbesnijdenis.
Met die pijn kreeg het ritueel een zeer bedenkelijk karakter, en woorden schoten inderdaad tekort.
We vermommen ons volgende keer met hun maskers en jagen die vrouwen op de vlucht, zegden de meiden terecht.

Als troost bekeken we de wereld vanuit het reuzenrad bij de Schelde.
Die prachtige wereld waarin elk greintje pijn dat we kunnen vermijden moet vermeden worden.


DE WERELD IS PLAT

Broadcast-Australia-trial-control-room

Grootvader Gust had een van de eerste televisietoestellen in de straat.
Het leek op een ingebouwd aquarium.
Je begon te kijken op 625 lijnen en na een tijdje werd je gevraagd om over te schakelen naar 819 lijnen of omgekeerd.

Dat was een hele aanpassing.
Als de bakkelieten radio plotseling ophield met spelen, gooide Gust zijn klak (pet) naar het toestel dat inderdaad met nieuw leven reageerde.
Hier moest je opstaan en een fraaie crèmekleurige knop induwen.

Het gesproken dagblad werd zichtbaar.
Je kon nu de radiospreker zien want de filmbijlagen die wat hij zei moesten illustreren waren schaars.

Gelukkig was er ook zoiets als de telecinema zodat je allerlei filmen en filmpjes die voor de bioscoop bestemd waren in het aquarium zag gebeuren.

precisia

Voor de kinderen paste het formaat helemaal bij dat van de poppenkast.
‘Pats’ poppenkast maar nu in de huiskamer.

Een andere televisiebezitter, doktertje Versmissen, rangschikte de stoelen in cinema-rijen en ging dan buiten roepen: ‘Ivannoée, Ivannoée’ wanneer er een aflevering van Ivanoe op het schermpje kwam.
Dan stormde de kroosten van verschillende grote huishoudens binnen en zetten zich in rijvorm terwijl de dokter en zijn vrouw niet naar het schermpje keken maar naar de kijkende kinderen waarbij uitspraken als ‘Schoon hé, Jos,’ eerder op de kijkende kopjes dan op het ridderverhaal betrekking hadden.

dyn006_original_425_396_jpeg__6f1a1c8121f06f5c40a181dc7663f775

De verhalen dat de personages op het bolle scherm in de reusachtige kasten leefden stonden mij wel aan.
Maar met de leeftijd van onderscheid en verstand begon ik te begrijpen dat die lange hoge sprieten op de daken niet ter decoratie maar als beeldenvangers fungeerden.

dyn007_original_321_454_jpeg__75fd8cccaa261a3786b07e764bee7490

Als je bedenkt dat het tijdschrift hierboven uit mei-juni 1931 stamt en de nazi’s druk bezig waren met televisie-uitzendingen vooral rondom de Spelen van 1936 dan begrijp je dat de oorlog zelfs al op het scherm kon gemanipuleerd worden mochten Hitler en zijn propagandadwerg er iets meer dan amusement in een donker kamertje in hebben gezien.

Donkere kamertjes dienden bij deze heren echter alleen om te martelen.
Europa had andere zorgen na 1945 dan de uitbouw van een televisienet.
Het waren de merkwaardige jaren 1950 waarin de beeldenstroom op ons werd losgelaten.

De ontvangers, terecht beeldbuizen genoemd, bleven zware jongens.
Maar na het verschijnen van de kleurentelevisie in de jaren 70 moesten die schermen platter en daarna volgde de drang om beeldbuizen tot vensterglas te herleiden.

Ge zult ze ooit in de kamer kunnen hangen, zoals een schilderij zei Gust.
Ongeloof en gelach.
We zagen de bakken in hun volume al hangen en begrepen zijn visionaire uitspraak niet.

Het was de tijd dat je de antenne op het dak kon laten draaien via een motor die je met een kastje op het televisietoestel bestuurde.
Toevallige bezoekers van andere planeten moeten zich een breuk hebben gelachen bij het zien van al die bewegingen, alsof de huizen als helicopters zouden opstijgen.

Dat Sinterklaas zich nooit bekloeg, verbaasde mij als kind.
Bart Peeters moest nog geboren worden of hij had er zeker een leuk item van gemaakt.

Nu is de wereld plat.
En Gust, ze hangen tegen de muur lelijk te wezen.


DE TRAGEDIE ALS SCHENKER VAN INZICHT

dyn006_original_342_400_jpeg__55ad5273e06feb936f38f5c3c619224b

 

Professor De Schutter sprak uit wat velen onder ons al lang voelen.
De rol van de tragedie en de katharsis hebben we in onze bijdrages(of beter die van Martha Nussbaum) al meer dan één keer belicht.

 

In de klassieke tragedie vind je in de structuur van de verhaallijnen en van de handelingen van de personages “het meelijwekkende” en het “angstwekkende” zoals Aristoteles het noemde.

‘Want in haar structuur geeft de tragedie weer hoe goede mensen allerlei ernstige rampspoed overkomt zonder dat ze iets verkeerds hebben gedaan, wat een onderdeel is van de inhoud van medelijden, of zoals ik het zal noemen ‘mededogen’.

dyn005_original_500_500_jpeg__11559e1a863b3305282040721b218278

Ik zou dat begrip ‘goede mensen’ willen uitbreden tot ‘mensen-in-het-algemeen’ want met de kennis van de hedendaagse wetenschap weten we dat niemand om zijn eigen genen heeft gevraagd, en dat het al een tragedie op zichzelf kan zijn met die of die eigen-aardigheid geboren te worden.
Die diep depressieve aard of manische aanleg, of die of die voorkeur, maakt je nog niet tot ‘slecht’ mens al zullen anderen die daarmee niet behept zijn je als ‘vreemd’ of ‘bizar’ bestempelen terwijl ze zelf een combinatie van genen hebben die weer andere specifieke uitingsvormen teweeg kan brengen.

In de tragedie kun je je met de personages vereenzelvigen.
Als toeschouwer deel je de woede en eenzaamheid van Philoctetes of de verbijstering van Oedipus.

‘Het meelijwekkende, en het angstwekkende zijn echter niet eenvoudig situatiegebonden. Ze zijn ingebed in de overkoepelende structuur van de vorm via de concrete vereenzelving en het medeleven met de held die de vorm zelf uitlokt.
Het levensgevoel dat uit dergelijke stukken spreekt is dus het gevoel dat iemand krijgt die met mededogen en angst de tegenspoed en het lijden aanziet van betrekkelijk goede mensen.
(en wie is er door-en-door slecht?)

dyn005_original_313_451_jpeg__dd75f6c0d94b881f4e53acbfc3172725

Wat we in de tragedie aan gebeurtenissen zien zijn zaken die alle mensen kunnen treffen.
We kunnen angst ervaren voor onze eigen pijn of voor de mogelijkheid zelf gemanipuleerd of misbruikt te worden, of we kunnen die gebeurtenissen in verband brengen met enkele kwalijke politieke praktijken in onze directe omgeving, omdat Griekse tragedies vaak in verband werden gebracht met democratische besluitvorming.

