SLACHTOFFERSCHAP EN HANDELINGSBEKWAAMHEID

dyn004_original_480_320_jpeg_20344_b3bb2e202ef56208b29e0699df7894f9

Hierboven een Israëlische vrouw in haar door Hamas’raketten verwoest huis, en hieronder de begrafenis van de doden in de Gaza.

dyn004_original_480_307_jpeg_20344_40f59dfdffed4ca29f029459ab0d76fb

Een tragisch mededogen.
Een mededdogen waarin waardigheid en behoeftigheid kunnen samengaan.
Het klinkt erg anti-stoïcijns, maar in de klassieke tragedies blijft de fundamentele waarde van de mens behouden, al heeft de wereld zich van zijn slechtste kant laten zien.
En dat wil niet zeggen dat iemand daardoor niet ernstig beschadigd kan zijn, zowel uiterlijk als van binnen, voegt Nussbaum eraan toe.

dyn007_original_480_300_jpeg__bddf55cd2824facc903d50fe0df6c405

‘Een samenleving die dit perspectief van tragisch mededogen in haar fundamentele inrichting opneemt, begint dus met het algemene inzicht dat mensen waardige, tot zelfstandig handelen in staat zijnde individuen zijn, maar tevens regelmatig slachtoffer.

Zelfstandigheid en slachtofferschap zijn niet onverenigbaar.
Het is zelfs zo dat juist die zelfstandigheid het slachtofferschap tot iets tragisch maakt.

In onze hedendaagse samenleving lijkt het daarentegen vaak of er maar één keuze is uit twee mogelijkheden: mensen zijn ofwel zelf tot handelen in staat ofwel slachtoffer.
Dat wordt zichtbaar in discussies over sociale zorg waarin wordt gezegd dat we mensen die een vorm van sociale ondersteuning krijgen als slachtoffer behandelen en dat we geen respect tonen voor hun vermogen om zelf aan hun lot te werken.

Nussbaum vindt die tegenstelling ook terug in feministische discussies waarin wordt gesteld dat het respecteren van vrouwen als zelfstandige mensen niet te verenigen is met het bepleiten van beschermende maatregelen tegen verkrachting, seksueel geweld en andere vormen van ongelijke behandeling.

Interessant genoeg nemen we deze houding niet op elk terrein in.
Ook als we geloven dat mensen bij tegenspoed heel vindingrijk kunnen zijn, dan vinden we toch nog dat de wet hen moeten beschermen tegen allerlei kwalijke zaken.

dyn004_original_480_320_jpeg_20344_529ad6bfbe202efbe05cf453339c1c5e

Zo kunnen we de vrijheid van meningsuiting in wetten verankeren zonder dat auteurs bijvoorbeeld in zielloze slachtoffers veranderen al vindt Nietzsche dat iedereen de verantwoordelijkheid voor zichzelf moet nemen want zo’n wetten zouden mensen klein en hedonistisch maken.
Uiteraard is Nussbaum het niet eens met de besnorde.
Volgens haar hollen wettelijke garanties de zelfstandigheid niet uit, maar scheppen ze de context waarin mensen deze kunnen ontwikkelen en invullen.

Ook mensen die hun bezit verdedigen, huis en goederen, en daarvoor wetten ter bescherming van hun privé-eigendom hebben, zien we niet in hulpeloze slachtoffers veranderen.

Wat is er dan zo speciaal aan vrouwen, armen, raciale en andere minderheden dat hulp vernederend maakt en mededogen een belediging zou zijn?

Kijken we naar de tragedie ‘Philoctetes’ van Sophocles.
We zien hem als slachtoffer voor zover we vinden dat zijn eenzaamheid, armoede en ziekte hemzelf niet te verwijten zijn.
Maar we zien in het toneelstuk dat zo iemand ook nog heel andere dingen kan doen.
We horen hem redeneren, we zien hoe hij begaan is met zijn vrienden en de waarde die hij hecht aan rechtvaardigheid.

‘De waarneming dat hij op sommige gebieden machteloos is, is prima te verenigen met de waarneming dat hij op andere gebieden actief blijft.
Omdat we oog hebben voor zijn fundamenteel menselijke vermogens, krijgen we bewondering voor de waardigheid waarmee hij zijn tegenspoed het hoofd biedt en valt ons de hunkering naar volledige activiteit op waarvan hij zelfs in zijn grootste ellende blijk geeft.

Laten we dat vandaag dus ook maar eens proberen, en morgen onze bedenkingen met die ervaring vergelijken.


