01veneti

Naast drie religieuze schilderijen maakte je ook een aantal portretten in Venetië.

Het vroegst geschilderd van deze portretten is dit portret van een jong meisje, nu te bewonderen in de Gemäldegalerie in Wenen.  We schrijven 1505.

We zien een jong meisje eerder gekleed naar de Milanese dan naar de Venetiaanse mode.  Panofsky schrijft dat je haar ‘sweet-natured’ face hebt aangevuld met een vaag vermoeden van een ‘squint’, waarmee het lichtjes scheelkijken zou bedoeld zijn, een blik die blijkbaar allerlei liefdevolle gevoelens zou opwekken.

Het paneel is niet helemaal af geraakt en omdat het nog in 1506, het begin van je verblijf in Venetië is geschilderd, moet je hier nog niet naar duidelijke Venetiaanse invloeden gaan zoeken.

Wel merkt mijn gids ‘…there can be sensed a certain breadth and fluidity which had been absent from Dürer’s earlier portraits (116)’ En helemaal lyrisch klinkt het als hij het over de verschillende ‘parts’ van deze schoonheid heeft:

‘The vision of the whole begins to precede the realization of the parts; the sensuous quality of hair and skin is more actutely felt; and the light begins to caress the forms instead of merely claryfying them.’ (ibidem)

Dat lichtstrelende is nu net wat gisteren nog werd opgemerkt bij de ontdekking van een nieuw werk van Rembrandt.  Het licht op en rond het hoofd van de oude man is zo bijzonder aanwezig dat alle twijfel over de herkomst is uitgesloten.  Jij begint hier inderdaad deze kunst ook meester te worden. 

04veneti

Helemaal Venetiaans al is het portret van deze vrouw, nu in Berlijn te bekijken, en vaak verkeerdelijk voor een portret van Agnes Dürer (je vrouw) gehouden.

Hier gebruik je zachte kleuren, het zachte bruin en wat sombere oud goud tegenover twee schaduwen van bleek, grijsachtig blauw, een combinatie die in het voordeel van een eenheid in toon werkt.

Er is geen ander portret van jouw hand dat zo weinig aandacht heeft voor de lijn en allerlei anatomische details en zo veel voor licht en schaduw.

‘The modelling is obtained by contrasting a large area of moderate light with an approximately equally large one of transparant shadow, and the very fact  that this shadow extends over, and thereby unifies, two physically different units, the cheek and the throat, bears witness tot the recognition of ligth as something independent of the structural data, diffused in space and no longer subservient to the task of modelling.’ (ibidem)

Een van je meest raadselachtige portretten (nu in het Deutsches Museum in Berlijn) op linnen gemaakt in plaats van het gebruikelijke hout heeft een veel minder formeel karakter dan de vorige werken. Zou het een persoonlijk souvenir geweest zijn, een cadeautje, want de opstelling als de uitwerking zijn erg onconventioneel.

5young_w

Het vrij jonge model poseert niet in drie-vierde profiel zoals op alle andere portretten (met uitzondering van je zelfportret uit 1500) maar kijkt ons ‘en face’ aan. En de ogen?

‘…their serious forming a piquant contrast with the faintly amused expression of the mouth, avoid the glance of the beholder.’(117)

Maar het meest intrigrende zegt Panofsky is zijn ‘androgynous quality’.  De ene keer wordt het een portret van een meisje, de andere keer een portret van een jongen genoemd. En.. ‘…neither of these opinions is without foundation.’

De diepe décolleté en de smalle zachte glimlachende mond geven het een vrouwelijke uitstraling, daar waar het haar, het ontbreken van juwelen en het hoofddeksel voor een jongen ‘dressed as “page” kunnen pleiten.

Panofsky kiest voor het laatste en schrijft:

‘This writer favors the second alternative and is even inclined to believe that the very same boy, with his pointed chin, soft mouth and finely pencilled, slightly raised eyebrows, served as a model for the youtful Christ among the Doctors, where he his facial type recurs, shortly after Dürer’s return in a drawing in 1508.’ (ibidem)

04christ

Denk eraan dat de eerste editie van Panofsky’s boek in 1943 verscheen.  Misschien zou hij in deze dwaze dagen minder eerlijk zijn idee daaromtrent hebben geuit, want hij citeert een brief van Pirckheimer aan hun gemeenschappelijke vriend Canon Lorenz Beheim  waarin duidelijk blijkt dat ‘…Dürer was not unsusceptible to the charm of handsome boys.’ Een eigenschap waar in het 16de eeuwse Venetië ook niemand van opkeek. (al werd ‘sodomie’ officieel met de dood bestraft.)

Het Venetiaanse leven had weldra geen geheimen meer voor je.  Eerder dan materiaal voor praktisch werk zocht je naar theoretische kennis.  Problemen rond perspectief, menselijke verhoudingen wilde je leren begrijpen vanuit een wetenschappelijke basis. Je had de editie van 1505 van Euclides werk gekocht omtrent de ‘Elementa’ en de ‘Optica’, en het is bekend dat je naar Bologna reisde om er ‘the secret art of perpective’ onder de knie te krijgen.  Zo kwam je in contact met de ideeën van Leone Battista Alberti en Leonardo da Vinci waarbij zeker ook kennis omtrent je eigen later werk over verhoudingen en perspectief hebt opgedaan.

Je zag je studie niet als een aanhangel van je beeldend werk, maar als wetenschappelijke arbeid ‘sui iuris’ Je wilde die nieuwe opvattingen zo snel mogelijk in Duitsland verspreiden.