Aristoteles merkt op dat iemand met een hubristiké diathesis’, iemand met een ‘aanmatigende aard’ geen medelijden voelt.
Het is die ‘aanmatigende aard’ die de media ons aanpraten, dit alles weten, dit boven de gebeurtenissen staan, het wijsvingertje hoog in de lucht.

dyn001_original_499_364_jpeg__819290db9296b921a15fd231a84397f1

Tragedies echter construeren een toeschouwer zonder hubristiké diathesis, iemand die openstaat voor emoties die te maken hebben met het lijden van anderen en die daardoor iets meer bereid zal zijn om verhoudingen met medemensen aan te gaan op basis van wederkerigheid.
En daardoor ontstaat bij de toeschouwers ook vreugde of de aangename emotie die de toeschouwer ervaart bij het verkrijgen van inzicht.

Wellicht is dit verkrijgen van inzicht net zo goed mogelijk bij de studie van filosofie of logica, maar de tragedie staat wellicht het dichtst bij ons leven omdat geen leven gelukkig kan genoemd worden voor het einde van onze levensdagen, zin waarmee Oedipus koning afsluit.
De tragiek die ons verbindt.


GRUWEL HEEFT ALTIJD OOK ONS GEZICHT

dyn007_original_509_381_jpeg_20344_4779fbc6953d1604e9517c8fb93bbdb3

 

TELEVISIE ZATERDAG 24 JANUARI 2009

-The interrogation of Michael Crowne, 12jarig meisje brutaal vermoord VTM
-The Rundown 2BE
-Firestorm 2BE
-Criminal Justice VRT-1
-The Eagle, misdaadserie VRT-1
-Midsomer Murders Canvas
-Varg Veum, Noorse misdaadserie
-Crossing London, misdaadserie Vijftv
-Spoorloos verdwenen Vitaya
-Datziel and Pascoe Politieserie, Nederl 1
-Louis Theroux, de frontlijn van de misdaadNederl 3
-Perfect Weapon, wapens door de eeuwen heen NGC
-Top Ten Kung Fu Weapons
-Kung Fu Monk id
-Murder she said, misdaadserie TCM
-The Gang that Couldn’t shoot straightTCM
-Slither, misdaadserie TCM
-Air Force One BBC1
-Donna Leon, misdaadserie ARD
-Kingdom Hospital, thrillerserie RTL TVI
-Law & Order Special Victims Unit, politieserie TF1
-Mac Orlan, politieserie FR3

dyn010_original_393_358_jpeg__a3e260d2e657378b40a2b8d3785f29ef

Voor zondag kan onmiddellijk eenzelfde lange lijst worden ingevuld.
Geweld fascineert ons.
Dat is duidelijk.
Ik heb het nu nog niet over de talrijke geweldspelen die via de computer op ons worden losgelaten en die blijkbaar goed verkopen.

Geweld, oorlog, het fascineert ons.
Ons allemaal.

Kijk naar bovenstaande titels.
Neem je programmablad en zet ze voor deze week maar eens bij elkaar.
Schrik je?

Geweld, oorlog, het fascineert ons.
Ons allemaal.

Dat is geen fraaie conclusie, maar een waar uitgangspunt.
Geweld zit in onze genen.
En de media weten goed wat er in onze genen schuilt.
Wat erger is: ze buiten die fascinatie dagelijks uit.
Geweld verkoopt.

dyn010_original_567_425_jpeg__30c13a77413bb496a4849112158dc3c8

Het gevoel almachtig te willen zijn is een overblijfsel van onze vroege kinderlijke almacht.

‘Onze emoties leveren daardoor een fundamentele bijdrage aan de moraal doordat ze die narcistische gevoelens ondermijnen die zo verstrengeld lijken met vooroordelen en agressie.
En ten slotte blijkt het vermogen om het gezichtspunt van een ander in te nemen, waarover een kind evenals de hogere primaten vanaf de geboorte beschikt, een belangrijke bron van op andere gerichte betrokkenheid en emoties.’

Een citaat uit het hoofdstukje MEDEDOGEN EN TRAGEDIE uit Martha Nussbaums eerder geciteerd werk.

Het idee dat ook wij van geweld houden willen we verdringen.
Daarom zoeken we naar monsters, gruwels BUITEN ons.

Het besef van onze eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid wordt door de media onderdrukt.
Zij beklemtonen het monsterachtige in anderen, de boze wereld plaatsen ze ver van ons.

Door hen te vernietigen denken we dat we veilig zijn.
Maar we weten beter.
Gruwel heeft altijd ons gezicht.

Misschien zijn we daarom zo bang van tederheid, moeten we haar verdacht maken, mensen opzadelen met schaamte.

Laat je niet bang maken.
Maar werken we aan de monstertjes in ons.
Vragen we elkaar vergiffenis als we elkaar pijn hebben gedaan, en schenken we die dan ook aan anderen.

Streven we met alle mogelijke middelen een cultuur na waarin concurrentie vervangen kan worden door coöperatie.
Ook al begrijpen we de tragedie niet, we kunnen elkaar bijstaan.
Elkaar niet verlaten.

Mensen die zich verlaten voelen zijn de eersten om zich in wanen te verliezen.

dyn007_original_509_358_jpeg_20344_df4e50ee041cddab53be38da41be9c38


LIEFDE VOOR LETTERS (5)

dyn010_original_408_338_jpeg_20344_28e03cc362d883557a86965adb548286

Of het nu met de ‘America’ of met de kleine ‘Vesta’ was, je vertrok.
Je bleef niet langer aan wal maar je koos het klassieke ruime sop.

