Amazon-Ticuna-Mask-4a

 

Met de geliefde en twee meiden rond de negen, kleinkind en vriendinnetje met Somalische roots, trokken we naar het Antwerpse Etnografische Museum, nog tot deze zomer op de Suikerrui en daarna op het eilandje in 2010.

De goden bedachten de volwassenen al dadelijk met een gratis toegang (elke laatste woensdag van de maand) maar dat beetje geld zou daarna moeten bijdragen om in het reuzenrad aan de Schelde vier luchttoertjes te maken.

Musea met kinderen bezoeken moet zonder enige pedagogische tralala verlopen, en eens we op de eerste verdieping waren (continent Amerika) en de jonge meiden daar gratis Engelstalige gidsen gingen gebruiken (de Nederlandstalige waren blijkbaar uitgeput) gingen wij als meer bedaarde volwassenen onze eigen gang.

Kijken naar de diepe lagen van ons onderbewustzijn.
Maar tegelijkertijd betrapte ik mezelf erop dat het beeld van ‘de goede wilde’, die ‘zuivere natuur met de Roussiaanse ziel’ weer eens de kop opstak.

dyn006_original_466_329_jpeg_20344_e1bc414315eabc02035dc8d81d509c10

De stukken staan er voorbeeldig opgesteld, met smaak zoals dat heet, maar het geheel blijft statisch, alsof je dromen in stukjes hebt geknipt en die dan daarna in een vitrine plaatst al dan niet met weinig duidende begeleiding.

dyn005_original_400_509_jpeg__3ec882ed038336586e9f2a885406c56b

Mocht je aan een pedagogische ingreep denken dan zou je begrippen als ‘masker’, initiatie, geesten, rituelen kunnen naar voren halen met stukken die je het alfabet van de antropologie leren beklemtonen zodat je met die begrippen gewapend een betere inkijk krijgt in de specifiek etnografische onderdelen.

De kinderen vonden het spannend om de prentjes in hun catalogus in de collectie zelf terug te vinden.
Dat gaf ze de gelegenheid tot rondlopen.

De speciale tentoonstelling ‘ het feest van het nieuwe meisje’ (A festa da Moça Nova) vind je op de derde verdieping en is gecentreerd rondom een initiatieritueel van de intussen zeer bekende Ticuna-Indianen uit het Noordwesten van Brazilië.

God en klein Pierke heeft er zijn opwachting gemaakt en ook antropologe en schrijfster Marita de Sterck noteerde er verhalen, maakte er zelf zo’n initiatieritueel mee (als toeschouwer!) en schreef een mooie brochure bij dit onderdeel.
(Buiten de foto linksboven (Ticuna-masker) hebben alle andere foto’s niets met de Ticuna’s maar alles met het begrip ‘initiatie’ te maken.)

dyn002_original_466_292_jpeg__0e015b7d6ef6fbdb12c7b224ad45c296

Over het begrip ‘initiatie’ zijn bibliotheken vol verschenen (in het Frans klinkt het mooier: rites de passage) en wie Claude Levi-Strauss aan het hart ligt (hij was zelf jaren in Brazilië) en wie de wereldmythologieën op het stevige nachtkastje heeft liggen, die weet dat dit initiëren in een nieuwe wereld vaak met pijn gepaard gaat.
Denken we maar aan de primitieve studentendopen, Christelijke doopsel, bar mitzvah’s, de toverfluit, en al andere echte antropologische verhalen: het vroegere wezen (kind) moet sterven, de man of hier de vrouw wordt geboren.

Dat is op zichzelf een fraai verhaal, maar zowel mijn drie vrouwen als ikzelf hadden toch allerlei oprispingen.

dyn006_original_379_481_jpeg_20344_a2109c690712d4004c64b3c9fb69f200

Er is vooreerst de historiciteit van een cultuur en de dynamiek ervan.
In hoeverre moet je vasthouden aan rituelen die een eigen bestaan gaan leiden als je ze conserveert zonder ze te transformeren naar eigentijdse invloeden.(een duidelijk probleem van Benedictus XVI die per sé de oude rituelen weer wil binnenhalen).

dyn007_original_451_338_jpeg__40e2c9857e9049bf93e549348f16e1d5

Hoe vermijd je het ‘Bokrijk-karakter’ alsof rond het huis wandelen met een palmtakje bij een onweer per sé moet geconserveerd worden wegens het etnisch waardevolle.

Hoe mooi je de verhalen ook vindt (en Marita, de meiden vonden het geboorteverhaal uit een knie prachtig) en hoe inspirerend hun riten ook zijn voor onze snelle en vaak ritueelloze samenleving, ook de Ticuna leven niet meer geïsoleerd, en de toestroom van de halve media-wereld heeft ze, naar mijn mening, bijna verheven tot ‘de goede wilden’ waardoor nu net het menselijke dat tenslotte de aantrekkingskracht vormt, vervalt.

Daarbij komt dat we met zijn vieren echt heel boos waren op het onderdeel ‘haarke-pluk’ van dat nieuwe-meisjesritueel.
Als onderdeel van ‘de geboorte van het nieuwe meisje’ plukken vrouwen met de hand gedurende onderhalf uur de haren uit het kinderijke hoofd, en de pijn daarbij zou dan de bevallingspijn moeten suggereren.
Marita schrijft dat er geen druppel bloed vloeit (het zou er nog moeten bijkomen) maar dat de pijn zo onhoudbaar wordt dat het meisje zich tegen de vrouwen verzet.

Als de symbolen dergelijke langdurige pijn gaan doen, scheelt er inderdaad iets aan de menselijkheid van het ritueel, net zoals we ons gelukkig keren tegen de vrouwenbesnijdenis.
Met die pijn kreeg het ritueel een zeer bedenkelijk karakter, en woorden schoten inderdaad tekort.
We vermommen ons volgende keer met hun maskers en jagen die vrouwen op de vlucht, zegden de meiden terecht.

Als troost bekeken we de wereld vanuit het reuzenrad bij de Schelde.
Die prachtige wereld waarin elk greintje pijn dat we kunnen vermijden moet vermeden worden.