dyn002_original_524_403_jpeg_20344_2a9ec7b69a277dcdca8a1dd14cd9208b

Foto’ s zijn goede heelmeesters.
Wie te veel in een kleine ruimte moet verblijven, gekluisterd aan een ziekbed of een vonnis, hange een foto van een diep bos of een donderende waterval, van een vredevolle avondvallei of een berglandschap bij zonsopgang aan de muur.
Ga ervoor zitten, en kijk.

dyn001_original_480_302_jpeg__17e704467bb56c3b5348e5bdd3712642

Op de bovenste foto zie je het grote universiteitskoor waarvan mijn grootoom Andreas de bezielende kracht was.

Andreas herken je aan de tweeling waarvan één deel voor hem zit en het andere achter hem staat, de enige kinderen aanwezig in dat prachtige bos, een waardige plaats voor gezang en mooie muziek, en andere fraaie zaken.

Friedrich en Johann zie je terug op een uitvoering van fragmenten uit Sebastien en Sebastienne, waarin zij de mannelijke en vrouwelijke hoofdrol vertolken.

dyn007_original_480_433_jpeg__ed6034c854ae389dfb9f1aa8e12be77a

Het feit dat zij figureren in het universiteitskoor lag aan het feit dat groottante Rosemarie een voorname rol vertolkte in de Parijse opvoering van Madame Sans Gêne, diezelfde 26ste maart toen de foto van het universiteitskoor is genomen.

Dat ‘vie des bohémiens’ zoals mijn grootmoeder dat wel eens uitdrukte was uiteraard aan enige kritiek van de meer ernstige, burgerlijke delen der familie onderhevig.
Het “sans gêne”-gedoe werd een sleutel waarmee je de wat wufte deur van hun leven kon openduwen, beweerde de tak die in de houthandel zat.

dyn004_original_292_435_jpeg__911fbe47455e1f75f50db94b758d9145

En dan die foto van groottante Rosemarie.
Een zigeunerin.
Stel je voor, de vrouw van een hoogleraar.
Natuurlijk, hij kreeg waar hij om gevraagd had.
Een vrouw moet thuis zijn. Bij de haard.
Je kunt denken wat er van die vreemde jongens-tweeling zou terechtkomen!

Die jongenstweeling kon best voor zichzelf zorgen.
Friedrich leerde een jonge bariton kennen terwijl Johann de vrouwen liefhad.

Of dat de houthandel van de andere tak ten goede kwam?
Het was een vraag die zij zichzelf meermaals stelden, zeker nu zij op het punt stonden een belangrijke opdracht bij de nieuwe machthebbers binnen te rijven.
Stellingenbouw en hout voor een soort ‘weder-opvoedingsinstelling’ in Sachenhausen.

Helemaal te gortig werd het toen Andreas dat bitsige gedicht van Albert Ehrenstein liet bestuderen:

Kennst du das Land wo die Germanen blühn?
Kennst du die überdeutschen Untermenschen,
Goethes amusisch:
Völkisch entartes Knechtvolk?
Aus dem Lande der Teutonenbande fliehn.
Wohin? Dahin!
Schande – leider gibt es keinen Ort!
Man lann noch immer nicht
Von dieser Erde fort
Zum Licht!

Dit is maar een fragment van het spotschrift.
Ik herinner me vooral de latere zin:

Der Himmel is zum Kotzen grau.

Tijd dus om met Ehrenstein Zwitserse lucht te gaan inademen.