Dat vertrekken als passagier of als verstekeling was één van de consequenties die een goed boek met zich meebracht.
Zowel de ‘Vlaamse Filmpjes’ als de boeken van ‘Kapitein Zeldenthuis’ namen je vaak letterlijk mee van huis om van ‘De reis rond de wereld in 80 dagen’ maar te zwijgen.

dyn010_original_307_478_jpeg_20344_aefd7784ac9e30417639ee8978179886

Dat zo’n reizen een koloniaal geurtje verspreidden was nog niet aan ons besteed, de verte en het andere continent dienden om ontdekt te worden, de plaatselijke bewoners stelden zich graag in onze dienst of werden door de blanke jongeman verlost van slavernij en dreigende slangenmuilen.

dyn008_original_364_482_jpeg__e9ec5516b29e5e953126af6235ad0ede

Al waren stripverhalen duidelijk verdacht (je moest 1fr. betalen om ze te mogen lezen terwijl andere boeken zonder onkosten geconsumeerd werden) je reisde met Kuifje, Suske en Wiske, Nero en Robbedoes langs alle bekende landen van ’s heren wereldbol om bij thuiskomst de voeten onder de landelijke tafel te steken en een berg Brusselse wafels te verorberen of je weer in de burgerlijke zetel uit te strekken tot de volgende steen door het raam zou vliegen met een dringende geheimzinnige boodschap die naar zout water en de Levant rook.

dyn008_original_360_465_jpeg__6db688fcb1524e9f37514607db0ec76d

Wonderlijk boek waarin een wel zeer bijzondere reis wordt verbeeld is ‘The Arrival’ van de Maleisische tekenaar en vormgever Shaun Tan, bij ons als ‘De aankomst’ uitgegeven door Querido, 2008.

Shaun Tan liet zich inspireren door de emigratie van zijn vader vanuit Maleisië naar Australië.
Vijf jaar werkte hij aan dit boek.

‘Een man geeft zijn vrouw en dochtertje een afscheidskus en gaat op reis. Hij laat alles achter zich om in een nieuw land een beter leven op te bouwen.
In het land van aankomst is alles vreemd en angstaanjagend. De mensen zijn anders, het alfabet is onbekend en er lopen wonderlijke wezens rond. Hij voelt zich eenzaam zonder familie en vrienden, maar hij kan niet opgeven.’

De schrijver zelf:

‘Looking over much of my previous work as an illustrator and writer, such as The Rabbits (about colonisation), The Lost Thing (about a creature lost in a strange city) or The Red Tree (a girl wandering through shifting dreamscapes), I realise that I have a recurring interest in notions of ‘belonging’, particularly the finding or losing of it. Whether this has anything to do with my own life, I’m not sure, it seems to be more of a subconscious than conscious concern.

dyn008_original_364_506_jpeg__513180fd3a05919ef787db38c400646a

One contributing experience may have been that of growing up in Perth, one of the most isolated cities in the world, sandwiched between a vast desert and a vaster ocean. More specifically, my parents pegged a spot in a freshly minted northern suburb that was quite devoid of any clear cultural identity or history. A vague awareness of Aboriginal displacement (which later sharpened into focus with a project like The Rabbits) only further troubled any sense of a connection to a ‘homeland’ in this universe of bulldozed ‘tabula rasa’ coastal dunes, and fast-tracked, walled-in housing estates.

dyn008_original_364_428_jpeg__9a42fde89e0993d783cda0559d937f07

Het boek bestaat alleen uit tekeningen zodat je al dadelijk in de schoenen van immigrant wordt geplaatst.
Er is geen ‘gebruiksaanwijzing’ bij de plaatjes, je moet ze zelf interpreteren, en je voelt je niet dadelijk thuis in deze vreemde wereld, intengendeel.

‘In ‘The Arrival’, the absence of any written description also plants the reader more firmly in the shoes of an immigrant character. There is no guidance as to how the images might be interpreted, and we must ourselves search for meaning and seek familiarity in a world where such things are either scarce or concealed.
Words have a remarkable magnetic pull on our attention, and how we interpret attendant images: in their absence, an image can often have more conceptual space around it, and invite a more lingering attention from a reader who might otherwise reach for the nearest convenient caption, and let that rule their imagination.’

Ook beelden kun je lezen al zijn we daar vaak analfabeet gebleven, maar nooit te oud om te leren.
Met ‘de aankomst’ van Shaun Tan heb je alvast een prachtig studieboek, een reisgids naar verschillende lagen van ons denken en voelen.


website van Shaun Tan: http://www.shauntan.net


LIEFDE VOOR LETTERS (4)

 

dyn009_original_364_485_jpeg_20344_733bd0ab52da1f3ef409ef4b6f0f12d1

Na het bezoek aan de open-deur van de vakschool wist hij het zeker.
Hij wilde drukker worden.

Niet dadelijk om mooi drukwerk te maken of pamfletten te verspreiden.
Hij wilde drukker worden om ‘ruitjespapier’ te drukken.
Met kinderlijke verbazing had hij het witte papier in de machine zien verwijnen om er als prachtig ruitjespapier uit te komen.
Ruitjespapier zou zijn toekomst zijn.

dyn009_original_422_315_jpeg_20344_685746607b03ac969d7115f6c01f9c0f

De liefde voor het drukken nam nog toe toen hij een drukkersdoos van Sinterklaas kreeg, een doos waarin rubberen lettertjes van elkaar moesten worden geknipt en met een tangetje in een houdertje werden gestoken om vervolgens langs het inktkussentje op het papier hun boodschap achter te laten.

In zijn buurt huisde de aloude graveerderswinkel ‘Van Gelder’ (huis van vertrouwen sinds 1933) en in hun zij-etalage stond jarenlang een grote drukkersdoos te pronk, een professional.

Als hij van school kwam liep hij langs van Gelder om en keek vol bewondering naar de grote drukkersdoos die ver buiten zijn bereik lag en juist daardoor haar aantrekkingskracht verdubbelde.
Dit prachtige vermenigvuldigen van een boodschap zou een levenslange liefde blijven.

Letters hadden hun eigen gestalten, een menselijk karakter.
Van de droge alledaagse schoolboekenletter tot de sierlijke menu-letter om maar te zwijgen van de aristocraten voor oorkonden of diploma’ s.
Hun namen, Helvetica, Arial Black, Baskerville, Courier, Geneva en Lucia Grande, om er maar enkele te noemen, nu staan ze in lange lijsten bij de lettertypes van je computer vermeld, terwijl je ze vroeger uit de houten vakjes moest samenrapen en in hun metalen corset duwen, ze borstelen en inkten, ze proefdrukken en daarna op de Gutenberg loslaten waar ze prachtige ivoorkleurige naamkaartjes vulden of het huwelijk aankondigden van jongeheer X met juffrouw Y en beide families in 10 punts Geneva hun fierheid om deze verbintenis uitdrukten.

 

dyn008_original_364_517_jpeg__af50f8ba535ba315046f60dad18e0046

Papier had zijn geur, zoals de lijmen waarmee boeken werden gebonden, maar vooral de drukinkt van letters en prenten gaf elk boek zijn heel eigen neuscachet.

Ook nu nog ziet hij zijn kleindochter van bijna negen de boeken ruiken en ze dan pas bekijken.
De geïllustreerde Larousse rook heel anders dan Pirennes driedelige geschiedenis van België, om enkele boeken te noemen die hij in zijn jonge jaren bij regenweer doorbladerde.

dyn008_original_364_471_jpeg__090de5a951df0b7647fd16a243526ccc

Het dunne missaalpapier geurde naar hostiebrood terwijl de historia-prenten en soubry-schilderijen een meer werelds palet aanspraken.
Kwam je in de papierwinkel binnen dan mengde de geuren van schriften zich met de geuren van cederhout van de potloden.

