op brancard

Als wir in den Krieg gezogen, da war Sommerszeit,
hat die Linde geblüht noch im Tal,
dieses Jahr wie vielemal,
hat das Korn noch goldig gestanden….
Schöner Sommer in deutschen Landen,
bist nun auch schon weit!

Zo begint het ‘Erntelied’ dat in 1915 op muziek werd gezet door Egon Kornauth met een tekst van Richard Smekal.

Het resultaat van die mooie zomer zie je al dadelijk op de bijliggende foto’s.
Mijn grootvader van Duitse kant (wij spreken niet van moeders- of van vaders kant, maar wel, gezien de meervoudigheid- vanuit het land van herkomst, den Duitser dus zoals geciteerd door menig familied, is hier gefotografeerd terwijl hij in een van de kriegslazaretten werkte als jonge dokter.

Zijn geüniformeerd uiterlijk steekt aardig af tegen de aandoenlijke gekwetsten uit de burgerij die bij wijze van vaderslandliefde ook in het lazaret een kans op heling kregen.

En in die schöne Sommerzeit was dit een stralende dag, ver achter de linie’ s, en mochten de patiënten even buiten poseren.
Beide jonge deernen in verpleegsterstenu zitten niet toevallig als schouwgarnituren naast de krijgsheer.

dyn008_original_509_331_jpeg__95eca077f9142340b90cde4ce070e20f

Het aanvankelijk enthousiaste van het eerste oorlogsjaar is op de volgende foto waar hij achter de camera staat sterk verminderd.
Wel blijkt elke gekwetste van een verpleegster voorzien, maar de verzameling hier bestaat vooral uit personen die in staat zijn enigzins zittend of rechtstaand in de camera te kijken terwijl de meerderheid op datzelfde ogenblik liggend het lazaret vult.

Dit zijn foto’s voor het thuisfront.
Een flauw glimlachje van een wit gekapte is de enige poging tot het verbijten van leed, al de anderen kijken naargelang hun toestand met eerder bedrukte gezichten naar de fotograaf.

Dat was niet volgens de afspraak van de hoofdgeneesheer die zijn gehavenden toch moediger op de lichtgevoelige plaat wilde.
Toen ‘de Duitser’ de troep voor zijn camera zag, verbood hij hen toch maar enigzins vrolijk te kijken want hij kende niet alleen ieder bij naam, hij wist ook wat hen overkomen was en zelfs wat hen te wachten stond.

Kijk op de achterste rij naar de ‘geblinddoekte’ die een week later in vreselijke pijn zou sterven, naar de van alle kanten ingewikkelde hoofden, en je begrijpt dat elke glimlach, hoe vaderlandslievend ook, misplaatst zou zijn.

dyn009_original_509_331_jpeg__a0e8d8ab944b38ecb44abed4dfff2819

Nog een jaar later zijn ook de reserve-lazaretten al ingenomen, en je merkt dat de dokter-fotograaf zonder al te veel pardon de toestand toont zoals hij was, hoe ontmoedigend de foto’ s ook op de nog strijdenden zouden overkomen.

Dat ook deze gehavenden nog altijd hun mutsen of kepi’s droegen (onderscheid moet er zijn!) om rang en regiment aan te duiden, bleef hem verbazen.
Een poging om hen zonder dat militaire hoofddeksel te fotograferen zou hem toen, zonder tussenkomst van een van zijn trouwe verpleegsters, de krijgsraad hebben gekost.

dyn005_original_524_333_jpeg__a773c5706530009758ebd9c175fd00b2

Kerstmis 1917 is het hem echter wel gelukt.
Hij wilde patiënten tonen, geen soldaten.
De nieuwe lichting jonge jongens waagt op dat ogenblik zijn leven, de vaders blijven meestal dood of gekwetst achter, alsof ze wachten op hun kinderen.

De muziek is stilgevallen.
De harmonika blijft opengerokken staan voor de volgende veertig jaar .
Zij zijn de overlevenden.
De meerderheid ligt onder de kruisjes, een generatie doden.

Na de oorlog is hij naar Afrika vertrokken.
Hij heeft er geen foto’s gemaakt.
Zijn ogen hadden te veel gezien, schreef hij.
Ze bleven pijn doen.

Met een van zijn geliefde verpleegsters werkte hij er in een hospitaaltje.
Het Europa zonder vaders was niet aan hem besteed.