MEDEDOGEN EN INSTITUTIES

dyn006_original_480_317_jpeg_20344_53990b28747665aac1840413d551b1e4

Hierboven een foto uit de gebombardeerde VN-school in Gaza, hieronder een Israelische moeder en kinderen bij een raketaanval uit Gaza, beide foto’ s uit het materiaal van de NY Times.

dyn006_original_480_320_jpeg_20344_d22f08edc6f838392e104f43d8895851

Ver van huis?

Of dichterbij, hoe moet je omgaan met mededogen bij procedurefouten die het mogelijk maken dat wat wij misdadigers noemen vrijkomen?

dyn003_original_278_534_jpeg__247eea2cd54b00ae33fcd9851a7eb67d

Op zoek naar degenen die zoiets mogelijk maken (O, Oedipus) en die dan hard straffen zoals Landuyt kakelde, of inderdaad de vinger op de wonde bij de wetgever zelf leggen, en schuld bekennen tegenover de burger die hen gekozen heeft, of zijn wij in paniek niet de eersten die om ‘snelle’ wetten roepen, en dus…

dyn004_original_437_313_jpeg__448982c823dffc343ec5c6f4860de600

‘Hoe kan de maatschappelijke cultuur in een liberale democratie passend mededogen bevorderen en hoeverre moet ze daarbij vertrouwen op deze drijfveer die zoals toegegeven feilbaar en onvolmaakt is?’ aldus de vraag waarmee Martha Nussbaum haar hoofdstuk met de ondertitel ‘Mededogen en instituties’ opent.

Ze wil zich bij die vraag richten op de rol van mededogen in samenhang met een vorm van politiek liberalisme, een politieke opvatting die een overlappende consensus nastreeft bij uiteenlopende groepen burgers, met respect voor de ruimte waarin iedereen zijn eigen redelijke opvattingen van het goede kan ontwikkelen en nastreven.

‘Waarom zou zo’n opvatting iets met emoties te maken hebben, vraagt iemand zich misschien af.
Het antwoord is natuurlijk dat elke politieke opvatting zich bezig moet houden met de drijfveren van burgers, enerzijds om zich ervan te vergewissen dat die opvatting ten minste haalbaar is – dat er niets onmogelijks van de menselijke psyche wordt gevraagd- anderzijds om haar een redelijke kans op stabiliteit te geven.
Daarvoor is een ‘rationele politieke psychologie’ nodig, zoals Rawls zegt, die algemeen genoeg is breed geaccepteerd te worden, maar ook concreet genoeg om er zeker van te kunnen zijn dat onze opvatting vanuit menselijke drijfveren gezien geen fatale tekortkomingen heeft.’

dyn002_original_292_441_jpeg__f18ef0e7922565aac16a405550ac42ed

Hoe kunnen we dus in onze samenleving passend mededogen bevorderen en hoe ziet een mededogende samenleving eruit is haar en dus ook onze vraag.
In een vorige redenering hebben we toegegeven dat passend mededogen onbetrouwbaar en partijdig is, dus moeten we mededogen op twee niveau’s bekijken: het individuele en het niveau van de inrichting van de instituties.

De inzichten van passend mededogen kunnen vorm krijgen in de structuur van rechtvaardige instituties, zodat we niet afhankelijk zijn van volmaakt meedogende burgers.

‘De inzichten van het meedogende voorstellingsvermogen kunnen op allerlei niveau’ s en op allerlei manieren in wetten en instituties tot uitdrukking komen.
Ze kunnen ook een rol spelen bij de fundamentele inrichting van de samenleving en de keuze van de grondbeginselen om die zaken te verdelen.
Ze kunnen ook een rol spelen bij concrete wetgeving: bij het maken van belastingswetten en het opzetten van een zorgstelsel, bij het aangeven van de ernst van vergrijpen en straffen in de strafwet, bij democratische afwegingen over ongelijkheid van mensen op allerlei niveaus – en ten slotte vanuit gedachten over de plicht van de rijke landen jegens arme landen, bij het bevorderen van politiek en economisch welzijn.

Nu kan je je natuurlijk afvragen of mededogen niet overbodig wordt door deze handelswijze?
Kant zegt dat er alleen ruimte voor persoonlijke giften uit mededogen is ‘ingevolge een onrechtvaardigheid van de overheid in welvaart die liefdadigheid noodzakelijk maakt’.
Deze redenering kun je terugvoeren op de discussie tussen Plato en Aristoteles waarin deze laatste aanvoert dat er in de ideale stad, waar privé-eigendom niet bestaat en er dus geen ongelijkheid is in bezit, geen ruimte zou zijn voor de morele deugd vrijgevigheid.