Je rook de gezangen in het Cantuarium, je proefde de Gallische luchten in Caesars geschriften en de pogingen tot het uitgeven van een kunstgeschiedenis waren pas geslaagd als de verhalen over verven en houtskool zich met de drukinkten van de reproducties vermengden.

Ook tijdschriften hun hebben eigen geuren en het zou me niet verbazen als slimme uitgevers de publicaties omtrent lekker eten van de nodige koffie- en wijnodeuren voorzien.

Onze arme onderontwikkelde neus zou dus in de opvoeding tot de schone letteren best mee mogen spelen.
Liefde gaat immers niet op de eerste plaag langs de maag zoals dit volk denkt, maar via de neus.

We zijn goed in iemand een neus te zetten, maar ze zelf gebruiken om te genieten van de diverse drukwerken is aan weinigen voorbehouden.

Besnuffel vandaag het papier van diverse drukwerken en schriften, en je zult versteld staan van de diversiteit.

Liefde voor de letters is best een lijfelijke bezigheid.


LIEFDE VOOR LETTERS (3)

21berg.2.650

Vaak ontmoette ik jonge en oudere lezers die boeken ‘verslonden’.
Net zoals mensen eten verslinden in plaats van te proeven.
Verslinden, zoals slangen hun prooi in zijn geheel inslikken.

Bij slangen blijft het verslondene nog een hele tijd zichtbaar.
Bij boekenverslinders niet.
Het boek lost bijna onmiddellijk op alsof het nooit heeft bestaan.
Ze hebben het letterlijk uit-gelezen, verzwolgen.

Vaak gaan kinderen prat op het volume boeken dat zij verslinden, aangemoedigd door de opvoedende omgeving voor wie het verzwelgen van boeken een teken van wijsheid verwerven zou zijn terwijl het in feite een vrij ongezonde manier van bevredigen is.

Het bevredigen van nieuwsgierigheid zal op zichzelf eerder positieve gevolgen hebben, maar bij verslinders wijst het op een soort verslaving naar steeds meer van ‘het andere’, en dat kun je invullen als een soort herhalingsdwang waarin het ijdele geloof naar sensatie of emotionele overvloed de bovenhand haalt.

Verslinders zijn gek op boeken met veel verdriet, zij hebben kommer en kwel lief, maar hun oogmerken zijn niet de lering dat het mensengedoe juist daardoor medeleven verdient, het gaat hen om een bepaalde soort van plezier in het lijden, een uiterst verdacht mede-lijden.

Als kind bracht ik zelf ook wel een boek of vier mee uit de bibliotheek, maar dat was dan om thuis te kunnen kiezen, om ze eerst te besnuffelen, om hun elasticiteit te ondergaan en ze na enkele pagina’s weg te leggen omdat ze of te infantiel of nog te moeilijk waren.

Maar meestal zetten boeken mij aan tot dramatiseren, tot spelen.
Ging een boek over een natuurclub waarin vogels en ander gedierte werd geobserveerd, dan stichtte ik zelf zo snel mogelijk een dergelijke club, die dan eerder oorlog voerde met de club van de andere straat, maar toch ook een dagboek bijhield en allerlei berichtjes naliet die pas jaren later gevonden werden.

dyn001_original_422_392_jpeg__2dfdc7cd331dda25c510a12b4e5d10a5

Andere verhalen vroegen om rechtstreekse dramatisering.
Mozes die met zijn stenen tafelen de berg afkwam (nog voor Cecil B. Demil zijn versie had vrijgegeven) en het volk dansend rond het gouden kalf aantrof, dat was pas een onderwerp om in de theaterruimte achter het kippenhok op te voeren waar de kinderen uit het gebuurte na het betalen van 1 frank inkomgeld waar voor hun geld zouden krijgen.

Maar Mozes, in oude gordijnen zijner moeder gehuld, trapte in een nagel die uit een plank op de vertoornde Mozes lag te wachten zodat hij een levendige kreet slaakte en hinkend het terrein verliet en ook nog het inkomgeld moest terugbetalen.

Het dramatiseren kon ook meer sobere vormen aannemen waarbij een hand diende als hoofdpersoon, een hand die de andere hand ontmoette waarbij zich een gesprek ontspon alsof beide handen elkaar jarenlang niet hadden gezien.

Voor de meeste kinderen is het dagelijkse leven een introverte scène.
Het is hun grootste geheim.
Ze zitten op de fiets, op weg naar school, en ze horen de toeschouwers juichen wanneer ze als eerste de aankomst zullen bereiken om dan geïnterviewd te worden door de wereldpers, of zij weten dat ze nog voor de voorbijrijdende vrachtwagen hen bereikt zij op die of die bepaalde plek moeten zijn om het onheil voor die dag af te wenden.

Ze zien zichzelf in de etalage staan als Mega Mindy of weten dat zij door de onbekende man in het zwart bespioneerd worden.
Mensen hebben hun hoofd vol drama en zo lang zij daarin durven meespelen om aan de dagelijkse banaliteit te ontsnappen, zal mededogen voor elkanders schouwspel een kans krijgen.


LIEFDE VOOR LETTERS (2)

dyn007_original_393_447_jpeg_20344_0c0ac3c1e0ab0992f41b03064efeedb6

Tussen de vrijmoedige putto’ s die een boek bestijgen en de vrouw uit een schilderij van Van der Weyden die haar getijdenboek op een kostbaar doek heeft liggen, speelt zich het gamma af waarmee wij boeken benaderen.
Het ergste wat een boek, en dus ook een mens kan overkomen is onverschilligheid.

dyn007_original_393_458_jpeg_20344_ebc8a8834c4b45db82e97ebd139f6ed6

Heilig verklaren hoeft zeker niet.
Heilige boeken hebben de mensheid bloed en tranen gekost.
God spreekt net zo goed door een stationsromannetje als door zijn enigzins ‘bewerkt’ heilige boek.God is van alle markten thuis.

Heilige boeken bevatten natuurlijk ook mooie verhalen.
De ‘gewijde’ geschiedenis was voor mij een eerste bron van verwondering.
Ik herinner mij vooral de prenten.
God als volleerde creationist die paarden en leeuwen uit de grond trekt en vervolgens aan’t boetseren slaat om de mens te kneden.

