DE TRAGEDIE ALS SCHENKER VAN INZICHT

dyn006_original_342_400_jpeg__55ad5273e06feb936f38f5c3c619224b

 

Professor De Schutter sprak uit wat velen onder ons al lang voelen.
De rol van de tragedie en de katharsis hebben we in onze bijdrages(of beter die van Martha Nussbaum) al meer dan één keer belicht.

 

In de klassieke tragedie vind je in de structuur van de verhaallijnen en van de handelingen van de personages “het meelijwekkende” en het “angstwekkende” zoals Aristoteles het noemde.

‘Want in haar structuur geeft de tragedie weer hoe goede mensen allerlei ernstige rampspoed overkomt zonder dat ze iets verkeerds hebben gedaan, wat een onderdeel is van de inhoud van medelijden, of zoals ik het zal noemen ‘mededogen’.

dyn005_original_500_500_jpeg__11559e1a863b3305282040721b218278

Ik zou dat begrip ‘goede mensen’ willen uitbreden tot ‘mensen-in-het-algemeen’ want met de kennis van de hedendaagse wetenschap weten we dat niemand om zijn eigen genen heeft gevraagd, en dat het al een tragedie op zichzelf kan zijn met die of die eigen-aardigheid geboren te worden.
Die diep depressieve aard of manische aanleg, of die of die voorkeur, maakt je nog niet tot ‘slecht’ mens al zullen anderen die daarmee niet behept zijn je als ‘vreemd’ of ‘bizar’ bestempelen terwijl ze zelf een combinatie van genen hebben die weer andere specifieke uitingsvormen teweeg kan brengen.

In de tragedie kun je je met de personages vereenzelvigen.
Als toeschouwer deel je de woede en eenzaamheid van Philoctetes of de verbijstering van Oedipus.

‘Het meelijwekkende, en het angstwekkende zijn echter niet eenvoudig situatiegebonden. Ze zijn ingebed in de overkoepelende structuur van de vorm via de concrete vereenzelving en het medeleven met de held die de vorm zelf uitlokt.
Het levensgevoel dat uit dergelijke stukken spreekt is dus het gevoel dat iemand krijgt die met mededogen en angst de tegenspoed en het lijden aanziet van betrekkelijk goede mensen.
(en wie is er door-en-door slecht?)

dyn005_original_313_451_jpeg__dd75f6c0d94b881f4e53acbfc3172725

Wat we in de tragedie aan gebeurtenissen zien zijn zaken die alle mensen kunnen treffen.
We kunnen angst ervaren voor onze eigen pijn of voor de mogelijkheid zelf gemanipuleerd of misbruikt te worden, of we kunnen die gebeurtenissen in verband brengen met enkele kwalijke politieke praktijken in onze directe omgeving, omdat Griekse tragedies vaak in verband werden gebracht met democratische besluitvorming.

Aristoteles merkt op dat iemand met een hubristiké diathesis’, iemand met een ‘aanmatigende aard’ geen medelijden voelt.
Het is die ‘aanmatigende aard’ die de media ons aanpraten, dit alles weten, dit boven de gebeurtenissen staan, het wijsvingertje hoog in de lucht.

dyn001_original_499_364_jpeg__819290db9296b921a15fd231a84397f1

Tragedies echter construeren een toeschouwer zonder hubristiké diathesis, iemand die openstaat voor emoties die te maken hebben met het lijden van anderen en die daardoor iets meer bereid zal zijn om verhoudingen met medemensen aan te gaan op basis van wederkerigheid.
En daardoor ontstaat bij de toeschouwers ook vreugde of de aangename emotie die de toeschouwer ervaart bij het verkrijgen van inzicht.

Wellicht is dit verkrijgen van inzicht net zo goed mogelijk bij de studie van filosofie of logica, maar de tragedie staat wellicht het dichtst bij ons leven omdat geen leven gelukkig kan genoemd worden voor het einde van onze levensdagen, zin waarmee Oedipus koning afsluit.
De tragiek die ons verbindt.