Laten we als antwoord daarop even rondkijken en de spiegel niet vergeten, dan weten we dat de kans klein is dat onze huidige instituties volmaakt zijn en dat, zelfs als er al uitstekende instituties zouden bestaan deze altijd door mensen gesteund moeten worden om stabiel te zijn.

We zijn dus afhankelijk van meedogende individuen als we essentiële politieke inzichten bezield en zichtbaar willen houden.
Politieke stelsels moeten om goed te zijn door mensen ‘bezield’ worden.

Wordt vervolgd.


MEDEDOGEN EN BARMHARTIGHEID

 

dyn001_original_422_281_jpeg_20344_9a74953cdf66237273e0461b8a382e98

Gaza na een bombardement en aan de andere kant een Israëlische moeder die haar zoontje tracht te beschermen tegen raketten uit Gaza afgeschoten.

dyn001_original_422_265_jpeg_20344_a1c402b28b0ba1ce5711b7ea3d8250fe

‘Banden tussen mensen die louter op grond van regels tot stand komen en niet gesteund worden door inleving , blijken in tijden van vijandschap vaak kwetsbaarder en gevoeliger voor ontmenselijkende vormen van wreedheid.

Telkens weer blijkt uit wetenschappelijk onderzoek naar geweld dat een persoonlijkheid met een gebrek aan inlevingsvermogen een gevaar voor anderen is.’

Tegenover de autoritaire persoonlijkheid -die strikt de regels volgt- plaatsen theoretici die genocide onderzoeken, meestal een ‘vrijzinnige’ persoonlijkheid, iemand die het besef van het daadwerkelijke bestaan van de ander in zichzelf toelaat.

dyn007_original_307_431_jpeg__a2adc5c139cf4e6649e0b6da895a659b

Nussbaum haalt de Oresteia van Aeschylus aan waarin de Fürien niet uit de stad worden verbannen, maar tot burgers gemaakt die onderworpen zijn aan het rechtstelsel van Athene.

In plaats van wraak of mensonterende straffen krijgen zij een plaats in de maatschappij: ze worden zelfs ‘Eumeniden’ genoemd, gezien hun goedaardige bedoelingen die ze met de burgers van Athene hebben.
Het betekent niet dat ze hun straf ontlopen maar het feit dat ze in rechtsinstituties terechtkomen betekent juist een erkenning dat deze duistere krachten niet uit het menselijke leven worden weggesneden zonder dat dit erop achteruit zou gaan, want die krachten zijn ook een erkenning van het belang van de zaken die door misdaad beschadigd kunnen worden.

dyn007_original_422_316_jpeg__2c5ab52655d5330fa40955ecd48a3113

In dat opzicht gaan mededogen en wraak inderdaad hand in hand, want ook mededogen ziet wat een misdaad betekent en hoe het slachtoffer lijdt. Het eist daarom van het rechtstelsel een passende erkenning dat het leed belangrijk is en dat het iemand wederrechtelijk is aangedaan (of dat men minstens onderzoekt of zoiets het geval is)

Tegenstanders van mededogen waren er trots op dat ze barmhartig en zonder wraakzucht konden straffen,louter op grond van overwegingen wat goed was voor de samenleving en wat goed was voor de overtreder.
Dit vermogen tot barmhartigheid brachten ze in verband met hun hoogstaande onthechting van de noden van het menselijk leven.

‘In hun ogen krijg je zonder die onthechting het onaantrekkelijke schouwspel van zwakke, zorgelijke mensen die elkaar beetje bij beetje verscheuren.’

In feite is barmhartigheid een anomalie in het stoïcijns rechtsstelsel.

dyn006_original_422_279_jpeg__f10429b5495a5fd00e0cc90f2f18127a

Barmhartigheid verschilt van mededogen, want het uitgangspunt is dat de misdadiger iets slechts heeft gedaan en daarvoor straf verdient.
Barmhartigheid zegt ook niet dat de situatie waarin de misdadiger is verzeild geraakt niet aan hemzelf is te wijten.
Aan de andere kant heeft barmhartigheid veel gemeen met mededogen want ze richt zich op hindernissen voor welzijn die te groot lijken om te overwinnen.
Ze richt zich op omstandigheden van sociale, natuurlijke en familiaire aard in het leven van de misdadiger die zijn schuld niet verminderen.
Daarbij neemt ze tegen de achtergrond van de misdadiger een narratieve houding aan die sterk overeenkomt met de meelevende perceptie van het mededogen.