Dat wij uit slijk werden gemaakt, viel me eerlijk gezegd toch een beetje tegen.
De mens, de kroon op de schepping zoals dat heette, en dan slijk als grondstof in de letterlijke betekenis van het woord.
Voor vijf tot zevenjarigen is slijk een zeer aantrekkelijk gegeven.

dyn006_original_393_412_jpeg__30610855c90b5f62b610da9ebb4b67bb

Elke plas vraagt om er middenin te springen, en de uitroepen van de ‘verzorgers’ “kijk nu eens je kleren” hebben bij mij wel eens de mededeling ontlokt dat wij tenslotte door God uit slijk zijn gemaakt en dat er dus niet te veel moest gerututut worden om enkele spatjes terwijl wij van kop tot teen door de Schepper zelf (in mijn gedachten zag ik hem het slijk op zijn werktafel ‘scheppen’) uit deze materie waren geschapen.

Als mijn moeder pannekoeken bakte, en met een pollepel het deeg in de warme pan goot, dan benaderde zij ‘het scheppen’, ze kreeg dus in mijn kleine kinderogen iets goddelijks, zeker als het resultaat dan ook nog zo lekker smaakte.

Er zou een interessante studie kunnen gemaakt worden over de manier waarop het jonge grut leest.
Ik bedoel gewoon de lijfelijke houdingen waarin de letters worden geconsumeerd.
Niet zoals op deze bijhorende prent waarop duidelijk wordt gemaakt dat lezen in stilte en rust en met enige sierlijkheid (kijk naar de hand) moet uitgevoerd worden.

Wij lazen, en ik denk onze huidige opvolgers nog steeds- op de meest vreemde manieren en in de meest onmogelijke omstandigheden: liggend op de rug, of op de buik, half in de zetel, half op de vloer, onder tafel, uiteraard in bed, op zolder en zelfs in de kelder waar we als straf enige tijd in het donker moesten verblijven maar het streepje daglicht uit het keldervenster volstond om de meegesmokkelde waar tot ons te nemen, in het kippenhok tussen mijn geliefde kippen voor wie ik de eerste carwash voor kippen had uitgevonden, in de boomgaard terwijl de eerste appels in het hoge gras neerploften en in handbereik kwamen terwijl de scheepsjongens van Bontekoe door de wildernis trokken.

Vaak verzamelde ik twee, drie appelen en terwijl ik las verslond ik ze tot alleen het steeltje overbleef.
De smaak van appelen is nauw met lezen verbonden.
Het was dan ook een leuke ontdekking dat Agatha Christie bij het schrijven net zo graag appelen at als ik bij de lectuur van haar tien kleine negertjes.

Als dan het boek helaas uit was bleef ik enige tijd verslagen achter.
Ik voelde mij in de steek gelaten.
Het woordje ‘einde’ vond ik een droevig woord, zowel bij boeken als bij het zien van een film.

‘Einde’.
Welk einde?
Waarom nu al?
En wat zou er gebeuren met Tom zonder Huckelberry Finn, en hoe verliep de volgende reis van de scheepsjongens?

Voor Duizend en één Nacht was ik nog te klein, maar het procedé sloeg dadelijk aan.
Vertellen om in leven te blijven.


LIEFDE VOOR LETTERS

 

dyn009_original_408_441_jpeg_20344_0427f3bc1bd55d274a404b45395fe752

Wat mij restte, nakomelingen,
letters,
telkens op een andere rij gezet,

en hoe ver je ook weg was,
twee zinnen waren voldoende,
om je in mijn armen en mijn oud hart
terug te vinden.

Een opwelling.
Een proeve.
Of proeven van.

dyn009_original_379_381_jpeg_20344_f4c2bd8c24eec159e704ec706daa5a8f

Zoals de vele zinnen uit het boek ‘De gouden lier’, Archaïsche Griekse lyriek’ vertaald door Paul Claes en uitgegeven bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, een boek dat ik telkens weer weggeef en opnieuw koop, soms zelfs alsof het nieuw boek was en ik pas bij lectuur ontdek dat ik het al twee- driemaal in mijn bezit heb gehad.

Paul Claes verloste ons van de aanvullingen die 18-20ste eeuwse ‘dichters’ maakten bij de fragmenten die van de Griekse dichters overbleven.
(Om maar te zwijgen van geslachtsveranderingen waarbij alle mooie jongens in meisjes veranderden.)

Hij laat de tekst zoals de tekst tot ons is gekomen, in zijn naakte onvolkomenheid, maar juist daardoor roept hij allerlei onuitgesproken suggesties op, geeft hij ons de kans om te voorvoelen of aan te vullen in gedachten.
Het fragment als kern waarrond de ideeën en emoties van de lezer onuitgesproken mogen rondcirkelen.

Avondster

Avondster
van alle sterren de mooiste…

Avondster, jij die alles terugbrengt
wat de stralende ochtend verspreidt,
jij bent het die de lam, het geitje
en het kind terug naar de moeder leidt…

Aan Sapfo toegeschreven, 7de-6de eeuw voor Chr

dyn004_original_408_515_jpeg__acae6d6a1a895d98e5153cc5320de06d

Licht dat uit boeken komt.
Verlichting.
Alleen uit ‘heilige’ boeken?
Absoluut niet.

Uit elk boek, van kook- tot filosofisch boek, hun letters stralen.
Ze verlichten onze beperkte gedachtengangen.
Al die gangetjes
die nog in het donker lagen.
Waar je op de tast
je weg moest vinden,
zetten ze in het licht.

Letters
zijn belagers
van het eigen goeddunken.

dyn004_original_490_325_jpeg__7432d3fb0a0160a9350bd5a516f77bd7

Dat wekt wel eens tegenzin op want we willen nu net die boeken of verhalen lezen die onze eigen honger stillen, of onze individualiteit beklemtonen

Een aantal critici nemen die persoonlijke voorkeuren als ijkpunt, de eigen navel als baken.
En uit navels komt niet veel meer dan een kwalijk ruikend kruimeltje.

Ik vecht graag met boeken.
Boeken die zich niet onmiddellijk laten ‘pakken’, die je opnieuw en opnieuw laten stormlopen tot er hier en daar een scheurtje in hun stugheid komt, en vanuit dat scheurtje brokstukken vrijkomen, vage beelden verschijnen, je laten halthouden bij fakkellicht dat de tekeningen op de rotswanden zichtbaar maakt.

Het raadsel.
De vreemde wereld waarin we zullen aankomen met het prachtige boek van Shaun Tan ‘De aankomst’.

Neem me bij de hand.


BOEKEN EN POSTZEGELS ALS VLEUGELS

dyn004_original_379_500_jpeg_20344_216dec4fd25fed5e0da189c1fc1035ac

‘De hele wereld werd bij ons doorgaans ‘de grote wereld’ genoemd, maar er waren ook andere epitheta: de verlichte. De buiten-. De vrije. De hypocriete.
Ik kende hem bijna uitsluitend van mijn postzegelverzameling: Dantzig, Bohemen en Moravië. Bosnië en Herzegovina. Oubangui-Chari. Trinidad en Tobago. Kenia-Oeganda-Tanganjika.

