dyn001_original_422_281_jpeg_20344_9a74953cdf66237273e0461b8a382e98

Gaza na een bombardement en aan de andere kant een Israëlische moeder die haar zoontje tracht te beschermen tegen raketten uit Gaza afgeschoten.

dyn001_original_422_265_jpeg_20344_a1c402b28b0ba1ce5711b7ea3d8250fe

‘Banden tussen mensen die louter op grond van regels tot stand komen en niet gesteund worden door inleving , blijken in tijden van vijandschap vaak kwetsbaarder en gevoeliger voor ontmenselijkende vormen van wreedheid.

Telkens weer blijkt uit wetenschappelijk onderzoek naar geweld dat een persoonlijkheid met een gebrek aan inlevingsvermogen een gevaar voor anderen is.’

Tegenover de autoritaire persoonlijkheid -die strikt de regels volgt- plaatsen theoretici die genocide onderzoeken, meestal een ‘vrijzinnige’ persoonlijkheid, iemand die het besef van het daadwerkelijke bestaan van de ander in zichzelf toelaat.

dyn007_original_307_431_jpeg__a2adc5c139cf4e6649e0b6da895a659b

Nussbaum haalt de Oresteia van Aeschylus aan waarin de Fürien niet uit de stad worden verbannen, maar tot burgers gemaakt die onderworpen zijn aan het rechtstelsel van Athene.

In plaats van wraak of mensonterende straffen krijgen zij een plaats in de maatschappij: ze worden zelfs ‘Eumeniden’ genoemd, gezien hun goedaardige bedoelingen die ze met de burgers van Athene hebben.
Het betekent niet dat ze hun straf ontlopen maar het feit dat ze in rechtsinstituties terechtkomen betekent juist een erkenning dat deze duistere krachten niet uit het menselijke leven worden weggesneden zonder dat dit erop achteruit zou gaan, want die krachten zijn ook een erkenning van het belang van de zaken die door misdaad beschadigd kunnen worden.

dyn007_original_422_316_jpeg__2c5ab52655d5330fa40955ecd48a3113

In dat opzicht gaan mededogen en wraak inderdaad hand in hand, want ook mededogen ziet wat een misdaad betekent en hoe het slachtoffer lijdt. Het eist daarom van het rechtstelsel een passende erkenning dat het leed belangrijk is en dat het iemand wederrechtelijk is aangedaan (of dat men minstens onderzoekt of zoiets het geval is)

Tegenstanders van mededogen waren er trots op dat ze barmhartig en zonder wraakzucht konden straffen,louter op grond van overwegingen wat goed was voor de samenleving en wat goed was voor de overtreder.
Dit vermogen tot barmhartigheid brachten ze in verband met hun hoogstaande onthechting van de noden van het menselijk leven.

‘In hun ogen krijg je zonder die onthechting het onaantrekkelijke schouwspel van zwakke, zorgelijke mensen die elkaar beetje bij beetje verscheuren.’

In feite is barmhartigheid een anomalie in het stoïcijns rechtsstelsel.

dyn006_original_422_279_jpeg__f10429b5495a5fd00e0cc90f2f18127a

Barmhartigheid verschilt van mededogen, want het uitgangspunt is dat de misdadiger iets slechts heeft gedaan en daarvoor straf verdient.
Barmhartigheid zegt ook niet dat de situatie waarin de misdadiger is verzeild geraakt niet aan hemzelf is te wijten.
Aan de andere kant heeft barmhartigheid veel gemeen met mededogen want ze richt zich op hindernissen voor welzijn die te groot lijken om te overwinnen.
Ze richt zich op omstandigheden van sociale, natuurlijke en familiaire aard in het leven van de misdadiger die zijn schuld niet verminderen.
Daarbij neemt ze tegen de achtergrond van de misdadiger een narratieve houding aan die sterk overeenkomt met de meelevende perceptie van het mededogen.

Barmhartigheid past dus eerder bij het pro mededogen dan bij de stoïcijnse traditie.
Mededogen roept op to kritisch narratief onderzoek van concrete levens, een onderzoek dat waarschijnlijk ook verzachtende omstandigheden zal onthullen wanneer er wel sprake is van verwijtbaarheid.

Het erbarmen is een logisch uitvloeisel van het mededogen.
Zelfs aan God of de goden wordt door de mens om erbarmen gevraagd.

Het erbarmen en mededogen kunnen ons aanzetten tot vergevensgezindheid en medeleven, twee houdingen die om activiteit vragen waarin zowel historisch onderzoek als daadwerkelijke hulp noodzakelijk blijken.

Er moeten niet dadelijk kanten gekozen worden, tenzij de kant van de lijdende mens.