Barmhartigheid past dus eerder bij het pro mededogen dan bij de stoïcijnse traditie.
Mededogen roept op to kritisch narratief onderzoek van concrete levens, een onderzoek dat waarschijnlijk ook verzachtende omstandigheden zal onthullen wanneer er wel sprake is van verwijtbaarheid.

Het erbarmen is een logisch uitvloeisel van het mededogen.
Zelfs aan God of de goden wordt door de mens om erbarmen gevraagd.

Het erbarmen en mededogen kunnen ons aanzetten tot vergevensgezindheid en medeleven, twee houdingen die om activiteit vragen waarin zowel historisch onderzoek als daadwerkelijke hulp noodzakelijk blijken.

Er moeten niet dadelijk kanten gekozen worden, tenzij de kant van de lijdende mens.


WRAAK EN MEDEDOGEN

dyn003_original_480_302_jpeg__79ee9a8fdec534b40ebb5edf83044770

Aristoteles noemt de deugdzame houding bij vergelding praotès, zachtmoedigheid, en volgens hem maakt een deugdzame persoon eerder de fout van te weinig woede dan van buitensporige wraakgierigheid.
Immers een zachtmoedig iemand is niet rancuneus maar eerder bereid te vergeven.
(Ethica Nicomachea, IV, 5)

Hij ontkent dus niet alleen dat het inruimen van een plaats voor mededogen noodzakelijkerwijs ook een sterke hang naar wraak inhoudt, hij zegt ook dat het voor mededogen kenmerkende meelevende begrip een tegengif voor wraak kan zijn.

Enerzijds kennen voorstanders van mededogen weinig waarde toe aan status, macht en eer.
(of misschien een heel klein beetje, voegt Nussbaum er aan toe)
Seneca steunt in zijn Over woede deze stelling.
Want hij laat veel vaker machtige verwende mensen zien die gewelddaden plegen om triviale vergrijpen- een slaaf die een kopje breekt, eeen onvoldoende hoffelijke bejegening door een gastheer, gebrek aan kruiperige onderdanigheid van een ondergeschikte.

Descartes analyse van mededogen past hier uitstekend bij.
Want de door hem afgeschilderde persoon heeft vertrouwen in zijn eigen waarde en deugdzaamheid en mist daardoor ondanks zijn mededogen de onevenwichtigheid die kenmerkend is voor iemand die voor zijn geluk in alle opzichten afhankelijk is van externe zakden.

We moeten ontkennen dat excessen van woede een voldoende reden zijn om deze emotie volledig uit te bannen.
Laten we de stoïcijnen duidelijk maken dat woede soms gerechtvaardigd en goed is. Het is een passende reactie op een onrechtvaardigheid en ernstig wangedrag.

‘Als we de woede uitbannen verdwijnt er ook een belangrijke kracht om sociale rechtvaardigheid te bewerkstelligen en op te komen voor de onderdrukten.
Als we bang zijn dat woede zich op oneigenlijke objecten richt, dan moeten we dat probleem aanpakken en niet proberen de woede zelf volledig uit te wissen.
Ook als we bang zijn dat sommige boze mensen uit zijn op ongepaste persoonlijke wraak en geen in de wet vastgelegde oplossingen willen accepteren, is dat het probleem dat we moeten aanpakken en we moeten dan niet proberen de woede zelf volledig uit te bannen.’

En met Nussbaum voeg ik eraan toe dat ‘de begripsmatige symmetrie’ tussen mededogen en wraaklust minder volmaakt is dan de tegenstander doet voorkomen, want elk ernstig leed dat iemand buiten zijn schuld treft is aanleidding tot mededogen.

Voor woede echter is de overtuiging nodig dat iemand dat kwaad doelbewust heeft aangericht en dat er op een onbehoorlijke, oneerlijke manier is gehandeld.
Maar ook in het andere geval zijn we soms geneigd om woedend te worden omdat we daardoor een situatie in de hand willen krijgen waarin we ons hulpeloos voelen.

dyn001_original_480_289_jpeg__4cbd3b2ee05eda18dc8c02e59847431c

Als die woede echter geen aannemelijk object heeft dat de schuold kan krijgen, komt hij niet ver en we moeten uitermate scherp bedacht zijn op woede die gebaseerd is op een onterechte overtuiging wie ergens verantwoordelijk voor is.

Spinoza versterkte het beeld in zijn analyse van emotionele ambivalentie dat een wereldbeeld met plaats voor mededogen per definitie een sterke hechting aan externe objecten inhoudt en daardoor ook plaats biedt voor wraak.