De hele wereld hield niet van waar we mee bezig waren hier in het Land Israël, omdat hij jaloers op ons was, zelfs om dit flintertje moerasland, stenen en woestijn.
Daar, in de wereld, waren alle muren bedekt met beschuldigende opschriften: ‘Jid, ga naar Palestina.’, en toen gingen we naar Palestina en nu schreeuwt dehelewereld ons toe: ‘Jid, ga weg uit Palestina.’

Uit ‘Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis, in een (zeer mooie)vertaling van Hilde Pach, 2007, Ulysses, A’dam.

dyn009_original_379_279_jpeg__7e051c17333877e79316680258c2b8f1

Slapeloze nachten breng ik wel eens door met het herlezen van dit prachtige boek.
Wie overigens vanuit goede bron meer begrip wil krijgen van Israël en de Palestijnse kwestie, leze dit boek omdat het de onstaansgeschiedenis vanuit de binnenkant zelf weergeeft in een unieke taal, zodat meermaals zuchten van bewondering en glim- en grimlachjes de donkere leesnachten vullen.

De jongen in het dorpse Jerusalem en het jongetje in het provinciestadje (met Antwerpen als Telaviv!) ze bladerden beiden in hun postzegelboeken en lazen vol ontzag de namen die de ‘buitenwereld’ vulden met avontuurlijke bestemmingen.

Ze waren beiden gek op boeken, maar waren ze in Jerusalem in grote mate voorhande, in het provinciestadje stonden ze wel nieuw te zijn in de boekhandel ‘De violiere’ waar hij later bij afwezigheid van de aangetrouwde tante de taak van boekenverkoper op zich mocht nemen, als kind echter was de schaarste groot en moest hij zich behelpen met de oude schoolboeken van zijn ouders -onderwijzers en de parochiale bibliotheek.Hij had een schrift met denkbeeldige titels aangelegd, boeken die nooit geschreven waren maar in zijn bibliotheek op de ruime zolder de denkbeeldige kasten vulden.
Hij loog dus niet als hij zei dat hij thuis wel driehonderd boeken op zolder had staan, want in zijn wereld stonden die boeken er ook.

dyn006_original_364_539_jpeg__9e164ccfcf0e85909be9069879f08ea8

De reis naar het donkere kontinent. Als verstekeling naar Australië. Toen de koning verdween (1950!) Rode veder en zijn hond. Rode veder slaat terug. Rode Veder vangt een beer.

‘Alleen boeken hadden we in overvloed, ongelimiteerd, van wand tot wand, in de gang en de keuken en de hal en op de vensterbanken en waar al niet.
Duizenden boeken in alle hoeken van het huis. Er heerste een soort gevoel dat mensen kwamen en gingen, geboren werden en stierven, maar dat boeken onsterfelijk waren.
Toen ik klein was, hoopte ik later een boek te worden. Geen schrijver, maar een boek: mensen konden gedood worden als vliegen. Schrijvers ook. Maar een boek niet: zelfs als het systematisch vernietigd werd, was er nog een kans dat er exemplaar gered zou worden en een plankleven zou blijven leiden, ergens op een vergeten plank van een afgelegen bibliotheek, in Reykjavik, in Valladolid of in Vancouver.’

Schrijver wilde ik ook niet dadelijk worden, en een boek zelf leek me te statisch.
Ik wilde liefst de avonturen zelf meemaken.
Met als hoogtepunten: Tien kleine negertjes van Agatha Christie en de Avonturen van Tom Saywer.

dyn006_original_451_338_jpeg__02e5c54f8464065178283d9d6f40cd43

Dat eerste boek verscheen in de Reinaert-boekenserie en moest stiekem gelezen worden want het was voorzien van zedelijke kwotering IV, dus aan volwassenen voorbehouden.
De versregeltjes die de tien moorden begeleidden zijn me eeuwig bijgebleven, en de ontknoping heb ik nooit prijsgegeven als iemand mij uitleg vroeg over het verhaal.

Tom Saywer kreeg ik in het ziekenhuis toen ik tien, elf jaar was.
’s Avonds dachten de dokters dat ik koorts had, en misschien was dat ook zo, want dat jongetje op de mannenzaal was compleet van de wereld bij de lectuur van dit magistrale boek.

Even dus de blik verruimen op het land zodat we volgende week verder kunnen.


TOETSEN AAN DE HERINNERING

auto

Het boek uit ‘de koekenstad’ hangt met de klassieke haken en ogen aan elkaar, is meermaals geplakt en bijgewerkt, heeft geen voorblad en kaft meer, mist een aantal pagina’ s, kortom het is oud en heeft mijn broer en ik en daarna de twee meisjes doorstaan.

We woonden al in het nieuwe huis, het was dus 1947-48, een tijdperk waarin ik als drie- vierjarige zonder besef van de net voorbije oorlogstijden, bij de nonnetjes van de Beekstraat papschool liep en de geur van uitgestreken kalk nog uit de muren van het pas gebouwde huis wasemde.

Uithuizig waren mijn ouders zelden.
Maar ‘het boek’ kwam wel degelijk uit de ‘koekenstad’, een zoete naam waarachter Antwerpen schuil ging, een heuse stad die je vanuit het kleine provinciestadje met tram 42 kon bereiken, een reis van zo’n twee uur, waardoor het woord ‘expeditie’ beter op zijn plaats zou zijn.

Als ouders naar die koekenstad reisden, brachten ze iets mee voor de wachtenden thuis.
Dat was die keer ‘het boek’.
Aandachtige lezers zullen ontdekken dat het nog in de oude spelling van voor 1947 is gedrukt.
De tweekleurendruk (groen-rood) werd afgewisseld met wit zwarte platen waaronder “versjes” stonden afgedrukt.

Elke avond voor het slapengaan las mijn moeder mij en later ook mijn broertje voor uit het boek zodat ik maar even de dreun van de eerste regel moest horen om daarna zelf het vers te kunnen verder ‘lezen’, want doordat de zinnen zo vertrouwd waren, dacht ik dat van buiten kennen met lezen gelijk stond.

dyn001_original_364_342_jpeg__119e7660bd6a6d4fb96f64e23120a6a2

Ik kan me niet herinneren dat de teksten enige indruk op mij maakten, laat staan dat ze enige vorm van mededogen in mij zouden losmaken tenzij nu met de auteur van toen.

dyn001_original_364_452_jpeg__59bb8206b06c0fb4d9678f0340470444

Wie de tekst over de straat schuren leest overigens zal al vlug ontdekken dat de moderne opvattingen over de vrouwenemancipatie nog ver weg waren en de toenmalige jongens nog weinig van de nieuwe man in zich hadden.
De laatste zin ‘Zie, hoe mooi mijn treintje rijdt’ heb ik als zevenjarige zelf opnieuw aangevuld op het papiertje waar de pagina is weggescheurd

Het waren vooral de tekeningen, samen met de stem van mijn moeder die de tijd overleefd hebben.
Tekeningen van kinderen uit een welstellend burgerlijk milieu van voor de tweede oorlog.
Tekeningen van een fantasiewereld die nergens de mijne raakte, net zoals die ‘rijke’ kinderen totaal vreemden voor me waren.

