dyn005_original_336_500_jpeg_20344_84d1d7548bbfb18c5753b40aed5060cd

Beste Vriendin,

Kwam mijn grootvader terug van een van zijn lange wandelingen dan vertelde hij wel eens over de lichtjes die hij boven de moerassen had gezien, en je moet er maar de wereld van So Moerman op nalezen om te weten dat dergelijke natuurverschijnselen (gas dat ontvonkt) voor menig spookverhaal hebben gezorgd.

dyn005_original_374_500_jpeg_20344_b81afe91ad5b93b6d371731ca3c1797a

Laten we de genensoep waaruit wij zijn ontstaan met een dergelijk moeras vergelijken dan verbaast het mij niets dat dezelfde spookverhalen opduiken.
Ze zijn helaas iets nauwer met de werkelijkheid verweven maar ze komen wel uit ons gemeenschappelijk moeras waarboven net zo helaas alleen die verschijnselen worden waargenomen die het meest tot de duistere verbeelding van de moerasbewoners spreken.

Het is een edel doel om bijvoorbeeld met dat gas de huizen te verwarmen, beter dan dat je erin zou verstikken, maar de spookverschijningen worden door menig moralist waargenomen als ‘mene tekel’, gods vurige vinger die het gluiperige ras weldra van jetje zal geven als we de zondige vlammetjes van begeerte niet in kaarsenvlammetjes van devotie veranderen.

En nu naar mijn geliefde Venetiaanse schilders uit de zestiende eeuw.
Moest je voorlopig in Florence of Rome zijn, nu wordt het duidelijk dat ook de dogenstad haar kunstig woordje zal meespreken.

Kijk naar het linkse schilderij uit 1546.
Tintoretto was bijna dertig en toen hij ‘Sint Gregorius, Sint Lowie en de prinses’ schilderde was hij een ware ster.
Het schilderij veroorzaakte een schandaal.
Heiligen die zich als hoerenjongens op de piazza gedroegen, een prinses die een draak bereed, mijn god, dat was toch pure pornoficatie!

dyn004_original_408_500_jpeg__7e94dfa23a3b8a6c40b69178b40db991

Jaja, kijk maar naar zijn zelf-portret.Tintoretto, met zijn echte naam heette hij Jacobi Robusti, had wel iets van een bevlogen kunstenaar uit de twintigste eeuw.
Een prins en een klaploper, een seigneur en een zwerver, de mooie mix om het menselijke aan te voelen en in duidelijke vaak bijna agressieve beelden te vertalen.

Concurrent en tijdsgenoot Veronese (Paoli Caliari) schilderde het tegenoverliggende doek: Venus maakt haar toilet.
Hij kwam later (rond 1580) op het toneel toen Tintoretto en Titiaan al aanzien en een sterrenstatus hadden.
Hij was een zachtaardiger type, liefhebber van de fijne textuur, zachte kleuren en eerder gereserveerd in de benadering van zijn onderwerpen.
De oudere Titiaan (Tziano Vecellio) nam hem graag onder zijn schildersvleugels.

dyn008_original_398_500_jpeg__6fd15a0928d9dd804524ec466de34411

Ttitiaans ‘Flora’ zou je niet dadelijk in een Venetiaanse kerk hangen (een groot deel van zijn werk echter hangt er wel!) maar zijn zogenaamde ‘soft-porno’ deed het net zo goed als zijn statige staatsieportretten. (als kind dacht ik dat het portretten voor stations waren)

Deze drie heren kenden dus de smaak van hun publiek, en waarschijnlijk waren de lijfelijke onderwerpen hen ietsje dichterbij als de meer religieuze of politieke opdrachten.

Je zou kunnen zeggen dat het verhulde het vaak beter deed dan de platte smaak die ook nog het vlees zou verwijderen om dan teleurgesteld bij de botten uit te komen.

Maar hun verschillende mythologische of bijbelse taferelen maakten duidelijk dat de nieuwsgierigheid naar ‘het onderliggende’ (een breed begrip, inderdaad!) zowel in de zestiende als in de 21ste eeuw voor de nodige bevliegingen en consternatie zorgde.

dyn005_original_600_451_jpeg__3b5389b9fd2fdbde969091cea957f6b7

Titiaans ‘Susanna en de ouderlingen’, geschilderd rond 1555-6, was daarvan een duidelijk voorbeeld.

Zoals nu het internet als nieuw medium voor de (on)nodige ‘zedenangsten’ zorgt, zo kwam in de zestiende eeuw het medium ‘olieverf’ op de proppen.
Dank zij deze techniek die het plattere tempera verving werden de uitbeeldingen realistischer, sprankelend en kreeg de schilder meer aandacht voor het detail doordat de lagen traag droogden en hij dus constant veranderingen of verbeteringen in het geheel kon aanbrengen.

Deze nieuwe techniek, olieverf op doek, bracht het lichaam dichterbij het echte lichaam, zorgde ervoor dat de blik van de ouderling zag wat hij wilde zien terwijl de onschuldige Suzanna zich aan haar eigen schoonheid spiegelde.

We kunnen het hebben over de details van de omliggende natuur, de tintenverschuivingen van het zacht oranje naar de beschaduwde tonen van de rustplaats, maar in feite gaat het om de zo gevreesde nieuwsgierigheid, de gluurtechnieken die in ons allen aanwezig zijn.

Terug naar het moeras.
Pornoficatie in de zestiende eeuw?
Of zedenangst?

Het samentroepen van de persmeute bij het nu lopende proces van de ‘ouderling’ in Duitsland lijkt me meer pornoficatie dan de blote plaatjes in kerken, paleizen en op het net.
Hun spookverhalen echter doen het goed boven ons moeras.

Het is het oog dat kijkt.
En dat oog zit in een hoofd.