‘Hieruit zouden we de conclusie moeten trekken dat een louter begripsmatig verband tussen mededogen en wraak niet voldoende is als rechtvaardiging voor het uitbannen van elke gehechtheid die tot mededogen leidt.
We moeten ons in de plaats daarvan richten op de vraag hoe we de emotionele ontwikkeling kunnen sturen naar een vorm van liefde die volwassener is, meer mensen omvat en minder ambivalent is.
Doordat mededogen de betrokkenheid uitbreidt tot mensen van wie je niet op een pijnlijke manier afhankelijk bent, draag het zelf ook sterk aan die ontwikkeling bij.’

We gaan juist door mededogen en ons inleven inzien wat het resultaat van onze wraakgierigheid voor onze slachtoffers betekent, en denken we voortaan wel tweemaal na voor we zelf zoiets doen.

‘Zoals gezegd doorkruist mededogen de strategie om mensen hun menselijkheid te ontnemen, die vaak wordt ingezet ten dienste van de wreedheid in alle mogelijke vormen.
Hierdoor zwakt de motivatie tot wraak af en smeedt het een verbond tussen alle mensen.’
(hopen we althans)


OP ZOEK NAAR DE WARE BETEKENIS VAN MEDEDOGEN (4)

dodejongen

Man met dode jongen in Gaza.

Aanleidingen tot mededogen hebben te maken met het verlies van essentiële zaken: je leven, geliefden, vrijheid, voedsel, bewegingsvrijheid, lichamelijke integriteit, burgerschap, beschutting.
Zo lijkt mededogen een betrouwbare indicatie of de bron iets van werkelijke waarde betreft, en daarvoor is geen bron van indoctrinatie nodig.

‘Misschien komt dat omdat mededogen evolutionair gezien verband houdt met pogingen om adequaat te reageren op situaties die de hele groep in gevaar brengen. Of misschien omdat alle samenlevingen opvattingen over het goede hebben waarin waarde wordt gehecht aan dergelijke verliezen en ouders hun kinderen die waarden al vroeg in hun tot ontwikkeling bijbrengen.’

Zo bracht het gedicht van Auden dat ik enkele dagen geleden citeerde twee zaken met elkaar in verband: afstomping van het intellect is nauw verwant aan het bevriezen van het voorstellingsvermogen, en ‘medelijden’ aan de mogelijkheid tot een accuraat oordeel over de waarde van iets.
Nussbaum noemt dit verband niet noodzakelijk maar diep geworteld.

dyn003_original_451_300_jpeg__11883c98918ecbf893c885f4eb997524

Volgens de antimededogen-traditie is iemand met medelijden dol op de gedachte dat mensen slachtoffer zijn van de omstandigheden en daardoor geneigd zijn om die zwakheid als iets goeds te zien.
Door afhankelijkheid van ‘hulp van buitenaf’ aan te moedigen, bevordert iemand met medelijden de afhankelijkheid en dat is problematisch.

Persoonlijk denk ik niet dat alle mogelijke vormen van afhankelijkheid die nood hebben om er ‘iets goeds’ in te zien.
Niemand wenst iemand alle mogelijke vormen van kwetsbaarheid toe.
Nussbaum zegt terecht dat er manieren genoeg zijn om een samenleving zo in te richten dat werkelijke waarden in het bereik van iedereen komen.

Natuurlijk zijn er een paar belangrijke dingen die je nooit volledig in je macht zult hebben: je kunt jezelf niet onsterfelijk maken, je kunt er niet voor zorgen dat je kinderen gezond en gelukkig zijn, of dat je geluk hebt in de liefde.
Toch beïnvloeden verschillen in klasse, ras, geslacht, rijkdom en macht wel in hoeverre het gevoel van hulpeloosheid je dagelij;ks leven beheerst.

De meedogende persoon hoeft het niet goed te vinden dat mensen elke dag hun pijnlijke kwetsbaarheid ervaren om aan eten te komen, dat burgers dagelijks ervaren dat hun politieke vrijheid gevaar loopt, dat vriendschaps- en liefdesrelaties bedreigd worden door een hiërarchie in ras en geslacht.

Om dit onderscheid goed te kunnen maken moet mededogen worden gecombineerd met een toereikende theorie wat de elementaire goede zaken voor mensen zijn, maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit een slechte theorie zal zijn.

Het ware streefdoel is dus de mogelijkheid mededogen op te lossen in hersteld of vernieuwd geluk.