Ik heb nog wel mijn eerste communie in zo’n matrozenpakje gedaan, maar dat was nog een uitloper van een tijd die even later voor goed tot het verre verleden behoorde.

Maar het was nu net dat totaal vreemde dat me zo aantrok.De grote speelgoed-auto bijvoorbeeld.
Ik had op foto’s uit mijn eerste kinderjaren mezelf ook in een autootje zien zitten waarop mijn vader een witte Amerikaans ster had geschilderd, maar die leek in niets op dit prachtmodel waarmee je meisjes met een strik in hun haar kon rondvoeren.

Ook de tirolerkleding en het vuurtje van ‘voor den kleinen lekkerbek’ opende een vreemde wereld om van het jongetje met zijn trein maar te zwijgen, een jongetje dat ik niet alleen om zijn slimmigheidjes aardig vond maar waaruit een zekere ‘prinselijke waardigheid’ straalde.

Ik begon te beseffen dat er naast de alledaagsheid ook nog een paralelle wereld bestond, een wereld die in alles anders was dan de mijne.
Een wereld waarin je net zo goed kon verdwalen als thuiskomen.
Een wereld die me later zou helpen om de alledaagsheid te verdragen of te verdiepen.
Maar dat besefte ik toen nog niet.


RATIONEEL MEDEDOGEN IN DE PRAKTIJK: OPVOEDING (2)

dyn001_original_364_484_jpeg_20344_e5e7bd40efe71f534a8ed768b2983e82

Natuurlijk ben je er al eens geweest.
Daarboven, of ver weg, of lang geleden.

Op het hinkelpad onder de twinkelsterren.
klein wit schaapje, , kleine schat.

‘Voor het kind zijn de eerste verhalen, rijmpjes en versjes al oefenmateriaal om zich de innerlijke wereld van een ander voor te stellen.
Met ‘fantaseren’ leert het kind dat vreemde vormen kunnen leven en behoeften kunnen hebben.
En omdat deze spelletjes vaak plaats vinden in aanwezigheid en met de hulp van objecten waaraan het kind het sterkst is gehecht, ontlenen ze daaraan iets van hun glans en mysterie.’

dyn001_original_360_286_jpeg_20344_e3aecccb5fa2fc9a07f83537e098cb5b

Je leert je de verre sterren uit het versje ‘twinkel, twinkel, kleine ster, o wat sta je hoog, o wat sta je ver;’ voor te stellen.
Je ontwikkelt bij het kind een gevoel van verwondering- een besef van mysterie dat een mengsel is van nieuwsgierigheid en ontzag.

Wat dus een vorm aan de hemel is, kan een innerlijke wereld hebben, die in sommige opzichten mysterieus is, en op andere vlakken met het kind overeenkomt.

Het leert leven, emoties en gedachten toe te schrijven aan een gedaante waarvan de binnenkant voor haar verborgen is.
Gaandeweg gebeurt dat steeds verfijnder, naarmate het meer verhalen over mensen en dieren hoort en vertelt.
Deze verhalen gaan een ingewikkelde wisselwerking aan met zijn pogingen om de wereld om hem heen en zijn eigen gedrag te verklaren.’

dyn008_original_480_302_jpeg__63a7f7f8b0c12a2fa91ccf04b7d15ca0

Het kind ervaart de wereld in allerlei mensvormige gedaanten.
Het kan besluiten deze als machines te behandelen en weigeren hen pijn en vreugde toe te schrijven die het zelf ervaart.

‘Of misschien sluit het zichzelf gewoon af, zonder na te denken wat er achter die gedaanten zou kunnen zitten. Zo gaan veel mensen door het leven.’

We hebben er al op gewezen dat iemand met een bepaalde vorm van pathologisch narcisme inderdaad de realiteit van anderen ontkent – een gevolg van een verlammend verlangen naar almacht.
Nussbaum zegt dat het veel betekend is dat juist deze mensen niet van verhalen houden, en ze soms ook niet begrijpen.

‘Een kind dat echter door vroege verwondering en het ontwikkelen van het voorstellingsvermogen is voorbereid en dat psychisch in staat is tot betrokkenheid bij mensen buiten zichzelf, ontmoet de gedaante van een ander mens vanuit deze narratieve gewoonten.
Het schrijft deze gedaante gedachten en gevoelens toe die in sommige opzichten vreemd en mysterieus zijn. Het zal eraan wennen om zich in te leven en dingen te veronderstellen, wanneer het probeert uit te vinden wat die ander voelt en denkt.

Het leert steeds beter te ontcijferen hoe verschillende omstandigheden het innerlijk beïnvloeden.
Omstreeks die tijd kan het worden aangemoedigd om het leed van levende wezens met een nieuwe scherpte op te merken.
Het zien van bloed, de dood van dieren, het verdriet van ouders en vrienden, dat alles wordt een bron van verwarring.

Meestal wordt dit inlevingsvermogen vergezeld door goede wensen voor het object, als het kind liefhebbend is opgevoed, maar de ambivalentie is nooit weg en zijn agressieve wensen moeten voortdurend worden ingetoomd door zijn ontluikende wens om alles weer goed te maken. Leerkrachten moeten bedacht zijn op deze complexe dynamiek.’

Een mooie wens en een uitstekende donkere dag om terug dat boek ter hand te nemen van lang geleden.


RATIONEEL MEDEDOGEN IN DE PRAKTIJK: OPVOEDING

dyn008_original_379_332_jpeg_20344_3a4cd46462bf8f21f378e9197efd7885

‘Openbaar onderwijs moet op alle niveaus het vermogen tot ontwikkeling brengen om zich de ervaringen van anderen voor te stellen en deel te hebben aan hun lijden.’

Deze zin van Martha Nussbaum zou boven elk bed moeten hangen van mensen die met opvoeding zijn begaan.

dyn008_original_466_307_jpeg_20344_13fc40e4096a39656d2605b7eea8428f

Het gekwebbel van onderwijs dat moet aansluiten op bedrijfsdoelen kan niet zonder de diepgaande ontwikkeling van het doel in die zin beschreven.

