albrecht-durer-portrait-of-maximilian-i.jpgBekend als ‘de laatste ridder’ was Maximiliaan I een man die uit zijn tijd was gevallen, niet alleen door de eigen mythologie maar vooral door de opvattingen die hij dacht te incorpereren en die noch in de riddertijd, noch in de toenmalige 16de eeuwse samenleving wortelden.
De geschiedschrijving is al net zo dubbel als zijn persoonlijkheid.  Door de enen als een fantast door Panofsky als ‘charming personality(174) genoemd werd zijn belangstelling voor diverse onderdelen van wetenschap en krijgskunde aanzien als een soort willen maar niet kunnen terwijl anderen net deze interesse als een uiting van een rijk geschakeerd intellect zagen.

‘Affable though enormously proud of his ancestry and personal achievements, couragous though not strong-minded, impulsive, generous and constantly short of money, the Emperor was a great gentleman and a genuinly patriachal ruler.’ (174)

Als detail: menig prins zorgde voor hospitalen en rusthuizen voor bejaarden, maar weinigen zouden op hun doodsbed een decreet hebben uitgevaardigd dat elke gevange bij zijn maaltijd een medicinale drank moest krijgen, boiled with honey, juniper-berries and honey-sucle so that it might pleasing to the taste. Maximiliaan02.jpg
Gek op riddertornooien, omringd door pracht en praal, verzamelaar van middeleeuwse romances, zag hij zichzelf graag als King Arthur of Sir Galahad.  Tegelijkertijd was hij ook de stichter van de eerste puur humanistische faculteit, en wilde hij voor alles de ‘Huomo universale’ zijn. (ondanks dat wilde hij toch ook nog een kruistocht organiseren!)

‘He was a dilettante, not only on a monumental scale but also, paradoxically, with the throughness of a perfectionist.’

Van staatsmanskunst en oorlogsvoering (hij wist alles van ‘mechanized warfare’!) dierengeneeskunde, vissen en koken tot klassieke archeologie, kunstkritiek, muziek, poëzie en timmermanskunst, om nog te zwijgen van mijnbouw, drukkunst, en mode-design.

Hij schreef een boek (er waren er 130 gepland!) de “Weisskunig” een soort autobiografisch verhaal geïllustreerd door 225 houtsneden van Burgkmair en Leonhard Beck, waarin ‘weiss’ zowel met ‘wijs’ als met ‘wit’ had te maken. Het werd pas in 1775 gepubliceerd overigens.
Wat een mens al doet om na de dood niet vergeten te worden, die oude wijsheid gaf hijzelf grif toe. Het feit dat al zijn plannen vooral op ‘papier’ bestonden karakteriseert de Duitse Rennaissance waarin meer het literaire dan het visuele telde. (het woord verkeizen boven de wereld van vormen en kleuren).  Terecht merkt Panofsky op dat het al duidt op de Reformistische periode waar pamfletten en  strooiblaadjes net zo belangrijk waren als de radio (en nu de televisie) van toen (1943).

‘German humanism had to invade the very homes of the better classes, nobility and the higher bourgeoisie alike, and this is precisly what Maxilmian expected from his enterprises in the field of art. They must be understood, not as self-sufficient “things of beauty” but rather as vehicles of a high-class advertising campaign.’ (175)00triump.jpg

Een van de meest ambitieuze van deze ondernemingen was de ‘the mamoth woodcut’ gekend als ‘Triumphal Arch’.  Gedrukt met 192 (!) blokken met prachtige letters onderaan vormden deze houtsneden samen een triomfboog van bijna 3,50 meter hoog en 3 meter breed, een unicum in de kunst.

De keizer had liever een stenen triomfboog gehad maar het tekort aan centen verplichtte hem het bij een papieren te houden.  Jij kreeg de opdracht eraan mee te werken zonder ervoor betaald te worden.  Johannes Stubius, de hofhistoricus, dichter en sterrenkundige, was voor het geheel verantwoordelijk en Jörg Kölderer, bouwmeester in Innsbruck, tekende de architectuur.  Jij met Pirckheimer als hulp voor de iconografie, was de hoofdtekenaar.  Je tekende talrijke ornamenten en liet de meeste scènes aan je assistenten over.
triump ffrag.jpg
Net als de Romeinse triomfbogen heeft ook deze papieren drie poorten – de middelste, de poort van Eer en Macht, geflankeerd door de Poort van Adel en de Poort van Lof, maar daar houdt dan ook de overeenkomst met de Romeinse voorbeelden op.

Elke centimeter van het papier is tot in het detail bewerkt met een decoratie of een voorstelling.  Men ziet veldslagen die nooit hebben plaatsgevonden en dieren die nooit hebben bestaan. Het is een hulde aan Maximiliaan met zijn militaire successen en huwelijken, aan zijn familieleden, al dan niet aangetrouwd. Herauten en trompetters staan op de daklijsten, apen zitten op de treden, griffioenen steken hun tong uit, geiten met lange oren (waakzaamheid van de keizer!) staan op de richels en de god Pan springt in het rond. (De wereld van Dürer, Francis Russel)

Drie jaar werkte je aan dit vrij zinloze project mee.  Je zou vrijstelling van belastingen krijgen als loon maar dat durfde je niet te aanvaarden gezien je medeburgers je dat erg kwalijk zouden nemen.  In 1515 kreeg je een jaargeld van 100 florijnen dat de stadskas van haar belasting aan de Keizer mocht aftrekken.
Toen de Keizer in 1519 stierf werd het werk aan de triomfboog gestaakt en pas in 1526 werd wat af was gepubliceerd door toedoen van de keizerlijke kleinzoon, aartshertog Ferdinand.  Al waren er slechts 139 van de geplande 208 houtsneden klaar, het uitgegeven stuk was toch nog 50 meter lang.