‘Dat houdt in dat geesteswetenschappen en kunst vanaf de basisschool een grote plaats in het onderwijs moeten krijgen, zodat de kinderen zich geleidelijk steeds meer passende oordelen eigen maken en steeds beter in staat zijn zich in steeds meer mensen in te leven.’

dyn001_original_466_309_jpeg__5b770dd8e73c437c6ac017b292216856

‘Dit is geen triviale of voor de hand liggende kwestie; op alle niveaus worden de geesteswetenschappen en de kunst in het onderwijs in toenemende mate gemarginaliseerd.

Het is niet zo dat ze alleen maar bijdragen tot goed burgerschap, want ze verrijken het leven en inzicht van mensen ook op allerlei andere fronten.
We moeten echter duidelijk maken dat deze vakken daadwerkelijk een belangrijke, onvervangbare bijdrage leveren aan goed burgerschap.

Zonder deze bijdrage krijgen we hoogstwaarschijnlijk stompzinnige, emotioneel zielloze burgers, overgeleverd aan de agressieve wensen waarmee een innerlijk leven zonder oog voor het beeld van anderen zo vaak gepaard gaat.

Het bezuinigen op die vakken staat garant voor pathalogisch narcisme, voor burgers die moeite hebben om contact met andere mensen te leggen in het besef wat de desbetreffende onderwerpen voor mensen betekenen.’

Deze uitspraken zijn zo sterk dat ik het daarbij vandaag wil houden want ze nopen tot nadenken, tot vergelijken en onderzoek naar onze praktijk.

We zullen morgen concrete mogelijkheden ontwikkelen.

Heeft U ook een grote afwezigheid opgemerkt in het programma van Panorama waarin 12 wijzen het hadden over de splitsing van België?
François Mitterand had er alvast nog zes kunstenaars en filosofen bijgedaan om over dergelijk politiek onderwerp te praten.


SLACHTOFFERSCHAP EN HANDELINGSBEKWAAMHEID (2)

dyn001_original_451_299_jpeg_20344_15687838adb3c8bd6254b8500381a1f9

De dertiende dag.
Aan de ene kant vrouw bij het lichaam van dode man in Gaza, aan de andere kant raket uit Libanon sloeg gat in Israelisch huis.

dyn001_original_451_298_jpeg_20344_f4847a624b1b73ab0e5507ad6c6403ba

De combinatie van waardigheid (in activiteit en passiviteit) met rampspoed is de bron voor de tragedie.

‘Als we de held alleen maar zouden zien als een soort worm of mier, als een in de modder wroetend zielig minderwaardig schepsel, dan waren we niet zo intens betrokken bij de krachten die zijn lijden hebben veroorzaakt.

dyn008_original_524_289_jpeg_20344_bec3205ccd02828a5015e03ee1db3ac1

In ‘Philoctetes’ laat Sophocles zien dat het lijden van Philoctetes een volledige menselijke aangelegenheid is, zelfs als hij het uitschreeuwt in ondraaglijke pijn doet hij dat in metrische kreten waaruit blijkt dat het menselijke kreten van pijn zijn.

Mededogen komt voort uit deze combinatie van menselijkheid en rampspoed.

‘Tragedies vragen derhalve om een moeizaam laveren.
We moeten enerzijds erkennen dat de ellende in het leven hard aankomt en de kern raakt van de menselijke zelfstandigheid.
Toch moeten we er anderzijds aan vasthouden dat daarmee de menselijkheid niet verdwijnt, dat het vermogen het goede te doen blijft bestaan als al het andere verdwenen is.’

Natuurlijk stelt Sophocles deze kwestie veel te eenvoudig voor, want ze doen alsof een goed karakter betrekkelijk immuun is voor de slagen van het lot.
Zijn karakters zijn al gevormd voordat de wereld zich van zijn slechtste kant liet zien.

‘Toch krijgen we als we ons verdiepen in de tragische situaties een heel algemeen idee van de beste opstelling tegen de moderne problemen in het leven.
Het helpt ons sommige vormen van verwarring te vermijden waaronder de huidige discussies over sociale zorg, vrouwendiscriminatie en criminaliteit vaak lijden.’

dyn001_original_480_314_jpeg_20344_bbcc7a954be4add5fff0c6724139307a

Een meedogende samenleving, gebaseerd op de inzichten uit de tragedies van Sophocles, is een samenleving die de volledige omvang ziet van het kwaad dat burgers buiten hun schuld kan overkomen.
Daarmee levert mededogen een drijfveer om alle elementaire steun die menselijke waardigheid ondersteunt en beschermt te waarborgen.

De cultus van het passieve ‘slachtofferschap’ ontneemt niet alleen de werkelijkheid van zijn bestaanswaarde, maar vernedert mensen die lijden tot handelsonbekwame wezens, ontdaan van alle waardigheid.

Het is uiteraard aanlokkelijk je hierin te wentelen want het valse mede-lijden van de gemeenschap is het doel van deze ‘wenteling’, een schreeuw om koestering die vaak heel andere oorzaken heeft dan het leed dat hen zou zijn aangedaan.

Dat heeft consequenties voor de rechtspraak waarin de oude tweedeling van dader en slachtoffer vraagt om perspectiefvervalsing.
De kinderlijke opsplitsing in ‘de goeden’ en ‘de kwaden’ vernietigt immers het inzicht dat wij in vele situaties afhankelijk zijn van de tijd waarin we leven, de opvattingen van het moment, de waarden of schijnwaarden die men wenst te belichten, de eigenheid van onze persoonlijkheid, het humeur en verstandelijke vermogens van degenen die oordelen, enz. enz.

dyn001_original_292_389_jpeg_20344_a2e4635fe862412b8d2811370cb67cf2

We zullen uitkijken naar het ‘nieuwe Jerusalem’ waar best de synagoge, de moskee en de kerk de heiligheid voor de grondslagen van de monotheïstische godsdiensten hun plaats mogen vinden maar waarin vooral een universiteit haar deuren kan openen voor de ontwikkeling van de belijders en niet-belijders zodat studie en onderzoek ons weer dichter bij elkaar mag brengen en ons mededogen oprecht en ontdaan is van haat en wraak.
We hebben elkaar veel te bieden.

De studie van onze mystieke richtingen, de kabala, de soefi, en de christelijke mystiek kan alvast één mogelijkheid zijn om de godheid die ons verdeelt en aan wie we dagelijks het bloed van onze kinderen offeren, te zien als een streven naar het beste in ons dat met de vereniging van onze krachten alleen nog maar beter, menselijker dus,kan worden.

Onze culturen zijn rijk aan poëzie, literatuur, vormgeving en muzikale expressie.

Het Beloofde Land zou best dat nieuwe Jerusalem kunnen zijn.
De kleine prins sluimert in onze bloedende kinderen.